Onderzoek Belastingdienst informatieverstrekking aan de rechter
Brief regering
Nummer: 2026D07088, datum: 2026-02-12, bijgewerkt: 2026-02-12 16:36, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E.H.J. Heijnen, staatssecretaris van Financiën ()
- Bevindingen en aanbevelingen jurisprudentieonderzoek informatieverstrekking aan de rechter
- Aanpak en uitkomsten jurisprudentieonderzoek inzake artikel 8:42 Awb over periode 1 januari 2025 t/m 31 december 2025
- Beslisnota bij Onderzoek Belastingdienst informatieverstrekking aan de rechter
Onderdeel van zaak 2026Z03180:
- Indiener: E.H.J. Heijnen, staatssecretaris van Financiën
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiën
- 2026-03-12 10:00: Procedurevergadering Financiën (Procedurevergadering), vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Op 8 september 2025 heb ik de reactie van het kabinet op het rapport ‘Rechtsbescherming in het geding: Onderzoek informatieverstrekking aan de rechter deel 2 (Casusonderzoek)’ van de Inspectie Belastingen, Toeslagen en Douane (IBTD) aan uw Kamer aangeboden.1 Het was mijn eerste brief als staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane en het is mij dan ook niet ontgaan dat mijn laatste brief als staatssecretaris in dit kabinet zomaar over hetzelfde onderwerp zou kunnen gaan.
In het rapport heeft de IBTD onderzoek gedaan naar vijf casussen waarin de informatieverstrekking van de Belastingdienst aan de rechter onderdeel was van (het geschil in) de (hoger) beroepsprocedure. De uitspraken dateerden van vóór de publicatie van het eerdere onderzoek van de IBTD naar artikel 8:42 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de verbeteracties die de Belastingdienst mede naar aanleiding van dat rapport heeft doorgevoerd. Daarom heb ik in september 2025 besloten om een intern onderzoek in te stellen naar recente casussen waarin de informatieverstrekking van de Belastingdienst aan de rechter onderdeel was van het geschil. Het onderzoek moet uitwijzen of de verbeteracties die de Belastingdienst naar aanleiding van het eerste onderzoek heeft doorgevoerd, voldoende hebben bijgedragen aan het verbeteren van de informatieverstrekking aan de rechter.
Het tijdig en volledig verstrekken van stukken aan de rechter in (hoger) beroepszaken is een belangrijke voorwaarde voor de rechtsbescherming van burgers en bedrijven. Als zij een geschil hebben met de Belastingdienst, borgt de informatieverstrekking aan de rechter, vastgelegd in art. 8:42 Awb, de gelijkwaardige procespositie van beide partijen. Met deze brief informeer ik uw Kamer over de uitkomsten van dat onderzoek. Ik geef een korte toelichting over de manier waarop dit onderzoek tot stand is gekomen en ik ga in op de drie aanbevelingen die naar aanleiding van het onderzoek worden gedaan. Deze aanbevelingen geven aanleiding voor aanvullende maatregelen om incidenten waarbij stukken ten onrechte niet of niet tijdig aan de rechter worden verstrekt, verder te voorkomen. Het rapport en de aanbevelingen bied ik bij dezen aan uw Kamer aan.
Onderzoeksopzet en casusselectie
Gelet op de toezegging aan uw Kamer om onderzoek te doen naar meer recente casussen om zo een actueel beeld te krijgen van de huidige praktijk, is gekozen voor een jurisprudentieonderzoek. Het onderzoek bestaat grofweg uit twee delen: (1) een selectie van de casussen waarbij een schending van art. 8:42 Awb werd geconstateerd; en (2) een analyse van die casussen met als centrale vraag: in hoeverre zijn de verbeteracties in acht genomen en zijn er (desondanks) nieuwe verbeteracties nodig?
Bij de opzet van de casusselectie is – voor zover mogelijk – aansluiting gezocht bij het onderzoek van de IBTD. Het onderzoek richt zich op (eind)uitspraken van (fiscale) rechtbanken en gerechtshoven waarin art. 8:42 Awb een rol speelde, met een uitspraakdatum in de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025. Net als in het onderzoek van de IBTD is gebruikgemaakt van de openbare bron ‘rechtspraak.nl’. De zoekterm “8:42” leverde 138 uitspraken van rechtbanken en gerechtshoven in belastingrechtszaken.2
In het jurisprudentieonderzoek zijn alle 138 uitspraken integraal bekeken. Per uitspraak is beoordeeld of art. 8:42 Awb daadwerkelijk in geschil was en zo ja, of de rechtbank of het gerechtshof tot het oordeel is gekomen dat de Belastingdienst het artikel heeft geschonden. Deze selectiecriteria hebben tot in totaal zestig uitspraken geleid waarin de informatieverstrekking aan de rechter in geschil was, waarvan in dertien zaken3 is geoordeeld dat art. 8:42 Awb daadwerkelijk was geschonden. In ongeveer de helft van die gevallen heeft dit tot een vergoeding van de griffierechten en/of de proceskosten geleid. In slechts één geval heeft de uitspraak van de rechter tot gevolg gehad dat de door de belastingplichtige bestreden naheffingsaanslag werd vernietigd. In 45 rechtszaken oordeelde de rechter dat er geen sprake was van een schending van art. 8:42 Awb.4 In geen enkel geval was er sprake van het al dan niet bewust achterhouden dan wel niet verstrekken van stukken die (inhoudelijk) een ander licht op de zaak wierpen.
Vanwege het geringe aantal gerechtelijke procedures waar 8:42 Awb in geschil was (in 2025 zijn er ruim 2.000 uitspraken in belastingrechtszaken gepubliceerd), kunnen op basis van het onderzoek geen conclusies worden getrokken over patronen of mechanismen buiten de onderzochte casussen. Wel is geprobeerd om op basis van de uitspraken aanbevelingen te doen om het aantal incidenten waarbij art. 8:42 Awb werd geschonden, verder terug te dringen en de zorgvuldige procesvoering te borgen. Want incidenten waarbij stukken niet of niet tijdig aan de rechter worden verstrekt, moeten altijd worden voorkomen.
Bevindingen en aanbevelingen
In 2025 hebben de rechtbanken en gerechtshoven in dertien belastingzaken geoordeeld dat sprake was van een schending van art. 8:42 Awb. De oorzaken hiervoor zijn grofweg onder te verdelen in drie categorieën: (1) de informatiehuishouding bij de Belastingdienst; (2) een verkeerde interpretatie van art. 8:42 Awb; en (3) het ten onrechte géén beroep doen op art. 8:29 Awb, het artikel dat bepaalt dat de inspecteur zich kan beroepen op geheimhouding van bepaalde stukken indien er sprake is van gewichtige redenen. In één procedure was de schending van art. 8:42 Awb het gevolg van het per abuis insturen van het verkeerde procesdossier. De rechtbank zag in deze schending reden om de bestreden naheffingsaanslag te vernietigen.
Het op orde brengen van de informatiehuishouding
In het rapport ‘Rechtsbescherming in het geding’, dat op 2 september 2025 is gepubliceerd, noemt de IBTD de informatiehuishouding bij de Belastingdienst als één van de oorzaken voor het ten onrechte niet of niet tijdig verstrekken van stukken aan de rechter in (hoger) beroepszaken.5 Deze bevinding wordt in het jurisprudentieonderzoek van de Belastingdienst bevestigd.
De informatiehuishouding bij de Belastingdienst is een blijvend aandachtspunt. Hoewel medewerkers het belang van een juiste en volledige informatiehuishouding onderschrijven, is dit nog niet overal op orde. Daarom wordt de interne campagne ‘Bewust Bewaren’ in 2026 geïntensiveerd, met extra aandacht voor de manier waarop invulling wordt gegeven aan de juiste omgang met informatie. Daarnaast heb ik uw Kamer in de kabinetsreactie geïnformeerd over het generieke platform voor document- en archiefbeheer (GDA), dat in augustus 2025 in gebruik is genomen. Dit jaar wordt GDA verder doorontwikkeld, zodat de informatie intern (bijvoorbeeld voor medewerkers van de BelastingTelefoon) en via de bestaande portalen beschikbaar kan worden gesteld. De Belastingdienst laat de ontwikkelingen rondom informatiehuishouding regelmatig beoordelen en past zijn processen daar waar nodig op aan.
De interpretatie van art. 8:42 Awb
Hoewel in jurisprudentie handvatten zijn gegeven voor wat wordt verstaan onder ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’, blijft de invulling van deze open rechtsnorm afhankelijk van de concrete omstandigheden bij elke specifieke casus. Net als mijn ambtsvoorganger sta ik voor een ruimhartige verstrekking van processtukken die van belang kunnen zijn voor de beslechting van geschilpunten. Desondanks kunnen verschillen in interpretatie van art. 8:42 Awb tussen de belastingplichtige, de inspecteur en de rechter niet altijd worden voorkomen.
Maar een open norm schept ook ruimte, bijvoorbeeld aan de inspecteur om maatwerk te kunnen leveren waar dat bij een gesloten norm niet mogelijk is. Om binnen de kaders te blijven die de rechter in jurisprudentie heeft vastgelegd, werkt de Belastingdienst niet alleen met werkinstructies, die ik uw Kamer bij de kabinetsreactie in september jl. heb meegestuurd, maar ook met deskundigen op het gebied van procesbegeleiding. Deze medewerkers hebben kennis en/of ervaring over procesvoering, adviseren collega’s bij de voorbereiding van (hoger) beroepszaken en staan ze bij tijdens rechtszittingen.
Van de dertien uitspraken waarin de rechter heeft geoordeeld dat er een schending was van art. 8:42 Awb, bleek in zes gevallen sprake van het ten onrechte achterwege laten van een bepaald stuk of van het lakken van stukken zonder een beroep te doen op art. 8:29 Awb. Uit het onderzoek volgt dat er soms niet of te laat is onderkend dat er een beroep op geheimhouding moet worden gedaan en wat de procedure daarvan is. De onderzoekers adviseren daarom om de procesbegeleiders eerder in het proces in te zetten. Dit advies neem ik over. Dit sluit ook aan bij de aanbeveling van de IBTD dat de Belastingdienst aandacht blijft houden voor wat wordt verstaan onder ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’ en voor een eenduidige interpretatie van artikel 8:42 Awb. Binnen de Belastingdienst vinden waar nodig gesprekken plaats over de wijze waarop deskundigen worden ingezet, met name de tijdigheid van de inzet van deze deskundigen in het licht van art. 8:42 en art. 8:29 Awb.
Aansluiting vaktechnische lijn
Van deze zes procedures hadden vier uitspraken betrekking op hetzelfde feitencomplex. Er resteren drie unieke zaken, waarvan er twee afkomstig zijn van dezelfde afdeling. Bij deze twee casussen is nagegaan of de inspecteur zich destijds bewust was van de onjuiste informatieverstrekking aan de rechter en in hoeverre de vaktechnische lijn, waaronder een eventuele procesdeskundige, vooraf bij de casussen waren betrokken.
Uit dit onderzoek blijkt dat de vaktechnische lijn onvoldoende is geraadpleegd. Daarnaast komt naar voren dat het niet voor alle verweerders bij de afdeling duidelijk is hoe de inzet van procesdeskundigen is geborgd. Hoewel het nog steeds om een beperkt aantal zaken gaat, wordt op grond van de bevindingen aanbevolen om met de betreffende afdeling in gesprek te gaan over: (1) de borging van de vaktechnische lijn en de inzet van procesdeskundigen binnen de afdeling bij bezwaar en beroep; (2) de aansluiting van het management op de vaktechnische lijn en de wijze waarop daarmee de sturing vanuit het management verloopt; en (3) een inventarisatie onder medewerkers naar de behoefte aan extra opleidingsinspanningen met betrekking tot de artikelen 8:42 en 8:29 Awb. Dit advies sluit aan bij de aanbeveling van de IBTD over de aansluiting van het management op de vaktechnische lijn en het bevorderen van de interne samenwerking.
Naast het jurisprudentieonderzoek naar de inhoud van de casuïstiek, beoordeelt en betrekt de Belastingdienst de interactie met burgers en bedrijven doorlopend, zoals via de Fiscale Monitor, het jaarlijkse belevingsonderzoek van de Belastingdienst. Deze inzichten worden gebruikt om de publieke dienstverlening continu te verbeteren en te optimaliseren. Daarnaast wordt in opleidingen, werkinstructies en werkoverleggen voortdurend aandacht gevraagd en gegeven aan de interactie met burgers en bedrijven.
Tot slot
Met deze brief vertrouw ik erop uw Kamer afsluitend te hebben geïnformeerd over de informatieverstrekking van de Belastingdienst aan de rechter. De Belastingdienst blijft als lerende organisatie continu werken aan het verbeteren van de naleving van art. 8:42 Awb. Mede naar aanleiding van het eerste rapport van de IBTD, ‘Compleetheid van dossiers die naar de rechter gaan’, heeft de Belastingdienst de informatieverstrekking aan de rechter in (hoger) beroepsprocedures kunnen verbeteren. Ik ben de IBTD dan ook zeer erkentelijk voor de grote betrokkenheid die zij hebben getoond bij deze belangrijke voorwaarde voor de rechtsbescherming van burgers en bedrijven.
Ik verwacht dat de opvolging van de onderzoeken over dit thema leiden tot verdere verbetering van de informatieverstrekking aan de rechter. Want ieder incident waarbij stukken ten onrechte niet of niet tijdig aan de rechter worden verstrekt, blijft er één te veel. De Belastingdienst gaat daarom met deze aanbevelingen aan de slag. Zo blijft de zorgvuldige procesvoering en daarmee de rechtsbescherming van burgers en bedrijven gewaarborgd.
Hoogachtend,
de staatssecretaris van Financiën –
Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane,
Eugène Heijnen
Kamerstukken II 2024/25, 31 066, nr. 1511↩︎
In totaal gaat het om 296 belastingrechtszaken in 2025, waarvan 158 betrekking hadden op douaneaangelegenheden, lokale heffingen of toeslagen. 138 zaken hadden daadwerkelijk betrekking op de Belastingdienst.↩︎
In drie van de dertien gevallen was sprake van een uitspraak door de rechtbank, in de overige tien gevallen door een uitspraak door het gerechtshof.↩︎
In de twee overige procedures heeft de rechter de vraag of de Belastingdienst art. 8:42 Awb heeft geschonden, in het midden gelaten.↩︎
Kamerstukken II 2024/25, 29 279, nr. 983↩︎