[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Bevindingen en aanbevelingen jurisprudentieonderzoek informatieverstrekking aan de rechter

Bijlage

Nummer: 2026D07089, datum: 2026-02-12, bijgewerkt: 2026-02-12 16:36, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Bijlage bij: Onderzoek Belastingdienst informatieverstrekking aan de rechter (2026D07088)

Preview document (🔗 origineel)


Bijlage 1. Bevindingen jurisprudentieonderzoek

Uit het jurisprudentieonderzoek blijkt dat in 2025 in 60 procedures artikel 8:42 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in geschil was. Afgezet tegen het geheel aan fiscale procedures bij de rechter in 2025 kan dus wel worden gesteld dat het (nog steeds) gaat om incidenten.1 In 13 procedures is sprake is van schending van artikel 8:42 Awb. In de overige 45 procedures is geoordeeld dat geen sprake is van een schending en in twee procedures is de mogelijke schending door de rechtbank of het gerechtshof in het midden gelaten. Gelet op het geringe aantal gerechtelijke procedures kunnen geen conclusies worden getrokken over het handelen van de gehele Belastingdienst als het gaat om het voldoen aan de verplichtingen uit artikel 8:42 Awb. Wel is geprobeerd om uit de nader bekeken jurisprudentie aanbevelingen te doen om het aantal incidenten van 8:42-schendingen terug te dringen en zorgvuldige procesvoering te borgen.

De redenen waarom in 13 procedures is geoordeeld dat sprake is van een schending van artikel 8:42 Awb lopen uiteen en zijn onder te verdelen in de volgende categorieën:

  • gebrekkige informatiehuishouding van de Belastingdienst;

  • de Inspecteur heeft niet of te laat onderkend dat een stuk onder de verplichting van artikel 8:42 Awb valt (verkeerde interpretatie van de wet);

  • er is door de Inspecteur ten onrechte geen beroep gedaan op artikel 8:29 Awb (beroep op geheimhouding).

Gevolgen die de rechter heeft verbonden aan de schending

De schending van artikel 8:42 Awb leidde in zes gevallen tot een veroordeling in de vergoeding van het griffierecht en/of de proceskosten. In evenveel gevallen (zes) verbond de rechter geen gevolgen aan de schending (omdat het niet ingebrachte stuk bijvoorbeeld niet relevant was voor de beslechting van het geschil). In één geval was de schending het gevolg van het – per abuis – insturen van het verkeerde procesdossier. De Inspecteur die de zaak van een collega overnam, kwam hier pas vlak voor de zitting achter, waardoor de fout niet meer zonder gevolgen te herstellen was. De rechtbank zag in deze schending reden om de bestreden belastingaanslag te vernietigen.

In 45 gevallen is geoordeeld dat geen sprake is van een schending van artikel 8:42 Awb. In het merendeel van de gevallen (13) is daartoe geoordeeld omdat geen sprake is van een op de zaak betrekking hebbend stuk, of (13) de belanghebbende onvoldoende aanvoert of concreet maakt welk stuk niet is ingebracht, of (12) verklaart de Inspecteur geloofwaardig dat een bepaald stuk hem niet (meer) ter beschikking staat of heeft gestaan. In de overige twee gevallen was er sprake van een terecht beroep op geheimhouding (artikel 8:29 Awb) en was het standpunt met betrekking tot een schending van artikel 8:42 Awb te laat ingenomen bij de rechter.

Algemene bevindingen en aanbevelingen

De informatiehuishouding en de interpretatie van artikel 8:42 Awb zijn ook door de IBTD in het rapport en in de kabinetsreactie van 8 september 2025 genoemd als ‘grondoorzaken’ van geschillen over informatieverstrekking aan de rechter.

De verbetering van de informatiehuishouding is onderdeel van het programma Informatiehuishouding Op Orde, dat ook is genoemd als verbeteractie in de kabinetsreactie op het eerste rapport van de IBTD van 6 februari 20242.

Hoewel in de rechtspraak handvatten zijn gegeven met betrekking tot de invulling van de open norm “op de zaak betrekking hebbende stukken” blijft de invulling van die norm in een specifieke casus afhankelijk van de concrete omstandigheden. Verschillen in interpretatie tussen de belanghebbende en de inspecteur kunnen daarom altijd voorkomen.

Binnen de verschillende organisatieonderdelen van de Belastingdienst zijn ambtenaren aangesteld die deskundig zijn op het gebied van procesvoering (hierna: procesdeskundigen). Naar aanleiding van het jurisprudentieonderzoek worden de uitvoeringsdirecties geadviseerd om waar nodig, binnen de eigen directie, te spreken over de wijze waarop deskundigen worden ingezet, met name de tijdigheid van de inzet van deze deskundigen in het licht van de artikelen 8:42 en 8:29 Awb.

Specifieke bevindingen met betrekking tot de afdeling schenk- en erfbelasting

Van de 13 gerechtelijke uitspraken die nader zijn bekeken vanwege een schending van artikel 8:42 Awb, bleken er zes te zijn waarin sprake was van het lakken van stukken zonder dat een (expliciet) beroep is gedaan op artikel 8:29 Awb of van het ten onrechte achterwege laten van een bepaald stuk. Van deze zes uitspraken bleken er vier betrekking te hebben op een en hetzelfde feitencomplex, waardoor er drie unieke zaken resteren. Van die drie zaken bleken er twee afkomstig van één specifieke afdeling van de Belastingdienst.

Deze twee zaken zijn nader onderzocht door na te gaan of men zich destijds bewust was van de bedoelde schendingen en in hoeverre de vaktechnische lijn (waaronder eventuele procesdeskundigheid) vooraf betrokken is bij de casus. Uit dit onderzoek komt naar voren dat bij de twee zaken de schendingen niet zijn herkend. De vaktechnische lijn Formeel Recht (FR) bleek hierbij onvoldoende te zijn geraadpleegd. Daarnaast kwam naar voren dat het bij de afdeling niet voor alle verweerders duidelijk is hoe de inzet van procesdeskundigen is geborgd (zie paragraaf 2.4.3 van het Besluit Beroep in Belastingzaken). Binnen de afdeling zijn naar aanleiding van de twee rapporten van de IBTD al verbeteracties doorgevoerd. Aan de hand van de onderzochte jurisprudentie is lastig aan te geven of en in hoeverre deze verbeteracties zijn geland.

Hoewel het slechts om een beperkt aantal zaken gaat (twee), wordt op grond van voorgaande bevindingen geadviseerd om met de afdeling in gesprek te gaan over:

  • de borging van de vaktechnische lijn FR en de inzet van procesdeskundigen binnen de afdeling bij bezwaar en beroep;

  • de aansluiting van het management op de vaktechnische lijn en de wijze waarop daarmee de sturing vanuit het management verloopt;

  • een inventarisatie onder medewerkers naar de behoefte aan extra opleidingsinspanningen met betrekking tot de artikelen 8:42 en 8:29 Awb.


  1. In 2025 zijn er ruim 2400 gepubliceerde belastingzaken waarin een rechter uitspraak heeft gedaan.↩︎

  2. Kamerstukken II, vergaderjaar 2024/25, nr. 31066-1335.↩︎