[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Voorhang Stichting Carifood Fundvoedselzekerheid Caribische delen Koninkrijk

Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2026

Brief regering

Nummer: 2026D07325, datum: 2026-02-13, bijgewerkt: 2026-02-20 10:49, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36800 IV-45 Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2026.

Onderdeel van zaak 2026Z03299:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


36800 IV Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2026

Nr. 45 Brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 februari 2026

Met deze brief maken wij aan uw Kamer het voornemen bekend tot oprichting van

stichting CariFoodFund (verder ook te noemen CFF), die als taak heeft de voedselzekerheid in de Caribische delen van het Koninkrijk te bevorderen.

Deze bekendmaking geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven

voorhangprocedure van 30 dagen, bedoeld in artikel 4.7, eerste lid, onderdeel a,

van de Comptabiliteitswet 2016. Indien ten minste een vijfde van uw Kamer

binnen deze termijn nadere inlichtingen vraagt, wordt de stichting niet eerder

opgericht dan 14 dagen nadat de inlichtingen zijn verstrekt.

Met het voornemen tot oprichting van deze stichting geven wij concreet gevolg

aan een eerder aangekondigde voorstel om de stichting op te richten (Kamerstuk 36600-IV, nr. 64). Het voorstel is om de voedselzekerheid op de zes Caribische eilanden in het Koninkrijk te vergroten door in te zetten op twee pijlers.

  1. De eerste pijler richt zich op het stimuleren van ondernemerschap, door middel van het oprichten van stichting CFF. Deze stichting zal een revolverend fonds opzetten waarin door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (hierna: BZK) 18 mln. euro aan kapitaal wordt gestort in de stichting. Hiermee worden private initiatieven die bijdragen het versterken van het voedselsysteem, zoals voedselproductie, op de eilanden gestimuleerd.

  2. De tweede pijler bestaat uit directe subsidies en bijdragen aan lokale overheden, gericht op het ondersteunen van (beleids)initiatieven op het gebied van voedselzekerheid. Voor deze pijler is 6 mln. euro gereserveerd vanuit het ministerie van BZK. Uitgangspunt hierbij is dat de middelen effectief worden ingezet ten gunste van de initiatieven voor het versterken van het voedselsysteem, waaronder lokale voedselproductie.

De oprichting van de stichting ziet enkel op de eerste pijler. Deze brief zal om die reden ingaan op de oprichting van stichting CariFoodFund.

Doelstelling stichting CariFoodFund

Voedselzekerheid is op alle zes de Caribische eilanden in het Koninkrijk een belangrijk thema. De eilanden zijn in grote mate afhankelijk van voedselimport. Met name sinds de COVID-pandemie en de geopolitieke ontwikkelingen is het besef gegroeid dat deze afhankelijkheid, zeker voor verse producten als groente, fruit, zuivel, vis en vlees, kwetsbaar maakt. Import is niet alleen kostbaarder, maar blijkt in tijden van wereldwijde crisis ook risicovol. Bovendien is geïmporteerd voedsel lang niet altijd vers en gezond.

Om de weerbaarheid van de eilanden te vergroten is het dan ook essentieel om de voedselzekerheid te versterken.

Onder voedselzekerheid verstaat het Kabinet de situatie waarin mensen te allen tijde fysieke, sociale en economische toegang hebben tot voldoende, veilig en gezond voedsel.

Dit betreft de definitie zoals vastgesteld door de Food and Agricultural Organization (FAO) waarin vier dimensies centraal staan: 1) beschikbaarheid, 2) toegang, 3) gebruik en 4) stabiliteit. Dit betekent dat alle projecten die worden gefinancierd aantoonbaar moeten bijdragen aan één of meerdere van deze vier dimensies. Denk bijvoorbeeld aan projecten die de lokale voedselproductie versterken en aan projecten die de keten ondersteunen via verbeterde transport-, opslag-, verwerkings- en distributie-infrastructuur.

De stichting zal financiële diensten, waaronder diverse leningproducten, aan ondernemers op de zes Caribische eilanden in het Koninkrijk aanbieden; op die manier wordt de toegang tot financiering voor ondernemers in de voedselsector vergroot. Door samen te werken met private financiers, zoals banken en pensioenfondsen, wordt het beschikbare budget vergroot en wordt tegelijkertijd gezorgd voor een innovatieve en langdurige inzet van de middelen. Dit is belangrijk omdat financiering van start- en groei-initiatieven een groot knelpunt is op de eilanden. Dit komt doordat toegang tot kapitaal op de eilanden lastig is voor ondernemers.

Daarnaast zal de stichting een Academie opzetten. Deze Academie heeft als doel om kennisontwikkeling, kennisdeling en business-development voor zowel ondernemers als overheden op de eilanden te stimuleren.

Gevolgde procedure oprichten stichting

Overeenkomst de Compatibiliteitswet (CW) 2016 ben ik in overleg getreden met de Toetsingscommissie Verzelfstandiging (MinFIN) en de Algemene Rekenkamer.

Toetsingscommissie Verzelfstandiging

In september 2025 is het voornemen voor de oprichting van stichting CariFoodFund conform het stichtingenkader getoetst door de Toetsingscommissie Verzelfstandigingen, wat heeft geresulteerd in een positief advies. De toetsingscommissie geeft in haar advies nog twee aanbevelingen mee:

  1. Het eerste aandachtspunt betreft de toepassing van Norm 3 uit het stichtingenkader op de benoeming van toekomstige bestuurders en raad van toezicht leden van de stichting. Gesteld wordt dat deze norm ook geldt voor partijen die extern zijn ingehuurd door een ministerie om te adviseren over de noodzaak en de inrichting van de op te richten stichting.

Ik neem dit aandachtspunt met zorg mee, en ik zal,-overeenkomstig het gestelde in de statuten in artikel 8.2-, bij oprichting van de stichting de leden van het bestuur en de raad van toezicht benoemen, rekening houdend met Norm 3 van het stichtingenkader.

  1. Het tweede aandachtspunt betreft het verzoek om ook in de statuten te specificeren dat de Wet Normering Topinkomens van toepassing is op het maximeren van de bezoldiging van bestuurs- en toezichtfuncties.

Dit punt is verwerkt in de concept statuten van de stichting in artikel 4.4 en artikel 9.17, waarbij de toepassing van de Wet Normering Topinkomens is geëxpliciteerd.

Algemene Rekenkamer

Daarnaast is formeel overleg gevoerd met de Algemene Rekenkamer (hierna: ARK) over de voorgenomen oprichting. In haar reactie van 13 januari 2026 geeft de ARK vier inhoudelijke aandachtspunten mee. U treft ook deze brief als bijlage aan. Hieronder ga ik in op de belangrijkste aandachtspunten.

De ARK geeft ten eerste als aandachtspunt mee om de betrokkenheid van de staatssecretaris bij de stichting te verhelderen.

Dit aandachtspunt neem ik mee in de uitvoering. De stichting zal bij oprichting een startsubsidie krijgen van 18 mln. euro. Deze eenmalige subsidie wordt gebruikt als eigen vermogen van de stichting en zal worden vastgelegd in een subsidieovereenkomst met subsidievoorwaarden. Naast de subsidievoorwaarden (die bij de subsidieverlening aan de stichting contractueel worden afgesproken) heeft de staatssecretaris diverse statutaire bevoegdheden. Dit zijn bijvoorbeeld de benoeming van de leden van de raad van toezicht, de schriftelijke goedkeuring voor de benoemingen van leden van de raad van toezicht en het goedkeuren van de jaarplannen en begroting van de stichting.

Ook zullen er afspraken gemaakt worden over de operationele samenwerking tussen de stichting en het ministerie van BZK, als onderdeel van de subsidievoorwaarden, in de vorm van een convenant. Daarmee kan tussentijds door de ambtenaren worden bijgestuurd indien nodig en zal worden gemonitord of de stichting zich aan de afspraken en jaarplannen houdt.

(Hierbij in acht genomen dat in de huidige situatie de staatssecretaris van BZK belast is met de portefeuille Koninkrijksrelaties en optreedt namens de Minister van BZK).

Daarnaast geeft de ARK mee dat het op te stellen convenant een middel kan zijn om samenwerking tussen stichting en de staatssecretaris verder vorm te geven, echter het mag het geen vervanger zijn om toezicht op naleving subsidievoorwaarden te houden.

Hierover meld ik dat dit inderdaad het geval is, de verstrekking van de subsidie van 18 mln. euro wordt vastgelegd in een subsidieovereenkomst met duidelijke voorwaarden. Hierin worden bepalingen opgenomen met betrekking tot het doel van de subsidieverstrekking en de periodieke informatievoorziening. Ook wordt verwezen naar de statutaire bevoegdheden van de staatssecretaris met betrekking tot de jaarrekening en de jaarplannen/begrotingen van de stichting.

Als derde punt geeft de ARK aan dat het belangrijk is dat de staatssecretaris met de stichting nadere afspraken maakt over de informatievoorziening over de prestaties van het fonds in het jaarverslag van de stichting.

Dit punt is opgenomen in het voorstel en zal als zodanig worden vastgelegd in de subsidievoorwaarden.

Ten slotte hecht de ARK eraan dat er een heldere exit strategie geformuleerd wordt. Uit het voorstel blijkt volgens de ARK niet of het revolverend fonds van de stichting voor onbepaalde tijd blijft functioneren, of dat het fonds op termijn wordt beëindigd.

Dit aandachtspunt acht ik van belang. Ik zal in overleg met het bestuur en de raad van toezicht van de stichting van tijd tot tijd onderzoeken of de stichting nog aan de haar gestelde doelen voldoet of kan voldoen. Dit zou kunnen leiden tot een advies om de stichting op te heffen, binnen de kaders van aflossingen en beëindiging van de lopende verplichtingen van de stichting. Het bestuur en de Raad van Toezicht zullen meewerken aan een eventueel besluit tot ontbinding van de stichting.

Daarnaast zal ik, conform advies van het ministerie van Financiën en de Algemene Rekenkamer, een exit strategie formuleren, die rekening houdt met betreffende moties van de Kamer en het karakter van de op te richten stichting en haar potentiële stakeholders (externe financiers). Ik zal hierbij ook de uit te werken exit strategie van de revolverende fondsen van het ministerie van Buitenlandse Zaken betrekken.

Met de oprichting van stichting CariFoodFund is het streven om nog dit jaar te starten met het ondersteunen van ondernemers in de agrarische sector, met als doel de voedselzekerheid in de Caribische delen van het Koninkrijk te versterken.

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

E. van Marum

Ter griffie van de Tweede Kamer der
Staten-Generaal ontvangen op 13 februari 2026.

De wens om over de voorgenomen voordracht voor de vast te stellen ministeriële regeling nadere inlichtingen te ontvangen kan door ten minste dertig leden van de Kamer te kennen worden gegeven uiterlijk op 25 maart 2026.

De voordracht voor de vast te stellen ministeriële regeling kan niet eerder worden gedaan dan op 26 maart 2026 dan wel binnen veertien dagen na het verstrekken van de in de vorige volzin bedoelde inlichtingen.