[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Reactie op een burgerbrief over de publieke omroepen en journalistiek

Brief regering

Nummer: 2026D07374, datum: 2026-02-13, bijgewerkt: 2026-02-20 12:11, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 32827 -379 Toekomst mediabeleid.

Onderdeel van zaak 2026Z03312:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Postbus 20018

2500 EA DEN HAAG

Datum 13 februari 2023
Betreft Reactie op verzoek tot reactie op burgerbrief over publieke omroepen en journalistiek

Media en Creatieve Industrie

Rijnstraat 50

Den Haag

Postbus 16375

2500 BJ Den Haag

www.rijksoverheid.nl

Contactpersoon

Onze referentie

61733403

Uw brief

28 november 2025

Uw referentie

2025D48932

Hierbij stuur ik u de reactie op het verzoek van de commissie naar aanleiding van de vergadering van 27 november 2025 inzake een burgerbrief over de publieke omroepen en journalistiek.

Inhoud van de brief

In de procedurevergadering van 27 november 2025 heeft de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een burgerbrief ontvangen met een betoog over onafhankelijkheid de publieke omroepen en waarde van journalistiek voor de democratische rechtstaat. De schrijvers betogen dat journalisten niet onafhankelijk zijn en geen rol behoren te spelen binnen de democratische rechtstaat en dat de samenleving zowel de publieke als commerciële omroepen zou kunnen missen.

Reactie

Ik wil de schrijvers bedanken voor hun brief waaruit een grote maatschappelijke betrokkenheid blijkt. Tegelijkertijd ben ik het niet eens met de conclusies van hun betoog. De democratische rechtsstaat heeft baat bij een sterk en pluriform medialandschap. Journalistiek en media zijn nauw verbonden met de democratische rechtsstaat en spelen hierin een rol van onschatbare waarde.

Journalisten controleren de macht, geven informatie aan de bevolking en geven mensen een podium. In, onder meer, de Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens zijn de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid verankerd. Onder deze vrijheden valt in ieder geval bescherming tegen ongeoorloofde overheidsinmenging. Het is belangrijk dat media zich vrij weten van onder meer politieke beïnvloeding. De Mediawet 2008 bevat aanvullende, specifieke waarborgen voor de redactionele onafhankelijkheid van de publieke omroep. Deze normen vormen essentiële onderdelen van het constitutionele en wettelijk kader waarbinnen onafhankelijke journalistiek functioneert. Het is een groot goed dat we in Nederland persvrijheid hebben. Alleen als de publieke omroep onafhankelijk kan opereren, kan zij haar taak binnen de democratische rechtsstaat vervullen.

De journalistiek is daarbij gehouden aan de journalistieke principes, denk aan het controleren van feiten en het plegen van hoor- en wederhoor. Hiermee worden regels gesteld aan de journalistieke praktijk. Het past de overheid hier niet te interveniëren, dat zou botsen met de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting. Daarom moet de overheid terughoudend zijn. Zij vertrouwt op de regulering die voor de journalistieke sector is ingericht.

Dit alles wil overigens uiteraard niet zeggen dat omroepen zich in het huidige bestel niet hoeven te verantwoorden over hun redactionele keuzes, of dat daar geen debat over zou mogen ontstaan. Ook dat hoort bij de journalistieke praktijk. Bij opmerkingen of klachten over de journalistieke handelwijze kan iedereen contact opnemen met de desbetreffende omroep of redactie. Wanneer iemand niet tevreden is met de reactie van de omroep of redactie is er de mogelijkheid om een melding te maken bij de Ombudsman voor de publieke omroepen. De Ombudsman kan naar aanleiding van klachten nader onderzoek doen naar het journalistiek handelen van de omroep of redactie. Ook de Raad voor de Journalistiek kan om een oordeel gevraagd worden.

Het klopt inderdaad dat de Grondwet geen voorafgaand toezicht op media-uitingen toestaat. Achteraf kan dat wel, bijvoorbeeld door een conclusie van de Raad voor de Journalistiek of een gerechtelijke uitspraak. Daarbij moet wel in acht genomen worden dat een uitspraak achteraf niet zijn schaduw vooruitwerpt: de journalistiek moet vrij blijven om publicaties te maken over onderwerpen, ook in de toekomst. Journalistieke publicaties kunnen zeer goed onderdeel worden van het publieke debat, maar daarbij moet zeer voorzichtig worden omgesprongen met “verdachtmakingen” aan het adres van de afzender. Dat kan de onafhankelijkheid aantasten of beperken.

Als minister van OCW ben ik verantwoordelijk voor het mediabeleid en stelselverantwoordelijk voor de publieke omroep en de journalistiek. Ik zie het als mijn verantwoordelijkheid om te staan voor een betrouwbare en onafhankelijke publieke en commerciële nieuwsvoorziening. Die is van grote waarde voor onze samenleving en democratie.

Tot slot wil ik u er voor de volledigheid op wijzen dat de schrijvers van de burgerbrief aangegeven hebben dat alleen tot publicatie van hun brief overgegaan mag worden met uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de schrijvers. Ik treed ook in contact met de schrijvers van de brief.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gouke Moes