Antwoord op vragen van de leden Lahlah en Abdi over voedselpakketten voor Amsterdamse studenten vanwege toenemende armoede
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D07378, datum: 2026-02-13, bijgewerkt: 2026-02-17 14:58, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (ah-tk-20252026-1112).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Onderdeel van zaak 2026Z00790:
- Gericht aan: J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Gericht aan: G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Indiener: A. Lahlah, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: F. Abdi, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 | Aanhangsel van de Handelingen |
| Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden |
1112
Vragen van de leden Lahlah en Abdi (beiden GroenLinks-PvdA) aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over voedselpakketten voor Amsterdamse studenten vanwege toenemende armoede (ingezonden 19 januari 2026).
Antwoord van Minister Moes (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 13 februari 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Voedselpakketten voor Amsterdamse studenten vanwege toenemende armoede: «Ik sla weleens een maaltijd over»»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Waren deze signalen bij u bekend?
Antwoord 2
Deze signalen waren bij mij niet bekend. Wel blijkt uit eerdere onderzoeken dat sommige studenten moeite hebben met rondkomen. Uit het Nibud Studentenonderzoek 2024 blijkt bijvoorbeeld dat ruim 20% van de mbo-studenten en 12% van de hbo-/wo-studenten betalingsachterstanden heeft. Ook gaf 9% van de hbo- en wo- studenten, 12% van de mbo bol-studenten en 10% van de mbo bbl-studenten aan veel moeite te hebben met rondkomen.
Vraag 3
Deelt u de mening dat het zeer zorgelijk is dat steeds meer studenten de noodzaak voelen te kiezen tussen het betalen van collegegeld, zorgpremie, huur of de boodschappen?
Antwoord 3
Ja, we vinden het zorgelijk als studenten niet kunnen voorzien in de basale kosten voor studie en levensonderhoud. Alhoewel uit het Nibud Studentenonderzoek van 2024 naar voren komt dat studenten over het algemeen gemakkelijk rond kunnen komen en dat is verbeterd ten opzichte van eerdere jaren, blijkt ook uit andere onderzoeken dat er studenten zijn voor wie dat niet geldt.
Vraag 4
Wat is uw reactie op het onderzoek van State of Youth NL waaruit blijkt dat niet alleen studenten, maar ruim 80 procent van de 12- tot 29-jarigen in het algemeen stress ervaart als gevolg van geldproblemen en bijna twee derde moeite heeft om rond te komen?
Antwoord 4
Dat er zo veel jongeren zijn die stress ervaren door geldproblemen is reden tot zorg. Het is belangrijk dat jongeren leren met geld om te gaan en te voorzien in hun onderhoud. Uit het onderzoek van State of Youth (wat breder is dan studenten) komt ook naar voren dat jongeren soms meer geld uitgeven dan ze van plan waren, omdat ze het moeilijk vinden om de druk te weerstaan om onnodige dingen te kopen en sociale activiteiten te ondernemen. Ook weten jongeren vaak niet waar ze hulp kunnen vinden bij geldzorgen.
Voor studenten geldt dat het voorzien in de kosten van studie en levensonderhoud een gedeelde verantwoordelijkheid is van de student zelf, de ouders en de overheid. Studenten kunnen een bijbaan nemen, sparen of lenen en van ouders wordt ook een financiële bijdrage verwacht. Voor studenten van ouders met een minder toereikend inkomen is een aanvullende beurs beschikbaar. De overheid draagt bij met de basisbeurs en het studentenreisproduct.
Om jongeren financieel weerbaarder te maken, zet de overheid onder andere in op financiële educatie, mediacampagnes en laagdrempelige ondersteuning bij geldzorgen, in en buiten onderwijsinstellingen. In de Voortgangsrapportage over het Nationaal Programma Armoede en Schulden, die binnenkort aan uw Kamer wordt aangeboden, staat hierover meer. Ook is het hebben en behouden van werk belangrijk. Het kabinet heeft besloten om vanaf 2027 het minimumjeugdloon voor jongeren van 16 tot en met 20 jaar te verhogen.
Om jongeren die dat nodig hebben te begeleiden van school naar werk en bij het behoud van werk, is de wet- en regelgeving van school naar duurzaam werk per 1 januari 2026 in werking getreden. En gemeenten kunnen maatwerk toepassen bij de re-integratie en inkomensondersteuning voor jongeren die in een kwetsbare positie zitten2.
Vraag 5
Heeft u inzicht in hoeveel studenten genoodzaakt zijn zich te wenden tot reguliere voedselbanken omdat ze te weinig geld overhouden voor de boodschappen?
Antwoord 5
Nee, dit wordt niet geregistreerd.
Vraag 6
Hoe ziet u dit nieuws in het licht van onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam (HvA), waaruit blijkt dat geldzorgen negatieve invloed op de studieresultaten en het privéleven van studenten hebben?3
Antwoord 6
Welzijn wordt, zowel positief als negatief, beïnvloed door veel verschillende factoren. Financiële stress kan inderdaad een negatieve invloed hebben op het welzijn van studenten blijkt uit onderzoek4. Dit is zorgelijk. Het is daarom belangrijk dat studenten leren op een verantwoordelijke wijze met geld om te gaan en dat studenten die geldzorgen hebben zo vroeg mogelijk hulp krijgen, bij hun onderwijsinstelling of daarbuiten (zie vraag 4 en 8).
Vraag 7
Deelt u de zorgen over de onderzoeksresultaten van de HvA waaruit blijkt dat 22 procent van de studenten niet alleen geldzorgen heeft, maar ook nog eens achterstallige rekeningen waarvoor weer driekwart van de studenten geen betalingsregeling heeft getroffen? Heeft u in beeld hoe groot deze problemen onder studenten van andere instellingen zijn?
Antwoord 7
Het is zorgelijk dat zoveel studenten een betalingsachterstand hebben. We hebben geen cijfers per onderwijsinstelling, maar uit het Nibud Studentenonderzoek uit 2024 komt een vergelijkbaar beeld naar voren wat betreft het deel van de studenten dat een betalingsachterstand heeft. Het is daarom belangrijk dat studenten die geldzorgen hebben zo vroeg mogelijk hulp krijgen bij geldzorgen, zodat betalingsachterstanden worden voorkomen.
Vraag 8
Deelt u de mening dat het kosteloos aanbieden van budgetcoaches voor financiële hulp en begeleiding geen extra kostenpost voor onderwijsinstellingen zou moeten zijn, zoals nu bij de HvA het geval is, maar voor alle studenten van alle instellingen toegankelijk moet zijn, zeker omdat dit het risico op financiële problemen later in het leven vermindert en voorkomt dat problemen verergeren?
Antwoord 8
Onderwijsinstellingen zijn niet verantwoordelijk voor het aanbieden van financiële hulp. Verantwoord met geld omgaan is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de student zelf. Instellingen kunnen wel problemen signaleren bij studenten en hen op de juiste manier verwijzen of laagdrempelige hulp bieden. Er zijn diverse gratis hulproutes beschikbaar, bij de gemeente, vrijwilligers, Geldfit (website, bellijn, whatsapp, chat, mail) en andere organisaties.
Daarnaast zijn er ook voorbeelden van onderwijsinstellingen die (bijvoorbeeld vanuit de subsidieregeling «Financiële educatie voor onderwijsinstellingen») de samenwerking hebben gezocht met hun lokale gemeente en op die manier budgetcoaches op school inzetten om financiële begeleiding aan studenten met geldzorgen te bieden.
Vraag 9
Zijn er acties ondernomen naar aanleiding van de resultaten van Europees onderzoek dat in januari 2022 met de Kamer is gedeeld waaruit blijkt dat studenten eerder op zichzelf gaan wonen als hun ouders een krappe portemonnee hebben, en studenten op kamers weer vaker financiële zorgen dan thuiswoners hebben?5 6
Antwoord 9
Er zijn de afgelopen jaren verschillende maatregelen genomen die de financiële situatie van uitwonende studenten hebben verbeterd. In studiejaar 2023–2024 is de basisbeurs opnieuw ingevoerd voor hbo- en wo-studenten, waarmee zowel
thuiswonende als uitwonende hbo- en wo-studenten een hogere bijdrage van de overheid ontvangen. Daarnaast is vanaf 1 januari 2026 de leeftijdsgrens voor de huurtoeslag verlaagd van 23 naar 21 jaar. Hierdoor komt een groter deel van de uitwonende studenten in aanmerking voor huurtoeslag. Deze maatregelen hebben de financiële situatie van uitwonende studenten flink verbeterd.
Vraag 10
Deelt u de mening dat de financiële situatie van ouders geen invloed zou mogen hebben op de studieperiode van hun kinderen?
Antwoord 10
Studeren moet voor iedereen toegankelijk zijn, ongeacht de financiële situatie van de ouders. Als het inkomen van de ouders niet toereikend is om een financiële bijdrage te leveren, dan hebben studenten recht op een aanvullende beurs, naast de basisbeurs. Minderjarige mbo bol-studenten kunnen een tegemoetkoming krijgen uit het mbo-studentenfonds, als ze onvoldoende middelen hebben om lesmiddelen aan te schaffen.
Vraag 11
Is een basisbeurs van 130,21 euro per maand voor thuiswonenden en 324,52 euro per maand voor uitwonenden wat u betreft voldoende om de kosten te dekken, zeker met de stijgende kosten voor huur- en levensonderhoud? Deelt u de mening dat een bijbaan dit verschil niet zomaar kan overbruggen?
Antwoord 11
In het antwoord op vraag 4 gaf ik al aan dat de kosten van studie en levensonderhoud van studenten worden gedragen door de student, ouders en de overheid. Uit het Nibud Studentenonderzoek van 2024 bleek verder dat ongeveer 90% van de studenten aangeeft financieel (goed) rond te kunnen komen. Daarom heeft de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in 2024 in de Kamerbrief over de financiële positie van studenten7 – op basis van de voorbeeldbegrotingen8 van het Nibud voor uitwonende studenten – geconcludeerd dat deze studenten in principe over voldoende middelen beschikken om in de minimale kosten van studeren en levensonderhoud te voorzien. Daarbij is wel uitgegaan van de gemiddelde kamerhuur, dat studenten een bijbaan hebben en een bijdrage van de ouders of aanvullende beurs ontvangen. Voor studenten die niet werken of een veel hogere huur betalen kan het lastiger zijn om in die kosten te voorzien.
In 2026 zal het Nibud opnieuw een Studentenonderzoek uitvoeren en de voorbeeldbegrotingen aanpassen naar de huidige situatie. Dit onderzoek wordt tweejaarlijks uitgevoerd. We blijven daarmee de financiële situatie van studenten monitoren.
Vraag 12
Welke stappen onderneemt u of gaat u ondernemen om de geldstress onder jongeren en studenten naar beneden te brengen?
Antwoord 12
Zie het antwoord op vraag 4. De aanpak van geldzorgen van jongeren is onderdeel van het Nationaal Programma Armoede en Schulden. In de voortgangsrapportage over dat programma, die binnenkort aan uw Kamer wordt aangeboden, wordt uw Kamer op de hoogte gehouden van nieuwe ontwikkelingen.
Parool, 13 januari 2026, «Voedselpakketten voor Amsterdamse studenten vanwege toenemende armoede: «Ik sla weleens een maaltijd over»», https://www.parool.nl/amsterdam/voedselpakketten-voor-amsterdamse-studenten-vanwege-toenemende-armoede-ik-sla-weleens-een-maaltijd-over~bfc9e214/↩︎
Maatwerk Participatiewet voor de ondersteuning van jongeren in een kwetsbare positie | Divosa↩︎
Parool, 1 april 2024, «Geldzorgen hebben negatieve invloed op privéleven en studieresultaten, HvA zet budgetcoaches in», www.parool.nl/amsterdam/geldzorgen-hebben-negatieve-invloed-op-priveleven-en-studieresultaten-hva-zet-budgetcoaches-in~b6cbb684/↩︎
Trimbos, 2023, Harde, Better, Faster, Stronger?↩︎
Delta, 18 januari 2022, «Student van arme ouders gaat sneller op kamers», delta.tudelft.nl/article/student-van-arme-ouders-gaat-sneller-op-kamers↩︎
Kamerstuk 31 288, nr. 938↩︎
Kamerstuk 31 288, nr. 1161, p. 4.↩︎
https://www.nibud.nl/download/20742/?tmstv=1769074371↩︎