Vertraging ontwikkeling generieke Woo-voorziening
Toepassing van de Wet open overheid
Brief regering
Nummer: 2026D07513, datum: 2026-02-16, bijgewerkt: 2026-02-20 14:17, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: F. Rijkaart, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Onderdeel van kamerstukdossier 32802 -138 Toepassing van de Wet open overheid.
Onderdeel van zaak 2026Z03356:
- Indiener: F. Rijkaart, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- 2026-03-05 11:30: Procedurevergadering Binnenlandse Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
Preview document (🔗 origineel)
Een open overheid die actief inzicht biedt in overheidsbesluiten, beleid en uitvoering verbetert de transparantie van de overheid en is daarmee een belangrijk onderdeel van de democratische rechtsstaat. De Wet open overheid (Woo) verplicht bestuursorganen daarom om steeds meer informatie actief openbaar te maken. In de Woo zijn hiervoor 17 informatiecategorieën opgenomen die bestuursorganen verplicht actief openbaar moeten maken. Deze verplichting treedt gefaseerd - in zogeheten tranches - in werking. Op grond van artikel 3.3b van de Woo dienen deze documenten openbaar gemaakt te worden door middel van een centrale digitale infrastructuur: de generieke Woo-voorziening (GWV).1
Op 1 november 2024 is de verplichting om de eerste vijf informatiecategorieën (tranche 1) openbaar te maken in werking getreden. De volgende twaalf informatiecategorieën (tranches 2 t/m 4) betreffen de meer complexe en omvangrijke categorieën. Voor de actieve openbaarmaking van deze categorieën moet de generieke Woo-voorziening verder worden doorontwikkeld. In de tweede helft van vorig jaar is samen met de koepels van de medeoverheden (VNG, IPO en UvW), de ministeries en Logius/KOOP (ontwikkelaar van de generieke Woo-voorziening) een intensief proces doorlopen om te komen tot een planning voor de realisatie van de GWV en de inwerkingstredingsdata voor de verplichte actieve openbaarmaking. Daarbij werd gekoerst op inwerkingtreding van tranche 2 in Q1 2027.
Afgelopen december heeft Logius/KOOP geconstateerd dat er vertraging is ontstaan in de oplevering van de benodigde functionaliteiten van de GWV voor tranche 2. Deze vertraging wordt onder meer veroorzaakt door de complexiteit van de bouwopgave en de architectuur, de afhankelijkheden tussen verschillende functionaliteiten, de hoeveelheid betrokken partijen, de beschikbare capaciteit en knelpunten rondom het continueren van een attenderingsfunctie. Op basis van eerste inschattingen is de verwachting dat de vertraging minimaal negen maanden bedraagt. Op dit moment wordt de precieze omvang van de vertraging van de realisatie van de generieke Woo-voorziening in kaart gebracht en kijk ik naar mogelijkheden om de vertraging te beperken. Daarnaast ben ik met Logius/KOOP in gesprek over aanvullende maatregelen om de kans op dergelijke vertragingen in de toekomst te beperken. In dit kader zal in ieder geval een onafhankelijk onderzoek uitgevoerd worden. Ik bezie nog wat hiervoor een passende vorm is. Naar verwachting kan uw Kamer in Q2 2026 meer duidelijkheid gegeven worden over de nieuwe planning en de genomen maatregelen.
Deze vertraging is een forse teleurstelling. Desondanks heeft dit op geen enkele manier invloed op mijn ambities ten aanzien van actieve openbaarmaking. Het openbaar maken van overheidsinformatie voor de samenleving blijft onverminderd van groot belang. Alleen al in 2025 zijn er ruim 105.000 documenten actief openbaar gemaakt op open.overheid.nl. Dit aantal zal de komende jaren alleen maar verder toenemen. Deze ambities komen ook tot uitdrukking in de meerjarenplannen voor informatiehuishouding en openbaarheid 2026-2030 die afgelopen december aan uw Kamer zijn aangeboden.2
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Frank Rijkaart
De in artikel 3.3b van de Woo vastgelegde ‘door de minister van BZK in stand gehouden digitale infrastructuur’↩︎
Kamerstukken II 2025/26, 29362, nr. 393↩︎