Antwoord op vragen van de leden Van Lanschot en Inge van Dijk aan over de nieuwe fiscale regeling om medewerkersparticipatie voor startups en scale-ups te stimuleren
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D07551, datum: 2026-02-17, bijgewerkt: 2026-02-18 11:22, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (ah-tk-20252026-1123).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E.H.J. Heijnen, staatssecretaris van Financiën ()
- Mede namens: V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken
- Aanbiedingsbrief
- Beslisnota bij Kamerbrief Antwoord op vragen van de leden Van Lanschot en Inge van Dijk aan over de nieuwe fiscale regeling om medewerkersparticipatie voor startups en scale-ups te stimuleren
Onderdeel van zaak 2025Z22657:
- Gericht aan: V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken
- Gericht aan: E.H.J. Heijnen, staatssecretaris van Financiën
- Indiener: M.R.H. van Lanschot, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: I. (Inge) van Dijk, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 | Aanhangsel van de Handelingen |
| Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden |
1123
Vragen van de leden Van Lanschot en Inge van Dijk (beiden CDA) aan de Minister van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Financiën over de nieuwe fiscale regeling om medewerkersparticipatie voor startups en scale-ups te stimuleren (ingezonden 22 december 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Heijnen (Financiën), mede namens de Minister van Economische Zaken (ontvangen 17 februari 2026)
Vraag 1
Klopt het dat in de beoogde regeling bij een IPO met lock-up voorwaarden er pas na afloop van de lock-up periode fiscaal afgerekend hoeft te worden (Kamerstuk 32 140, nr. 285)?
Antwoord 1
Ja, het is beoogd dat in de nieuwe fiscale regeling bij een beursgang rekening wordt gehouden met bepalingen die ervoor zorgen dat de aandelen tijdelijk nog niet verhandelbaar zijn, zoals een lock-up. Hierbij wordt ook beoogd een maximale periode te hanteren om onbedoeld gebruik en misbruik uit te sluiten.
Vraag 2
Hoe geldt dit voor een reguliere bedrijfsverkoop die non-cash is (bijvoorbeeld een aandelenruil) of op een earn-out regeling gebaseerd is?
Antwoord 2
Het kabinet wil een aantrekkelijke en internationaal concurrerende regeling introduceren, een wens die ook door uw Kamer is geuit. Daarnaast is het belangrijk dat de Belastingdienst de fiscale regeling effectief kan handhaven. De exacte vormgeving van de fiscale regeling is op dit moment nog niet volledig uitgewerkt. Bij de vormgeving van de fiscale regeling wordt met dit soort situaties zo veel als mogelijk rekening gehouden. Daarbij heeft het kabinet oog voor de voorkoming van liquiditeitsknelpunten.
Vraag 3
Hoe voorkomt het kabinet dat de aanbiedingsplicht van een individuele werknemer een blokkade wordt bij een beoogde overname van alle aandelen in de start / scale-up door een derde partij?
Antwoord 3
Het kabinet wil dit mogelijke knelpunt juist ondervangen. Door de aanbiedingsplicht is de (ex)-werkgever in staat om de aandelen terug te kopen. Dit helpt ook in het geval van een eventuele overname. Daarnaast zijn in optieplannen vaak drag-along bepalingen opgenomen waardoor minderheidsaandeelhouders worden gedwongen om mee te verkopen bij een overname.
Vraag 4
Bij verlopen van de status wordt teruggevallen op de bestaande regeling, waarin belastingheffing uiterlijk plaatsvindt bij verhandelbaarheid van aandelen, valt een beperkte interne verkoop-ronde ook onder de definitie van deze regeling?
Antwoord 4
In de praktijk zal het moment van de verhandelbaarheid en de verkoop van de aandelen vaak dicht bij elkaar liggen. Aansluiten bij het moment van verhandelbaarheid zal dus niet vaak leiden tot een knelpunt. Bij het heffingsmoment wordt tijdsevenredig rekening gehouden met de belastingkorting. Het begrip verhandelbaarheid is uitgewerkt in artikel 10a van de Wet op de loonbelasting 1964, zoals gewijzigd per 2023, met het doel om voor startups en scale-ups zoveel mogelijk liquiditeitsknelpunten weg te nemen.
Hieruit volgt dat wordt verstaan onder het verhandelbaar worden van de bij uitoefening verkregen aandelen: het eerste moment waarop de betreffende werknemer de mogelijkheid heeft deze aandelen te vervreemden. Dat is niet alleen het geval wanneer de aandelen aan een willekeurige derde verkocht kunnen worden, maar ook wanneer de aandelen slechts aan een selecte groep verkocht kunnen worden zoals aan andere personen die binnen de onderneming werkzaam zijn.1
Vraag 5
Hoe mitigeert het kabinet het liquiditeitsrisico voor medewerkers bij het verlopen van de status (met bijvoorbeeld een betalingsregeling)?
Antwoord 5
Indien de startup status vervalt, betalen medewerkers belasting op het moment dat zij ook daadwerkelijk in staat zijn om hun belasting te betalen (moment van verhandelbaarheid). In de meeste gevallen zal dit moment samenvallen met het moment waarop liquide middelen beschikbaar zijn om de verschuldigde belasting te betalen. Een specifieke betalingsregeling voor dergelijke gevallen acht het kabinet daarmee niet noodzakelijk.
Kamerstukken II 2021/22, 35 929, nr. 3, pag. 9↩︎