Evaluatie experiment met een nieuw stembiljet tijdens de Tweede Kamerverkiezing op 29 oktober 2025
Brief regering
Nummer: 2026D07559, datum: 2026-02-17, bijgewerkt: 2026-02-17 10:54, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: F. Rijkaart, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Verslag evaluatie tweede experiment nieuw stembiljet
- Vragenlijst Referentiegemeenten
- Vragenlijst Experimenteergemeenten
- Onderzoeksrapport Mare varianten informatieblok stembiljet
- Verslag gesprekken met gemeenten
- Markteffect Onderzoeksrapport Oordeel stembureauleden
- Markteffect Onderzoeksrapport Oordeel kiezers nieuwe stembiljet
- Kiezersreis met communicatiemiddelen
- Beslisnota bij Kamerbrief Evaluatie experiment met een nieuw stembiljet tijdens de Tweede Kamerverkiezing op 29 oktober 2025
Onderdeel van zaak 2026Z03371:
- Indiener: F. Rijkaart, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- 2026-03-05 11:30: Procedurevergadering Binnenlandse Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
Preview document (🔗 origineel)
Tijdens de Tweede Kamerverkiezing op 29 oktober 2025 (TK25) is in vijf gemeenten voor de tweede keer een experiment met een nieuw stembiljet gehouden. In de gemeenten Alphen aan den Rijn, Boekel, Borne, Midden-Delfland en Tynaarlo is, in navolging op het experiment tijdens de Europees Parlementsverkiezing op 6 juni 20241 (EP24), opnieuw met het nieuwe stembiljet gestemd. Ik heb veel waardering voor de inzet van deze gemeenten om het experiment soepel te laten verlopen.
Naar aanleiding van het eerste experiment zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd. Deze zijn omschreven in de opzet van het experiment tijdens de TK252. De wijzigingen zijn erop gericht het stemproces nog verder te verduidelijken en het percentage ongeldige stemmen naar beneden te brengen. Het experiment vindt zijn grondslag in de Tijdelijke experimentenwet nieuwe stembiljetten. Een uitgebreide evaluatie van het experiment, uitgevoerd door een extern bureau, is meegezonden als bijlage bij deze brief.3
Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) experimenteert met een nieuw stembiljet, omdat het huidige stembiljet (te) groot en daardoor lastig te hanteren is. Het formaat van het papier heeft zijn maximum bereikt, en ook de lettergrootte en witruimte op het stembiljet kunnen niet verder aangepast worden. Het huidige stembiljet is bovendien voor meerdere groepen kiezers niet toegankelijk.4
1. Algemene indruk experiment5
Uit de ervaringen die door gemeenten zijn gedeeld blijkt dat de experimenten goed en zonder incidenten zijn verlopen. En ook uit resultaten van de evaluatie die is gehouden onder kiezers, stembureauleden en gemeenten blijkt het enthousiasme voor het nieuwe stembiljet wederom groot.
Geldigheid stemmen
In totaal zijn in de experimenteergemeenten op 29 oktober 131.478 stembiljetten ingevuld. Uit analyse van de stemmen blijkt dat de meeste kiezers het nieuwe stembiljet goed begrijpen. Het percentage ongeldig uitgebrachte stemmen is aanzienlijk gedaald ten opzichte van het experiment tijdens de EP24, van 0,74% naar 0,48%.6 Op landelijk niveau, onder gemeenten waar werd gestemd werd met het huidige stembiljet, lag dit percentage op 0,26%.
Nederland heeft in vergelijking met andere Europese landen een van de laagste percentages ongeldige stemmen bij verkiezingen. Bij de introductie van een nieuw stembiljet mag op korte termijn een toename van het aantal ongeldige stemmen worden verwacht.7 Desondanks vind ik iedere (onbewust) ongeldige stem onwenselijk en span ik mij in om dit zoveel mogelijk te voorkomen. Onder meer door bij te houden op welke wijzen ongeldig gestemd wordt en die uitkomsten mee te nemen in de voorlichting bij de volgende verkiezingen.
In de experimenten zijn de vijf experimenteergemeenten vergeleken met vijf zogenaamde ‘referentiegemeenten’. In deze referentiegemeenten is gestemd met het huidige stembiljet. De gemeenten zijn vergelijkbaar met de experimenteergemeenten qua inwoneraantal, samenstelling van de bevolking en stemgedrag en dienen om de resultaten van het experiment met het nieuwe stembiljet goed en eerlijk te kunnen vergelijken.
In de experimenteergemeenten werd op 130.844 (99,52%) van de 131.478 stembiljetten een geldige keuze uitgebracht, en op 634 (0,48%) een ongeldige keuze. In de referentiegemeenten werd een vergelijkbaar aantal stemmen uitgebracht (134.278 biljetten). Het percentage ongeldige stemmen was daar 0,19%.
Redenen van ongeldigheid
Van de 633 ongeldige stembiljetten in de experimenteergemeenten ging het bij ruim een derde (218 stembiljetten) om een reden van ongeldigheid die ook bij het huidige stembiljet kan voorkomen, zoals een stembiljet dat niet met rood is ingevuld. Bij de overige ongeldige stemmen (415 stembiljetten) was er een directe relatie met het nieuwe stembiljet. Op het totaal aantal uitgebrachte stemmen gaat dat om 0,32% ongeldigheid. In Tabel 1 zijn van deze laatste groep de redenen weergegeven.
Bij het experiment tijdens de EP24 was een stem op een kandidaatnummer dat niet op de lijst van de partij voorkomt (“niet bestaand kandidaatnummer”) de belangrijkste reden van ongeldigheid. Daarom is in de voorlichting aan kiezers tijdens de TK25 hier extra aandacht aan besteed. De maatregelen lijken effect te hebben gehad: er zijn minder kiezers die een stem uitbrachten op een te hoog kandidaatnummer. Tegelijkertijd waren de lijsten van de meeste partijen bij de TK25 langer dan bij de EP24, waardoor de vergelijking minder goed te maken is. Wat verhoudingsgewijs niet is afgenomen is het aantal kiezers dat alleen een vakje bij een kandidaatnummer heeft ingekleurd. De uitleg aan kiezers in het stemlokaal over het nieuwe stembiljet wordt hiervoor aangescherpt bij het vervolg van het experiment tijdens de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart 2026 (GR26).
| Reden van ongeldigheid | TK25 | EP24 |
|---|---|---|
| Totaal | 415 (0,32% van totaal uitgebrachte stemmen) |
470 (0,59% van totaal uitgebrachte stemmen) |
| Meer dan 1 partij | 116 (0,09%) | 56 (0,07%) |
| Alleen kandidaatnummer | 260 (0,20%) | 155 (0,19%) |
| Niet bestaand kandidaatnummer | 39 (0,03%) | 259 (0,32%) |
Aannemelijk is dat een deel van de daling van het aantal ongeldige stemmen komt door het leereffect onder kiezers. Een deel van de kiezers in de experimenteergemeenten stemde voor de tweede keer met het nieuwe stembiljet. Daarbij is het belangrijk om te benoemen dat de opkomst bij de Tweede Kamerverkiezing (78,3%) aanmerkelijk hoger is dan bij de Europees Parlementsverkiezing (46,2%), waardoor wederom veel kiezers voor de eerste keer met het nieuwe stembiljet gestemd hebben.
Voorkeursstemmen
Kiezers in de experimenteergemeenten (36,6%) hebben vaker een voorkeursstem uitgebracht dan kiezers in de referentiegemeenten (30,9%). Dit verschil was ook zichtbaar bij het eerste experiment tijdens de EP24 waar het aantal voorkeursstemmen respectievelijk 48,2% bij de experimenteergemeenten en 44,4% bij de referentiegemeenten was.
Mogelijk is het nieuwe stembiljet ten opzichte van het huidige stembiljet meer uitnodigend voor de kiezer om een voorkeursstem uit te brengen. In aanloop naar de verkiezing is er in de gemeenten meer aandacht geweest voor de verkiezing, omdat de kiezers werden voorbereid op een ander stembiljet. Die extra aandacht kan ertoe hebben geleid dat kiezers bewuster bezig zijn geweest met het kiezen van een kandidaat.
Tijdens de EP24 viel op dat kiezers relatief vaak een kandidaat met hetzelfde nummer als de partij kozen (bijvoorbeeld partij 6, kandidaat 6). Dat effect is niet gevonden bij de TK25. Na afloop van de GR26 zal ik dit effect opnieuw onderzoeken, voordat ik hier verder conclusies aan verbind.
2. Ervaringen van de kiezers8
Gebruiksgemak nieuwe stembiljet
Na het stemmen gaven kiezers in een enquête hun mening over het nieuwe stembiljet. 9 Zij beoordeelden onder andere het invulgemak, formaat, leesbaarheid en het gebruik van logo’s. Op alle onderdelen scoort het nieuwe stembiljet een 4,4 of hoger (maximale score is 5) en wordt het beter gewaardeerd dan het huidige stembiljet (zie tabel 13 in de eerste bijlage). Vooral het formaat valt op: het huidige stembiljet krijgt een 1.9, tegenover een 4.8 voor het nieuwe stembiljet. Onder de 66-plussers scoort het huidige stembiljet nog lager: een 1.6.
Keuze van de kandidaat
In de experimenteergemeenten ligt in ieder stemhokje een boekje met de lijsten met kandidaten. Uit het onderzoek blijkt dat 91% van de kiezers al vóór het stemhokje een keuze voor een kandidaat maakt (tegenover 89% in de referentiegemeenten). Van hen zoekt 52% het kandidaatsnummer thuis op, 27% in het stemhokje, en de rest stemt op de lijsttrekker of vindt het nummer op een andere manier.
51% van de bevraagde kiezers bekijkt het boekje met de kandidatenlijsten. Van hen vindt 82% de informatie heel makkelijk en 12% makkelijk te vinden. Van de kiezers die het boekje niet bekijken, geeft 90% aan dat zij het niet nodig hebben omdat zij al weten op wie zij willen stemmen.
Uitleg en oefenmateriaal
In aanloop naar de verkiezing informeren alle experimenteergemeenten kiesgerechtigden over het nieuwe stembiljet. Kiesgerechtigden ontvangen bij hun stempas een flyer en krijgen informatie via de thuisgestuurde kandidatenlijst. 75% van de kiezers ziet deze flyer. Daarnaast communiceren gemeenten via huis-aan-huisbladen, sociale media, uitlegvideo’s en posters. Alle informatie staat op nieuwstembiljet.nl. Ook is er lokaal, regionaal en landelijk veel media-aandacht voor het experiment. Driekwart van de kiezers vindt dat zij vooraf voldoende informatie ontvangen.
Anders dan bij het eerste experiment krijgt iedere kiezer, ook als zij aangeven dat niet nodig te hebben, in het stemlokaal uitleg over het gebruik van het nieuwe stembiljet van een extra stembureaulid, dat hiervoor speciaal is geïnstrueerd. Toch geeft 9% aan geen uitleg te krijgen. De waardering voor de uitleg is hoog: 83% vindt deze heel duidelijk en geeft gemiddeld een 4,7 (maximale score is 5).
3. Ervaringen van stembureauleden10,11
Telling
Vier van de vijf gemeenten kozen voor een centrale telling (Centrale stemopneming), waarbij op verkiezingsavond alleen de stemmen per lijst tellen en de volgende dag per kandidaat. Eén gemeente telde decentraal. Uit het evaluatieonderzoek blijkt het centraal tellen van het nieuwe stembiljet ongeveer 60% sneller verloopt dan met het huidige stembiljet, bij decentraal tellen gaat het tellen bijna twee keer zo snel.
Gemeenten ervaren het telproces als efficiënter en rustiger. Zij winnen vooral tijd doordat het stembiljet snel is uit te vouwen en in één oogopslag te beoordelen is. Ook is er minder ruimte nodig, wat zorgt voor meer overzicht. Van de tellers vindt 81% dat het nieuwe stembiljet makkelijker telt (18% heeft nooit met het vorige stembiljet gestemd en 1% vond het moeilijker noch makkelijker). Tot slot zijn er drie gemeenten die naar aanleiding van het experiment hun telproces hebben aangepast. Daarin valt mogelijk nog verder te leren en te optimaliseren.
Instructiematerialen voor stembureauleden
Alle stembureauleden in de experimenteergemeenten ontvangen instructie over het nieuwe stembiljet en hun nieuwe taken. Het ministerie van BZK stelt hiervoor onder andere video’s, e-learning, presentaties en handleidingen beschikbaar. 98% van de stembureauleden volgt een vorm van instructie. Vrijwel iedereen vindt de informatie duidelijk. Ook geeft 97% aan de nieuwe taken, zoals het uitleggeven en beantwoorden van vragen van kiezers over het nieuwe stembiljet, goed of heel goed te kunnen uitvoeren.
Nieuw stembiljet bij verkeerd invullen
In de experimenteergemeenten mogen kiezers bij een fout twee keer een nieuw stembiljet aanvragen, tegenover één keer bij het huidige stembiljet. Gemeenten zien dat hier tijdens de verkiezing weinig gebruik van wordt gemaakt. Ook bij het huidige stembiljet wordt door kiezers nauwelijks gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Door meer informatie over deze mogelijkheid te verstrekken kunnen mogelijk ongeldige stemmen worden voorkomen.
4. Organisatie van het experiment12
Kosten van het experiment
Het ministerie van BZK en de deelnemende gemeenten maken kosten voor het experiment. Gemeenten brengen alleen de meerkosten ten opzichte van het reguliere stembiljet in rekening, die volledig worden vergoed door het ministerie van BZK. Omdat de voorbereidingen van de TK25 en de GR26 door elkaar heen lopen is het op dit moment lastig om de exacte kosten per verkiezing vast te stellen. Na de GR26 volgt een nadere kosteninschatting.
Werkdruk gemeentelijke organisatie
Gemeenten gaven aan dat het werken met het nieuwe stembiljet in het eerste experiment meer tijd kost. Vier gemeenten vonden het organiseren van de verkiezing dit keer minder werk dan de eerste keer. Daarnaast geven de gemeenten aan dat de werkdruk wel hoog was, maar dat dit vooral te maken had met het feit dat de TK25 een onverwachte verkiezing was, dicht op de GR26.
Logistiek
De projectleiders in de gemeenten geven aan dat de distributie van stembiljetten en kandidatenlijsten goed verloopt. Ook het ophalen en vervoeren na de telling verloopt soepel. Gemeenten waarderen het kleinere stembiljet, omdat dit minder opslagruimte vraagt en eenvoudiger te vervoeren is. Zo kan het transport bijvoorbeeld deels met personenauto’s plaatsvinden in plaats van met busjes.
Drukwerk
Gemeenten zijn positief over de verbeterde informatie over het verkiezingsdrukwerk. De richtlijnen voor stembiljetten, kandidatenlijsten en bevestigingsmaterialen zijn grotendeels duidelijk. De gemeenten hadden de informatie over het te bestellen drukwerk graag eerder ontvangen. Wel hadden ze begrip voor het feit dat deze vervroegde verkiezing niet gepland was, en de oplevering van alle drukwerkbestanden dus aanzienlijk moest worden versneld.
Communicatie
Het ministerie van BZK heeft alle communicatie- en voorlichtingsmiddelen vernieuwd in de aanloop naar de TK25. Gemeenten gebruiken deze via een toolkit, waar de middelen zijn geordend in een overzichtelijke ‘Kiezersreis’. Zij zijn positief over de nieuwe middelen, vooral over de banners en uitlegvideo’s. De materialen besteden extra aandacht aan het correct uitbrengen van een stem.
Tot slot
De uitkomst van de evaluatie en de wijze waarop kiezers, stembureauleden en de medewerkers bij de gemeenten het experiment ervaren hebben stemt mij zeer positief. Ik ben verheugd over de daling in het aantal ongeldige stemmen dat is geteld ten opzichte van de experimenten tijdens de EP24. De volgende experimenten met het nieuwe stembiljet worden gehouden tijdens de GR26. Tijdens deze verkiezingen wordt het aantal experimenten opgeschaald van 5 naar 11 gemeenten.
De experimenten zullen plaatsvinden in de gemeenten Alphen aan den Rijn, Boekel, Gouda, Leiden, Meierijstad, Midden-Delfland, Nijmegen, Noordoostpolder, ’s-Hertogenbosch, Soest en Tynaarlo.
Ik kijk met vertrouwen uit naar deze experimenten en ben voornemens om na een positieve evaluatie de eerste stappen te gaan zetten richting invoering van het nieuwe stembiljet.
Een afschrift van deze brief is aan de Eerste Kamer verzonden.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
F. Rijkaart
Kamerstukken II, 2024-2025, 35 455, nr. 21.↩︎
Kamerstukken II, 2025-2026, 35 165, nr. 93.↩︎
De aspecten die worden geëvalueerd zijn vastgelegd in artikel 18 van het Tijdelijke experimentenbesluit nieuwe stembiljetten. De hoofdlijnen worden in deze brief weergegeven. Op basis van de experimenten tijdens de EP24 is besloten om enkele aspecten niet opnieuw te evalueren.↩︎
Zie ook de opmerkingen van de commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven over het stembiljet in het verslag inzake het verloop van de Tweede Kamerverkiezing: Kamerstukken II, 2025-2026, 36852, nr. 1↩︎
In deze paragraaf worden de volgende bepalingen uit het Tijdelijke experimentenbesluit nieuwe stembiljetten geëvalueerd: Artikel 18, bepalingen 2a, 2b en 3a.↩︎
Op basis van de definitieve evaluatie is dit percentage bijgesteld van 0,47% naar 0,48%.↩︎
Kamerstukken II, 2024-2025, 35 455, nr. L.↩︎
Tijdelijke experimentenbesluit nieuwe stembiljetten. Artikel 18, bepalingen 2c, 2d, 2e, en 2k.↩︎
In een één-op-één enquête is kiezers direct na het stemmen gevraagd naar de stemervaring.↩︎
Tijdelijke experimentenbesluit nieuwe stembiljetten. Artikel 18, bepalingen 2g, 2h, 2j en 2l.↩︎
In de dagen na de stemming is een online enquête uitgezet onder stembureauleden.↩︎
Tijdelijke experimentenbesluit nieuwe stembiljetten. Artikel 18, bepalingen 3b en 3c.↩︎