Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari 2026 (Kamerstuk 21501-02-3346)
Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Inbreng verslag schriftelijk overleg
Nummer: 2026D07687, datum: 2026-02-18, bijgewerkt: 2026-02-20 11:53, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.F. Klaver, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken (GroenLinks-PvdA)
- Mede ondertekenaar: A.B. Coco Martin, adjunct-griffier
Onderdeel van zaak 2026Z02764:
- Indiener: D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- 2026-02-11 13:25: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-02-17 14:00: Raad Buitenlandse Zaken 23 februari 2026 (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- 2026-03-05 14:30: Procedurevergadering (Procedurevergadering), vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
Preview document (🔗 origineel)
INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken hebben de onderstaande fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de minister van Buitenlandse Zaken over de Geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari 2026 (Kamerstuk 21501-02, nr. 3346), het Verslag Raad Buitenlandse Zaken d.d. 29 januari 2026 (Kamerstuk 21501-02, nr. 3345) en de Kabinetsreactie op het advies van de Commissie van Advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken: Bijzondere rechtsgevolgen van een regel van dwingend internationaal recht (nr. 51) (Kamerstuk 36 800 V, nr. 36).
De fungerend voorzitter van de commissie,
Klaver
Adjunct-griffier van de commissie,
Coco Martin
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie
II Antwoord / Reactie van de minister
III Volledige agenda
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Inleiding
De leden van de D66-fractie maken zich ernstige zorgen over de situatie in de Palestijnse gebieden. Deze leden wijzen in het bijzonder op de dramatische humanitaire gevolgen van het weren van essentiële hulporganisaties uit Gaza door Israël, evenals op recente aankondigingen en beleidsontwikkelingen die wijzen op verdere stappen richting annexatie van de Westelijke Jordaanoever. Deze leden hebben daarnaast nadere vragen over de situatie in Iran en de mogelijke vervolgstappen, mede in het licht van de recente Europese besluitvorming waarbij de Islamic Revolutionary Guard Corps (IRGC) als terroristische organisatie is aangemerkt. Tevens constateren deze leden dat ontwikkelingen in Noord-Syrië een actievere opstelling van de Europese Unie (EU) vereisen, met name waar het de bescherming van minderheden, regionale stabiliteit en naleving van mensenrechten betreft. Verder benadrukken deze leden dat de omvangrijke Europese betrokkenheid bij Oekraïne zich dient te vertalen in een zwaardere en structurele Europese rol bij eventuele vredesonderhandelingen en toekomstige veiligheidsafspraken. Tot slot benadrukken deze leden de urgentie van versterkte Europese en nationale weerbaarheid tegen de groeiende dreiging van Foreign Information Manipulation and Interference (FIMI). Tegen deze achtergrond leggen deze leden het kabinet de volgende vragen voor.
Gaza: Toegang voor hulporganisaties
De leden van de D66-fractie maken zich ernstige zorgen over de humanitaire situatie in Gaza. Deze leden wijzen op de bijna volledige verwoesting van de medische infrastructuur, het structureel beperken van de toegang van medische hulpgoederen, en recente besluiten waarbij essentiële hulporganisaties de toegang tot Gaza zal worden ontzegd. Deze ontwikkelingen achten deze leden volstrekt onacceptabel.
De leden van de D66-fractie constateren tevens dat Israël in recente weken opnieuw luchtaanvallen heeft uitgevoerd in dichtbevolkte gebieden, ondanks afspraken rond een staakt-het-vuren. Dit onderstreept naar het oordeel van deze leden de urgentie van onbelemmerde humanitaire toegang.
De leden van de D66-fractie verwijzen naar de beantwoording van schriftelijke vragen van 12 februari 2026 (Handelingen 11, vergaderjaar 2025-2026, nr. 1106, blz. 2), waarin het kabinet stelt dat het weigeren van humanitaire hulp op willekeurige gronden evident indruist tegen het humanitair oorlogsrecht. Tegelijkertijd constateren deze leden dat het kabinet in dezelfde brief mildere bewoordingen gebruikt ten aanzien van het besluit om hulporganisaties te weren vanwege een herregistratieplicht. Het kabinet spreekt van ‘niet de juiste weg voorwaarts’ en stelt zich ‘naar vermogen’ te hebben ingezet om dit besluit te voorkomen, waarbij voornamelijk het uiten van zorgen als concrete actie wordt genoemd.
De leden van de D66-fractie constateren dat deze inzet vooralsnog weinig effect heeft gehad. Zij zijn van mening dat een actievere opstelling mogelijk en noodzakelijk was geweest, onder meer door deelname aan stevigere gezamenlijke (Europese) verklaringen. Tegen deze achtergrond vragen deze leden of het kabinet bereid is het weren van cruciale hulporganisaties tijdens de eerstvolgende Raad Buitenlandse Zaken expliciet aan de orde te stellen. Tevens vragen zij of het kabinet bereid is zich in EU-verband in te zetten voor een gezamenlijke krachtsinspanning gericht op het terugdraaien van dit besluit. Deze leden vernemen graag of het kabinet bereid is zich in Europees verband actief in te zetten voor een krachtig gezamenlijk statement waarin het weren van cruciale hulporganisaties expliciet wordt afgekeurd. Daarnaast vragen deze leden of het kabinet concrete aanvullende maatregelen passend acht zolang het besluit voortduurt, en zo ja, welke instrumenten daarbij worden overwogen. Tot slot vragen de leden of het kabinet, indien unanimiteit binnen de EU uitblijft, bereid is in kleiner verband met gelijkgestemde lidstaten op te trekken om zowel een dergelijke politieke boodschap als bijbehorende maatregelen alsnog vorm te geven.
Gaza: Grensovergang Rafah en Palestijnse representatie
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de aankondiging van fase 2 van het Gaza-plan. Zij constateren echter dat de grensovergang bij Rafah nog steeds onvoldoende is geopend voor humanitaire hulp per vrachtwagen. Deze leden vragen of het kabinet bereid is, zowel bilateraal als in EU-verband, te blijven pleiten voor volledige opening van deze cruciale grensovergang.
Daarnaast maken de leden van de D66-fractie zich zorgen over Palestijnse representatie in het vredesproces en het toekomstige bestuur van Gaza. Zij verwijzen naar berichten over blokkades op de aanstelling van Palestijnse ambtenaren en reisbeperkingen voor leden van het Palestijnse nationale comité. Deze leden vragen welke concrete stappen Nederland en de EU zetten om Palestijnse bestuurlijke en politieke representatie te waarborgen en te versterken.
Voorts vragen de leden van de D66-fractie het kabinet om een nadere update ten aanzien van de inzet van de EU met betrekking tot de noodzakelijke ontwapening van Hamas. Welke concrete discussies worden hierover momenteel in Europees verband gevoerd, en welke rol ziet het kabinet voor de EU bij het bevorderen van dit proces? Tevens vragen deze leden in hoeverre de EU bereid is om diplomatieke druk uit te oefenen op landen die invloed of communicatielijnen met Hamas onderhouden, zoals Qatar, teneinde voortgang richting ontwapening en stabilisatie te bevorderen.
Westelijke Jordaanoever: Nederzettingenbeleid
De leden van de D66-fractie hebben met grote zorg kennisgenomen van recent aangenomen wetgeving in Israël die het voor Israëlische burgers verder zou vergemakkelijken om land te verwerven op de Westelijke Jordaanoever, het beheer van religieuze locaties onder Israëlische controle brengt en bouwprocessen voor kolonisten vereenvoudigt. Deze leden vrezen dat deze wetgeving niet op zichzelf staat, maar past binnen een bredere ontwikkeling waarbij de uitbreiding en institutionalisering van nederzettingen verder wordt gefaciliteerd. Deze zorgen worden naar het oordeel van deze leden versterkt door publieke uitspraken van Israëlische ministers, waarin expliciet is gesproken over het ‘vernietigen van het idee van een Palestijnse staat’ en het uitbreiden van Israëlische soevereiniteit over de Westelijke Jordaanoever.
De leden van de D66-fractie vragen of het kabinet de vrees deelt dat deze wetgeving, bezien in samenhang met genoemde politieke uitspraken, de facto bijdraagt aan verdere annexatie. Tevens vragen zij welk concreet gevolg het kabinet verbindt aan het uitblijven van Israëlische beleidswijzigingen met betrekking tot het nederzettingenbeleid, mede gezien eerdere oproepen van Nederland en de EU. In dat verband vernemen deze leden graag of het kabinet bereid is het EU-associatieverdrag opnieuw ter sprake te brengen. Daarnaast vragen zij of het kabinet bereid is te pleiten voor aanvullende maatregelen, waaronder gerichte sancties tegen politici en burgers die illegale nederzettingen faciliteren of mogelijk maken.
Iran
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de recente Europese besluitvorming inzake de IRGC. Zij vragen het kabinet nader te concretiseren welke gevolgen deze besluitvorming op korte termijn naar verwachting zal hebben. In hoeverre leidt dit besluit tot aanvullende sanctiemaatregelen, verscherpte handhaving van bestaande restricties, of uitbreiding van financiële en economische beperkingen? Tevens vernemen zij graag of het kabinet voorstander is van uitbreiding van sancties naar lagere rangen en ondersteunende netwerken. Tot slot vragen zij hoe de Raad heeft gereageerd op het Nederlandse voorstel voor een EU-sanctietaskforce tegen Iran.
Syrië
De leden van de D66-fractie spreken hun steun uit voor de territoriale integriteit van Syrië en benadrukken het belang van een Nederlandse en Europese buitenlandpolitiek die gericht is op stabilisatie van Syrië, onder een bestuur dat rekening houdt met lokale belangen en de rechten van minderheden. Deze leden achten het in dat licht begrijpelijk dat de EU toenadering zoekt tot de huidige Syrische machthebbers en steun biedt ten behoeve van economisch herstel en (lokaal) bestuur.
Tegelijkertijd maken de leden van de D66-fractie zich zorgen over signalen van aanhoudend geweld, met name gericht tegen minderheden, in de context van pogingen tot verdere centralisatie van bestuur. Zij verwijzen daarbij onder meer naar berichten over geweld tegen Druzen, Alawieten en meer recentelijk Koerdische gemeenschappen.
Tegen deze achtergrond vragen de leden van de D66-fractie op welke wijze binnen het voorgestelde Europese raamwerk en in de hernieuwde bilaterale relaties met Syrië voorwaarden worden verbonden aan (financiële) steun. Hoe wordt geborgd dat Europese steun bijdraagt aan stabilisatie en niet onbedoeld ruimte laat voor hardhandig optreden tegen minderheden? Wordt de naleving van mensenrechten, waaronder expliciet de bescherming en institutionele verankering van minderheidsrechten, structureel meegenomen in de conditionaliteit van steun? De leden vragen tevens of vergelijkbare voorwaarden worden betrokken bij eventuele stappen richting heropstarten of herziening van bestaande samenwerkingsovereenkomsten met Syrië.
Tot slot hebben de leden van de D66-fractie vragen over de situatie rond de bewaking van IS-gevangenenkampen in Koerdisch gecontroleerde gebieden. Kan de minister een stand van zaken geven met betrekking tot het overbrengen van gevangenen naar Irak? Tevens vragen deze leden of een inschatting kan worden gegeven van het aantal IS-gevangenen dat in recente perioden is vrijgelaten of ontsnapt. Welke rol speelt de Syrische regering in deze ontwikkelingen? Deze leden vernemen graag welke mogelijke gevolgen het kabinet ziet voor de regionale veiligheid en, in het verlengde daarvan, voor de Nederlandse veiligheid.
Oekraïne: Europese positie in vredesproces
De leden van de D66-fractie constateren dat Europa inmiddels een substantieel deel van de financiële en militaire steun aan Oekraïne draagt. Zij zijn van mening dat deze betrokkenheid zich dient te vertalen in een duidelijke Europese rol bij de vredesonderhandelingen en bij de totstandkoming van toekomstige veiligheidsafspraken op het Europese continent.
Tegen deze achtergrond vragen de leden van de D66-fractie hoe het kabinet het voorstel van de Hoge Vertegenwoordiger, Kaja Kallas, beoordeelt om Europese randvoorwaarden voor een mogelijk vredesakkoord vast te leggen. Welke functie kan een dergelijke lijst met Europese uitgangspunten volgens het kabinet vervullen, zowel ter ondersteuning van Oekraïne als bij het formuleren van bredere afspraken over stabiliteit en veiligheid in Europa?
Tevens vragen de leden van de D66-fractie hoe het kabinet het voorstel tot aanstelling van een Europese gezant waardeert, die namens de EU zou kunnen aanschuiven bij diplomatieke trajecten en onderhandelingen. Hoe beoordeelt het kabinet de mogelijke meerwaarde van een dergelijke vertegenwoordiger in het licht van de Europese belangen? In dit verband verwijzen deze leden tevens naar recente diplomatieke inspanningen, waaronder het bezoek van de Franse diplomaat Emmanuel Bonne aan Rusland, waaruit opnieuw zou zijn gebleken dat Rusland vooralsnog weinig bereidheid toont tot serieuze vredesonderhandelingen.
Oekraïne: EU-lidmaatschap
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van discussies over versnelde of alternatieve toetredingsprocedures. Zij vragen of het kabinet reeds overleg heeft gevoerd met toekomstige EU-voorzitterschappen, waaronder Ierland, over mogelijke scenario’s. Tevens vragen zij welke voorbereidingen het kabinet noodzakelijk acht om dergelijke trajecten mogelijk te maken.
Foreign Information Manipulation and Interference (FIMI)
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de voorgenomen bespreking over Foreign Information Manipulation and Interference (FIMI) tijdens de informele ontbijtbijeenkomst van de Raad. Zij onderschrijven het belang van versterkte Europese samenwerking op het terrein van Strategische Communicatie en het tegengaan van FIMI. Deze leden delen de opvatting dat de EU een belangrijke rol kan spelen bij het signaleren van dreigingen en het faciliteren van samenwerking tussen lidstaten, mede in het licht van de grensoverschrijdende aard van FIMI-campagnes.
De leden van de D66-fractie vragen of het kabinet toegevoegde waarde ziet in de oprichting van een European Centre for Democratic Resilience (ECDR), in aanvulling op de bestaande capaciteiten binnen de European External Action Service (EEAS). Hoe beoordeelt het kabinet de verhouding tussen dergelijke nieuwe structuren en reeds bestaande Europese instrumenten?
Tot slot vragen de leden van de D66-fractie welke specifieke rol het kabinet voor Nederland ziet bij het versterken van de Europese weerbaarheid tegen FIMI en op welke terreinen Nederland volgens het kabinet een voortrekkers- of aanvullende rol kan vervullen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda en stellen de minister daarover nog enkele vragen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben vernomen dat de Verenigde Staten (VS) hebben geëist dat Oekraïne vóór 15 mei 2026 presidentsverkiezingen en een referendum over een vredesovereenkomst organiseert. Wat is het standpunt van het kabinet hierover?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben ook vernomen dat de Raad Buitenlandse Zaken naar alle waarschijnlijkheid een twintigste sanctiepakket tegen Rusland zal aannemen. Deze leden zijn tevreden dat Europa stappen blijft nemen om bijvoorbeeld de Russische fossiele exporten aan te pakken, schepen van de schaduwvloot te sanctioneren, alsmede de import van Russische goederen naar Europa verder te beperken. Deze leden vragen aan de minister op welke punten hij meer ambitie zou willen zien van de Raad – op welke punten zou Europa nog scherper kunnen optreden tegen de Russische oorlogseconomie.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met grote zorgen kennisgenomen van de besluiten van het Israëlische kabinet om de annexatie van Palestijns land op de Westelijke Jordaanoever verder te faciliteren. Is de minister bereid om zijn veroordeling van de kabinetsbesluiten op te volgen met concrete consequenties? Zo nee, waarom niet? Op welke manier heeft de minister de aangenomen motie Piri (Kamerstuk 23432, Nr. 620) om het EU-Israël Associatieakkoord opnieuw te agenderen uitgevoerd? Als het voor de EU nu niet voldoende is om serieuze stappen voor de tweestatenoplossing te zetten, wanneer dan wel?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben tot slot vernomen dat premier Netanyahu bereid zou zijn om het aangekondigde wetsvoorstel om de doodstraf in te voeren aan te passen. Bent u het met deze leden eens dat de doodstraf, voor wie dan ook, moreel en internationaalrechtelijk volledig onacceptabel is? Zo ja, bent u met de Israëlische autoriteiten in gesprek om het plan volledig van tafel te vegen? Zo nee, waarom niet?
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari 2026. Deze leden hebben een aantal vragen en opmerkingen.
Oekraïne
De leden van de JA21-fractie staan stil bij het feit dat de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne op het punt staat het vierde jaar in te gaan. Deze leden onderschrijven het belang van het blijven steunen van Oekraïne in haar strijd voor onafhankelijkheid en het opvoeren van de druk op Rusland, onder meer door inwerkingtreding van een twintigste sanctiepakket. In het verlengde hiervan heeft de Europese Commissie voorgesteld het anti-omzeilingsinstrument voor het eerst in te zetten. Kan de minister de mogelijke gevolgen hiervan voor Nederland uiteenzetten?
De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van Franse en Italiaanse initiatieven om in het kader van de vredesbesprekingen direct Europees contact met Rusland te leggen. Steunt de minister deze initiatieven, waaronder het aanstellen van een Europees gezant?
De leden van de JA21-fractie hebben berichtgeving uit de Financial Times gadeslagen die stelt dat de VS Oekraïne zouden hebben opgedragen voor 15 mei van dit jaar presidentsverkiezingen en een referendum te organiseren. Bij weigering zouden de VS geen veiligheidsgaranties aan Oekraïne willen bieden. Kan de minister een toelichting geven over deze vermeende Amerikaanse eis aan Oekraïens adres? Klopt de berichtgeving en wat betekent dit in het verlengde voor het verloop van de gesprekken? Heeft de minister inmiddels enige indicatie dat Rusland aan de onderhandelingstafel beweegt?
De leden van de JA21-fractie zijn, ongeacht hun steun voor het land in oorlogstijd, uiterst kritisch op Oekraïense toetreding tot de EU. In dit licht vragen deze leden graag om toelichting over hoe de minister invulling geeft aan de motie Hoogeveen/Ceulemans (Kamerstuk 21501-02, Nr. 3327) en hoe dit samenvalt met de invulling van de motie Klos c.s. (Kamerstuk 36800-V, Nr. 49)? Hoe kijkt de minister naar het idee van ‘omgekeerde EU-toetreding’ voor Oekraïne? En steunt de minister het eventueel omzeilen van een Hongaars veto door middel van een artikel 7 procedure?
Iran
De leden van de JA21-fractie maken zich grote zorgen om de situatie in het Midden-Oosten. Met name de schrijnende situatie in Iran gaat deze leden zeer aan het hart. Zou de minister een laatste stand van zaken willen meedelen met betrekking tot de protesten in het land? Vinden deze nog altijd doorgang? Is er een wijziging merkbaar in hoe het ayatollahregime zich opstelt tegenover demonstranten?
De leden van de JA21-fractie danken de minister en het ministerie van Buitenlandse Zaken voor het in het verslag van de vorige Raad Buitenlandse Zaken opgenomen overzicht van Iraanse oppositiegroepen. De minister was aanwezig op de Münchner Sicherheitskonferenz, evenals de Iraanse kroonprins in ballingschap Reza Pahlavi. Heeft de minister de mogelijkheid gehad met hem in gesprek te gaan?
De leden van de JA21-fractie maken zich zorgen om sanctie-ontwijking door het Iraanse regime. Nu verzoekt de motie Van der Werf c.s. (Kamerstuk 21501-02, Nr. 3337) het kabinet om zich in EU-verband in te zetten voor een sanctietaskforce Iran. Hoe zou deze eruit kunnen komen te zien en hoe worden best practices in de omgang met Rusland geïncorporeerd in de benadering naar Iran toe? Kan een anti-omzeilingsinstrument, zoals nu op tafel ligt voor Rusland, ook in beeld kunnen komen voor Iran?
Syrië
De leden van de JA21-fractie maken zich grote zorgen over de situatie in Noordoost-Syrië, met name voor de Koerdische bevolking en de risico’s op massale ontsnapping van voormalig IS-strijders. In het licht van laatstgenoemde willen deze leden vragen naar een toelichting van de minister over hoe het kabinet invulling geeft aan de motie Van der Plas (Kamerstuk 36800-XX, Nr.18).
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
De leden van de SP-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari aanstaande. Dit heeft bij deze leden tot enkele vragen en opmerkingen geleid.
De leden van de SP-fractie willen beginnen met het vestigen van de aandacht op Palestina. De misdaden van Israël tegen het Palestijnse volk blijven voortduren. Op de Westoever blijven gewelddadige kolonisten de Palestijnse bevolking terroriseren en de E1-nederzettingen worden gelegaliseerd, met de specifieke bedoeling om een Palestijnse staat onmogelijk te maken. Vorige week nog gaf de extreemrechtse minister van Financiën aan het idee van een Palestijnse staat te willen ‘vermoorden.’ Deelt de minister de mening dat deze uitspraken ondubbelzinnig moeten worden veroordeeld? Zo ja, doet de minister dat? Deelt de minister dat het beleid van de Israëlische regering aanleiding geeft tot meer maatregelen tegen de Israëlische regering? Zo nee, waarom niet?
De leden van de SP-fractie stellen dat Israëlische oorlogsmisdaden in Gaza door blijven gaan, ondanks het zogenaamde ‘staakt het vuren’. Israël blijft, in strijd met humanitair oorlogsrecht, noodhulp voor Gaza blokkeren. Deelt de minister het inzicht dat Israël het oorlogsrecht schendt en dat Nederland de verplichting heeft dit te veroordelen? Deelt de minister het inzicht dat het staakt-het-vuren door Israël wordt geschonden? Deelt de minister de mening dat dit moet worden veroordeeld en dat er sancties vanuit Nederland en Europa op moeten volgen? En deelt de minister de mening dat het volledig vertrouwen op Trump en zijn ‘vredesplan’, zoals ons kabinet doet, niet voldoet aan de verplichtingen die de internationale gemeenschap aan het Palestijnse volk heeft? Kan de minister een reactie geven?
De leden van de SP-fractie zijn extreem teleurgesteld en verontwaardigd over de onmenselijke manier waarop dit kabinet omgaat met de medische evacuaties van Palestijnse kinderen uit Gaza. Deze kinderen kunnen niet in de regio worden behandeld. Het kabinet gaat in een brief van 30 januari 2026 (Kamerstuk 23432, Nr. 629) in op de maatregelen die ze neemt om de capaciteit van de gezondheidszorg in de regio te vergroten. Dit is iets waar niemand in de Kamer om gevraagd heeft en gaat volledig voorbij aan het feit dat deze capaciteit onvoldoende blijft. Het kabinet weigert aangenomen Kamermoties uit te voeren om meer Palestijnse kinderen naar Nederland te evacueren voor levensreddende gezondheidszorg. De minister kan helpen, maar wil dit niet. Voor de leden van de SP-fractie is dit onbegrijpelijk en niet uitlegbaar. Kan de minister uitleggen waarom hij deze kinderen geen hulp wil bieden? Welke (geo)politieke overwegingen liggen hieronder?
Daarnaast maken de leden van de SP-fractie zich grote zorgen over de steeds verder oplopende spanningen tussen de VS en Iran. Recente berichtgeving wijst op serieuze voorbereidingen voor mogelijke Amerikaanse militaire acties tegen Iraanse doelen. Deelt de minister de analyse dat een dergelijke aanval desastreuze gevolgen zou hebben voor de stabiliteit in het Midden-Oosten? Deelt de minister de mening dat regime change geen legitiem oorlogsdoel is en nog nooit geleid heeft tot wenselijke uitkomsten voor de lokale bevolking? Deelt de minister de mening dat een nieuwe oorlog in de regio alleen maar meer burgerdoden, meer vluchtelingen en verdere escalatie zal veroorzaken? Is de minister bereid binnen de EU actief te pleiten voor de-escalatie, diplomatie en een hernieuwde inzet op nucleaire onderhandelingen in plaats van militaire confrontatie? Kan de minister ondubbelzinnig uitspreken dat Nederland geen steun zal verlenen, politiek noch militair, aan een militaire aanval die in strijd is met het internationaal recht?
Ook de positie van de Koerden in Syrië baart de leden van de SP-fractie ernstige zorgen. Sinds de machtsverschuivingen in Damascus bereiken ons zorgwekkende berichten over repressie, eerst tegen Druzen en Alawieten, nu tegen de Koerden. Deelt de minister de zorg dat de nieuwe Syrische machthebbers zich schuldig maken aan ernstige mensenrechtenschendingen tegen Koerdische gemeenschappen? Welke maatregelen neemt de minister, in Europees verband, tegen de Syrische regering om een einde te maken aan de wandaden tegen minderheden?
De leden van de SP-fractie willen het kabinet daarnaast vragen naar de stand van zaken rondom de zogenaamde Coalition of the Willing. Zijn er nog toezeggingen gedaan vanuit Nederland en wordt er gesproken over een Nederlandse militaire deelname aan een missie in Oekraïne? Welke gesprekken vinden hier plaats, welke vraag is daarbij aan Nederland gesteld en hoe heeft de Nederlandse regering daar op gereageerd? Welk aanbod is eventueel gedaan? Blijft het uitgangspunt dat Nederlandse steun aan een militaire missie of een vredesmissie, als onderdeel van een vredesakkoord, alleen met voorafgaande expliciete toestemming van het parlement kan plaatsvinden? Dat zou betekenen dat er op dit moment, zonder toestemming van het parlement, geen toestemming door het kabinet kan worden gegeven. Kan de minister hierop reageren?
Tot slot vragen de leden van de SP-fractie opnieuw aandacht voor Soedan. De oorlog daar duurt maar voort, inmiddels bijna drie jaar, met nauwelijks aandacht in de media en weinig diplomatieke of humanitaire initiatieven. Kan de minister aangeven wat de huidige inzet van de Nederlandse regering en de Europese Unie is? Is de minister eindelijk bereid tot het nemen van maatregelen tegen de Verenigde Arabische Emiraten? Zo nee, hoe verhoudt zich dat tot onze verplichtingen onder het internationaal recht en tot de aangenomen moties van de Kamer? En is de minister bereid om een oplossing te vinden voor de financiering van Radio Dabanga, om bij te dragen aan onafhankelijke journalistiek in Soedan?
Vragen en opmerkingen van de Partij voor de Dieren-fractie
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de Raad van Buitenlandse Zaken op 23 februari 2026. Hiervoor hebben zij nog enkele vragen en opmerkingen.
Syrië
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie maken zich grote zorgen over de situatie van de Koerden in Noord-Syrië en hebben daarom de volgende vragen aan de minister.
Hoe beoordeelt het kabinet de huidige veiligheidssituatie in Rojava en de meldingen van mensenrechtenschendingen en gedwongen verdrijving van Koerdische burgers? Is de minister bereid deze mensenrechtenschendingen en vormen van etnische zuivering expliciet en publiekelijk te veroordelen? Zo nee, waarom niet? Welke concrete stappen zet Nederland binnen de EU, de Verenigde Naties en andere multilaterale fora om de Koerdische bevolking in Noordoost-Syrië te beschermen? Is het kabinet bereid zich in internationaal verband actief in te zetten voor onafhankelijk onderzoek naar mogelijke oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in Rojava? Hoeveel humanitaire hulp ontvangt Noordoost-Syrië momenteel via Nederlandse bijdragen, en is het kabinet bereid deze hulp, met name gericht op vrouwen en kinderen, op te schalen? Welke specifieke beschermingsmaatregelen worden ondersteund om vrouwen, kinderen en andere kwetsbare groepen in Rojava beter te beschermen tegen geweld en gedwongen verdrijving? Klopt het dat de EU circa 600 miljoen euro aan steun verstrekt aan het Al Sharaa-regime en aanverwante netwerken? Zo ja, kan de minister uiteenzetten onder welke voorwaarden deze steun wordt verleend? Is de minister bereid zich in EU-verband in te zetten voor opschorting of beëindiging van Europese financiering aan het Al Sharaa-regime en aanverwante netwerken, zolang sprake is van betrokkenheid bij repressie en etnische zuivering van Koerden in Rojava? Zo nee, waarom niet? Deze leden vragen welke stappen de minister wil zetten tegen de inzet van grote hoeveelheden landbouwgif glyfosaat door Israël in Syrië en Libanon.1
Westelijke Jordaanoever
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie maken zich grote zorgen over de Israëlische annexaties, het toenemende kolonistengeweld en uitbreiding van de nederzettingen. Deze leden constateren met diepe zorg dat de situatie op de Westelijke Jordaanoever verder is verslechterd. Wanneer komt het kabinet met het nationale verbod op handel in producten met illegale nederzettingen? Hoe denkt het kabinet dit verbod te handhaven als een handelsboycot niet geldt voor heel Israël? Is de minister bereid om een handelsverbod met heel Israël per direct in te voeren, aangezien de druk om te stoppen met de illegale annexatie per direct moet worden opgevoerd? Zo nee, waarom niet? Nederlandse banken, verzekeraars en pensioenfondsen investeren in totaal miljarden euro's in bedrijven die actief zijn in of profiteren van illegale Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied. Is de minister bereid het handelsverbod uit te breiden met een verbod om te investeren in illegale nederzettingen richting banken, verzekeraars en pensioenfondsen? Zo nee, waarom niet? Welke andere mogelijkheden ziet de minister om de druk op de Israëlische regering om te stoppen met het annexeren van Palestijns gebied, en de Palestijnse bevolking voortdurend te intimideren, discrimineren en angst aan te jagen per direct te stoppen?
Daarnaast wijzen de leden van de Partij voor de Dieren-fractie erop dat er een aangenomen motie is van de Partij voor de Dieren die de regering verzoekt te onderzoeken welke juridische stappen Nederland, al dan niet samen met andere landen, kan zetten zodat Israël het Verdrag tegen foltering van de Verenigde Naties naleeft (Kamerstuk 21501-20, Nr. 2315). Deze leden vragen de minister welke stappen er gezet zijn in dit onderzoek en welke stappen het kabinet bereid is te zetten om het martelen van Palestijnse gevangenen door Israël te stoppen.
Gaza
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie maken zich grote zorgen over de situatie in Gaza. Israël heeft het staakt-het-vuren meerdere malen verbroken met bombardementen op dichtbevolkte woonwijken. Deze leden wijzen erop dat er afgelopen weekend weer doden gevallen zijn in Gaza door Israëlische bombardementen en dat er sinds het ‘staakt-het -vuren’ al meer dan 600 Palestijnen door Israëlische bombardementen zijn gedood in Gaza.2 Hoe kijkt de minister naar de schendingen van het staakt-het-vuren door Israël? Welke nationale maatregelen gaat de minister treffen tegen deze oorlogsmisdaden?
Daarnaast willen de leden van de Partij voor de Dieren-fractie graag weten hoe de minister naar de berichtgeving kijkt dat er 645 Nederlanders in het IDF (Israëlisch Defensieleger) hebben gediend ten tijde van de genocide in Gaza.3 Heeft het kabinet zicht op hoeveel Nederlanders er in het IDF hebben gediend sinds 7 oktober 2023? Is het kabinet op de hoogte of deze Nederlanders betrokken waren bij oorlogsmisdaden of andere schendingen van het internationaal recht? Welke instrumenten is de minister bereid in te zetten om Nederlanders die zich in het IDF schuldig hebben gemaakt aan schendingen van het internationaal oorlogsrecht te berechten? Is de minister bereid om een onderzoek te starten naar de Nederlanders die na 7 oktober in het IDF hebben gediend? Is de minister bereid om in Europees verband zich met andere lidstaten in te zetten om een gezamenlijk aanpak te formuleren voor EU-burgers die na 7 oktober in het IDF zich schuldig hebben gemaakt aan schendingen van het internationaal recht?
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie constateren met diepe zorg dat het Israëlische leger thermische en thermobarische munitie heeft ingezet op dichtbevolkte woonwijken. Kloppen deze berichten, zo vragen deze leden?4 Hulpdiensten hebben sinds oktober 2023 maar liefst 2.842 Palestijnen geregistreerd van wie vrijwel geen stoffelijke resten zijn teruggevonden. Deze leden willen graag weten of de minister op de hoogte is van deze inzet van thermische en thermobarische munitie op burgerdoelen? Zo ja, welke concrete maatregelen wil de minister nemen tegen Israël voor de inzet van deze verschrikkelijke wapens op burgerdoelen?
Iran
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie maken zich grote zorgen over de positie van mensenrechtenverdedigers en- organisaties in Iran. Deze leden wijzen erop dat er een motie is aangenomen om meer geld vrij te maken voor het maatschappelijke middenveld in Iran en Iraanse mensenrechtenorganisaties in de diaspora gemeenschappen (Kamerstuk 36800-V, Nr. 73). Deze leden willen graag van de minister vernemen welke stappen het kabinet gaat zetten om dit te verwezenlijken?
II Antwoord/ Reactie van de minister
III Volledige agenda
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 9 februari 2026 over de Geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari 2026 (Kamerstuk 21501-02, Nr. 3346).
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 29 januari 2026 over het Verslag Raad Buitenlandse Zaken d.d. 29 januari 2026 (Kamerstuk 21501-02, Nr. 3345)
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 16 januari 2026 over de Kabinetsreactie op het advies van de Commissie van Advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken: Bijzondere rechtsgevolgen van een regel van dwingend internationaal recht (Nr. 51) (Kamerstuk 21501-02, Nr. 3345).
Volkskrant, 16 februari 2026, (Israël sproeit landbouwgif in grensgebied Libanon en Syrië, rampzalige gevolgen voor de grond | de Volkskrant)↩︎
NOS, 15 februari 2026, (Zeker tien doden gemeld bij Israëlische luchtaanvallen in de Gazastrook)↩︎
NOS, 13 februari 2026, (Ruim 600 Nederlanders dienden vorig jaar in Israëlische leger)↩︎
BNNVARA, 11 februari 2026, (Israël bombardeerde Gaza met thermobarische wapens: duizenden Palestijnen letterlijk verdampt - Joop - BNNVARA)↩︎