Geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken Cohesiebeleid (RAZ-Cohesie) van 26 februari 2026
Brief regering
Nummer: 2026D07712, datum: 2026-02-18, bijgewerkt: 2026-02-18 11:05, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken
Onderdeel van zaak 2026Z03416:
- Indiener: V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Economische Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- 2026-02-19 14:00: Raad Algemene Zaken Cohesie d.d. 26 februari 2026 (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Europese Zaken
Preview document (🔗 origineel)
Geachte Voorzitter,
Op 26 februari vindt de Raad Algemene Zaken Cohesiebeleid (RAZ-Cohesie) plaats in Brussel. Tijdens deze Raad zullen naar verwachting Raadsconclusies worden aangenomen over de EU Agenda voor Steden en zal worden gesproken over de geleerde lessen van de tussentijdse herziening van het cohesiebeleid.
Vincent Karremans
Minister van Economische Zaken
EU Agenda voor Steden – Aanname Raadsconclusies
Het kabinet acht het positief dat de Commissie in de Agenda de stedelijke dimensie van EU-beleid erkent en een toekomstvisie uitdraagt over de rol van steden en stedelijke gebieden. Het kabinet onderschrijft dat steden essentieel zijn voor de uitvoering van de grote transities en bijdragen aan het concurrentievermogen van Nederland.
Het kabinet vindt het positief dat het belang van samenwerking tussen alle bestuurslagen en belanghebbende partijen (multi-level governance) wordt benadrukt. Voor het kabinet is het van belang dat de Commissie bij de invulling van de Agenda ook de lidstaten goed betrekt. Het kabinet hecht daarbij tevens aan een goede samenhang en samenwerking tussen de Agenda voor Steden en de reeds bestaande Europese Agenda Stad (Urban Agenda for the EU).
Op het gebied van Betere Regelgeving benoemt de Agenda het belang van het betrekken van steden en hun belangen bij het ontwerp en de implementatie van EU-regels. De Agenda verwijst naar de ambitie van de Commissie om in te zetten op eenvoudigere regels en minder administratieve lasten. Dit is in lijn met de inzet van het kabinet om knellende regelgeving en implementatiedruk vanuit Europa te verminderen. Nederland heeft hier tijdens het schrijven van deze conclusies dan ook aandacht voor gevraagd.
Tot slot wenst het kabinet met deze Raadsconclusies niet vooruit te lopen op de uitkomsten van de onderhandelingen over het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK)
In de laatste versie van de Raadsconclusies is bovenstaande inzet goed opgenomen. Nederland kan daarom instemmen met deze Raadsconclusies.
De tussentijdse herziening van het cohesiebeleid 2021-2027: geleerde lessen voor de toekomst – Gedachtewisseling
Het voorzitterschap is voornemens een gedachtewisseling te organiseren over de geleerde lessen van de tussentijdse herziening van het cohesiebeleid. Op het moment van schrijven zijn er nog geen stukken voor dit agendapunt verspreid.
De tussentijdse herziening had als doel om de investeringen uit de fondsen onder het cohesiebeleid binnen het huidige MFK beter af te stemmen op de nieuwe Europese prioriteiten, zoals versterking van het EU-concurrentievermogen en defensie. Het kabinet heeft uw Kamer op 9 mei 2025 geïnformeerd over de kabinetsinzet ten aanzien van het Commissievoorstel.1 Nederland heeft hiermee ingestemd, waaronder meer aandacht voor nieuwe uitdagingen op het gebied van defensie en veiligheid in lijn met de motie Kahraman en Van Campen2, omdat de kabinetsinzet in de compromistekst voldoende werd gereflecteerd.
Het kabinet pleit ervoor om de geleerde lessen uit de herziening van het lopende cohesiebeleid, voor zover nu al mogelijk, mee te nemen in de onderhandelingen over het volgende MFK. Het kabinet wil dat het cohesiebeleid zich ook in de toekomst meer focust op het versterken van het concurrentievermogen van de EU. Het kabinet zet zich in voor meer focus op onderzoek en innovatie en de drie transities (digitaal, groen en sociaal) binnen de voorgestelde Nationale en Regionale Partnerschapsplannen, zodat middelen worden ingezet waar deze de meeste toegevoegde waarde hebben voor de EU.3
Kamerstuk 22 112, nr. 4053↩︎
Kamerstuk 21 501-08, nr. 988↩︎
Kamerstuk 22 112, nr. 4144↩︎