Wetsevaluatie Vrijwillige Ouderbijdrage, Verkenning Bovenschools Fonds, Schoolkostenmonitor en Monitor Aanvullend Onderwijs
Brief regering
Nummer: 2026D07728, datum: 2026-02-18, bijgewerkt: 2026-02-19 13:22, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: K.M. Becking, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Verkenning bovenschools fonds vrijwillige ouderbijdrage
- Schoolkostenmonitor primair voortgezet en gespecialiseerd onderwijs 2024-2025
- Beslisnota bij Kamerbrief over Wetsevaluatie Vrijwillige Ouderbijdrage, Verkenning Bovenschools Fonds, Schoolkostenmonitor en Monitor Aanvullend Onderwijs
- Bovenschools fonds voor de vrijwillige ouderbijdrage Praktische handreiking
- Wetsevaluatie Vrijwillige ouderbijdrage
- Monitor Aanvullend Onderwijs 2025
Onderdeel van zaak 2026Z03421:
- Indiener: K.M. Becking, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2026-03-05 10:15: Procedurevergadering Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (🔗 origineel)
De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG |
|---|
| Datum | 18 februari 2026 |
|---|---|
| Betreft | Aanbieding Wetsevaluatie Vrijwillige Ouderbijdrage, Verkenning Bovenschools Fonds, Schoolkostenmonitor en Monitor Aanvullend Onderwijs |
Kansengelijkheid en Onderwijsondersteuning Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon |
Onze referentie 61688811 |
| Bijlagen |
|
Het funderend onderwijs is in Nederland vrij toegankelijk, zodat iedere leerling de kans heeft om goed onderwijs te volgen. Ook moeten alle kinderen mee kunnen doen aan extra activiteiten en onderwijsaanbod georganiseerd door de school, ongeacht de kapitaalkracht van hun ouders. Wel krijgen ouders te maken met verschillende schoolkosten, zoals voor gymkleding, een rekenmachine of schoolexcursie. OCW brengt daarom regelmatig de hoogte van deze bijkomende schoolkosten in kaart en monitort het aanbod en gebruik van aanvullend onderwijs. In de afgelopen maanden zijn daarnaast ook twee verdiepende onderzoeken uitgevoerd in het kader van schoolkosten, namelijk de wetsevaluatie vrijwillige ouderbijdrage en het onderzoek naar een bovenschools fonds. Dit laatste onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van een toezegging in het schriftelijk overleg op 19 december 2024.1 Met deze brief informeer ik u over de resultaten van deze vier onderzoeken.
Wetsevaluatie vrijwillige ouderbijdrage
Ten eerste bied ik u de wetsevaluatie vrijwillige ouderbijdrage aan. Op 1 augustus 2021 trad een nieuwe wet in werking, ingediend door de Kamerleden Kwint en Westerveld. Deze wet verbiedt scholen om leerlingen uit te sluiten van buitenschoolse activiteiten wanneer ouders de vrijwillige ouderbijdrage niet kunnen of willen betalen. Uit de evaluatie blijkt dat veruit de meeste scholen ouders informeren via de schoolgids over de hoogte van de vrijwillige ouderbijdrage, de bestedingen, de vrijwilligheid en het feit dat leerlingen niet mogen worden uitgesloten van deelname wanneer de vrijwillige ouderbijdrage niet wordt betaald. Dat is een verbetering ten opzichte van 2023. Maar het gaat nog niet overal goed. Uitsluiting van leerlingen komt vrijwel niet meer voor, al gebeurt het incidenteel nog op enkele scholen. Daarnaast blijkt dat scholen sinds de invoering van de wet te maken hebben met dalende inkomsten uit de vrijwillige ouderbijdrage. Er zijn grote verschillen tussen scholen. Op scholen met een welvarende populatie ouders wordt meer opgehaald voor extra activiteiten dan op scholen met een minder welvarende populatie.
Onderzoek bovenschools fonds
Zoals aan uw Kamer toegezegd, is, naar aanleiding van het beeld van deze dalende inkomsten vanuit de vrijwillige ouderbijdrage, door Andersson Elffers Felix (AEF) onderzoek gedaan naar de invoering van een bovenschools fonds als alternatieve manier voor het innen van de vrijwillige ouderbijdragen. Het onderzoek laat zien dat de betalingsbereidheid van ouders in veel gevallen zal afnemen bij de invoering van een bovenschools fonds. Tevens zijn er factoren geïdentificeerd die van invloed zijn op deze veranderende betalingsbereidheid. De onderzoekers benadrukken dat per situatie bekeken moet worden of een bovenschools fonds effectief zal zijn. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de locatie van de school, waarbij een fonds in een regio met een grote regionale identiteit meer kans van slagen zou hebben. Omdat de slagingskans contextafhankelijk is, ligt landelijke invoering van een bovenschools fonds niet in de rede. Op sommige locaties kan het werken en daarvoor hebben de onderzoekers een handreiking opgesteld. Deze handreiking biedt praktische handvatten voor scholen, schoolbesturen en gemeenten die nadenken over de invoering van een bovenschools fonds.
Schoolkostenmonitor
Daarnaast bied ik met deze brief de Schoolkostenmonitor aan. De Schoolkostenmonitor 2024-2025 laat onder meer zien dat de schoolkosten voor het primair onderwijs (po) en het voortgezet onderwijs (vo) (licht) gestegen zijn ten opzichte van de vorige monitor in 2022-2023. Het grootste deel van de schoolkosten omvat de vrijwillige ouderbijdrage, die in het vo – net zoals in de vorige monitor – nog steeds een stuk hoger ligt dan in het po. Daarnaast valt op, in overeenstemming met de vorige monitor, dat de bedragen aan totale schoolkosten in het vo flink uiteenlopen afhankelijk van onderwijsrichting, namelijk tussen de 125 euro (praktijkonderwijs) en 465 euro (gymnasium). Een klein deel van de ouders in het po en het gespecialiseerd onderwijs en een groot deel van de ouders in het vo geven aan kosten te maken voor ICT (laptops/tablets/andere ICT-middelen). Voor ICT-middelen geldt: een bijdrage voor deze middelen is vrijwillig. Als ouders geen bijdrage kunnen of willen leveren aan ICT-middelen, moet de school voor een volwaardig alternatief zorgen. Het is bij ouders nog in grote mate onduidelijk dat het maken van deze kosten vrijwillig is. Ik wil daarom hier – net zoals na de vorige Schoolkostenmonitor – herhalen dat scholen hier duidelijk over moeten communiceren naar ouders. Overigens gaat er ook veel goed. Een grote meerderheid van de ouders geeft aan dat zij worden geïnformeerd over de hoogte en besteding van de schoolkosten. Daarnaast is een groot deel tevreden over hoe ze geïnformeerd worden hierover.
Monitor aanvullend onderwijs
Als laatste bied ik u de Monitor Aanvullend Onderwijs aan. Dit is eveneens een periodiek onderzoek dat inzicht geeft in het aanbod, het gebruik en de omvang van aanvullend onderwijs in het po en het vo. De monitor onderzocht enerzijds het aanbod van aanvullend onderwijs vanuit scholen. Daarvoor geldt dat er een lichte stijging in het po heeft plaatsgevonden, terwijl het aanbod in het vo is gedaald. Het aandeel scholen dat aanvullend onderwijs op de eigen locatie geheel zelf organiseert is groter geworden en er vindt minder samenwerking met externe partijen plaats. In het kader van de in 2023 aangescherpte richtlijnen rondom aanvullend onderwijs2 zijn dit bemoedigende cijfers.
Daarnaast onderzocht de monitor het gebruik van aanvullend onderwijs onder ouders. Uit deze analyse blijkt dat ouders in het po en het vo aangeven meer gebruik te maken van aanvullend onderwijs ten opzichte van de vorige monitor uit 2022/2023. Ouders kiezen hier vooral voor vanuit het gevoel dat die ondersteuning thuis of op school niet geboden wordt of kan worden geboden. Ik verwacht van scholen dat er goed en voldoende onderwijs wordt gegeven zodat het inkopen van bijvoorbeeld extra bijles of toetstraining door ouders in principe niet nodig is.
Tot slot
Om ervoor te zorgen dat iedere leerling de kans heeft om goed onderwijs te volgen en mee kan doen aan extra activiteiten en onderwijsaanbod worden nogmaals de reeds beschikbare handreikingen en regels rondom schoolkosten en de vrijwillige ouderbijdrage met scholen gedeeld. Ook zal de nieuwe handreiking over het bovenschools fonds onder de aandacht worden gebracht bij scholen.
De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Koen Becking