Verslag informele bijeenkomst Milieuministers van 5-6 februari 2026
Milieuraad
Brief regering
Nummer: 2026D07735, datum: 2026-02-18, bijgewerkt: 2026-03-04 10:44, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiƫle HTML versie (kst-21501-08-1025).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat
- Mede ondertekenaar: A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (Ooit VVD kamerlid)
- Mede ondertekenaar: S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei (Ooit VVD kamerlid)
- Nonpaper CO2 infrastructure
- Beslisnota bij Kamerbrief bij het verslag informele bijeenkomst Milieuministers van 5-6 februari 2026
- Verslag informele bijeenkomst Milieuministers
Onderdeel van kamerstukdossier 21501 08-1025 Milieuraad.
Onderdeel van zaak 2026Z03422:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-03-11 10:15 ā Reeds geagendeerd voor het schriftelijk overleg Milieuraad van 17 maart op vrijdag 6 maart 2026. (Besluit)
- 2026-03-06 12:00 ā Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-02-25 14:35 ā Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-02-25 14:35: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-03-06 12:00: Milieuraad op 17 maart 2026 (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- 2026-03-10 16:30: Milieuraad op 17 maart 2026 - omgezet in schriftelijk overleg op 6 maart 2026 (Commissiedebat), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- 2026-03-11 10:15: Procedurevergadering Infrastructuur en Waterstaat (Procedurevergadering), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
Preview document (š origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
21 501-08 Milieuraad
Nr. 1025 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT EN VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI EN VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 februari 2026
Hierbij sturen wij u, mede namens de Minister en de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, het verslag van de informele bijeenkomst van Milieuministers van 5 en 6 februari 2026 in Nicosia, Cyprus.
Ook wordt uw Kamer het non-paper toegestuurd omtrent CO2 infrastructuur conform de EU-informatievoorzieningsafspraken.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
R. Tieman
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
S.Th.M. Hermans
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.A. Aartsen
Verslag informele bijeenkomst Milieuministers van 5 en 6 februari 2026 te Nicosia, Cyprus.
Op 5 en 6 februari jl. heeft een informele bijeenkomst van Milieuministers plaatsgevonden in Nicosia, Cyprus.
Er lagen geen EU-wetsvoorstellen voor ter besluitvorming. Naast de EU-lidstaten, waren tijdens de informele bijeenkomst ook verschillende Schengenlanden, EU-instellingen en organisaties aanwezig zoals het Europees Milieuagentschap (EAA) en het European Environmental Bureau (EEB). Het Cypriotische voorzitterschap had een drietal discussies gepland: 1) De samenhang tussen klimaatadaptatie en waterweerbaarheid; 2) Internationale klimaatprocessen; en 3) Het circulaire economie winterpakket.
Sessie 1: Samenhang klimaatadaptatie en waterweerbaarheid
Tijdens de informele bijeenkomst van Milieuministers vond er een discussie plaats over de klimaat- en waterweerbaarheid van Europa. Deze sessie begon met een presentatie van het Europees Milieuagentschap over klimaatrisicoās en -trends in Europa, onder andere voortkomend uit het European Climate Risk Assessment (EUCRA)1 uit 2024.
Alle deelnemers erkenden dat klimaat-gerelateerde risicoās de afgelopen jaren zijn toegenomen en dat dit in toenemende mate de nationale veiligheid bedreigt. Veel deelnemers deelden daarnaast nationale ervaringen met recente klimaat-gerelateerde rampen, zoals droogte en watergebrek in Zuid-Europese landen, evenals wateroverlast en overstromingen in Midden- en Oost-Europa. Vrijwel alle deelnemers benadrukten het belang van een gedeeld begrip van klimaatrisicoās en -scenarioās, alsook de rol van data- en informatiedeling tussen lidstaten om risicoās beter in kaart te brengen. Een groot aantal deelnemers, waaronder Nederland, benadrukte het belang van voldoende nationale flexibiliteit in Europese wetgeving om rekening te houden met regionale en lokale verschillen, waarbij ook specifiek het aanstaande EU-voorstel Ā«Europees initiatief inzake klimaatveerkracht en het beheer van klimaatrisicoāsĀ» werd uitgelicht. Ook was er veel steun onder de deelnemers, waaronder Nederland, voor het integreren van klimaatweerbaarheid in andere beleidsterreinen, waaronder energie, wonen en toerisme. Nederland benadrukte verder in zijn interventie het belang van het ontwikkelen van meerdere relevante klimaatscenarioās met specifieke aandacht voor nationale en lokale situaties.
Tevens werd door een groot aantal deelnemers het belang onderstreept van voldoende financiering, waaronder van de Europese Investeringsbank (EIB) en private financiering, om de klimaatweerbaarheid van Europa te vergroten. Een aantal deelnemers benadrukte hierin specifiek de extra kosten die gepaard gaan met het uitblijven van actie. Verschillende deelnemers gingen in hun interventie in op de belangrijke rol van water efficiƫntie, watercyclus, en waterweerbaarheid om onze klimaatweerbaarheid te vergroten, waarin ook de rol van de Kaderrichtlijn Water (KRW) werd uitgelicht. Ten slotte stipte een klein aantal deelnemers het belang van nature-based solutions en resilience by design aan om de Europese klimaatweerbaarheid te vergroten.
Sessie 2: Internationale klimaatprocessen
De tweede sessie van de bijeenkomst stond in het teken van de inzet rondom internationale klimaatprocessen, waarin specifiek werd stilgestaan bij het verloop van de afgelopen COP30 in Braziliƫ. Over het algemeen was er brede overeenstemming dat COP30 niet alle gewenste onderhandelingsresultaten heeft opgeleverd, waarbij wel door een aantal landen werd uitgelicht dat het publieke beeld negatiever is dan de totale resultaten. Er werden verschillende oorzaken en verbeterpunten aangestipt, zoals beter oog voor de geopolitieke dynamieken, versterking van de EU-interne coƶrdinatie en proces, en meer oog voor de inzet op langere termijn.
Een groot aantal landen benadrukte het belang van duidelijke en concrete langere termijn doelen en meerjarenstrategieƫn om de effectiviteit en invloed van de EU te vergroten. Daarnaast pleitten meerdere lidstaten voor het beter en effectiever gebruik maken van de externe instrumenten van de EU, waaronder het handelsinstrumentarium en ontwikkelingssamenwerking. Ook wezen ze op het belang om vroegtijdig strategische internationale partnerschappen aan te gaan en sterkere coalitievorming na te streven. Ook Nederland steunde dit. Tevens was er een kleine groep landen die opriep tot realistische en pragmatische doelen voor de onderhandelingen om de effectiviteit te vergroten. Daarnaast benadrukten verschillende lidstaten dat de EU zich meer kan focussen op de implementatie van eerder overeengekomen besluiten, en duidelijker kan communiceren over de door de EU beoogde en behaalde resultaten. Nederland benadrukte verder in zijn interventie onder andere het belang van concrete stappen om wereldwijd weg te bewegen van fossiele brandstoffen en ontbossing te stoppen, in navolging van de eerder gemaakte afspraken daarover.
Sessie 3: Circulaire economie winterpakket
De laatste discussie van de bijeenkomst ging over het in december gepresenteerde Circulaire Economie winterpakket, gericht op het verbeteren van de situatie van plastic recyclers in de EU. Vrijwel alle deelnemers gaven aan het winterpakket te verwelkomen en blij te zijn met de aandacht voor de momenteel moeilijke situatie van plastic recyclers in de EU. Hierbij werd vooral het belang van een sterke interne markt benadrukt, waarbij ook oog moet worden gehouden voor aanvullende (en al dan niet tijdelijke financiƫle) steunmaatregelen en investeringen. Hoewel veel deelnemers het pakket verwelkomen, benadrukten verschillende deelnemers hierbij wel het belang van tijdige implementatie en versnelling van maatregelen, om de situatie van plastic recyclers in de EU op korte termijn te verbeteren. Daarnaast gaven veel deelnemers hun steun voor handelsmaatregelen om het gelijke speelveld van recyclers in Europa te verbeteren.
Tevens werd het belang van heldere geharmoniseerde regels en voorspelbare kaders benadrukt, onder andere op het gebied van end-of-waste, chemische en mechanische recycling en herkomst van plastic. Daarnaast verwelkomden verschillende deelnemers, waaronder Nederland, het initiatief voor meer grensoverschrijdende samenwerking door middel van Trans-Regional Circularity Hubs. Bij verschillende deelnemers bestaat echter nog veel onduidelijkheid over hoe de Commissie deze hubs voor zich ziet. Verder benadrukte Nederland in zijn interventie het belang van een tijdige implementatie van de Single Use Plastic (SUP)-richtlijn en end-of-waste criteria, evenals het belang van het implementeren van artikel 7 van de verpakkingsverordening. Daarnaast heeft Nederland, conform een toezegging aan de Kamer2, het belang van een verbetering van REACH, en specifiek het belang van een hoog beschermingsniveau voor mens en milieu, onder de aandacht gebracht bij de Commissie en de andere deelnemers.
https://www.eea.europa.eu/en/analysis/publications/european-climate-risk-assessmentā©ļø
Kamerstukken II, 2025ā2026, 2026Z02369ā©ļø