Gezamenlijke Verklaring NL-BE over samenwerking spoordossiers
Bijlage
Nummer: 2026D07862, datum: 2026-02-19, bijgewerkt: 2026-02-19 09:10, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Bijlage bij: Afspraken met Belgiƫ over spoordossiers (2026D07861)
Preview document (š origineel)
Gezamenlijke verklaring
Intensivering samenwerking op spoordossiers tussen
de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van Nederland en
de Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie, belast met Duurzame Ontwikkeling van Belgiƫ
Inleiding
Door deze gezamenlijke verklaring te ondertekenen, erkennen en onderstrepen de Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie, belast met Duurzame Ontwikkeling van BelgiĆ« en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van Nederland, hierna genoemd āondertekenaarsā, het belang van hun bilaterale relatie en hun gedeelde waarden en belangen. De ondertekenaars waarderen de bestaande samenwerking tussen de betrokken overheden, spoorwegmaatschappijen en spoorinfrabeheerders, maar onderkennen ook dat er uitdagingen blijven en dat er nieuwe uitdagingen bij zijn gekomen in een snel veranderende wereld, die ook om snelle actie vragen. Ondertekenaars onderkennen daarom de urgentie om te komen tot versnelling en de urgentie om de onderlinge samenwerking verder te versterken en te intensiveren.
Aanleiding
Ondertekenaars constateren dat de snel veranderende geopolitieke en geo-economische verhoudingen vragen om meer samenwerking op het gebied van strategische autonomie, veiligheid, economisch concurrentievermogen, bereikbaarheid van havens en hun achterland, internationale handel en militaire mobiliteit. Tegelijkertijd blijft de mobiliteits- en transportsector geconfronteerd met klimaatuitdagingen. Het spoor vormt daardoor een onmisbare schakel in deze gezamenlijke inspanning.
Ondertekenaars zien een sterke onderlinge economische verbondenheid in de gehele Delta tussen Hamburg en Le Havre. Deze verbondenheid gaat over landsgrenzen heen en wordt door het benutten van elkaars slagkracht, innovatie, arbeidsproductiviteit en het netwerk van toeleveranciers en kennisnetwerken versterkt. Infrastructuur en dus ook het spoor kunnen een aanjagende rol hebben om die verbondenheid te benutten en te versterken. Door vraagstukken te benaderen vanuit het perspectief van de kracht van de Delta, leveren Belgiƫ en Nederland een meerwaarde voor iedereen. Het gaat hier om een eeuwenlang verbonden regio waarin ondernemers en burgers gebruikmaken van de strategische ligging van deze economische poort van Europa.
Ondertekenaars erkennen dat de wijze van allocatie van infrastructuurmiddelen en bijbehorende regels in beide landen tot dusver van elkaar verschillen en dat dit de samenwerking niet altijd vergemakkelijkt. Om de samenwerking te verbeteren, is er behoefte aan een meer integraal beeld van gezamenlijke investeringen. Op een aantal spoordossiers in de wisselwerking tussen beide departementen is derhalve een extra impuls nodig om de uitdagingen waar ze voor staan effectief aan te pakken en op te lossen.
Dit sluit ook aan bij het feit dat door de inwoners van Belgiƫ en Nederland de grenzen steeds minder ervaren worden. Het is vanzelfsprekend om te wonen, te werken, boodschappen te doen of te recreƫren over de grens heen. Het is dan bijzonder dat door verschillen in besluitvorming en regelgeving deze grenzen toch een beperking kunnen opleveren. Ondertekenaars onderkennen dat waar grenzen voor inwoners steeds minder gelden, maar toch beperkend kunnen werken, de overheid een rol heeft om vrij verkeer van personen en goederen optimaal te faciliteren.
Afspraken
Ondertekenaars spreken af om de samenwerking tussen het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de Federale overheidsdienst voor Mobiliteit en Vervoer op meerdere spoordossiers te intensiveren en te versnellen door deze meer vanuit een integrale en brede blik te benaderen. Dit moet leiden tot een structurele en overkoepelende samenwerking, waarbij de verantwoordelijke bewindspersonen elkaar tenminste eenmaal per jaar spreken. Ambtelijke werkgroepen verzorgen de uitwerking van de afspraken. Overkoepelend worden de werkgroepen aangestuurd door de verantwoordelijke DGās in beide landen.
Ondertekenaars spreken af dat er rond de zomer van 2026 een aanvullend en concreet afsprakenkader ligt dat door de bevoegde bewindspersonen ondertekend kan worden en dat mogelijk de basis vormt voor een addendum bij de eerdere afspraken tijdens de Thalassa Top van 2022, met name de Bilaterale intentieverklaring met betrekking tot de verbetering van het (kort-) grensoverschrijdend passagiers spoorvervoer tussen Belgiƫ en Nederland en de ontwikkeling van het (internationale) goederenvervoer. De ambtelijke werkgroepen zijn verantwoordelijk voor de totstandkoming van deze afspraken. De werkgroepen worden geleid door ambtenaren die samen een bestuurlijk Delta-beraad vormen en die het politiek-bestuurlijke overleg voorbereiden.
Daarbij kan worden voortgebouwd op bestaande afspraken, gemaakt tijdens de Thalassa Top in 2022 en op de bestaande samenwerking tussen beide departementen op specifieke dossiers. Dat vraagt wel inhoudelijk, bestuurlijk en procesmatig om versterking van deze bestaande samenwerking met oog voor onderlinge samenhang tussen projecten, begrip voor elkaars besluitvormingsprocessen en inhoudelijke verdieping waar nodig. Dat betekent ook concreet dat voor de bestaande werkgroepen gekeken wordt naar de betrokkenheid van alle relevante stakeholders, zowel uit Belgiƫ en Nederland, maar ook vanuit andere relevante landen, verschillende overheidslagen en de sector.
Het uit te werken concrete afsprakenkader omvat in ieder geval de volgende dossiers:
Het verbeteren van de coƶrdinatie en de uitrol van het ERTMS;
Capaciteitsuitbreiding voor personenvervoer per trein en verbetering van de bestaande verbindingen tussen Belgiƫ en Noord-Brabant (Antwerpen-Roosendaal, Amsterdam-Brussel, enz.);
Verbetering van de bestaande grensoverschrijdende verbindingen tussen BelgiĆ« en de Nederlandse provincie Limburg (Drielandentrein, Weert-Hamont, enz.). Parallel daaraan vinden gesprekken plaats over de mogelijkheden voor de herinrichting van momenteel nietāfunctionele verbindingen, zoals HasseltāMaastricht;
Het opstarten van reflecties en/of studies met betrekking tot de ontwikkeling van verbindingen tussen Belgiƫ en de Nederlandse provincie Noord-Brabant (Brainport-Brussel);
Aan beide zijden van de grens werken aan het oplossen van de knelpunten die een belemmering vormen voor de ontwikkeling van lokale grensoverschrijdende netwerken;
In lijn met de afspraken van het pentagonale ministersoverleg van juni 2023 uitwerken van de nodige stappen ten behoeve van de ontwikkeling van een verbinding tussen de haven van Antwerpen en het Duitse Ruhrgebied (3RX);
Concrete stappen voortzetten om het spoorgoederenvervoer tussen de havens Gent en Terneuzen structureel te verbeteren;
Vergroten van de weerbaarheid en van de capaciteit voor grensoverschrijdende militaire mobiliteit;
Het vergroten van de efficiƫntie van het vervoer per spoor (bv. via autonoom vervoer). De ondertekenaars sluiten zich aan om het regelgevingskader voor de sector ondersteunend te maken;
Coƶrdinatie van de strategische richtsnoeren ten aanzien van capaciteitsverdeling conform de nieuwe EU-verordening capaciteit.
Ondertekenaars spreken af dat tenminste eenmaal per jaar politiek overleg zal plaatsvinden waar de voortgang van de werkgroepen besproken zal worden, te beginnen met de ondertekening rond zomer 2026. Tevens kunnen tijdens deze ontmoeting ook nieuwe themaās en dossiers geadresseerd worden die een politieke impuls nodig hebben. Deze ontmoeting vormt ook de basis voor nieuwe bestuurlijke afspraken op een Thalassa Top. Afhankelijk van de agenda kunnen bestuurders van regionale overheden hiertoe worden uitgenodigd.
Ondertekenaars erkennen dat de rol en betrokkenheid van regionale overheden belangrijk is voor de verankering in de regionale structuren en voor het draagvlak voor ingrijpende projecten. Daarom worden, indien relevant, regionale overheden zoals gewesten en provincies uitgenodigd om deel te nemen aan de werkgroepen.
De BelgischāNederlandse werkgroep komt ten minste tweemaal per jaar bijeen om de uitvoering en opvolging te verzekeren van de mijlpalen die voor elk dossier zijn vastgelegd en waarvoor een politiek mandaat werd verleend.
18 februari 2026 te Antwerpen
ā¦ā¦ā¦ ā¦ā¦ā¦
(Jean-Luc) Crucke ROYAUME DE BELGIQUE Ministre de la Mobilité, du Climat et de la transition Environnementale, chargé du Développement durable KONINKRIJK BELGIà Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie, belast met Duurzame Ontwikkeling |
|
|---|