[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Antwoord op vragen van de leden Van der Werf, Bamenga en Boswijk over het verbieden van hulporganisaties in Gaza en de Westelijke Jordaanoever

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D07999, datum: 2026-02-19, bijgewerkt: 2026-02-19 17:19, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2025Z22744:

Preview document (šŸ”— origineel)


AH 1142

2025Z22744

Antwoord van minister Van Weel (Buitenlandse Zaken) en van staatssecretaris de Vries (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 19 februari 2026)

Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 968

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van recente berichtgeving, waarin wordt gemeld dat Israƫl tientallen internationale hulporganisaties, waaronder Artsen zonder Grenzen, Save the Children, CARE en Oxfam Novib, per 1 januari de toegang tot Gaza en de Westelijke Jordaanoever ontzegt? Wat is uw beoordeling van deze ontwikkeling?

Antwoord

Ja. Het besluit van IsraĆ«l om verschillende internationale ngo’s te weren is zorgwekkend en zal negatieve consequenties hebben voor de hulpverlening in de bezette Palestijnse gebieden. Nederland neemt IsraĆ«lische veiligheidszorgen serieus en heeft meermaals verzocht of de IsraĆ«lische autoriteiten in gesprek kunnen gaan met de ngo’s hierover. Het besluit om de registratie van deze internationale ngo’s niet te verlenen, zonder hierover met hen in gesprek te gaan, ziet het kabinet niet als de juiste weg voorwaarts. Het IsraĆ«lische besluit raakt onder meer Nederlandse partners van de Dutch Relief Alliance. Nederland onderhoudt nauw contact met deze organisaties om de consequenties voor de humanitaire hulpverlening zo goed mogelijk in kaart te brengen.

Vraag 2

Deelt u de kwalificatie van landen als het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Canada, Noorwegen en Japan dat de humanitaire situatie in Gaza opnieuw is verslechterd en inmiddels als catastrofaal moet worden aangemerkt? Zo ja, welke consequenties verbindt u daaraan? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Sinds het staakt-het-vuren is de invoer van voedselhulp verbeterd waardoor een hongersnood kon worden afgewend. Tegelijkertijd blijft de situatie fragiel, ook qua voedselzekerheid, en zien we nog steeds tekorten op gebieden als gezondheidszorg, water en sanitaire voorzieningen. Er is een tekort aan onderdak en mensen zijn onvoldoende beschermd tegen voorkomende hevige regenval en dalende temperaturen. Nederland blijft IsraĆ«l, zowel op bilateraal als multilateraal vlak, oproepen tot volledige, ongehinderde en veilige humanitaire toegang voor professionele en gemandateerde organisaties, waaronder de VN, de Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging en internationale ngo’s.

Vraag 3

Bent u bekend met de open brief van de ministers van Buitenlandse Zaken van onder meer Frankrijk, Canada, het Verenigd Koninkrijk, Japan en Noorwegen, waarin Israƫl wordt opgeroepen het besluit terug te draaien om humanitaire hulporganisaties te weren uit Gaza? Waarom heeft Nederland zich tot op heden niet bij deze verklaring aangesloten en bent u bereid dit alsnog te doen? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

De staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp sprak publiekelijk haar zorgen uit over dit specifieke Israƫlische besluit. Het kabinet spant zich in om hulporganisaties zo goed mogelijk te ondersteunen. Dat doet het zowel voor als achter de schermen. Hierbij weegt het kabinet voortdurend wat de meest effectieve wijze is om boodschappen over te brengen. Deze afweging is dan ook gemaakt met betrekking tot het wel of niet ondertekenen van de open brief.

Zoals tevens toegelicht in de Kamerbrief van 30 januari jl. over de stand van zaken omtrent de medische capaciteit in de Gazastrook en de regio, nam de minister van Buitenlandse Zaken na het besluit van IsraĆ«l op 31 december jl. telefonisch contact op met de IsraĆ«lische minister van Buitenlandse Zaken, en heeft zijn zorgen ook in november benadrukt tijdens zijn bezoek aan IsraĆ«l.1 Eerder was Nederland medeondertekenaar van het Foreign Ministers’ statement van augustus 2025, en onderstreepte het zorgen over de wetgeving tijdens de Europese Raad.2

Het kabinet zal er bij IsraĆ«l op blijven aandringen om de VN, Rode Kruis- en Halve Maanbeweging en internationale ngo’s, waaronder de vertrouwde humanitaire partners van Nederland, ongehinderde toegang te verschaffen tot de bezette Palestijnse gebieden.

Vraag 4

Acht u het aanvaardbaar dat hulporganisaties die levensreddende medische zorg, voedselhulp en onderdak bieden, hun werkzaamheden moeten staken terwijl miljoenen Palestijnen, met name in de winterperiode, afhankelijk zijn van deze hulp? Welke risico’s ziet u hierbij voor ondervoeding, ziekte, hongersnood en onderkoeling, gezien het feit dat veel mensen in provisorische tentenkampen leven die al meerdere overstromingen en noodweer hebben moeten doorstaan?

Vraag 5

Deelt u de zorg dat deze Israƫlische maatregelen tot gevolg kunnen hebben dat naar schatting ƩƩn op de drie zorginstellingen in Gaza moet sluiten en dat de humanitaire hulpverlening grotendeels kan instorten? Zo ja, welke stappen acht u noodzakelijk om dit te voorkomen?

Antwoord vragen 4 en 5

Het besluit van IsraĆ«l om verschillende internationale ngo’s te weren is zorgwekkend. Hierover onderhoudt Nederland contact met de betreffende hulporganisaties. Gezien de hoge humanitaire noden zijn alle professionele hulporganisaties op dit moment hard nodig. Nederland neemt IsraĆ«lische veiligheidszorgen serieus maar ziet het besluit om de registratie van deze internationale ngo’s niet te verlenen niet als de juiste weg voorwaarts, en roept IsraĆ«l op het besluit terug te draaien om professionele en gemandateerde hulporganisaties, waaronder vertrouwde Nederlandse humanitaire partnerorganisaties, te weigeren. Daarbij blijft Nederland oproepen tot naleving van het humanitair oorlogsrecht.

Vraag 6

Welke concrete stappen zet u op dit moment, bilateraal of in EU-verband, om te voorkomen dat de toegang van hulporganisaties per 1 januari daadwerkelijk wordt stopgezet en om ervoor te zorgen dat levensreddende humanitaire hulp doorgang kan blijven vinden?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 3.

Vraag 7

Hoe beoordeelt u het nieuwe IsraĆ«lische registratieproces voor humanitaire ngo’s, waarbij organisaties uitgebreide personeels- en familiegegevens moeten aanleveren en kunnen worden afgewezen op basis van politieke uitingen van individuele medewerkers?

Antwoord

Het verzoek van IsraĆ«l aan de internationale ngo’s om ook persoonsgegevens van stafleden en hun families te delen strookt volgens de Nederlandse Autoriteit Persoonsgegevens hoogstwaarschijnlijk niet met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Nederland neemt IsraĆ«lische veiligheidszorgen serieus maar ziet het besluit om de registratie van deze internationale ngo’s niet te verlenen niet als de juiste weg voorwaarts.

Vraag 8

Deelt u de opvatting dat deze registratie-eisen de humanitaire hulp politiseren en daarmee strijdig zijn met de humanitaire beginselen van neutraliteit, onafhankelijkheid en onpartijdigheid? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

De gevolgen van de herregistratieplicht voor de humanitaire hulpverlening baart het kabinet zorgen. Nationale wetgeving ontheft staten niet van hun verplichtingen onder het internationaal recht, waaronder het humanitair oorlogsrecht, zoals de verantwoordelijkheid om de burgerbevolking in bezet gebied toegang te bieden tot essentiƫle goederen en de levering daarvan door derden niet onnodig te belemmeren.

Vraag 9

Hoe beoordeelt u de nieuwe Israƫlische wetgeving tegen de United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East (UNRWA) in het licht van de bindende uitspraken van het Internationaal Gerechtshof, waarin expliciet is vastgesteld dat Israƫl verplicht is de werkzaamheden van UNRWA te faciliteren en niet te belemmeren? Acht u deze wetgeving verenigbaar met het internationaal recht?

Antwoord

Adviezen van het IGH zijn niet juridisch bindend, maar wel gezaghebbend omdat het voornaamste gerechtelijke orgaan van de VN daarin een uiteenzetting geeft van het geldend internationaal recht. Nederland volgt het advies van het IGH, en hiermee de conclusie van het Hof dat de twee door Israƫl aangenomen wetten in oktober 2024 niet verenigbaar zijn met de verplichtingen van Israƫl ten aanzien van de bezette Palestijnse gebieden, waaronder zijn verplichtingen onder het VN-Handvest. Ook de recent aangenomen wetgeving (2025) in het verlengde hiervan strookt niet met het advies van het IGH.

Vraag 10

Deelt u de opvatting dat het uitsluiten van UNRWA van de VN-Conventie inzake Privileges en Immuniteiten, het afsluiten van water, elektriciteit en communicatie en het dreigen met onteigening van VN-eigendom een ernstige schending vormt van de verplichtingen van Israƫl als VN-lidstaat en een gevaarlijk precedent schept voor de bescherming van VN-organisaties wereldwijd?

Antwoord

In het kader van een bezetting oefent een bezettende macht rechtsmacht en controle uit over het bezette gebied. Het International Gerechtshof benoemt in zijn advies van 22 oktober 2025 in dit kader ook de verplichting om de privileges en immuniteiten van de VN in bezet gebied te respecteren (art. 105 VN Handvest). Dit ziet ook op UNRWA. Op grond van deze verplichtingen is het Israƫl niet toegestaan om dergelijke beperkende maatregelen te nemen tegen VN eigendom, inclusief de gebouwen in de bezette Palestijnse Gebieden. Zie de kabinetsreactie van 21 januari jl. op de sloop van het UNRWA-hoofdkantoor in Oost-Jeruzalem door Israƫl.3

Vraag 11

Bent u bereid deze kwestie met urgentie te agenderen binnen Europa en in VN-verband om gezamenlijk druk uit te oefenen, opdat humanitaire hulp niet verder wordt belemmerd? Welke concrete stappen heeft u hiertoe reeds ondernomen?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 5 en 6.

Vraag 12

Welke gevolgen heeft het weren van een aanzienlijk deel van de hulporganisaties volgens u voor de naleving door Israƫl van zijn verplichtingen onder het internationaal humanitair recht, waaronder de plicht van een bezettende macht om humanitaire hulp toe te laten?

Antwoord

In het IGH-advies van 22 oktober 2025 over de verplichtingen van Israƫl ten aanzien van de aanwezigheid en activiteiten van de Verenigde Naties en andere internationale organisaties in de bezette Palestijnse Gebieden oordeelt het Hof dat Israƫl, als bezettende macht, zijn verplichtingen onder het humanitair oorlogsrecht moet naleven. Indien het gevolg is dat de burgerbevolking in de bezette Palestijnse gebieden onvoldoende voorzien is van essentiƫle levensbehoeften, dan schendt Israƫl verplichtingen onder het humanitair oorlogsrecht.

Vraag 13

Kunt u toezeggen de Kamer op zeer korte termijn te informeren over de inzet van Nederland in de komende dagen en weken, gezien de acute deadline van 1 januari en de directe gevolgen voor honderdduizenden mensen die afhankelijk zijn van humanitaire hulp?

Antwoord

De keuze over het verder informeren van de Kamer wordt overgelaten aan het inkomende kabinet.


  1. Kamerstuk 23432, nr. 629ā†©ļøŽ

  2. Europese Raadsconclusies, 18 december 2025, https://www.consilium.europa.eu/media/di5jkh3t/nl-20251218-european-council-conclusions.pdfā†©ļøŽ

  3. Kamerstuk 26150, nr. 242ā†©ļøŽ