Antwoord op vragen van de leden Pierik en Van der Plas over het artikel 'Mestmodel berekent stikstofuitspoeling met 100 procent onzekerheid' en de onderliggende rapporten bij dit artikel (KRW-restopgave Nutriënten in Gelderland en Oostzijde Utrechtse Heuvelrug, Schipper ea 2024 en Ruimtelijk allocatie van mesttoediening en ammoniakemissie, Kros ea 2019)
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D08009, datum: 2026-02-19, bijgewerkt: 2026-02-19 17:23, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Onderdeel van zaak 2024Z21102:
- Gericht aan: F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Indiener: C.R. Pierik, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: C.A.M. van der Plas, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 1143
2024Z21102
Antwoord van minister Wiersma (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) (ontvangen 19 februari 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2024-2025, nr. 1010
1
Bent u bekend met het artikel ‘Mestmodel berekent stikstofuitspoeling met 100 procent onzekerheid’?
Antwoord
Ja, hier ben ik mee bekend.
Allereerst wil ik het volgende opmerken. In het artikel en uw vragen wordt aandacht besteed aan onzekerheden binnen het Initiator-model. Modellen zijn altijd een (zo goed mogelijke) inschatting, waarbij het per definitie benaderingen zijn en geen exacte weergaven van de werkelijkheid. Tegelijkertijd vormen modellen over het algemeen - en ook in dit geval - de best beschikbare manier om inschattingen te maken. Ik juich toe dat er een maatschappelijk debat plaatsvindt over de modellen die wij gebruiken en dat er doorlopend kritisch naar wordt gekeken. Dat kan helpen bij het signaleren en doorvoeren van verbeteringen. In die context lees ik ook uw vragen.
2
Kent u het rapport Kaderrichtlijn Water (KRW)-restopgave Nutriënten in Gelderland en Oostzijde Utrechtse Heuvelrug van Schipper en anderen uit 2024 en het rapport Ruimtelijk allocatie van mesttoediening en ammoniakemissie van Kros en anderen uit 2019, waarnaar verwezen wordt in het artikel?
Antwoord
Ja, ik ben bekend met deze rapporten.
3
Is het correct dat Initiator het Nationale Waterkwaliteitsmodel voedt met input?
Antwoord
Dat is correct. Het Landelijk Waterkwaliteitsmodel (LWKM) gebruikt de ruimtelijke verdeling van dierlijke mest, kunstmest en overige organische meststoffen zoals berekend met Initiator.
4
Is het correct dat Initiator ook input levert voor Aerius?
Antwoord
Het is correct dat Initiator input levert aan AERIUS Calculator. Het RIVM monitort de totale stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Initiator levert input daarvoor bijvoorbeeld voor wat betreft de beweiding- en aanwendingsemissies. Uiteindelijk wordt de totale stikstofdepositie gebruikt in AERIUS. Initiator zelf wordt niet gebruikt bij het berekenen van de emissie en depositie voor een project in AERIUS Calculator (ten behoeve van toestemmingverlening).
5
Waar wordt Initiator nog meer voor gebruikt?
Antwoord
Het Initiator model kan voor uiteenlopende doeleinden worden benut (zie ook beantwoording van de vragen 3 en 4). In essentie kan dit model worden benut voor het doorrekenen van effecten van maatregelen op diverse milieueffecten. Zo zijn de gegevens van Initiator gebruikt in het waterkwaliteitsonderzoek voor de evaluatie van de Meststoffenwet in 2024 (Kamerstuk 33037, nr. 561). Daarnaast wordt het model bijvoorbeeld ook toegepast bij de stikstofmonitoring (bijlage bij Kamerstuk 35334, nr. 291).
6
Onderschrijft u de bevindingen zoals deze in het artikel zijn neergezet? Zo nee, welke bevindingen onderschrijft u niet en waarom?
Antwoord
In het artikel wordt gesteld dat de gebruikte modellen door
onbetrouwbaarheid onvoldoende onderbouwing kunnen bieden voor
beleidskeuzes. Voor het maken van beleidskeuzes wordt regelmatig advies
gevraagd aan onafhankelijke wetenschappers, waaronder bijvoorbeeld RIVM
of Wageningen Environmental Research (WEnR). Het is aan de
wetenschappers om gebruik te maken van de best beschikbare en
betrouwbare gegevens. Initiator is een model dat, net als ieder ander
model, onzekerheden bevat. Initiator is nu het beste wetenschappelijke
rekenmodel voor het leveren van informatie over de mestverdeling aan het
Landelijke Waterkwaliteitsmodel waarmee de verwachte uitspoeling van
nutriënten naar het water wordt berekend. Zoals in de rest van de
beantwoording nader toegelicht biedt Initiator de best beschikbare
informatie, en kan deze daarmee worden gebruikt bij het maken van
beleidskeuzes.
7
Vindt u dat het model Initiator gebruikt kan worden om overbemesting in een gebied te berekenen?
8
Worden deze uitkomsten omtrent berekende overbemesting ook met de Europese Commissie gedeeld? Zo ja, worden de vele onzekerheden daarbij vermeld?
9
Bent u het eens met de stelling dat overbemesting overeenkomt met de suggestie van mestfraude, daar het gedefinieerd wordt als bemesting boven de toegestane gebruikersnorm?
Antwoord vraag 7, 8 en 9
Het primaire doel van Initiator is niet om overbemesting in een gebied te berekenen. Aan de hand van de modelberekeningen van Initiator is het wel mogelijk om inzicht te krijgen in de toewijzing van mest die volgens het model niet plaatsbaar is, dit is de ‘berekende bemesting boven de gebruiksruimte’. De reden hiervoor is dat het prognoses zijn van verwachte effecten van huidig of nieuw (mest)beleid.
In mijn Kamerbrief over de evaluatie Meststoffenwet (Kamerstuk 33037, nr. 561) heb ik toegelicht dat de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) in haar advies “Analyse van de mestmarkt in Nederland over de periode 2018-2022” heeft aangegeven wat de onzekerheden zijn bij de ‘berekende bemesting boven de gebruiksruimte’. Het berekenen van de berekende bemesting boven de gebruiksruimte is een aanvullend scenario in het CDM-advies, waarbij aan de hand van een berekening een inschatting is gemaakt over de toekomstige nutriëntenbelasting van het water en dus de toekomstige waterkwaliteit. In de berekening zitten echter factoren die onzeker zijn, bijvoorbeeld weersinvloeden, deelname aan bovenwettelijke maatregelen en het niet wegvallen van de berekende bemesting boven de gebruiksruimte (overbemesting). Dit betekent dat het bij ‘berekende bemesting boven de gebruiksruimte’ niet per definitie gaat om overtredingen van mestregels, maar dat de berekende bemesting en mestplaatsing ook niet overeen kunnen komen door andere variaties, bijvoorbeeld door aannames die worden gedaan in het model. Ik ben het dan ook met u eens dat de overheid terughoudend moet zijn in het (uitgaan van) overtredingen van mestregels bij te maken beleidskeuzes.
De berekeningen uit het Initiator model zijn door Wageningen Environmental Research (WEnR) benut in de onderzoeken die ten grondslag liggen aan de Nitraatrapportage. De belangrijkste resultaten in de Nitraatrapportage betreffen waterkwaliteitsmetingen van het RIVM. In de Nitraatrapportage wordt niet ingegaan op de uitkomsten omtrent de berekende bemesting boven de gebruiksruimte en de onzekerheden daaromtrent. De Nitraatrapportage is gedeeld met de Europese Commissie.
10
Bent u zich ervan bewust dat er per definitie een gat (stikstofgat) zit tussen berekende mestproductie op basis van mestexcreties en gemeten afvoer van mest op basis van mestmonsters?
Antwoord
Ik ben mij ervan bewust dat er op bedrijfsniveau een verschil kan
bestaan tussen de hoeveelheid stikstof gemeten in de mest en de
hoeveelheid stikstof in de mest zoals berekend met de
stikstofexcretieforfaits. Dit is ook de reden waarom een ondernemer in
het kader van vrije bewijsleer met bijvoorbeeld de BEX kan aantonen dat
de stikstofexcretieforfaits voor zijn bedrijfssituatie niet correct zijn
en uit moet worden gegaan van de met de BEX berekende excreties.
Per 1 januari 2025 zijn op basis van het in september 2024 uitgebrachte Advies van de CDM ‘Correctiefactor voor de gasvormige stikstofverliezen bij melkvee’ 1 de netto excretieforfaits voor stikstof voor melkvee gewijzigd (Stcrt. 2024, 41564) . In de gewijzigde netto excretieforfaits is rekening gehouden met een verhoogde stikstofcorrectiefactor voor stikstofverliezen van 14% voor stalsystemen met drijfmest en 39% voor stalsystemen met vaste mest. In dit advies is de hoeveelheid stikstof die vanuit de mest in de stal en opslag verloren gaat berekend door de gegevens over voeropname en voersamenstelling te combineren met gegevens over het stikstof- en fosfaatgehalte in afgevoerde mest.
Daarnaast heb ik de Kamer meegedeeld dat het goed mogelijk lijkt om een protocol stikstofgat te ontwikkelen (Kamerstukken II, 2024/25, 33 037, nr. 600).
Inmiddels is met inbreng van expertise van Wageningen University & Research een concept opgesteld. Het concept is zodanig representatief, controleerbaar en verifieerbaar van opzet dat het voldoende waarborgen lijkt te bieden om (1) aan te tonen dat er sprake is van bedrijfsspecifiek stikstofverlies en (2) om de bedrijfsspecifieke stikstofproductie te berekenen.
Ik heb de Commissie Deskundigen Meststoffenwet gevraagd een review uit te voeren op het concept protocol stikstofgat. Ook ben ik voornemens om het concept protocol parallel aan de review in de komende periode te bespreken met sectorpartijen. Ik verwacht dat het protocol stikstofgat vervolgens in de zomer van volgend jaar kan worden vastgesteld en daarna via RVO beschikbaar kan worden gesteld.
Na vaststelling kan het protocol stikstofgat onder voorwaarden gebruikt worden door melkveehouders die een beroep willen doen op de vrije bewijsleer, maar alleen als hulpmiddel. De belangrijkste voorwaarden hiervoor zijn:
- de beschikbaarheid van voldoende, representatieve mestanalyses van de onbewerkte, eigen drijfmest die wordt aangewend of wordt afgevoerd; en
- het gebruik van de Handreiking BEX om de bedrijfsspecifieke excreties te berekenen.
11
Wanneer wordt het model Initiator aangepast op de herziene gasvormige verliezen?
12
Welke invloed heeft de aanpassing op herziene gasvormige verliezen op de berekende overbemesting zoals weergegeven in de kaartjes op bladzijde 34 van het rapport KRW-restopgave Nutriënten in Gelderland en Oostzijde Utrechtse Heuvelrug?
Antwoord op de vragen 11 en 12
Zowel voor NEMA als voor Initiator heeft de herziening van de (forfaitaire) correctiefactor voor gasvormige stikstofverliezen geen effect. De excretie van stoffen door landbouwhuisdieren worden in Initiator berekend met bedrijfsgegevens over dieraantallen, staltypes en locatiegegevens uit het CBS/GIAB systeem en uit emissiefactoren voor verschillende diercategorieën en stal- en mestopslagsystemen. Er wordt door RVO dus al gebruik gemaakt van actuele gegevens. De aanpassing van de gasvormige stikstofverliezen heeft daarom geen invloed op deze emissiefactoren en daarmee ook niet op de berekende bemesting boven gebruiksruimte.
13
Vindt u het correct dat in een rapport dat wordt gepubliceerd in 2024 een kaartje wordt gebruikt dat overbemesting weergeeft (wat bemesting boven de toegestane norm betekent) op basis van gegevens uit 2015?
Antwoord
In algemene zin ben ik het met u eens dat bij het trekken van conclusies
op basis van gegevens van meerdere jaren geleden, rekening gehouden
dient te worden met het feit dat die gegevens van meerdere jaren geleden
zijn. Uiteraard gebeurt dat ook.
In het rapport KRW-restopgave nutriënten in Gelderland en oostzijde Utrechtse Heuvelrug is voor Referentiesituatie van 2014 – 2017 de restopgave voor de KRW afgeleid op basis van metingen van concentraties van stikstof en fosfor in het oppervlaktewater. 2 De berekende bemesting boven de gebruiksruimte zoals gepresenteerd in figuur 4.5 van dat rapport is relevant voor de gekozen referentiesituatie in die studie. Bovendien is in die studie voor de berekening van de restopgave, het effect (de afname van de af- en uitspoeling), meegenomen uitgaande van een prognose voor de toekomstige situatie waar de overbemesting in 2030 geheel is verdwenen. In gebieden met hoge overbemesting in 2015 en aanname dat deze in 2030 verdwijnt, wordt voor 2030 een grote afname berekend van de af- en uitspoeling waardoor de restopgave kleiner is dan de opgave in de referentie. Een keuze voor een meer recente reeks jaren als referentie zou vanwege een aantal droge zomers tot een minder representatief beeld hebben geleid.
14
Bent u zich ervan bewust dat veehouders (in ieder geval pluimveehouders) in 2015, uit angst voor het innemen van productieruimte, vaak niet de gehouden dieren opgaven op de gecombineerde opgave maar het maximaal toegestane aantal dieren?
Antwoord
Nee, ik heb geen signalen ontvangen dat veehouders in 2015 een onjuiste opgave hebben gedaan van het aantal gehouden dieren op het bedrijf. In de gecombineerde opgave wordt aan veehouders gevraagd om het aantal dieren op te geven dat zij op hun bedrijf houden en niet het maximaal aantal dieren dat zij mogen en kunnen houden op hun bedrijf. Door ondertekening van de
gecombineerde opgave verklaart de landbouwer dat de gegevens naar waarheid zijn ingevuld.
15
Bent u zich ervan bewust dat dit leidt tot een te hoge berekende mestproductie?
Antwoord
Het onjuist doorgeven van het aantal dieren dat gehouden wordt op bedrijven kan leiden tot een te hoog berekende mestproductie. Hierbij merk ik op dat voor de berekening van de totale fosfaat- en stikstofexcretie in de mest ook de hoeveelheid mengvoer en enkelvoudig voer (inclusief stikstof en fosfaat) die gebruikt is, van belang is.
16
Bent u het eens met de stelling dat verwacht mag worden dat onderzoeksinstituten in staat zijn om met meer recente gegevens te werken dan van negen jaar terug als het gaat om nutriëntengebruik? Zo nee, waarom niet?
17
Bent u het eens met de stelling dat het Wageningen University and Research (WUR) is aan te rekenen dat zij rapporten samenstellen met sterk verouderde gegevens? Zo nee, waarom niet?
Antwoord vraag 16 en 17
Ik vertrouw erop dat onderzoekers bij het doen van onderzoek en het
opstellen van rapporten gebruik maken van wetenschappelijk erkende en
onderbouwde werkwijzen. Ik vertrouw in deze op de deskundigheid van de
onafhankelijke wetenschappers. En, zoals aangegeven in het antwoord op
vraag 6, kan het model daarom goed gebruikt worden ter onderbouwing van
beleidskeuzes.
18
Waarom gebruikt uw ministerie een model om de uitspoeling van nutriënten te berekenen dat een onzekerheid kent tot circa 100%?
19
Is het model wel geschikt om mogelijke effecten van beleidsmaatregelen door te rekenen als de onbetrouwbaarheid zo groot is? Zo ja, hoe worden die onzekerheden dan transparant verwerkt?
Antwoord vraag 18 en 19
Zie hiervoor het antwoord op vraag 6, 16 en 17.
Het door de wetenschappers gebruikte model is geschikt om mogelijke effecten van beleidsmaatregelen door te rekenen. Ik ben niet bekend met de door u genoemde onzekerheid van 100%.
20
Vindt u het geloofwaardig dat er in landbouwdeelgebieden in Nederland een gemiddelde overbemesting zou zijn van zeker 1.000 kilogram stikstof per hectare?
Antwoord
Er wordt in geen enkel landbouwdeelgebied een gemiddelde bemesting boven de gebruiksruimte van zeker 1.000 kilogram stikstof per hectare berekend. Met het Initiator-model worden de mestgiften berekend voor zogenaamde hydrologische respons uniteenheden (HRU). Gemiddeld is dit enkele tientallen hectares groot. De mestgiften per HRU worden in het model bepaald door aggregatie van de mestgiften op perceelschaal. De hoge mestgiften, die zeer lokaal worden berekend, hebben betrekking op het schaalniveau van enkele percelen (ca. 1‑5 ha) en niet op het schaalniveau van een landbouwdeelgebied (dit is een specifiek gebied dat binnen een bestemmingsplan, structuurvisie, of omgevingsvisie als landbouwgebied is aangewezen en bedraagt ca. 7.000 hectare).
21
Zijn er in de gebieden waar een zeer hoge mestgift is berekend ook bodemmonsters genomen om de uitkomst van het model te valideren?
Antwoord
Nee, er is geen gebruik gemaakt van bodemmonsters om deze specifieke uitkomsten te valideren. Het model wordt voortdurend gevalideerd en geactualiseerd met recente gegevens van RVO en NVWA.
22
Bent u het eens met de stelling dat het dan gewoon niet goed genoeg is, als dit het beste is dat we hebben zoals u aangaf tijdens het debat op 4 december jongstleden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Nee, daar ben ik het niet mee eens. Tijdens het Commissiedebat over stikstof, NPLG en natuur op 4 december 2024 heb ik aangegeven dat we op dit moment niet zonder het gebruik van modellen kunnen om een inschatting te maken van de mestverdeling en de uitspoeling van nutriënten naar het water. Initiator vormt op dit moment het beste model waarmee dit kan worden berekend. Zoals ik ook tijdens het debat heb aangegeven, vind ik het wel van belang dat altijd kritisch wordt gekeken of het model verbetering behoeft en dat de benutte gegevens actueel zijn, zodat onzekerheden worden verkleind. Ik vertrouw in deze op de deskundigheid van de onafhankelijke wetenschappers.
23
Klopt het dat er meer van dit soort rapporten, gemaakt door de WUR, onderweg zijn met gebruikmaking van dit model om de restopgave KRW te berekenen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Het model wordt enkel gebruikt voor het berekenen van mestverdeling, niet om de restopgave Kaderrichtlijn water (KRW) te berekenen. In het antwoord op vraag 3 wordt toegelicht dat Initiator wel gegevens aanlevert om effecten van het mestbeleid op de uit- en afspoeling van stikstof en fosfor naar oppervlaktewater en nitraatuitspoeling naar het ondiepe grondwater te kwantificeren met de rekenmodules van het Landelijk Waterkwaliteitsmodel.
24
In het commissiedebat Stikstof, NPLG en natuur van 4 december 2024 gaf u aan dat individuele boeren niet worden afgerekend op dit model, maar als dit model de restopgave voor de KRW toerekent aan de sector, dan worden individuele boeren indirect toch wel afgerekend op dit model?
Antwoord
Initiator wordt niet gebruikt voor het berekenen van de restopgave voor
de KRW. Het is niet mogelijk om aan de hand van dit model op individueel
niveau boeren af te rekenen. Wel is het mogelijk om het model te
gebruiken om effecten van mogelijke maatregelen voor de waterkwaliteit
op een groter schaalniveau door te rekenen.
25
Bent u het eens met de stelling dat de inzet van dit model leidt tot strengere maatregelen in een landbouwdeelgebied als daar een (onwaarschijnlijk hoge) overbemesting wordt berekend?
Antwoord
Initiator is een model dat, net als ieder ander model, onzekerheden
bevat. Initiator is nu het beste rekenmodel voor het toeleveren van
informatie over de mestverdeling aan het Landelijke Waterkwaliteitsmodel
waarmee de verwachte af- en uitspoeling van nutriënten naar het water
wordt berekend.
26
Bent u ervan op de hoogte dat dit model eerder geen rekening hield met de locaties van stallen, maar alle dieren toerekende aan het adres waar het bedrijf geregistreerd stond?
Antwoord
Vanaf 2015 wordt er door RVO bij het inwinnen van informatie rekening
gehouden met de locaties van stallen, het type stal en de daarin
gehuisveste dieren. Deze gegevens worden sindsdien ook gebruikt in het
Initiator model.
27
Bent u ervan op de hoogte dat gemeentes waar grote veehouders gevestigd waren met veel stallen in andere gebieden op deze manier onevenredig veel mest kregen toegedeeld?
Antwoord
Ja, ik ben op de hoogte van de zorgen die er zijn over de onevenredige
toedeling van mest aan gemeentes waar grote veehouders met veel stallen
gevestigd waren.
Ik wil benadrukken dat de toedeling van mest plaatsvindt binnen de kaders van de mestwetgeving en dat er regelgeving is die tot doel heeft onevenredige belastingen op specifieke gebieden te voorkomen. Dat gezegd hebbende, begrijp ik dat er lokaal situaties kunnen ontstaan waarbij gemeentes ervaren dat de mestdruk disproportioneel is.
Daarom blijf ik in gesprek met betrokken partijen, waaronder gemeentes en provincies, om inzicht te krijgen in de specifieke knelpunten. Waar nodig zullen wij kijken naar mogelijkheden om het beleid aan te scherpen of aanvullende maatregelen te treffen, zodat een evenredige verdeling beter kan worden gewaarborgd.
28
Deelt u de mening dat de ontwerpers van dit model kennelijk tekort schoten als het gaat om kennis van de sector?
29
Kunt u uitleggen hoe het kan dat een model dat enkel bedoelt is om effecten van beleidsmaatregelen door te rekenen, in de praktijk wordt gebruikt om landbouwdeelgebieden overbemesting en vervuiling van waterkwaliteit in de schoenen te schuiven?
Antwoord vraag 28 en 29
Ik deel de mening niet dat de ontwerpers tekortschoten voor wat betreft
de kennis over de sector. We kunnen op dit moment niet zonder modellen
die input leveren voor het maken van beleidskeuzes. Het is een model dat
is gemaakt door een onafhankelijk wetenschappelijk instituut. Ik
vertrouw op hun deskundigheid.
En, zoals aangegeven in de beantwoording van de vragen 24 en 25 worden individuele boeren niet afgerekend op basis van het model.
30
Welke controle past u toe op het correct gebruik van modellen?
31
Waarom worden waarschuwingen van de wetenschappers die werken met dit model niet vermeld in rapporten die gebruik maken van dit model? 4)
Antwoord vraag 30 en 31
Het model wordt voortdurend gevalideerd, onderhouden en verbeterd met
nieuwe gegevens. Op deze wijze wordt het model actueel en nauwkeurig
gehouden. Zie ook beantwoording van de vragen 6, 16 en 17, zoals daar
aangegeven vertrouw ik op de deskundigheid van de onafhankelijke
wetenschappers.
Bij WEnR gebeurt de kwaliteitscontrole op diverse niveaus, bijvoorbeeld door de onderzoekers zelf, door de afzonderlijke instituten (conform de kwaliteitsstatus van de Wettelijke Onderzoekstaken), door de Taakgroep Landbouwemissies, Taakgroep Ruimteverdeling landbouwemissie en Emissie Registratie.
32
Klopt het dat het uw ministerie de ontwikkeling, analyse en onderhoud van het model heeft bekostigd? Zo ja hoeveel geld heeft dit tot nu toe gekost?
Antwoord
Ja, de bekostiging van dit model wordt gedaan vanuit het ministerie van
LVVN. Dit model is voor het eerst gebruikt voor Emissieregistratie en
mestbeleid in 2019. Sindsdien is er 417.000 Euro (exclusief BTW) besteed
aan onderhoud en verbetering van Initiator. Daarnaast is er in het kader
van het Nationaal Programma Stikstof (NKS) een onzekerheidsanalyse van
Initiator uitgevoerd wat 325.000 euro heeft gekost.
33
Klopt het dat WUR een opdracht van uw ministerie heeft gekregen om de nauwkeurigheid van Initiator te onderzoeken? Zo ja, waarom laat u dit onderzoek door een onderdeel van dezelfde universiteit verrichten als die het model heeft ontwikkeld?
Antwoord
Ja dat klopt. Het model moet voortdurend worden gevalideerd, onderhouden
en verbeterd met nieuwe gegevens. Hierover wordt onder andere
gepubliceerd in internationale peer reviewed tijdschriften. Zowel daar
waar het gaat om de modelbeschrijving als wat betreft het kwantificeren
van de onzekerheden. Alleen dan kan het model actueel en nauwkeurig
zijn. Het is van begrijpelijk dat de onderzoekers, die het model zelf
goed kennen, bij deze beoordeling betrokken zijn. Ik vertrouw daarbij op
de deskundigheid van de onafhankelijke wetenschappers van de WUR en hun
vermogen om elkaars werk kritisch te beoordelen. Tegelijkertijd ben ik
het met u eens dat beoordelingen zo onafhankelijk mogelijk moeten
plaatsvinden. Dat blijft
een continue afweging. Zie daarnaast het antwoord op de vragen 6, 16 en 17 en 30 en 31.
34
Bent u bereid zich in te zetten om de modellen die gebruikt worden ten behoeve van het landbouwbeleid open source te maken?
Antwoord
De verschillende rapporten en artikelen die gaan over onder andere
gebruikte databronnen en procesparameters als wel de modeltoepassingen
zijn allen openbaar. Deze worden opgesteld aan de hand van dit model
zijn openbaar, hiermee worden echter niet de individuele gegevens van
agrariërs openbaar gemaakt. Dat zou wel het geval zijn als de modellen
open source worden gemaakt.
35
Tijdens het commissiedebat Stikstof, NPLG en natuur van 4 december 2024 werd u gevraagd of u dit model nog eens kritisch wilt beoordelen op doel, geschiktheid en betrouwbaarheid. Bent u nu alsnog bereid om het gebruik van dit model eens tegen het licht te houden?
Antwoord
Zie hiervoor het antwoord op vraag 6, 16 en 17, 30 en 31 en 33.
Het model wordt regelmatig tegen het licht gehouden. Het model wordt voortdurend gevalideerd, onderhouden en verbeterd met nieuwe gegevens. Op deze wijze wordt het model actueel en nauwkeurig gehouden. Ik vertrouw daarbij op de deskundigen die bij dit proces betrokken zijn.
CDM-advies Correctiefactor voor de gasvormige stikstofverliezen bij melkvee↩︎
Schipper et al, 2024. KRW-restopgave nutriënten in Gelderland en oostzijde Utrechtse Heuvelrug. Wageningen Environmental Research, Rapport 3360.↩︎