[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. het ontwerpbesluit tot wijziging van het Vuurwerkbesluit en het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen in verband met de Wet veilige jaarwisseling (Besluit veilige jaarwisseling) (Kamerstuk 35386-34)

Verslag van een schriftelijk overleg

Nummer: 2026D08131, datum: 2026-02-20, bijgewerkt: 2026-02-20 14:11, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z03564:

Preview document (šŸ”— origineel)


Geachte voorzitter,

Op 11 februari jl. heb ik uw schrijven (kenmerk 2026Z00714) ontvangen naar aanleiding van het starten van de voorhangprocedure van het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling. Binnen de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat (IenW) hebben de fracties BBB, CDA, ChristenUnie, D66, Groenlinks-PvdA/PvdD, SGP, SP en VVD vragen gesteld. Hierbij stuur ik u, mede namens de minister van Justitie en Veiligheid, de beantwoording van deze vragen.

Er is in beide Kamers een brede politieke wens om de inwerkingtreding van het verbod zo snel als mogelijk in te laten gaan. Dit blijkt ook uit de recentelijk aangenomen motie van het Tweede Kamerlid Van der Werf1. Tegen deze achtergrond streeft het kabinet ernaar het besluit en de Wet veilige jaarwisseling per 1 augustus 2026 in werking te laten treden, zodat het vuurwerkverbod voor consumenten van toepassing is bij de jaarwisseling 2026/2027. Deze planning biedt burgemeesters, handhavingsinstanties en lokale verenigingen en stichtingen die gebruik wensen te maken van een ontheffingsmogelijkheid, voldoende gelegenheid om zich voor te bereiden op de nieuwe situatie.

Gelet hierop verzoek ik uw Kamer de voorhangprocedure zodanig in te richten dat het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling op korte termijn de volgende fase van het wetgevingsproces kan doorlopen en tijdig ter advisering aan de Raad van State kan worden aangeboden. Doorgaans heeft de Raad van State circa twee tot drie maanden nodig voor de advisering. Vervolgens dient na verwerking van advies van de Raad van State het besluit formeel te worden vastgesteld.

Om inwerkingtreding per 1 augustus 2026 mogelijk te maken, en daarmee ook het verbod op consumentenvuurwerk bij de jaarwisseling van 2026/2027 in werking te laten treden, is afronding van de voorhangprocedure van dit ontwerpbesluit door uw Kamer in maart daarom wenselijk.

Hoogachtend,

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT - OPENBAAR VERVOER EN MILIEU,

A.A. (Thierry) Aartsen


(2026Z00714) Vragen van de vaste commissie voor Infrastructuur en in de Tweede Kamer aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over o.a. Ontwerpbesluit tot wijziging van het Vuurwerkbesluit en het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen in verband met de Wet veilige jaarwisseling (Besluit veilige jaarwisseling) (Kamerstuk 35386-34)

  1. De leden van de D66-fractie maken zich zorgen over de beslissing om minimale veiligheidsafstanden niet langer dwingend in het ontwerpbesluit voor te schrijven. Eerdere concepten bevatten heldere afstanden van 15 tot 90 meter, gebaseerd op gedegen wetenschappelijk onderzoek en gelijk aan de eisen voor professionele ontbranders. Het loslaten van deze landelijke normen en het overlaten van deze afweging aan burgemeesters, die vaak niet over de specifieke technische expertise beschikken, riskeert een lappendeken aan regels en tast de rechtszekerheid en veiligheid aan. Deze leden vragen de staatssecretaris waarom is afgeweken van de adviezen van de Verenging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Genootschap van Burgemeesters (NGB) en de politie, die juist pleitten voor het handhaven van deze nationale veiligheidswaarborgen.

Uitgangspunt voor de uitwerking in het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling is het hebben van vertrouwen in verenigingen en stichtingen, en het bieden van ruimte voor lokale afwegingen. Concreet betekent dit dat er is gekozen om terughoudend te zijn als het gaat om het stellen van landelijke regels en vereisten.

Een burgemeester heeft bij uitstek kennis van zijn gemeente. Het wordt daarom overgelaten aan de burgemeester om te bepalen of een locatie geschikt is om vuurwerk af te steken met publiek, en welke minimale veiligheidsafstanden daar gelden. Daarmee wordt dichtregelen en het op voorhand uitsluiten van locaties, voorkomen.

  1. De leden van de D66-fractie vragen tevens aandacht voor handhaving. De politie heeft gewaarschuwd dat een te ruime ontheffingsmogelijkheid de doelstelling van de wet teniet kan doen en tot onbeheersbare situaties op aangewezen afsteeklocaties kan leiden. Deze leden willen voorkomen dat de ontheffing een achterdeur wordt waardoor het consumentenvuurwerk alsnog op grote schaal terugkeert in de publieke ruimte. Zij vragen de staatssecretaris hoe hij borgt dat de ontheffingspraktijk beperkt blijft tot kleinschalige, georganiseerde buurtinitiatieven en hoe de veiligheid van omstanders en de omgeving, waaronder natuurgebieden, structureel gewaarborgd wordt in de uiteindelijke algemene maatregel van bestuur (AMvB).

Met de voorwaarden en voorschriften die zijn opgenomen in het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling wordt geborgd dat enkel verenigingen en stichtingen een ontheffing kunnen aanvragen, en dat er maximaal 200 kilogram vuurwerk per ontheffing mag worden afgestoken. Daarmee blijft de ontheffingsmogelijkheid beperkt tot kleinschalige en georganiseerde initiatieven, bijvoorbeeld vanuit buurtverenigingen. Ten behoeve van de veiligheid van ontbranders, supervisors, omstanders en omwonenden zijn diverse veiligheidseisen in het Ontwerpbesluit opgenomen. De burgemeester houdt bij het bepalen van de locatie rekening met de nabijheid van kwetsbare gebouwen, maar ook bijvoorbeeld met dieren en natuurgebieden.

  1. De leden van de D66-fractie vragen tot slot naar de leeftijdsgrens voor ontbranders. Waar de politie adviseert deze grens te verhogen naar achttien jaar vanwege de grote verantwoordelijkheid bij publieke evenementen, houdt het ontwerpbesluit vast aan zestien jaar. Deze leden verzoeken de staatssecretaris nader toe te lichten waarom hij hier afwijkt van het deskundig advies van de handhavingspartners, temeer daar in omringende landen vaak al een hogere leeftijdsgrens geldt. De inzet van deze leden blijft een effectief verbod dat daadwerkelijk bijdraagt aan een veilige transitie van de jaarwisseling.

In het huidige Vuurwerkbesluit wordt een leeftijdsgrens voor het afsteken van F2-vuurwerk gehanteerd van 16 jaar. Dat sluit ook aan bij de minimale leeftijdsgrens zoals opgenomen in de Pyrorichtlijn. Omdat er een bepaalde verantwoordelijkheid rust op personen die vuurwerk organiseren in het kader van de ontheffing, is de minimale leeftijd van de supervisor(s) vastgesteld op 18 jaar.

  1. De leden van de VVD-fractie vragen of de staatssecretaris het realistisch acht dat het volledige wetgevings- en implementatietraject zorgvuldig kan worden afgerond vóór de jaarwisseling 2026–2027. Zij hebben daarbij specifieke aandacht voor het verdere proces, inclusief welke termijnen de staatssecretaris heeft om tijdig tot inwerkingtreding over te kunnen gaan, in lijn met de kaders gesteld in diverse moties. Deze leden ontvangen graag een gespecificeerde tijdlijn. Daarbij wijzen zij op de benodigde voorbereidingen bij gemeenten, handhavingsinstanties en andere betrokken partijen, en vragen zij hoe wordt gewaarborgd dat deze partijen voldoende tijd hebben om zich op de nieuwe systematiek voor te bereiden.

In de begeleidende brief bij deze beantwoording van de schriftelijke vragen is stilgestaan bij de tijdslijn van het wetgevingstraject. Hierbij is rekening gehouden met de wens van de Kamer om de wet zo snel mogelijk in werking te laten treden. Gelet het benodigde tijdspad, is het streven van het kabinet erop gericht de wet en het besluit op 1 augustus 2026 in werking te laten treden. Gelet op de wettelijk verplichte nahang van vier weken moet het besluit dan uiterlijk 4 juli 2026 worden gepubliceerd. De handreiking die ontwikkeld wordt, zal ook rond die periode beschikbaar worden gesteld. Overigens kunnen gemeenten nu ook al starten met de voorbereiding.

  1. De leden van de VVD-fractie vragen voorts hoe wordt voorkomen dat de ruime beleidsvrijheid voor burgemeesters leidt tot onaanvaardbare grote verschillen tussen gemeenten, waardoor te grote rechtsongelijkheid kan ontstaan voor verenigingen en inwoners.

Als gevolg van het amendement Bikker c.s. kan een burgemeester op grond van de Wet veilige jaarwisseling een ontheffing verlenen, maar hoeft zij dat niet te doen. Zij kan daartoe zelf beleid opstellen al dan niet vastgelegd in een beleidsregel. Verschillen in beleid tussen gemeenten leiden op zichzelf niet tot rechtsongelijkheid. Sterker nog, met de ontheffingsbevoegdheid voor burgemeesters is juist beoogd dat, afhankelijk van lokale omstandigheden, verschillen in beleid tussen gemeenten kunnen ontstaan. Wel zijn, in lijn met de wens van gemeenten, zo veel mogelijk veiligheidsvoorschriften nationaal vastgelegd in het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling.

  1. In dat kader vragen zij tevens hoe de rechtsbescherming wordt gewaarborgd voor groepen burgers en dorps- en buurtverenigingen die – ondanks dat ze voldoen aan de eisen die een gemeente stelt voor een ontheffing – te maken krijgen met een afwijzing van een ontheffingsaanvraag.

Een burgemeester kan een aanvraag die aan de eisen voldoet toch afwijzen, bijvoorbeeld omdat een beperkt aantal ontheffingen wordt verleend vanwege de beschikbare handhavingscapaciteit. Een afwijzing op een ontheffingsaanvraag is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Daartegen zijn de normale rechtsmiddelen mogelijk. Een vereniging of stichting kan bezwaar maken tegen een afwijzing en daarna eventueel in beroep gaan.

  1. De leden van de VVD-fractie hechten groot belang aan een handhaafbaar en uitvoerbaar stelsel. Zij verzoeken de staatssecretaris daarom nader toe te lichten hoe de uitkomsten van de HUF-toetsen van politie, Openbaar Ministerie (OM) en de ILT concreet zijn verwerkt in het ontwerpbesluit.

In paragraaf 8.2 van de Nota van toelichting bij het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling is nader ingegaan op de door de politie, ILT, OM en VNG uitgevoerde toetsen op handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid.

  1. Tevens vragen zij of de staatssecretaris in overleg met de minister van Justitie en Veiligheid een inschatting kan geven van de effecten van het ontwerpbesluit op de werkdruk van de politie en handhavers tijdens de jaarwisseling.

De jaarwisseling vraagt elk jaar een maximale inzet van de politie, handhavers en andere partijen. Ook na invoering van de Wet veilige jaarwisseling zal deze inzet naar verwachting nog enkele jaren onverminderd hoog blijven. De politie verwacht dat op termijn een afname van de benodigde capaciteit mogelijk is. Gedragsverandering vergt immers tijd, waardoor de effecten van de wet zich geleidelijk zullen manifesteren.

  1. De leden van de VVD-fractie onderschrijven het uitgangspunt van vertrouwen in verenigingen en maatschappelijke initiatieven. Zij vragen de staatssecretaris toe te lichten hoe wordt voorkomen dat de administratieve lasten voor verenigingen te hoog worden als gevolg van (aanvullende) eisen die lokaal worden gesteld aan een ontheffing.

Gelet op de lokale omstandigheden kan het soms wenselijk zijn dat er lokaal aanvullende eisen worden gesteld. Daarnaast kan een burgemeester aanvullende voorschriften aan de ontheffing verbinden. Door de VNG wordt, met input vanuit het Rijk, gewerkt aan een handreiking voor alle gemeenten. Daarin worden ook ā€˜best practices’ uitgewisseld.

  1. In dat verband vragen zij wat de verwachting is ten aanzien van het aantal burgerinitiatieven, verenigingen en stichtingen dat daadwerkelijk gebruik zal maken van de ontheffingsregeling, en hoe dit verwachte gebruik zich verhoudt tot de uitvoerings- en toezichtslasten voor gemeenten en de administratieve lasten voor burgers en vrijwilligers.

Het is lastig te voorspellen hoeveel verenigingen en stichtingen een ontheffing zullen gaan aanvragen. In de toelichting bij het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling is een schatting gemaakt van 500-1500 aanvragen. Het is echter voor een belangrijk deel afhankelijk van hoe burgemeesters invulling gaan geven aan hun ontheffingsbevoegdheid. In het eerste kwartaal van 2026 zal in het kader van het opstellen van de handreiking door VNG een uitvraag bij gemeenten worden gedaan. Dit zal een actueel beeld geven van hoeveel ontheffingen naar verwachting verleend zullen worden.

  1. De leden van de VVD-fractie vragen verder in hoeverre het proportioneel is dat voor kleinschalige, niet-commerciƫle initiatieven grotendeels dezelfde voorschriften worden gesteld als voor professionele evenementen. Zij vragen of is bezien of een lichtere of vereenvoudigde variant mogelijk is voor dergelijke initiatieven en, zo nee, waarom daarvoor niet is gekozen.

Uitgangspunt voor de uitwerking in het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling is het hebben van vertrouwen in verenigingen en stichtingen. Concreet betekent dit dat er is gekozen om terughoudend te zijn als het gaat om het stellen van landelijke regels en vereisten, en het voorkomen van onnodige belemmeringen en regeldruk voor stichtingen en verenigingen. Daarbij is wel van belang geacht dat bepaalde (veiligheids)vereisten nationaal worden vastgelegd. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan de brede wens vanuit gemeenten. Daarbij is zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande regelgeving. Er zijn minimale veiligheidseisen nodig om de veiligheid te borgen van ontbranders, supervisors, omstanders en omwonenden.

  1. De leden van de VVD-fractie vragen ook welk exact deel van de handhavings- en toezichtslast bij ontheffingshouders wordt neergelegd, en welk deel bij de (lokale) overheid.

Een vereniging of stichting is zelf verantwoordelijk voor de naleving van de voorschriften die aan de ontheffing zijn verbonden. Het is de burgemeester die de ontheffing verleent en verantwoordelijk is voor het toezicht en de handhaving op de naleving van de voorwaarden en voorschriften door de ontheffinghouder.

  1. Ook vragen deze leden of de staatssecretaris nader kan ingaan op de vraag waarom is gekozen een zekere verantwoordelijkheid bij ontheffingshouders te beleggen en daarnaast een deel bij de (lokale) overheid.

Een belangrijk uitgangspunt bij de uitwerking van het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling is het hebben van vertrouwen in verenigingen en stichtingen. Daarbij hoort ook een zekere verantwoordelijkheid. Een vereniging of stichting vraagt een ontheffing aan bij de burgemeester en is zelf verantwoordelijk voor de naleving van de voorschriften die aan de ontheffing zijn verbonden. In diverse regio’s in Nederland heeft men veel ervaring met het binnen verenigingsverband organiseren van kleine evenementen om het gemeenschapsgevoel en de saamhorigheid te versterken. Dergelijke initiatieven komen daarbij vanuit de gemeenschap zelf, en worden veelal gefaciliteerd door de gemeente. Het is daarom volgens het kabinet van belang dat op lokaal niveau ruimte bestaat om afwegingen te maken over hoe een ontheffing het beste kan worden vormgegeven, en verenigingen en stichtingen het vertrouwen wordt gegeven om binnen de gestelde kaders vuurwerk te organiseren.

  1. De leden van de VVD-fractie vragen tot slot hoe de voortgang van het ontwerpbesluit zich verhoudt tot de andere twee randvoorwaarden uit het amendement-Michon-Derkzen (Kamerstuk 35386, nr. 16), te weten het handhavingsplan en de compensatieregeling voor de vuurwerkbranche. Zij vragen wanneer de Kamer nader wordt geĆÆnformeerd over de uitwerking van deze twee overige randvoorwaarden.

Op 13 november 2025 is het handhavingsplan2 met de Kamer gedeeld en is het plan geagendeerd tijdens het Commissiedebat politie in de Tweede Kamer van 18 december 2025. Het handhavingsplan wordt op dit moment geactualiseerd op basis van de uitwerking van het Ontwerpbesluit; deze versie wordt eind februari met de Kamer gedeeld. Voor de compensatieregeling zal het nieuwe kabinet de gesprekken met de vuurwerkbranche voortzetten. Zodra deze gesprekken zijn afgerond wordt de Kamer geĆÆnformeerd over de invullen van de compensatieregeling.

  1. De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie merken op dat honden, katten, konijnen, vogels en vele andere dieren doodsbang zijn voor vuurwerk. Vele vogels overlijden elke jaarwisseling door de harde knallen. Er zijn nu, een maand na nieuwjaar nog honden die niet meer naar buiten durven sinds de jaarwisseling, omdat ze getraumatiseerd zijn door alle knallen. Deze leden lezen dat het kabinet met allerlei partijen heeft gesproken om de ontheffingsregeling vorm te geven, waaronder sport- en wijkverenigingen, de brandweer, vuurwerkliefhebbers en de vuurwerkbranche. Dit is natuurlijk positief, maar deze leden zien dat veel vertegenwoordigers van belanghebbenden niet aan tafel hebben gezeten, en dat daardoor hun wensen minder goed vertegenwoordigd zijn in dit ontwerpbesluit. Waarom is er niet gesproken met bijvoorbeeld de Hondenbescherming, Vogelbescherming, Dierenbescherming, het Longfonds en natuur- en milieuorganisaties?

In het kader van de uitwerking van het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling is gesproken met diverse partijen die betrokken zullen zijn bij de aanvraag van een ontheffing (zoals koepels van verenigingen), het verlenen van ontheffingen (burgemeesters) en partijen die zijn betrokken bij het toezicht en de handhaving. Daarbij is niet direct gesproken met natuur-, dierenwelzijns- of gezondheidsorganisaties. Wel hebben diverse organisaties, zoals het Longfonds en de Dierenbescherming gereageerd op de internetconsultatie, die voor iedereen open stond om op te reageren. De manier waarop de internetconsultatiereacties zijn verwerkt staat beschreven in de Nota van toelichting.

  1. De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie merken op dat sommige Nederlanders met huisdieren met nieuwjaarsnacht het land ontvluchten, omdat hun huisdieren te gestrest raken van alle knallen. Deze leden lezen in het ontwerpbesluit dat er bij het afgeven van een ontheffing rekening gehouden moet worden met de nabijheid van bedrijfsmatig gehouden dieren. Waarom is ervoor gekozen om alleen met bedrijfsmatig gehouden dieren rekening te houden, terwijl ook veel huisdieren enorme angst hebben voor vuurwerk?

Hierbij is aangesloten bij de geldende regels voor professionele ontbranders, zoals opgenomen in de Regeling bedrijfsmatig tot ontbranding brengen van vuurwerk. Huisdieren kunnen overal worden gehouden, zodat hiermee bij de locatiekeuze niet in algemene zin rekening kan worden gehouden.

  1. En op welke manier worden eigenaren van huisdieren, maar ook andere buurtbewoners op de hoogte gesteld van de vuurwerkontheffingsplannen in hun buurt en hoe ver van tevoren moet dit minimaal gebeuren?

Er is niet in algemene zin te zeggen op welke wijze gemeenten bewoners zullen informeren over het te voeren ontheffingenbeleid en de verleende ontheffingen. Het is aan de gemeente om hier invulling aan te geven. Naar verwachting zal het ontheffingenbeleid kenbaar worden gemaakt zodat zowel aspirant-aanvragers als anderen zich daarop kunnen instellen. Verder zal in de regel mededeling worden gedaan van verleende ontheffingen, zodat belanghebbenden daar desgewenst bezwaar tegen kunnen maken.

  1. Kan er nog bezwaar gemaakt worden als het dichtbij hun woning is en ze een bang huisdier hebben of een longaandoening?

Ontheffingen zijn appellabele beschikkingen. Omwonenden kunnen daartegen bezwaar maken indien zij daarbij belanghebbend zijn.

  1. De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie vragen waarom het aan de gemeentes wordt overgelaten om te bepalen of het wenselijk is om nabij natuurgebieden of vanaf het water vuurwerk af te steken. Het is, zeker gezien de huidige staat van de biodiversiteit, stikstofcrisis en aankomende waterkwaliteitscrisis, toch landelijk te stellen dat het altijd onwenselijk is om vuurwerk nabij een natuurgebied af te steken? Waarom is er dan toch besloten om dit niet landelijk vast te leggen, terwijl (onder andere) de VNG juist vraagt om zoveel mogelijk eenduidige landelijke regelgeving?

Met de uitwerking is ruimte overgelaten aan burgemeesters om lokale afwegingen te maken, omdat zij de lokale omstandigheden het beste kennen. Daarbij kan rekening worden gehouden met de geschiktheid van een locatie, en bijvoorbeeld met de nabijheid van natuurgebieden en dieren.

  1. De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie vinden het goed dat er verplicht handblusapparatuur aanwezig moet zijn op de locatie. Er zijn verschillende soorten PFAS verboden in brandblusschuim, maar een deel is momenteel nog toegestaan. De EU werkt aan een totaalverbod voor PFAS in brandblussers. Omdat PFAS enorm schadelijk is voor onze gezondheid en onze leefomgeving, is het onwenselijk wanneer PFAS door middel van brandblussers in de leefomgeving komt. Is de staatssecretaris het met deze leden eens dat het zou getuigen van verantwoord overheidshandelen als in het ontwerpbesluit wordt opgenomen dat het om PFAS-vrije handblusapparatuur moet gaan?

Uit een recent amendement van de REACH verordening volgt al een restrictie op PFAS handblusapparatuur. Per eind 2030 mag er geen gebruik meer worden gemaakt van PFAS waarden hoger dan 1 mg/liter in handblusapparatuur. Per eind 2026 mag het tevens niet meer verkocht worden. Het is mogelijk om over deze nieuwe regels te communiceren.

  1. De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie vragen wat er precies mee wordt bedoeld dat ā€œdirect na afloopā€ de veiligheidszone opgeruimd en schoon moet worden opgeleverd. Hoe is hierop te handhaven als het zo vaag is omschreven?

Het is de verantwoordelijkheid van de ontheffinghouder om het vuurwerk direct op te ruimen na afloop van de ontbranding; dat betekent dus zo spoedig mogelijk nadat het laatste vuurwerk is afgestoken. De gemeente kan erop toezien of dat ook is gebeurd.

  1. En waarom is negatief geadviseerd over het idee van Zero Waste Nederland van een schoonmaakplan, terwijl zelfs een summier schoonmaakplan kan helpen in het schoonkrijgen van de locatie, omdat er dan alvast van tevoren over is nagedacht, en de ontheffingshouders de middelen in de buurt hebben om de buurt schoon te maken (denk aan afvalprikkers, vuilniszakken en een bezem)?

Er is ervoor gekozen om als uitgangspunt het vertrouwen in verenigingen en stichtingen te hebben, en daarom terughoudend te zijn als het gaat om het stellen van regels en vereisten op landelijk niveau. Dit ook om onnodige belemmeringen en regeldruk voor stichtingen en verenigingen te voorkomen. Gemeenten kunnen er wel voor kiezen om een schoonmaakplan als voorwaarde op te nemen voor het ontlenen van een ontheffing.

  1. En kan, zoals Zero Waste Nederland ook vroeg, het vuurwerkafval worden ingeleverd bij de verkopende partij samen met het niet afgestoken vuurwerk, zodat het op de juiste manier kan worden weggegooid in plaats van afvalstromen te vervuilen met giftige materialen?

Vuurwerk dat niet is afgestoken, moet retour gebracht worden naar de verkopende partij. Vuurwerk dat al is afgestoken kan op de gebruikelijke manier worden opgeruimd.

  1. De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie hebben ook specifiek nog wat vragen over de supervisors en ontbranders. Er staat dat er niet wordt vereist om de supervisors en ontbranders al bij de aanvraag aan te geven. Op welk moment moet dit wel aangeleverd worden, en waar?

In artikel 2.3.2 staan de voorwaarden vermeld waaraan ten minste dient te worden voldaan om voor een ontheffing in aanmerking te komen. Bij het indienen van de aanvraag moet de aanvrager van de ontheffing een of twee supervisor(s) en maximaal acht ontbranders aanwijzen. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden door middel van een verklaring bij de aanvraag. Hier kan tevens op gecontroleerd worden in het kader van de handhaving van de ontheffing.

  1. En moeten de supervisors en ontbranders een verklaring omtrent het gedrag (VOG) meesturen? Zo nee, waarom niet?

Een VOG is geen verplichting op grond van de Wet veilige jaarwisseling en het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling, met het oog op het voorkomen van regeldruk en kosten voor verenigingen en stichtingen.

  1. Wordt gecheckt of de e-learning is doorlopen? Zo ja, door wie? Is dat onderdeel van de ontheffingsaanvraag?

Op grond van het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling is een van de voorschriften die aan een ontheffing wordt verbonden dat supervisors en ontbranders kennis hebben over het veilig afsteken, bewaren en transporteren van vuurwerk. Ten behoeve hiervan wordt door het Rijk een informatiepakket of e-learning ontwikkeld. Bij een e-learning ligt het voor de hand dat er een bepaald bewijs van voltooiing kan worden overlegd indien een burgemeester dat wenst. Dat is echter geen verplichting die uit het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling volgt.

  1. Moeten de supervisors en ontbranders ook makkelijk herkenbaar zijn voor het publiek, bijvoorbeeld door een hesje?

Dit is geen verplichting op grond van het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling. Een burgemeester kan ervoor kiezen om dat wel als voorschrift aan de ontheffing te verbinden.

  1. Is het mogelijk om landelijk vast te leggen dat wanneer de ontheffingshouder een grote overtreding maakt, de overtreder en de vereniging een vastgesteld aantal jaar niet opnieuw betrokken mogen zijn bij een toekomstige vuurwerkontheffing?

Een burgemeester kan hiertoe beslissen en hiertoe beleid vaststellen indien hij dat wenselijk acht. Het is niet nodig om dit landelijk vast te leggen.

  1. Waarom is het advies van het NGB en de politie om de leeftijdsgrens voor ontbranders te verhogen van 16 naar 21 of 18, in verband met de enorme verantwoordelijkheid die erop rust, niet overgenomen, terwijl de politie aangeeft het niet logisch te vinden dat wordt vastgehouden aan de leeftijdsgrens zoals opgenomen in de Pyrorichtlijn?

Hierbij wordt aangesloten bij de huidige wet- en regelgeving over het afsteken van aangewezen F2-vuurwerk. Zie ook het antwoord op vraag 3.

  1. Waarom is er specifiek voor maximaal acht ontbranders gekozen?

In de huidige regelgeving is er een maximum van 25 kg vuurwerk per persoon toegestaan. Omdat er op een afsteeklocatie maximaal 200 kg vuurwerk neergelegd mag worden, is ervoor gekozen om het mogelijk te maken maximaal acht ontbranders aan te wijzen.

  1. De Landelijke Werkgroep Vuurwerk Coƶrdinatoren (LWVC) geeft aan dat het erg veel is voor ƩƩn of twee supervisors om acht ontbranders in de gaten te houden. Kan het aantal ontbranders dan niet beter naar beneden worden bijgesteld?

Het kabinet heeft voor dit aantal gekozen zodat maximaal ƩƩn of twee personen verantwoordelijk zijn en als contactpersoon fungeren voor gemeenten en hulpverleningsdiensten.

  1. De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie hebben een specifieke vraag over de veiligheidsafstanden. Deze zijn wel landelijk vastgelegd voor professionele ontbranders bij vuurwerkshows. Is de staatssecretaris het met deze leden eens dat het onlogisch is om dat nu niet te doen, terwijl het juist onveiliger is, omdat de afstekers onder deze AMvB geen professionals hoeven te zijn?

Het is aan de burgemeester om te bepalen of een locatie geschikt is om vuurwerk af te steken met publiek, en welke minimale veiligheidsafstanden daar gelden. Daarmee wordt dichtregelen en het op voorhand uitsluiten van locaties, voorkomen. Zie ook het antwoord op vraag 1.

  1. De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie merken op dat er een brede vraag is van zowel VNG, het NGB, hulpdiensten als gedragswetenschappers om zoveel mogelijk vereisten nationaal vast te leggen, zodat onder andere de nieuwe norm van een algemeen vuurwerkverbod zo duidelijk mogelijk is en daardoor ook sneller geaccepteerd zal worden. De politie geeft ook aan dat de capaciteitsdruk sneller zal afnemen als de maatschappelijke adaptatie sneller verloopt. Het is dus enorm belangrijk dat de staatssecretaris zich maximaal inzet om de norm goed en snel te laten landen. Gemeentes geven onder andere aan dat ze wel liever een landelijke veiligheidsafstand hebben, vestigingsplaatsvereiste en landelijke regels rondom aansprakelijkheid in plaats van dat dit per gemeente apart bedacht moet worden, ook in verband met het mogelijke gebrek aan expertise bij de verschillende gemeentes. Begrijpelijk, aangezien de staatssecretaris zelf al schat dat landelijk 500 tot 1.500 aanvragen per jaar binnen zullen komen, en het wenselijk is als die zo veel mogelijk gestroomlijnd worden. Gaat de staatssecretaris gehoor geven aan deze oproep en dit nog op tijd aanpassen in het ontwerpbesluit? Zo nee, waarom niet? En gaat hij dan wel de VNG ondersteuning geven om lokale modelverordeningen op te stellen die gemeentes kunnen overnemen?

Bij de uitwerking van het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling is waar mogelijk ruimte overgelaten aan burgemeesters om invulling te geven aan de ontheffingsbevoegdheid. Burgemeesters hebben kennis over hun gemeente en inwoners en kunnen daarom goed beoordelen wat wenselijk en mogelijk is binnen hun gemeente. Daarnaast is vertrouwen een van de uitgangspunten bij de uitwerking. Dit houdt in dat er is gekozen om terughoudend te zijn als het gaat om het stellen van regels en vereisten op landelijk niveau, om onnodige belemmeringen en regeldruk te voorkomen. Ook worden geen eisen gesteld met betrekking tot de vestigingsplaats van de vereniging of stichting. Op deze manier kan een ontheffing ook worden aangevraagd in een naburige gemeente. De VNG werkt aan een handreiking voor gemeenten, met ondersteuning vanuit het Rijk, waarin ook modelontheffingen en bijbehorende afwegingskaders worden overwogen.

  1. De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie vragen ook of er altijd iemand van de gemeente aanwezig moet zijn tijdens het afsteken om toezicht te houden, omdat het anders negatieve gevolgen voor de gemeente kan hebben voor de aansprakelijkheid. Zo ja, wie van de gemeente zou dat toezicht moeten houden, aangezien boa’s niet aanwezig zijn tijdens de jaarwisseling gezien de gevaarsituatie?

Het is aan het lokaal gezag om de handhaving tijdens oud en nieuw vorm te geven via de lokale driehoek. Ten aanzien van de rol en inzet van boa's wordt binnenkort het gesprek gestart of zij een bevoegdheid gaan krijgen in de handhaving op ontheffingen tijdens de jaarwisseling. Het toezicht en de handhaving op de ontheffingen zijn van belang, tegelijkertijd geldt als uitgangspunt binnen het huidige en toekomstige boa-bestel dat boa’s niet worden ingezet in situaties met een hoge mate van gevaarzetting. Mocht besloten worden om boa's deze bevoegdheid te verlenen, dan blijft het aan het lokaal gezag om te bepalen of en hoe zij deze bevoegdheden daadwerkelijk in de praktijk willen inzetten en welke rol ze de boa’s geven. Wanneer de openbare orde in het geding is, zullen boa's sowieso geen rol hebben tijdens de jaarwisseling en blijft dit primair bij de politie.

  1. Als de weersomstandigheden het niet toelaten, moeten de vuurwerkontheffingen worden ingetrokken. Het is voor een vereniging lastig om in te schatten wanneer het bij een grensgeval wel of niet door kan gaan. Wie is verantwoordelijk voor de communicatie naar de verenigingen met een ontheffing over extreme weeromstandigheden?

De burgemeester dient een ontheffing onverwijld in te trekken wanneer naar verwachting sprake zal zijn van extreme weersomstandigheden. Vanuit deze verantwoordelijkheid ligt het in de lijn dat de burgemeester bij een dergelijk besluit onmiddellijk de ontheffinghouder hiervan op de hoogte stelt.

  1. De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie vragen waarom het aan de gemeentes wordt gelaten om gezondheidseffecten ook te betrekken bij het verlenen van een ontheffing. Waarom wordt dit niet landelijk geregeld?

Een belangrijk uitgangspunt bij het opstellen van het Ontwerpbesluit is het geven van ruimte aan lokale afwegingen waarbij oog is voor de lokale situatie, waaronder de gezondheidseffecten. Daarom is ervoor gekozen om zo veel mogelijk ruimte te laten om op lokaal niveau afwegingen te maken. Met het oog hierop is terughoudend omgegaan met het stellen van regels en vereisten op landelijk niveau, om onnodige belemmeringen en regeldruk voor stichtingen en verenigingen te voorkomen.

  1. En mag een gemeente ook besluiten om bij een code rood van de Stookwijzer de vergunning in te trekken?

Het intrekken van de ontheffing op basis van de Stookwijzer is niet mogelijk op grond van de intrekkingsgrondslag zoals opgenomen in het bij het Ontwerpbesluit voorgestelde artikel 2.3.2b van het Vuurwerkbesluit.

  1. De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie merken op dat ontheffingen ook aangevraagd mogen worden door organisaties die niet in de desbetreffende gemeente gevestigd zijn. Krijgt de burgemeester bij de aanvraag inzicht of de aanvraag uit de eigen gemeente komt of uit een andere? Het lijkt deze leden nuttig om dit te weten voor de afweging.

Een voorwaarde voor de aanvraag van een ontheffing is dat de vereniging of stichting is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Op basis van de registratie bij de Kamer van Koophandel is de vestigingsplaats van de aanvrager eenvoudig na te gaan.

  1. De leden van de GroenLinks-PvdA- en Partij voor de Dieren-fractie delen de zorgen van burgemeesters dat de uitzonderingspositie die met deze AMvB gecreĆ«erd wordt ervoor zorgt dat het moeilijk is om de norm goed in te voeren. Dit wordt ook bevestigd door gedragswetenschappers. Zoals bekend, hadden deze leden liever een algeheel vuurwerkbesluit gezien zonder ontheffing, omdat de nieuwe norm dan makkelijker en sneller omarmd kan worden in de samenleving. Ook geeft de ILT aan dat een duidelijke taakstelling nodig is voor gemeentes om effectief toezicht te houden. Uit de HUF-toets blijkt dat voordat de politiecapaciteit zal dalen, de capaciteit de komende 2 tot 3 jaar juist aanzienlijk zal toenemen en zal afnemen zodra de norm beter geland is in de samenleving. Om het voor de politie en andere hulpdiensten de komende jaren zo veilig mogelijk te maken, moeten we ons flink gaan inzetten om de norm zo snel mogelijk te laten landen. Goede communicatie is daarmee onmisbaar. Gemeentes vragen expliciet om duidelijke landelijke communicatie over het verbod en willen dat dit vroegtijdig zal plaatsvinden in plaats van pas de laatste weken van het jaar. Deze leden vinden het belangrijk voor de handhaafbaarheid van het algemeen vuurwerkverbod en dus voor de veiligheid van hulpdiensten dat er duidelijke landelijke regels komen en zo min mogelijk uitzonderingen op de nieuwe norm van het algemeen vuurwerkverbod. Heeft de staatssecretaris hierover gesproken met gedragswetenschappers? Wat waren de lessen die ze meegaven? Zo nee, is hij alsnog bereid om dat op tijd te doen, ook volgens de aangenomen motie-Kostić c.s. (Kamerstuk 28684, nr. 841)? Wanneer wordt uitwerking gegeven aan die motie?

Op dit moment werken de ministeries van JenV en IenW aan een communicatieaanpak. Hiervoor wordt een kerngroep en een klankbordgroep samengesteld waarin diverse partijen zijn vertegenwoordigd, zoals het Nederlands Genootschap van Burgemeesters. Ook worden gedragsdeskundigen gevraagd deel te nemen. Hiermee wordt invulling gegeven aan de motie van het lid Kostić.

  1. Kan de staatssecretaris een tijdlijn geven wanneer de eerste communicatie over de nieuwe situatie komend jaar gepland staat?

Op dit moment werken de ministeries van IenW en JenV aan een communicatieaanpak. In deze aanpak wordt onderscheid gemaakt in verschillende fasen, te weten; 1) vanaf heden tot de inwerkingtreding van het landelijk vuurwerkverbod, 2) het landelijk vuurwerkverbod is van kracht, 3) periode tot aan de jaarwisseling 2026-2027 en de volgende jaarwisselingen. Per fase worden doelgroepen, doelstellingen, boodschap, kanalen, middelen en een tijdlijn opgenomen. Fase 1 betreft de communicatie rond de verschillende mijlpijlen tot aan de inwerkingtreding van het landelijk vuurwerkverbod. De eerste communicatieboodschappen zullen vanaf mei/juni gepubliceerd worden.

  1. Kan aangegeven worden hoe geschakeld wordt met gemeentes over de basisboodschap en campagne en of er ook campagnemateriaal en informatie beschikbaar wordt gesteld aan gemeentes, zodat een eenduidige boodschap kan worden verspreid, aan te passen aan de lokale situatie?

De VNG is nauw betrokken bij de ontwikkeling en uitvoering van de communicatieaanpak. De communicatie-instrumenten die ontwikkeld worden voor gemeenten zullen via de VNG verspreid worden.

  1. Hoeveel budget wordt hiervoor landelijk ter beschikking gesteld?

De hoogte van het benodigde budget is afhankelijk van de communicatieaanpak die naar verwachting in april 2026 gereed is. Voor de ontwikkeling van de communicatieaanpak hebben de ministeries van IenW en JenV capaciteit beschikbaar gemaakt en is een budget gereserveerd voor een extern communicatiebureau. Net als voorgaande jaren hebben zowel ministerie JenV als IenW communicatiemiddelen beschikbaar voor campagnes, scholing en onderzoek. De communicatieaanpak zal uitwijzen hoe deze middelen ingezet moeten worden.

  1. De leden van de CDA-fractie constateren dat de VNG wijst op de complexiteit van de beleidsafweging die iedere gemeente afzonderlijk moet maken bij het verlenen van ontheffingen, met het risico op een lappendeken aan regels en verschillen tussen gemeenten. Is de staatssecretaris bereid om in overleg met de VNG en gemeenten te bezien of nadere landelijke kaders of een modelbeleidslijn wenselijk is om onduidelijkheid en handhavingsproblemen te voorkomen?

Onder regie van de VNG wordt een handreiking opgesteld. In deze handreiking zullen diverse aspecten aan bod komen zoals het in te richten proces voor het tijdig behandelen van ontheffingsaanvragen en bijvoorbeeld modelontheffingen en formats. Vanuit het Rijk wordt ondersteuning geboden bij het opstellen van de handreiking.

Daarnaast heeft het ministerie van JenV een handhavingsplan3 opgesteld. Met deze instrumenten worden onduidelijkheden zoveel mogelijk voorkomen.

  1. De leden van de CDA-fractie lezen dat de VNG en het NGB vragen om een expliciete heroverweging van de keuze om de ontheffingsbevoegdheid bij de burgemeester te beleggen, mede in het licht van het Kader voor nieuwe burgemeestersbevoegdheden en de benodigde specialistische kennis. Is de staatssecretaris bereid om hierover in overleg te treden met de VNG, het NGB en de veiligheidsregio’s?

De bevoegdheid van de burgemeester vindt niet zijn grondslag in het Besluit veilige jaarwisseling, maar is door aanneming van het amendement Bikker c.s. opgenomen in de Wet veilige jaarwisseling. Het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling werkt deze bevoegdheid nader uit, en kan geen wijzigingen aanbrengen in de toedeling van de ontheffingsbevoegdheid. Wel is er sprake van overleg met de diverse relevante partners, zoals VNG en NGB, om hen te helpen bij de invulling van deze ontheffingsbevoegdheid en het opstellen van een handreiking voor gemeenten.

  1. De leden van de CDA-fractie constateren dat de VNG zorgen uit over de uitvoerbaarheid en handhaving in de nachtelijke uren en de aansprakelijkheid bij het verbinden van voorschriften aan ontheffingen. Welke concrete afspraken zijn of worden in overleg met de VNG en gemeenten gemaakt over handhavingscapaciteit, aansprakelijkheidsvraagstukken en ondersteuning van gemeenten, zodat de ontheffingsregeling in de praktijk uitvoerbaar en handhaafbaar is?

Onder regie van de VNG wordt een handreiking opgesteld. In deze handreiking zullen diverse aspecten aan bod komen zoals het in te richten proces voor het tijdig behandelen van ontheffingsaanvragen. Vanuit het Rijk wordt ondersteuning geboden bij het opstellen van de handreiking. In de handreiking vormt het opstellen van een afwegingskader een belangrijk onderdeel voor de lokale driehoek; dit kader ondersteunt gemeenten bij de ontwikkeling van lokaal beleid en neemt daarbij onder meer vraagstukken zoals beschikbare capaciteit in beschouwing. Ook zal het aandachtspunt van de aansprakelijkheid worden meegenomen in de handreiking.

  1. De leden van de CDA-fractie zijn benieuwd hoe de staatssecretaris een vereniging die een aanvraag kan doen voor een ontheffing om vuurwerk af te steken in georganiseerd verband feitelijk definieert. In de toelichting lezen deze leden namelijk dat met dit ontwerpbesluit is getracht het voor georganiseerde groepen burgers, zoals dorps- of buurtverenigingen, mogelijk te maken om tijdens de jaarwisseling vuurwerk af te steken. Welke eisen worden precies gesteld aan de vorm van de vereniging of stichting, los van de eis dat die ingeschreven staat in het handelsregister? Heeft het bijvoorbeeld ook betrekking op informele verenigingen, of verenigingen die alleen worden opgericht met als doel een ontheffing te krijgen om vuurwerk af te steken? Moet de vereniging ook een minimaal aantal leden hebben?

Er worden in het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling, naast de eis van registratie in het handelsregister, geen eisen gesteld aan het type vereniging of stichting. Het kan daarom gaan om een wijk- of buurtvereniging, een sportvereniging, of een speciaal opgerichte vuurwerk- of jaarwisselingsvereniging. Ook worden geen eisen gesteld ten aanzien van de vestigingsplaats van de vereniging of stichting. Er geldt geen verplichting voor het opstellen van een notariƫle akte bij het oprichten van een vereniging om in aanmerking te kunnen komen voor een ontheffing. Het is aan de vereniging of stichting zelf om te bepalen of het afsteken van vuurwerk past binnen de eigen doelstellingen.

  1. De leden van de CDA-fractie lezen dat de staatssecretaris aangeeft sterk in te zetten op lokale beleidsruimte en terughoudendheid met landelijke normering. Hoe weegt hij deze keuze tegen de noodzaak om een minimaal landelijk veiligheidsniveau te waarborgen?

Hoewel vertrouwen het uitgangspunt is bij de uitwerking van het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling, is wel van belang geacht dat bepaalde vereisten nationaal worden vastgelegd. Het gaat daarbij om voorwaarden en voorschriften ter waarborging van de veiligheid van ontbranders, supervisors, omstanders en omwonenden. Hiermee wordt tevens tegemoetgekomen aan de brede wens vanuit gemeenten om waar dat kan veiligheidsvereisten nationaal vast te leggen.

  1. Deze leden constateren daarnaast dat de staatssecretaris aangeeft slechts daar landelijke eisen te stellen waar dit strikt noodzakelijk is voor de veiligheid. Welke veiligheidswaarborgen acht hij absoluut noodzakelijk, en waarom zijn deze niet explicieter vastgelegd?

De veiligheidseisen die noodzakelijk zijn geacht, zijn in het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling vastgelegd als voorwaarden voor het verlenen van een ontheffing en voorschriften die aan de ontheffing dienen te worden verbonden. Deze voorschriften zien bijvoorbeeld op het veilig afsteken en het veilig neerleggen van vuurwerk door een ontheffinghouder. Het gaat dan onder andere om het verplicht overleggen van een veiligheidsplan en situatietekening, diverse eisen die aan de supervisor en ontbrander worden gesteld, en voorschriften ten aanzien van de locatie waar het vuurwerk wordt bewaard en tot ontbranding wordt gebracht. Zo moeten de supervisors en ontbranders kennis hebben van het veilig afsteken van vuurwerk, mogen zij niet onder invloed zijn van alcohol of drugs, moeten er brandblusapparaten op locatie aanwezig zijn, mag er niet worden gerookt, en mag er een maximumhoeveelheid vuurwerk van 200 kilogram consumentenvuurwerk worden afgestoken. Voor het transport van vuurwerk gelden de reeds bestaande eisen uit de ADR-regelgeving.

  1. De leden van de CDA-fractie hebben gelezen dat de ontheffingsbevoegdheid expliciet bij de burgemeester is belegd en dat burgemeesters zelfstandig afwegingen moeten maken over veiligheid, aansprakelijkheid en handhaving. Hoe voorkomt de staatssecretaris dat deze systematiek leidt tot grote verschillen tussen gemeenten?

Als gevolg van het aangenomen amendement Bikker c.s. is de ontheffingsbevoegdheid op grond van de wet neergelegd bij de burgemeester. Op deze manier kan rekening worden gehouden met lokale omstandigheden. Daarmee kunnen verschillen in beleid tussen gemeenten ontstaan. Wel zijn, in lijn met de wens van gemeenten, zo veel mogelijk veiligheidsvoorschriften nationaal vastgelegd in het ontwerpbesluit veilige jaarwisseling. Tevens zal de eerdergenoemde handreiking handvatten bieden om afwegingen langs dezelfde kaders te laten verlopen.

  1. De leden van de CDA-fractie vragen aan de staatssecretaris of het klopt dat er geen eisen worden gesteld aan de vestigingsplaats van de vereniging of stichting, waardoor verenigingen ook in andere plekken een ontheffing kunnen aanvragen. Zo ja, wat is hiervoor de reden geweest, nu met het amendement-Bikker c.s. (Kamerstuk 35386, nr. 14) is bepaald dat vooral dorps- of buurtverenigingen voor hun lokale gemeenschap vuurwerk kunnen afsteken op een daartoe aangewezen plek?

Dit klopt. Zo wordt het mogelijk gemaakt dat een ontheffing bijvoorbeeld wordt aangevraagd in een naburige gemeente. De verwachting is dat ontheffingen met name zullen worden aangevraagd in de eigen of een naburige gemeente. Indien gewenst kan een burgemeester in het beleid een vereiste van lokale binding opnemen.

  1. Is de staatssecretaris van mening dat de mogelijkheid om op elke plek een ontheffing aan te vragen voldoende strookt met de geest van dat amendement?

Het amendement Bikker c.s. laat zich niet uit over het aantal locaties waarvoor een ontheffing kan worden verleend. Het is aan de burgemeester om – in overleg met bijvoorbeeld de lokale driehoek en brandweer en binnen de kaders van het Besluit veilige jaarwisseling – te bepalen of, hoeveel, en op welke locaties hij ontheffingen wenst te verlenen.

  1. De leden van de CDA-fractie constateren dat er geen landelijke veiligheidsafstanden zijn opgenomen. Waarom heeft de staatssecretaris ervoor gekozen deze afstanden niet landelijk te normeren, terwijl dit bij professionele vuurwerkshows wel het geval is? Hoe ziet hij deze discrepantie?

Het is aan de burgemeester om te bepalen of een locatie geschikt is om vuurwerk af te steken met publiek, en welke minimale veiligheidsafstanden daar gelden. Daarmee wordt dichtregelen en het op voorhand uitsluiten van locaties, voorkomen. Zie ook het antwoord op vraag 1.

  1. De leden van de CDA-fractie lezen dat de staatssecretaris inzet op ondersteuning van gemeenten via onder meer handreikingen. Welke concrete ondersteunende instrumenten stelt hij beschikbaar, en kunnen de gemeenten deze ruim voor de jaarwisseling verwachten?

Onder regie van de VNG wordt een handreiking opgesteld. In deze handreiking zullen diverse aspecten aan bod komen zoals het in te richten proces voor het tijdig behandelen van ontheffingsaanvragen. Vanuit het Rijk wordt ondersteuning geboden bij het opstellen van de handreiking.

  1. De leden van de CDA-fractie lezen dat toezicht op de naleving van ontheffingsvoorwaarden een gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Kan de staatssecretaris nader ingaan op de aansprakelijkheidspositie van de gemeente, indien zich bij een verleende ontheffing een incident voordoet?

Het is afhankelijk van de omstandigheden van het geval wie aansprakelijk kan worden gesteld voor schade en letsel door vuurwerk. Bij toezichtsfalen tijdens evenementen kan een gemeente aansprakelijk worden gesteld. De VNG heeft over dit onderwerp een handreiking4 opgesteld.

  1. En wat wordt precies verstaan onder de ā€˜uitzonderlijke gevallen’ waarin de gemeente aansprakelijk gesteld kan worden?

Concreet toezichtsfalen kan leiden tot aansprakelijkheid voor schade, maar is altijd afhankelijk van de omstandigheden van het geval. De VNG heeft over dit onderwerp een handreiking5 opgesteld.

  1. De leden van de CDA-fractie constateren dat geen landelijke verzekeringseis is opgenomen in het ontwerpbesluit. Hoe waarborgt de staatssecretaris dat slachtoffers van vuurwerkincidenten hun schade kunnen verhalen, indien ontheffinghouders niet verplicht verzekerd zijn?

Wanneer er sprake is van schade of letsel is het van belang dat het slachtoffer iemand aansprakelijk kan stellen voor de geleden schade. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval kan het slachtoffer het schadeveroorzakende individu, maar ook de ontheffinghouder aansprakelijk stellen. Doordat in het wijzigingsbesluit is geregeld dat een ontheffing kan worden aangevraagd door een vereniging of stichting, is er sprake van een rechtspersoon die aangesproken kan worden. Om te bepalen wie voor de schade aansprakelijk is, is het algemene recht en de bestaande jurisprudentie van toepassing; het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling stelt geen nadere regels hierover. Ook stelt het besluit geen nadere eisen rondom een verplichte aansprakelijkheidsverzekering voor ontheffinghouders. Het wordt wel verstandig geacht voor een ontheffinghouder om na te gaan of de huidige verzekering voldoende dekking biedt, en of een aanvullende verzekering nodig is.

  1. Geldt voor verenigingen of stichtingen die geen aansprakelijkheidsverzekering hebben dat een tijdelijke evenementenverzekering verplicht wordt en, zo nee, waarom niet?

Het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling stelt een evenementenverzekering niet verplicht. Het wordt wel verstandig geacht om een dergelijke verzekering af te sluiten wanneer de huidige verzekering geen adequate dekking biedt. Een burgemeester kan ervoor kiezen om een dergelijke verzekering wel verplicht te stellen.

  1. De leden van de CDA-fractie hebben gelezen dat toezicht en handhaving een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeenten en politie vormt. Deze leden vragen hoe de staatssecretaris de rol van de politie bij de handhaving van verleende ontheffingen ziet.

Het is aan het lokaal gezag om op lokaal niveau invulling te geven aan het toezicht en de handhaving van verleende ontheffingen. Daarbij ligt de nadruk in eerste instantie op bestuursrechtelijke handhaving. Dit betekent dat wordt gecontroleerd of wordt voldaan aan de gestelde ontheffingsvoorwaarden. De politie vervult in dit kader een aanvullende en specifieke rol. Zij treedt op wanneer sprake is van de opsporing van strafbare feiten of wanneer de openbare orde en veiligheid in het geding zijn. In die gevallen ligt de verantwoordelijkheid primair bij de politie.

  1. De leden van de CDA-fractie constateren dat de staatssecretaris bewust kiest voor een sobere uitwerking van het ontwerpbesluit. Hoe borgt hij dat deze keuze niet leidt tot onbedoelde veiligheidsrisico’s, waarbij verantwoordelijkheden in de praktijk onevenredig bij lokale bestuurders en vrijwilligers terechtkomen?

Hoewel vertrouwen het uitgangspunt is bij de uitwerking van het ontwerpbesluit veilige jaarwisseling, is wel van belang geacht dat bepaalde vereisten nationaal worden vastgelegd. Het gaat daarbij om voorwaarden en voorschriften ter waarborging van de veiligheid van ontbranders, supervisors, omstanders en omwonenden. Hiermee wordt tevens tegemoetgekomen aan de brede wens vanuit gemeenten om waar dat kan veiligheidsvereisten nationaal vast te leggen. Met het nationaal vastleggen van veiligheidsvereisten, worden de risico’s die met het afsteken van vuurwerk gepaard gaan zo klein mogelijk gemaakt en wordt er tevens voldoende ruimte geboden voor verenigingen en stichtingen om op een verantwoorde manier te organiseren dat vuurwerk kan worden afgestoken.

  1. De leden van de CDA-fractie constateren dat de handhaving rond de jaarwisseling plaatsvindt in nachtelijke uren, waarin boa’s beperkt inzetbaar zijn. Hoe beoordeelt de staatssecretaris de handhaafbaarheid van het ontwerpbesluit in deze omstandigheden?

Het is aan het lokaal gezag om de handhaving tijdens oud en nieuw vorm te geven via de lokale driehoek. Ten aanzien van de rol en inzet van boa's wordt binnenkort het gesprek gestart of zij een bevoegdheid gaan krijgen in de handhaving op ontheffingen tijdens de jaarwisseling. Het toezicht en de handhaving op de ontheffingen zijn van belang, tegelijkertijd geldt als uitgangspunt binnen het huidige en toekomstige boa-bestel dat boa’s niet worden ingezet in situaties met een hoge mate van gevaarzetting. Mocht besloten worden om boa's deze bevoegdheid te verlenen, dan blijft het aan het lokaal gezag om te bepalen of en hoe zij deze bevoegdheden daadwerkelijk in de praktijk willen inzetten en welke rol ze de boa’s geven. Wanneer de openbare orde in het geding is, zullen boa's sowieso geen rol hebben tijdens de jaarwisseling en blijft dit primair bij de politie.

  1. De leden van de CDA-fractie constateren dat het vaststellen van veiligheidsafstanden grotendeels wordt overgelaten aan het lokaal gezag. Hoe is de staatssecretaris tot dit besluit gekomen en wat is de reactie van de gemeenten daarop? Daarnaast vragen deze leden aan de staatssecretaris hoe wordt geborgd dat lokaal vastgestelde veiligheidsafstanden minimaal gelijkwaardig zijn aan de normen die gelden voor professionele vuurwerkontbrandingen.

Het is aan de burgemeester om te bepalen of een locatie geschikt is om vuurwerk af te steken met publiek, en welke minimale veiligheidsafstanden daar gelden. Daarmee wordt dichtregelen en het op voorhand uitsluiten van locaties, voorkomen. Zie ook het antwoord op vraag 1.

  1. De leden van de CDA-fractie constateren dat het advies van de politie om de leeftijdsgrens voor ontbranders te verhogen naar achttien jaar niet is overgenomen. Waarom heeft de staatssecretaris ervoor gekozen vast te houden aan een leeftijdsgrens van zestien jaar? Daarnaast hebben deze leden kennisgenomen van de zorgen van de politie over de verantwoordelijkheden die rusten op ontbranders. Hoe verhoudt deze leeftijdsgrens zich tot de zware verantwoordelijkheid die ontbranders dragen bij vuurwerkactiviteiten waarbij publiek aanwezig is?

Tot op heden wordt er in het Vuurwerkbesluit een leeftijdsgrens voor het afsteken van F2-vuurwerk gehanteerd van 16 jaar, wat aansluit op de minimale leeftijdsgrens zoals opgenomen in de Pyrorichtlijn. Er is gekozen om hierbij aan te sluiten. Zie ook het antwoord op vraag 3.

  1. De leden van de CDA-fractie lezen dat adviezen van onder meer de politie en veiligheidsregio’s om landelijke veiligheidsafstanden vast te leggen niet zijn overgenomen. Waarom heeft de staatssecretaris ervoor gekozen deze adviezen niet te volgen?

Het is aan de burgemeester om te bepalen of een locatie geschikt is om vuurwerk af te steken met publiek, en welke minimale veiligheidsafstanden daar gelden. Daarmee wordt dichtregelen en het op voorhand uitsluiten van locaties, voorkomen. Zie ook het antwoord op vraag 1.

  1. De leden van de CDA-fractie constateren dat de staatssecretaris voornemens is om de Wet veilige jaarwisseling in werking te laten treden vanaf de jaarwisseling 2026–2027. Is hij van mening dat gemeenten zich inderdaad tijdig hierop kunnen voorbereiden?

De VNG heeft in de uitvoeringstoets aangegeven dat het voor een tijdige implementatie nodig is dat in augustus-september 2026 aanvragen voor een ontheffing kunnen worden ingediend. Zo is er voldoende tijd om de aanvragen te beoordelen en ruimte te bieden voor bezwaar. Het is daarom de inzet van het kabinet dat de Wet veilige jaarwisseling en het Besluit veilige jaarwisseling per 1 augustus 2026 in werking treden.

  1. De leden van de BBB-fractie vinden dat dit landelijke vuurwerkverbod een traditie onderuithaalt zonder dat er een realistisch plan voor veilige en uitvoerbare alternatieven klaarligt. Hoe rechtvaardigt de staatssecretaris dit verlies van immaterieel cultureel erfgoed voor miljoenen Nederlanders die elk jaar verantwoord van vuurwerk genieten?

Met de aanneming van de initiatiefwet veilige jaarwisseling door de Tweede en Eerste Kamer, is gekozen voor de invoering van een landelijk vuurwerkverbod voor consumenten. Het voorliggende besluit werkt enkel de in de Wet veilige jaarwisseling opgenomen ontheffingsbevoegdheid van de burgemeester uit.

  1. De leden van de BBB-fractie lezen dat centrale vuurwerkshows door de staatssecretaris als alternatief worden gepresenteerd, maar dat er een groot tekort is aan gecertificeerde pyrotechnici en dat vergunningstrajecten onnodig lang duren. Is de staatssecretaris bereid de inwerkingtreding uit te stellen, totdat er een goed en realistisch alternatief, waar vuurwerk deel van uitmaakt, beschikbaar is?

De ontheffingsmogelijkheid biedt een alternatief naast professionele vuurwerkshows. Het is aan de Kamers om te bepalen of de gekozen invulling afdoende is. Daarnaast staat het burgemeesters vrij om andere alternatieven uit te werken zoals een lichtshow.

  1. De leden van de BBB-fractie lezen dat de VNG expliciet aangeeft dat boa’s tijdens de nachtelijke uren niet zullen handhaven vanwege de gevaarzetting. Hoe rijmt de staatssecretaris de ambitie van een ā€˜veilige jaarwisseling’ met het feit dat de belangrijkste lokale handhavers op het cruciale moment niet op straat aanwezig zijn?

Ten aanzien van de rol en inzet van boa’s tijdens de jaarwisseling worden binnenkort gesprekken gestart. Het blijft echter aan het lokaal gezag om te bepalen of en hoe boa’s daadwerkelijk in de praktijk ingezet worden en welke rol ze de boa’s geven. Wanneer de openbare orde in het geding is, zullen boa’s sowieso geen rol hebben tijdens de jaarwisseling en blijft dit primair bij de politie. De VNG is bezig met het opstellen van een handreiking om zich goed voor te kunnen bereiden. Hierin wordt ook de uitvoering als handhaving van het vuurwerkverbod en de ontheffingsregeling meegenomen.

  1. De leden van de BBB-fractie lezen dat de politie in de eerste jaren na invoering een forse toename in de werklast en capaciteitsdruk verwacht. Kan de staatssecretaris garanderen dat er voldoende politiecapaciteit beschikbaar is, wetende dat de inzet tijdens de jaarwisseling nu al maximaal is en de werkdruk door strafbaarstelling van consumentenvuurwerk alleen maar zal toenemen?

Er bestaat brede steun voor de Wet veilige jaarwisseling vanuit onder meer de politie, het Openbaar Ministerie en gemeenten. Deze steun is ingegeven door de overtuiging dat de wet op termijn zal bijdragen aan een rustigere en veiligere jaarwisseling. Tegelijkertijd wordt onderkend dat dit effect niet onmiddellijk zal optreden. In de eerste jaren na de invoering van het algehele vuurwerkverbod zal naar verwachting nog steeds een maximale inzet van politie, handhavers en andere betrokken partijen noodzakelijk zijn. Gedragsverandering vraagt immers tijd, waardoor de beoogde effecten zich geleidelijk zullen manifesteren.

  1. De leden van de BBB-fractie lezen dat het verbod op elektronische ontstekers gehandhaafd blijft, waardoor ontheffinghouders verplicht worden de gevaarlijkere handmatige aansteeklont te gebruiken. Waarom kiest de staatssecretaris voor deze beperking, terwijl elektronische ontsteking de veiligheidsafstand tussen mens en vuurwerk juist vergroot?

Voor het bevestigen van een elektronisch ontstekingsmechanisme is het in veel gevallen nodig dat het vuurwerk vooraf wordt bewerkt. Dit is in het kader van professionele vuurwerkevenementen gebruikelijk. Het wordt niet wenselijk geacht dat personen die niet over de vereiste specifieke specialistische kennis beschikken, vuurwerk voorafgaand aan het afsteekmoment bewerken. Het elektronisch afsteken van vuurwerk is daarom in het kader van een ontheffing niet toegestaan. Tevens kunnen er bijkomende risico's zitten aan het gebruik van elektronische ontstekers, door bijvoorbeeld het minder goed functioneren van het apparaat. Professionele bezigers worden opgeleid om te gaan met dergelijke mogelijke falen, deze kennis wordt niet verwacht van de ontstekers in het kader van de ontheffing.

  1. De leden van de BBB-fractie lezen dat een inschrijving bij de Kamer van Koophandel (KvK) een harde eis is voor het verkrijgen van een ontheffing. Erkent de staatssecretaris dat dit voor informele vriendengroepen of eenmalige buurtinitiatieven een onnodige en drempelverhogende bureaucratische barriĆØre vormt die haaks staat op de beloofde laagdrempeligheid?

Er is gekozen voor een verplichte inschrijving bij de Kamer van Koophandel, nu het wenselijk is geacht om te borgen dat een ontheffinghouder een rechtspersoon is die civielrechtelijk – en wanneer noodzakelijk strafrechtelijk – aansprakelijk kan worden gesteld voor schade of letsel veroorzaakt in het kader van de verleende ontheffing. Er worden geen eisen gesteld aan het type vereniging of stichting. Er geldt verder ook geen verplichting voor het opstellen van een notariĆ«le akte bij het oprichten van een vereniging om in aanmerking te kunnen komen voor een ontheffing. Daarmee is de voorwaarde zo laagdrempelig mogelijk vormgegeven.

  1. De leden van de BBB-fractie lezen dat de staatssecretaris de verzekeringseis niet nationaal heeft vastgelegd, maar bij de burgemeester heeft belegd, terwijl dit voor kleine verenigingen tot ā€œtorenhoge kostenā€ kan leiden. Hoe gaat de staatssecretaris voorkomen dat buurtinitiatieven onmogelijk worden, doordat verzekeraars weigeren dekking te bieden of onbetaalbare premies vragen?

In het kader van de uitwerking van het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling is gesproken met het Verbond van Verzekeraars en enkele individuele verzekeraars. Het Verbond van Verzekeraars heeft ook gereageerd op de internetconsultatie. Het is volgens het Verbond van Verzekeraars belangrijk voor een vereniging of stichting die een ontheffing aanvraagt, om na te gaan of de eigen (huidige) aansprakelijkheidsverzekering adequate dekking biedt voor afsteken of laten afsteken van vuurwerk. Hierbij is het verstandig om ook te kijken of en welke specifieke (aanvullende) voorwaarden de verzekeraar hierbij stelt. Het Verbond van Verzekeraars geeft aan dat een adviseur daarbij kan helpen. Als de rechtspersoon (nog) geen aansprakelijkheidsverzekering heeft die dekking biedt, zou volgens het Verbond een tijdelijke evenementenverzekering met dekking voor aansprakelijkheid een alternatief kunnen zijn. Op basis van een gedegen landelijk uniform veiligheidspakket kunnen verzekeraars de risico’s inschatten en de verzekerbaarheid van het afsteken van vuurwerk in het kader van een ontheffing. Meestal zal dit op ad hoc en individuele basis plaatsvinden. Het is aan de verzekeraars zelf of zij bijvoorbeeld willen voorzien in collectieve verzekeringsmogelijkheden.

  1. De leden van de BBB-fractie lezen dat het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) zeer kritisch is over de werkbaarheid van het besluit en waarschuwt voor aanzienlijke administratieve lasten voor vrijwilligers, zoals het opstellen van veiligheidsplannen en situatietekeningen op schaal. Waarom negeert de staatssecretaris dit advies en zadelt hij buurtverenigingen op met taken die eigenlijk professionele expertise vereisen?

Naar aanleiding van het advies en de aanvullende zienswijze van ATR bij het concept Besluit veilige jaarwisseling is in de toelichting van het besluit gereageerd op de aanbevelingen van ATR. Het kabinet heeft de toelichting naar aanleiding van de aanbevelingen op een aantal punten aangepast en aangevuld. Om de veiligheid te borgen is het wel noodzakelijk geacht om een aantal regels en voorschriften vast te leggen die tot doel hebben ontbranders, omstanders en omwonenden te beschermen. Ook hebben gemeenten gevraagd om zoveel mogelijk veiligheidsvoorschriften op nationaal niveau vast te leggen. Met het oog hierop is op een aantal punten enige regeldruk onvermijdelijk.

  1. De leden van de BBB-fractie lezen dat de ILT waarschuwt voor een toename van vuurwerktoerisme naar Belgiƫ en Duitsland. Hoe voorkomt de staatssecretaris dat dit verbod de legale handel in Nederland vernietigt, maar tegelijkertijd de illegale handel en de import van gevaarlijk spul uit de buurlanden stimuleert?

Op de handhaving wordt nader ingegaan in het handhavingsplan6 dat door het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) is opgesteld. In het plan is een separaat hoofdstuk opgenomen over grensregio's. Richting de jaarwisseling 2026/2027 wordt ingezet op intensievere samenwerking tussen grensgemeenten en buurlanden, met gezamenlijke handhaving, betere informatie-uitwisseling en duidelijke afstemming over preventie en communicatie. Daarbij kan onder meer het Euregionaal Informatie- en Expertisecentrum (EURIEC) ondersteuning bieden bij grensoverschrijdende, georganiseerde vuurwerkhandel. Daarnaast zet Nederland zich al een aantal jaar op Europees niveau, samen met onder andere Frankrijk, in voor strengere regels en versterkte operationele samenwerking om illegale handel en misbruik van zwaar vuurwerk bij de bron aan te pakken.

  1. De leden van de BBB-fractie lezen dat per kernbepaling van de AMvB een grondslag bestaat in de Wet veilige jaarwisseling. Kan de staatssecretaris per kernbepaling van de AMvB aangeven op welke concrete delegatiebepaling in de Wet veilige jaarwisseling deze berust, en toelichten waarom hierbij geen sprake is van zelfstandige beleidsvorming?

De belangrijkste bepalingen zijn opgenomen in artikel I, onderdeel E, waarbij vier artikelen in het Vuurwerkbesluit worden ingevoegd. Artikel 2.3.2 ziet op de voorwaarden waaronder ontheffing kan worden verleend, artikel 2.3.2a bevat de voorschriften die ten minste aan de ontheffing worden verbonden en artikel 2.3.2b betreft de intrekkingsbevoegdheid van de burgemeester. Deze bepalingen vinden hun grondslag in het bij de Wet veilige jaarwisseling in te voegen artikel 9.2.2.1a, vijfde lid, van de Wet milieubeheer. Artikel 2.3.3 betreft de regels over de terbeschikkingstelling van het vuurwerk. Deze bepaling heeft een grondslag in het bij de Wet Veilige jaarwisseling in te voegen artikel 9.2.2.1a, zevende lid, van de Wet milieubeheer. De hierboven genoemde bepalingen hebben alle daarmee een grondslag in de Wet milieubeheer zoals deze komt te luiden na de inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling. Daarmee is er geen sprake van zelfstandige beleidsvorming die niet past binnen de ruimte die gegeven wordt voor de uitwerking daarvan in de genoemde wettelijke bepaling.

  1. De leden van de BBB-fractie lezen dat is gekozen voor een landelijk verbod met lokale ontheffingsmogelijkheden. Waaruit blijkt dat deze keuze expliciet door de wetgever is voorzien, en waarom is deze keuze niet in de wet zelf vastgelegd?

De keuze voor een landelijke verbod met lokale ontheffingsmogelijkheden is door aanneming van amendement Bikker c.s. in de Wet veilige jaarwisseling expliciet vastgelegd. Dit blijkt uit het feit dat er een algemeen landelijk verbod geldt, maar dat een burgemeester (lokaal) ontheffing van dit verbod kan verlenen.

  1. De leden van de BBB-fractie lezen dat de AMvB noodzakelijk zou zijn ter verwezenlijking van het wettelijke veiligheidsdoel. Hoe is per norm aangetoond dat deze noodzakelijk is voor dat doel, en geen beleidskeuze betreft die losstaat van het wettelijk kader?

De normen die zijn voorgesteld in het Besluit veilige jaarwisseling zien op voorwaarden met betrekking tot het terrein en het veiligheidsplan, de hoeveelheid en het type vuurwerk dat is toegestaan, voorschriften met betrekking tot de locatie, voorschriften met betrekking tot de supervisor en ontbranders, voorschriften met betrekking tot de wijze en het moment van ontbranden. Al deze eisen zijn gesteld in het kader van de veiligheid. Bij de totstandkoming van het ontwerpbesluit is steeds – in overleg met alle betrokken partijen – bezien welke eisen minimaal noodzakelijk zijn die passen binnen het doel van de Wet veilige jaarwisseling. Daarbij zijn beleidskeuzes gemaakt, passend bij het wettelijk kader.

  1. De leden van de BBB-fractie lezen dat de AMvB verschillende normen bevat die ruimte laten voor interpretatie. Welke bepalingen bevatten open normen, en hoe wordt voorkomen dat deze leiden tot uiteenlopende uitleg en rechtsongelijkheid tussen gemeenten?

Het ontwerpbesluit laat op een aantal onderdelen ruimte aan het lokaal bevoegd gezag om bepaalde afwegingen te maken, waarbij rekening gehouden kan worden met lokale omstandigheden. Eventuele verschillen tussen gemeenten zijn daarmee geen rechtsongelijkheid, maar onderdeel van de keuze van de wetgever om de ontheffingsbevoegdheid bij de burgemeester neer te leggen. Lokaal kunnen er verschillen zijn in het ontheffingenbeleid, bijvoorbeeld of deze al dan niet worden verleend, of er al dan niet een verzekering verplicht wordt gesteld en of en, zo ja, welke afstandseisen worden gesteld. Daarnaast wordt in samenwerking met de VNG gewerkt aan een handreiking voor gemeenten voor een nadere duiding van de lokale afwegingen die gemaakt kunnen worden.

  1. De leden van de BBB-fractie lezen dat de AMvB ingrijpende verplichtingen oplegt aan burgers en decentrale overheden. Welke minder belastende alternatieven zijn per verplichting overwogen, en waarom zijn deze ontoereikend geacht in het licht van artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht?

Ten behoeve van de uitwerking van de voorwaarden en voorschriften zijn diverse scenario’s bezien en alternatieven afgewogen. Deze scenario’s zijn beschreven in een Beleidskompas. Het gaat dan om het alternatieve scenario waarin een burgemeester een locatie aanwijst waarbij iedereen, dan wel alle leden van een vereniging, vuurwerk mogen afsteken onder de huidige regels. Tevens is gekeken of het mogelijk is om bijvoorbeeld een maximumaantal ontheffingen per gemeente vast te stellen. Zoals aangegeven in de toelichting bij het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling is – gelet op de lokale bevoegdheidsverdeling, dan wel de doelstelling van de wet, en om redenen van handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en veiligheid – voor deze alternatieve scenario’s niet gekozen.

  1. De leden van de BBB-fractie lezen dat gemeenten verantwoordelijk worden voor het verlenen van ontheffingen en het waarborgen van veiligheid. Waarom ontbreken daarbij landelijke minimumnormen voor veiligheid, zoals locatiecriteria, crowd control en stopregels, terwijl de gevolgen voor burgers en organisaties ingrijpend zijn?

Hoewel vertrouwen het uitgangspunt is bij de uitwerking van het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling, is wel van belang geacht dat bepaalde vereisten nationaal worden vastgelegd. Het gaat daarbij om voorwaarden en voorschriften ter waarborging van de veiligheid van ontbranders, supervisors, omstanders en omwonenden. Het gaat dan bijvoorbeeld om het verplicht overleggen van een veiligheidsplan en situatietekening, eisen die aan de supervisor en ontbrander worden gesteld, en voorschriften ten aanzien van de locatie waar het vuurwerk wordt bewaard en tot ontbranding wordt gebracht. Een burgemeester kan indien gewenst aanvullende voorschriften vaststellen. Verder zal in veel gemeenten – afhankelijk van de APV van een gemeente – ook een evenementenvergunning verplicht zijn. Aan een dergelijke evenementenvergunning kan een gemeente diverse voorschriften verbinden, zoals het afzetten van wegen en het toestaan van een maximumaantal bezoekers.

  1. De leden van de BBB-fractie lezen dat bij incidenten op ontheffingslocaties meerdere bestuurslagen betrokken zijn. Wie is juridisch eindverantwoordelijk, indien zich op een ontheffingslocatie een incident voordoet, en hoe is deze verantwoordelijkheid juridisch vastgelegd?

De betrokken bestuurslaag voor wat betreft de ontheffingslocatie is de gemeente. Het is aan de gemeente om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden waaronder de ontheffing is verleend. In algemene zin geldt dat zowel bij de opsporing van strafbare feiten door het OM als bij de handhaving van de openbare orde door de burgemeester, de politie een rol kan spelen. Het is aan de lokale bevoegde gezagen om binnen de lokale driehoek afspraken te maken over de capaciteit en inzet van buitengewoon opsporingsambtenaren en politie binnen hun gemeente. Wie er verantwoordelijk is, als een incident zich voordoet, is mede afhankelijk van de vraag aan wie het incident kan worden toegerekend en wat de oorzaak van het incident is. Ten aanzien van de rol en inzet van boa's wordt binnenkort het gesprek gestart of zij een bevoegdheid gaan krijgen in de handhaving op ontheffingen tijdens de jaarwisseling.

  1. De leden van de BBB-fractie lezen dat de uitvoerbaarheid van de AMvB wordt verondersteld. Hoe is deze uitvoerbaarheid onderbouwd, gegeven structurele tekorten bij politie, OM en gemeenten, en welke kengetallen en aannames liggen hieraan ten grondslag?

Er is brede steun vanuit onder meer de politie, het OM en gemeenten voor de Wet veilige jaarwisseling vanuit de gedachte dat deze wet op termijn gaat zorgen voor een rustige en veilige jaarwisseling. Dit kost tijd. In de eerste jaren na invoering van het algehele vuurwerkverbod is de verwachting dat bij de politie maximale inzet noodzakelijk zal blijven, aangezien gewenning en naleving tijd kosten. Op langere termijn wordt verwacht dat de jaarwisseling door het totaalverbod rustiger zal verlopen, waardoor er meer ruimte ontstaat voor gerichtere opsporing en handhaving.

  1. De leden van de BBB-fractie lezen dat extra handhavingsinspanningen nodig zijn om het nieuwe regime te effectueren. Welke bestaande handhavingstaken worden afgeschaald om hiervoor capaciteit vrij te maken, en acht de staatssecretaris deze verdringing aanvaardbaar?

Het is aan het lokaal gezag om handhaving tijdens de jaarwisseling vorm te geven en keuzes te maken over de handhaving en de beschikbare capaciteit zo effectief mogelijk in te zetten.

  1. De leden van de BBB-fractie lezen dat de AMvB onvoorwaardelijk in werking treedt. Waarom is niet gekozen voor een voorwaardelijke of gefaseerde inwerkingtreding, terwijl voorzienbaar is dat uitvoering en handhaving mogelijk tekortschieten?

Een AMvB vermeldt altijd ofwel de datum van inwerkingtreding van het besluit ofwel treedt in werking bij koninklijk besluit. De inwerkingtreding van de nu voorliggende AMvB is voorzien bij koninklijk besluit. De bepalingen in het ontwerpbesluit hebben een dusdanige samenhang dat gefaseerde inwerkingtreding niet logisch zou zijn. Het stelsel van de Wet veilige jaarwisseling zal drie jaar na de inwerkingtreding geƫvalueerd worden waarbij eventuele knelpunten met betrekking tot uitvoering en handhaving aan de orde komen. Op grond daarvan kunnen zo nodig aanpassingen in de regelgeving worden doorgevoerd. Zie ook het antwoord op vraag 89.

  1. De leden van de BBB-fractie lezen dat gemeenten nieuwe taken krijgen opgelegd in het kader van het ontheffingsregime. Welke nieuwe taken betreft dit, wat is de integrale kostprijs per taak, en waarom is hiervoor geen structurele financiƫle compensatie geregeld?

De bevoegdheid die met de inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling tot het verlenen van ontheffingen voor het afsteken van aangewezen F2-vuurwerk tijdens de jaarwisseling is gecreƫerd, is neergelegd bij de burgemeester. Dit is een nieuwe bevoegdheid voor de burgemeester. Dit betekent dat gemeenten, in geval zij willen overgaan tot het verlenen van ontheffingen, ingericht dienen te worden voor het in ontvangst nemen van aanvragen, het beoordelen van aanvragen, en het houden van het toezicht op de naleving van de voorschriften die aan de ontheffing worden verbonden. De ministeries van IenW en JenV ontwikkelen diverse instrumenten om gemeenten te ondersteunen.

De VNG heeft aangegeven in haar uitvoeringstoets dat op dit moment nog geen volledig beeld bestaat van de gemeentelijke uitvoeringskosten en de wijze waarop deze kosten financieel kunnen worden gedekt. Daarbij wijst de VNG erop dat het verlenen van ontheffingen voor het afsteken van F2-vuurwerk tijdens de jaarwisseling, evenals het toezicht en de handhaving daarop, een nieuwe bevoegdheid betreft voor burgemeesters en gemeenten. Volgens de VNG zullen de gemoeide kosten van de nieuwe bevoegdheid voor burgemeesters en gemeenten mede afhankelijk zijn van de mate waarin gebruik wordt gemaakt van de ontheffingsmogelijkheid en van de wijze waarop gemeenten hier in hun lokale beleid invulling aan geven.

  1. De leden van de BBB-fractie lezen dat het ontheffingsregime kan leiden tot juridische procedures. Hoeveel bezwaar- en beroepszaken verwacht de staatssecretaris, en op welke wijze wordt uniforme rechtsbescherming geborgd?

Op voorhand is niet goed in te schatten tot hoeveel juridische procedures de ontheffingsmogelijkheid gaat leiden. Dit is ook afhankelijk van hoeveel ontheffingen worden aangevraagd en hoeveel er al dan niet afgegeven gaan worden. Uniforme rechtsbescherming is gewaarborgd. Een besluit op een ontheffingsaanvraag is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Daartegen zijn de normale rechtsmiddelen mogelijk. Een vereniging of stichting kan bezwaar maken tegen een afwijzing en daarna ook in beroep gaan. Ook tegen toewijzingen kan door belanghebbenden bezwaar worden gemaakt.

  1. De leden van de BBB-fractie lezen dat gemeenten aansprakelijk kunnen worden gesteld bij incidenten. Hoe voorkomt de staatssecretaris dat gemeenten aansprakelijk worden gehouden, terwijl landelijke veiligheidsnormen ontbreken?

Het is afhankelijk van de omstandigheden van het geval wie aansprakelijk kan worden gesteld voor schade en letsel door vuurwerk. Bij toezichtsfalen tijdens evenementen kan een gemeente aansprakelijk worden gesteld, maar is altijd afhankelijk van de omstandigheden van het geval. De VNG heeft over dit onderwerp een handreiking7 opgesteld. In het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling zijn diverse voorwaarden en voorschriften opgenomen ter waarborging van de veiligheid van ontbranders, supervisors, omstanders en omwonenden.

  1. De leden van de BBB-fractie lezen dat de AMvB geen expliciete evaluatiebepalingen bevat. Waarom zijn geen vooraf vastgelegde evaluatiecriteria en bindende beleidsconsequenties opgenomen, zoals opschorting of heroverweging bij negatieve uitkomsten?

In paragraaf 10 van de Nota van toelichting is opgenomen dat monitoring gedurende de aankomende jaren van groot belang is, zowel als het gaat om de uitwerking van de ontheffingsbevoegdheid in de praktijk, als de gevolgen voor de uitvoering en handhaving. Naast deze jaarlijkse monitoring, zal de ontheffingsmogelijkheid na drie jaar worden geëvalueerd. Hoe de monitoring en de evaluatie uitgevoerd gaan worden, dient nog nader uitgewerkt te worden. Hierover wordt de Kamer medio 2026 geïnformeerd, zoals toegezegd aan de Eerste Kamer (Kamerstuk 35 386, J.).

  1. De leden van de BBB-fractie lezen dat objectieve onderbouwing van uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid essentieel is. Op welke grond acht de staatssecretaris deze AMvB verantwoord, indien niet met objectieve criteria en kengetallen kan worden aangetoond dat hij uitvoerbaar, handhaafbaar en financieel gedekt is?

De staatssecretaris acht de AMvB verantwoord op basis van de uitgevoerde handhaafbaarheids-, uitvoerbaarheids- en fraudebestendigheidstoetsen door ILT, politie, OM en de uitvoeringstoets van de VNG. Uit deze toetsen volgt dat het besluit in beginsel uitvoerbaar en handhaafbaar is, met aandachtspunten die verder worden uitgewerkt in o.a. het geüpdatete handhavingsplan en een handreiking voor gemeenten.

  1. De leden van de BBB-fractie hebben ook nog enkele vragen over de compensatieregeling. Kan de staatssecretaris zeggen hoeveel vervoerders geraakt worden, doordat zij niet mee worden genomen in de compensatieregelingen? Kan de staatssecretaris ervoor zorgen dat deze vervoerders alsnog worden meegenomen in de compensatieregelingen? Zij hebben immers last hebben van inkomstenderving in de vorm van speciaal materieel, vergunningen en opleidingen voor het veilig vervoeren van vuurwerk.

Alleen bedrijven die rechtstreeks en onevenredig zwaar geraakt worden door het landelijk vuurwerkverbod, kunnen aanspraak maken op nadeelcompensatie. Daarvoor is een regeling voor importeurs en detailhandelaren in voorbereiding. Anderen, zoals transportbedrijven, zijn daarbij niet meegenomen, omdat niet is gebleken dat zij rechtstreeks en onevenredig zwaar door het verbod getroffen worden.

  1. De leden van de SGP-fractie constateren dat gemeenten aangeven dat handhaving op de naleving van de voorwaarden voor eventuele ontheffingen lastig is, omdat bijvoorbeeld boa’s vanwege de gevaarzetting niet ingezet kunnen worden. Deze leden horen graag hoe door controles vooraf en door aanvullende voorwaarden de naleving bevorderd kan worden. Op welke wijze zou wel gebruikt gemaakt kunnen worden van de inzet van boa’s?

In de verkenning waarvoor binnenkort de gesprekken starten zal worden gekeken naar de rol en inzet van de boa, niet alleen gedurende de jaarwisseling, maar ook in de maanden daaraan voorafgaand. Ook zal dit worden opgenomen in de handreiking die de VNG opstelt voor gemeenten om hen te ondersteunen bij het vormgeven van gemeentelijk beleid en het maken van goede afwegingen.

  1. De leden van de SGP-fractie constateren dat onduidelijkheid over de aansprakelijkheidsverdeling een risico is voor goede uitvoering van de ontheffingsbepaling. Hoe ziet de staatssecretaris dit? Welke mogelijkheden ziet de staatssecretaris voor afspraken met gemeenten en verzekeraars hierover, zodat er meer duidelijkheid komt over de aansprakelijkheidsverdeling?

Wanneer er sprake is van schade of letsel is het van belang dat het slachtoffer iemand aansprakelijk kan stellen voor de geleden schade. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval kan het slachtoffer het schadeveroorzakende individu, maar ook de ontheffinghouder aansprakelijk stellen. Doordat in het wijzigingsbesluit is geregeld dat een ontheffing kan worden aangevraagd door een vereniging of stichting, is er sprake van een rechtspersoon die aangesproken kan worden. Om te bepalen wie voor de schade aansprakelijk is, is het algemene recht en de bestaande jurisprudentie van toepassing; het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling stelt geen nadere regels hierover. Ook stelt het besluit geen nadere eisen rondom een verplichte aansprakelijkheidsverzekering voor ontheffinghouders. Het wordt wel verstandig geacht voor een ontheffinghouder om na te gaan of de huidige verzekering voldoende dekking biedt, en of een aanvullende verzekering nodig is.

  1. De leden van de SGP-fractie hebben een vraag over de leeftijdsgrens van zestien jaar voor het afsteken van vuurwerk bij een ontheffing. Waarom is gekozen voor zestien jaar en niet voor bijvoorbeeld achttien jaar, zoals voorgesteld door de VNG?

Tot op heden wordt er in het Vuurwerkbesluit een leeftijdsgrens voor het afsteken van F2-vuurwerk gehanteerd van 16 jaar, wat aansluit op de minimale leeftijdsgrens zoals opgenomen in de Pyrorichtlijn. Er is gekozen om hierbij aan te sluiten.

  1. De leden van de SGP-fractie horen graag waarom de staatssecretaris heeft afgezien van een vestigingseis, terwijl deze vestigingseis de besluitvorming voor gemeenten eenvoudiger maakt.

Op deze manier wordt het mogelijk gemaakt dat een ontheffing bijvoorbeeld wordt aangevraagd in een naburige gemeente. De verwachting is dat – vanwege het saamhorigheidsgevoel –ontheffingen met name zullen worden aangevraagd in de eigen of een naburige gemeente. Indien gewenst kan een burgemeester in het beleid een vereiste van lokale binding opnemen.

  1. De leden van de SGP-fractie horen graag waarom de staatssecretaris er niet voor heeft gekozen een eis op te nemen voor de maximale hoeveelheid vuurwerk die iemand in bezit mag hebben. Dat maakt besluitvorming voor gemeenten eenvoudiger en is een controleerbare waarborg die bijdraagt aan een veilige uitvoering van de ontheffingsbepaling.

Met het aannemen van het landelijk vuurwerkverbod voor consumenten is het voor iedereen verboden om vuurwerk, met uitzondering van fop- en schertsvuurwerk, in zijn bezit te hebben. Uitzondering hierop zijn de professionele toepassers en ontheffinghouders (tijdens de jaarwisseling). De regels die van toepassing zijn voor professionele toepassers zijn opgenomen in het besluit tot ontbranding brengen van pyrotechnische artikelen. Voor ontheffinghouders is in het ontwerpbesluit opgenomen dat ze maximaal 200 kg vuurwerk op het afsteekterrein mogen hebben in de periode 31 december 12.00 uur tot 1 januari 18.00 uur.

  1. De leden van de ChristenUnie-fractie zijn de mening toegedaan dat, gelet op de omvangrijke ongeregeldheden tijdens de afgelopen jaarwisselingen die samenhangen met vuurwerk Ć©n het expliciete verzoek van de politie om consumentenvuurwerk te verbieden, het verstandig is een dergelijk vuurwerkverbod in te voeren. Wel zien deze leden dat de omvang en intensiteit van de vuurwerkproblematiek tussen gemeenten verschilt, en wijzen zij erop dat in kleinere gemeenschappen in ā€˜de regio’ de jaarwisseling zelfs zonder noemenswaardige incidenten plaatsvindt. Mede om die reden zijn deze leden er voorstander van dat, onder voorwaarden, het voor georganiseerde groepen burgers mogelijk moet zijn om een ontheffing aan te vragen om alsnog in georganiseerd verband vuurwerk af te steken. Deze leden danken de staatssecretaris voor de invulling die met het onderhavige ontwerpbesluit is gegeven aan het desbetreffende amendement. Naar aanleiding hiervan hebben deze leden nog een aantal vragen. Deze leden wijzen erop dat is gekozen voor veiligheidseisen die deels overeenkomen met de eisen die gelden voor professioneel vuurwerk, bijvoorbeeld ten aanzien van de indeling van afsteekplaats, -terrein en veiligheidszones, en vragen de staatssecretaris om deze keuze nader toe te lichten. Is dit, bijvoorbeeld gelet op verschillen in risico’s tussen F2-vuurwerk en professioneel vuurwerk proportioneel?

Een belangrijk uitgangspunt bij het opstellen van het Ontwerpbesluit is het geven van ruimte aan lokale afwegingen waarbij oog is voor de lokale situatie. Daarom is ervoor gekozen om zo veel mogelijk ruimte te laten om op lokaal niveau afwegingen te maken over hoe een ontheffing het beste kan worden vormgegeven. Burgemeesters hebben kennis over hun gemeente en inwoners en kunnen daarom, samen met onder andere de lokale driehoek en de veiligheidsregio, bezien wat wenselijk en mogelijk is binnen hun gemeente. Daarnaast is een belangrijk uitgangspunt het vertrouwen in verenigingen en stichtingen. Met het oog hierop is terughoudend omgegaan met het stellen van regels en vereisten op landelijk niveau, om onnodige belemmeringen en regeldruk voor stichtingen en verenigingen te voorkomen. Wel zijn bepaalde minimale veiligheidsvoorschriften van belang om de veiligheid van ontbranders, supervisors, publiek en omwonenden te borgen. Een daarvan is het verplicht indienen van een veiligheidsplan en een situatietekening. Een veiligheidsplan en situatietekening zijn nodig voor een burgemeester om te kunnen beoordelen of het tot ontbranding brengen van maximaal 200 kilogram op een bepaalde locatie verantwoord is.

  1. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de staatssecretaris tevens om in te gaan op de zorgpunten die de VNG kenbaar heeft gemaakt in de brief van 6 februari 2026. In het bijzonder vragen deze leden de staatssecretaris inhoudelijk in te gaan op het verzoek van de VNG om aanvullende financiƫle middelen voor gemeenten: is hij van plan om hier wel of niet middelen voor te reserveren, en waarom?

Op dit moment wordt vanuit het Rijk ondersteuning aangeboden bij de ontwikkelingen van de handreiking ter ondersteuning van de gemeenten om het beleid omtrent de ontheffingen in te richten. Tevens wordt gewerkt aan een communicatieaanpak en een geüpdatet handhavingsplan. De VNG heeft aangegeven in haar uitvoeringstoets dat op dit moment nog geen volledig beeld bestaat van de gemeentelijke uitvoeringskosten en de wijze waarop deze kosten financieel kunnen worden gedekt. Volgens de VNG zullen de gemoeide kosten van de nieuwe bevoegdheid voor burgemeesters en gemeenten mede afhankelijk zijn van de mate waarin gebruik wordt gemaakt van de ontheffingsmogelijkheid en van de wijze waarop gemeenten hier in hun lokale beleid invulling aan geven.

  1. De leden van de ChristenUnie-fractie zijn van mening dat een passende compensatieregeling voor de sector op zijn plaats is. Deze leden vragen of de staatssecretaris deze mening deelt. Kan hij toelichten hoe het overleg met de sector (zowel importeurs als winkeliers) over compensatie en overgangsmaatregelen verloopt? Kan de staatssecretaris daarbij tevens aangeven welk bedrag momenteel gereserveerd is voor deze compensatieregeling?

Als voorwaarde is gesteld dat voor de vuurwerkbranche een eerlijke en nette compensatieregeling getroffen moet worden. Hierover zijn zowel ambtelijk als bestuurlijk diverse gesprekken met de vuurwerkbranche gevoerd. Het nieuwe kabinet zal de gesprekken over de compensatie met de vuurwerkbranche voortzetten. De Kamer zal hierover geĆÆnformeerd worden wanneer duidelijk is hoe de nadeelcompensatieregeling eruit komt te zien.


  1. Kamerstuk 28 684, nr. 813.ā†©ļøŽ

  2. Kamerstuk 28 684, nr. 813.ā†©ļøŽ

  3. Kamerstuk 28 684, nr. 813.ā†©ļøŽ

  4. VNG. Factsheet aansprakelijkheid gemeente bij toezichtsfalen tijdens een evenement. 2018 Beschikbaar via aansprakelijkheid-gemeente_20180710.pdfā†©ļøŽ

  5. VNG. Factsheet aansprakelijkheid gemeente bij toezichtsfalen tijdens een evenement. 2018 Beschikbaar via aansprakelijkheid-gemeente_20180710.pdfā†©ļøŽ

  6. Kamerstuk 28 684, nr. 813.ā†©ļøŽ

  7. VNG. Factsheet aansprakelijkheid gemeente bij toezichtsfalen tijdens een evenement. 2018 Beschikbaar via aansprakelijkheid-gemeente_20180710.pdfā†©ļøŽ