Voorstel van wet
Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wetvoortgezet onderwijs 2020 en de Wet register onderwijsdeelnemers in verband met dewettelijke borging van diverse verwerkingen van persoonsgegevens in het funderendonderwijs (Wet borging gegevensverwerkingen funderend onderwijs)
Voorstel van wet
Nummer: 2026D08173, datum: 2026-02-12, bijgewerkt: 2026-02-23 10:49, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van kamerstukdossier 36903 -2 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wetvoortgezet onderwijs 2020 en de Wet register onderwijsdeelnemers in verband met dewettelijke borging van diverse verwerkingen van persoonsgegevens in het funderendonderwijs (Wet borging gegevensverwerkingen funderend onderwijs).
Onderdeel van zaak 2026Z03577:
- Indiener: K.M. Becking, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2026-03-05 10:15: Procedurevergadering Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (🔗 origineel)
Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de Wet register onderwijsdeelnemers in verband met de wettelijke borging van diverse verwerkingen van persoonsgegevens in het funderend onderwijs (Wet borging gegevensverwerkingen funderend onderwijs)
(KetenID WGK26126)
Voorstel van wet
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het ten behoeve van de kwaliteit van het funderend onderwijs wenselijk is om kennisgedreven beleid te bevorderen en het daarvoor noodzakelijk is om verschillende verwerkingen van persoonsgegevens in het funderend onderwijs wettelijk te borgen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
ARTIKEL I. WIJZIGING VAN DE WET OP HET PRIMAIR ONDERWIJS
De Wet op het primair onderwijs wordt als volgt gewijzigd:
A
Aan artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van de laatste begripsbepaling door een puntkomma, de volgende begripsbepaling toegevoegd:
Algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, L 119).
B
Na artikel 4d wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 4e. Landelijke veiligheidsmonitor
1. Onze Minister monitort eenmaal in de twee schooljaren de sociale, psychische en fysieke veiligheid op school van leerlingen vanaf het zesde schooljaar en het personeel met de landelijke veiligheidsmonitor.
2. De landelijke veiligheidsmonitor is een gestandaardiseerd, valide en betrouwbaar instrument en geeft inzicht in de aandachtsgebieden:
a. de feitelijke veiligheid;
b. de ervaren veiligheid;
c. het welbevinden; en
d. het veiligheidsbeleid van scholen.
3. Onze Minister is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van de landelijke veiligheidsmonitor.
4. Onze Minister verwerkt ten behoeve van het uitvoeren van de landelijke veiligheidsmonitor persoonsgegevens, waarbij:
a. direct identificerende gegevens slechts worden verwerkt voor zover dit noodzakelijk is om leerlingen en personeel uit te nodigen voor deelname aan de landelijke veiligheidsmonitor;
b. de persoonsgegevens uiterlijk drie jaar na het moment van afname worden verwijderd;
c. persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in artikel 1 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming en de volgende bijzondere categorieën persoonsgegevens als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Algemene verordening gegevensbescherming, kunnen worden verwerkt indien dat noodzakelijk is:
1º persoonsgegevens waaruit ras of etnische afkomst blijken;
2º persoonsgegevens waaruit religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen blijken; 3º gegevens over gezondheid; en
4º gegevens met betrekking tot iemands seksueel gedrag of seksuele gerichtheid;
d. uitsluitend persoonsgegevens kunnen worden verwerkt die behoren tot de achtergrondkenmerken en onderwerpen die noodzakelijk zijn voor het inzicht in de aandachtsgebieden bedoeld in het tweede lid; en
e. Onze Minister de persoonsgegevens bewaart op een plaats die uitsluitend toegankelijk is voor door Onze Minister geautoriseerde personen.
5. Leerlingen en hun ouders, en het personeel, worden geïnformeerd over de afname van de landelijke veiligheidsmonitor, en dat deelname niet verplicht is.
6. Indien de landelijke veiligheidsmonitor in samenwerking met een school wordt afgenomen, verstrekt Onze Minister, voor de verplichting als bedoeld in artikel 4c, eerste lid, onderdeel b, en derde lid, alsmede gelet op de verplichting als bedoeld in artikel 4c, tweede lid, onderdeel b, aan het bevoegd gezag van de betreffende school een rapportage met de voor die school specifieke en geaggregeerde uitkomsten van de landelijke veiligheidsmonitor.
7. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld aan de landelijke veiligheidsmonitor over:
a. de achtergrondkenmerken en onderwerpen binnen de aandachtsgebieden, bedoeld in het tweede lid;
b. het uitvoeringsproces;
c. de landelijke rapportage; en
d. de inhoud van de rapportage, bedoeld in het zesde lid.
8. Onze Minister kan besluiten de in het eerste lid genoemde termijn te verlengen indien bijzondere omstandigheden daartoe noodzaken.
C
Na artikel 167 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 167a. Verstrekking personeelsgegevens
1. Onze Minister kan gegevens over het personeel betreffende de persoon en de arbeidsrelatie, die op grond van artikel 167, tweede lid, aan Onze Minister zijn verstrekt op verzoek verstrekken aan de Vereniging PO-Raad te Utrecht.
2. Onze Minister verstrekt de gegevens slechts voor zover dit noodzakelijk is voor de ondersteuning van bevoegde gezagen of samenwerkingsverbanden voor verantwoording en onderlinge vergelijking betreffende de kwaliteit, toegankelijkheid of doelmatigheid van het onderwijs.
3. Onze Minister verstrekt geen direct identificerende persoonsgegevens.
4. Onze Minister verstrekt de gegevens bedoeld in het eerste lid ten minste geaggregeerd op schoolniveau.
5. In afwijking van het vierde lid kan Onze Minister gegevens over het geslacht en de betrekkingsomvang nader uitsplitsen naar functiegroep of functiecategorie.
6. De verstrekking van gegevens vindt plaats voor zover dit is
bepaald bij besluit van Onze Minister.
7. Onze Minister neemt een besluit tot gegevensverstrekking als bedoeld
in het zesde lid, slechts voor zover de organisatie, bedoeld in het
eerste lid, in het verzoek aantoont dat de in het verzoek vermelde
gegevens noodzakelijk zijn voor het beoogde doel.
8. Aan het besluit worden voorschriften en beperkingen verbonden in het
belang van een zorgvuldige en doelmatige gegevensverwerking, die in
ieder geval betrekking hebben op:
a. de te verstrekken gegevens;
b. de doeleinden waarvoor de gegevens worden verstrekt; en
c. de bewaartermijn van de te verstrekken gegevens.
9. Onze Minister kan het besluit in ieder geval intrekken indien:
a. de gegevens waarop het besluit betrekking heeft voor andere
doeleinden worden verwerkt dan de doeleinden die in het besluit zijn
genoemd; of
b. niet wordt voldaan aan de voorschriften en beperkingen die aan het
besluit zijn verbonden.
10. Onze Minister doet mededeling van een besluit als bedoeld in het
zesde of negende lid in de Staatscourant.
11. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over
de indiening van het verzoek, bedoeld in het eerste lid.
ARTIKEL II. WIJZIGING VAN DE WET OP DE EXPERTISECENTRA
De Wet op de expertisecentra wordt als volgt gewijzigd:
A
Aan artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van de laatste begripsbepaling door een puntkomma, de volgende begripsbepaling toegevoegd:
Algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, L 119).
B
Na artikel 5b wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 5c. Landelijke veiligheidsmonitor
1. Onze Minister monitort eenmaal in de twee schooljaren de sociale, psychische en fysieke veiligheid op school van leerlingen, voor het speciaal onderwijs vanaf het zesde schooljaar, en het personeel met de landelijke veiligheidsmonitor.
2. De landelijke veiligheidsmonitor is een gestandaardiseerd, valide en betrouwbaar instrument en geeft inzicht in de aandachtsgebieden:
a. de feitelijke veiligheid;
b. de ervaren veiligheid;
c. het welbevinden; en
d. het veiligheidsbeleid van scholen.
3. Onze Minister is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van de landelijke veiligheidsmonitor.
4. Onze Minister verwerkt ten behoeve van het uitvoeren van de landelijke veiligheidsmonitor persoonsgegevens, waarbij:
a. direct identificerende gegevens slechts worden verwerkt voor zover dit noodzakelijk is om leerlingen en personeel uit te nodigen voor deelname aan de landelijke veiligheidsmonitor;
b. de persoonsgegevens uiterlijk drie jaar na het moment van afname worden verwijderd;
c. persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in artikel 1 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming en de volgende bijzondere categorieën persoonsgegevens als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Algemene verordening gegevensbescherming, kunnen worden verwerkt indien dat noodzakelijk is:
1º persoonsgegevens waaruit ras of etnische afkomst blijken;
2º persoonsgegevens waaruit religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen blijken; 3º gegevens over gezondheid; en
4º gegevens met betrekking tot iemands seksueel gedrag of seksuele gerichtheid;
d. uitsluitend persoonsgegevens kunnen worden verwerkt die behoren tot de achtergrondkenmerken en onderwerpen die noodzakelijk zijn voor het inzicht in de aandachtsgebieden bedoeld in het tweede lid; en
e. Onze Minister de persoonsgegevens bewaart op een plaats die uitsluitend toegankelijk is voor door Onze Minister geautoriseerde personen.
5. Leerlingen en de ouders van leerlingen die de leeftijd van zestien jaar nog niet hebben bereikt, en het personeel, worden geïnformeerd over de afname van de landelijke veiligheidsmonitor, en dat deelname niet verplicht is.
6. Indien de landelijke veiligheidsmonitor in samenwerking met een school wordt afgenomen, verstrekt Onze Minister, voor de verplichting als bedoeld in artikel 5a, eerste lid, onderdeel b, en derde lid, alsmede gelet op de verplichting als bedoeld in artikel 5a, tweede lid, onderdeel b, aan het bevoegd gezag van de betreffende school een rapportage met de voor die school specifieke en geaggregeerde uitkomsten van de landelijke veiligheidsmonitor.
7. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld aan de landelijke veiligheidsmonitor over:
a. de achtergrondkenmerken en onderwerpen binnen de aandachtsgebieden, bedoeld in het tweede lid;
b. het uitvoeringsproces;
c. de landelijke rapportage; en
d. de inhoud van de rapportage, bedoeld in het zesde lid.
8. Onze Minister kan besluiten de in het eerste lid genoemde termijn te verlengen indien bijzondere omstandigheden daartoe noodzaken.
C
Na artikel 143 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 143a. Verstrekking personeelsgegevens
1. Onze Minister kan gegevens over het personeel betreffende de persoon en de arbeidsrelatie, die op grond van artikel 143, tweede lid, aan Onze Minister zijn verstrekt, op verzoek verstrekken aan:
a. de Vereniging PO-Raad te Utrecht;
b. de vereniging VO-raad te Utrecht.
2. Onze Minister verstrekt de gegevens slechts voor zover dit noodzakelijk is voor de ondersteuning van bevoegde gezagen of samenwerkingsverbanden voor verantwoording en onderlinge vergelijking betreffende de kwaliteit, toegankelijkheid of doelmatigheid van het onderwijs.
3. Onze Minister verstrekt geen direct identificerende persoonsgegevens.
4. Onze Minister verstrekt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, ten minste geaggregeerd op instellingsniveau of schoolniveau.
5. In afwijking van het vierde lid kan Onze Minister gegevens over het geslacht en de betrekkingsomvang nader uitsplitsen naar functiegroep of functiecategorie.
6. De verstrekking van gegevens vindt plaats voor zover dit is
bepaald bij besluit van Onze Minister.
7. Onze Minister neemt een besluit tot gegevensverstrekking als bedoeld
in het zesde lid, slechts voor zover de organisatie, bedoeld in het
eerste lid, aantoont dat de in het verzoek vermelde gegevens
noodzakelijk zijn voor het beoogde doel.
8. Aan het besluit worden voorschriften en beperkingen verbonden in het
belang van een zorgvuldige en doelmatige gegevensverwerking, die in
ieder geval betrekking hebben op:
a. de te verstrekken gegevens;
b. de doeleinden waarvoor de gegevens worden verstrekt; en
c. de bewaartermijn van de te verstrekken gegevens.
9. Onze Minister kan het besluit in ieder geval intrekken indien:
a. de gegevens waarop het besluit betrekking heeft voor andere
doeleinden worden verwerkt dan de doeleinden die in het besluit zijn
genoemd; of
b. niet wordt voldaan aan de voorschriften en beperkingen die aan het
besluit zijn verbonden.
10. Onze Minister doet mededeling van een besluit als bedoeld in het
zesde of negende lid in de Staatscourant.
11. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over
de indiening van het verzoek, bedoeld in het eerste lid.
Artikel III. WIJZIGING VAN DE WET VOORTGEZET ONDERWIJS 2020
De Wet voortgezet onderwijs 2020 wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 1.1 wordt in de alfabetische volgorde de volgende begripsbepaling ingevoegd:
Algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, L 119);
B
Na artikel 3.41 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 3.41a. Landelijke veiligheidsmonitor
1. Onze Minister monitort eenmaal in de twee schooljaren de sociale, psychische en fysieke veiligheid op school van leerlingen en het personeel met de landelijke veiligheidsmonitor.
2. De landelijke veiligheidsmonitor is een gestandaardiseerd, valide en betrouwbaar instrument en geeft inzicht in de aandachtsgebieden:
a. de feitelijke veiligheid;
b. de ervaren veiligheid;
c. het welbevinden; en
d. het veiligheidsbeleid van scholen.
3. Onze Minister is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van de landelijke veiligheidsmonitor.
4. Onze Minister verwerkt ten behoeve van het uitvoeren van de landelijke veiligheidsmonitor persoonsgegevens, waarbij:
a. direct identificerende gegevens slechts worden verwerkt voor zover dit noodzakelijk is om leerlingen en personeel uit te nodigen voor deelname aan de landelijke veiligheidsmonitor;
b. de persoonsgegevens uiterlijk drie jaar na het moment van afname worden verwijderd;
c. persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in artikel 1 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming en de volgende bijzondere categorieën persoonsgegevens als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Algemene verordening gegevensbescherming, kunnen worden verwerkt indien dat noodzakelijk is:
1º persoonsgegevens waaruit ras of etnische afkomst blijken;
2º persoonsgegevens waaruit religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen blijken; 3º gegevens over gezondheid; en
4º gegevens met betrekking tot iemands seksueel gedrag of seksuele gerichtheid;
d. uitsluitend persoonsgegevens kunnen worden verwerkt die behoren tot de achtergrondkenmerken en onderwerpen die noodzakelijk zijn voor het inzicht in de aandachtsgebieden bedoeld in het tweede lid; en
e. Onze Minister de persoonsgegevens bewaart op een plaats die uitsluitend toegankelijk is voor door Onze Minister geautoriseerde personen.
5. Leerlingen en de ouders van leerlingen die de leeftijd van zestien jaar nog niet hebben bereikt, en het personeel, worden geïnformeerd over de afname van de landelijke veiligheidsmonitor, en dat deelname niet verplicht is.
6. Indien de landelijke veiligheidsmonitor in samenwerking met een school wordt afgenomen, verstrekt Onze Minister, voor de verplichting als bedoeld in artikel 3.40, eerste lid, onderdeel b, en derde lid, alsmede gelet op de verplichting als bedoeld in artikel 3.40, tweede lid, onderdeel b, aan het bevoegd gezag van de betreffende school een rapportage met de voor die school specifieke en geaggregeerde uitkomsten van de landelijke veiligheidsmonitor.
7. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld aan de landelijke veiligheidsmonitor over:
a. de achtergrondkenmerken en onderwerpen binnen de aandachtsgebieden, bedoeld in het tweede lid;
b. het uitvoeringsproces;
c. de landelijke rapportage; en
d. de inhoud van de rapportage, bedoeld in het zesde lid.
8. Onze Minister kan besluiten de in het eerste lid genoemde termijn te verlengen indien bijzondere omstandigheden daartoe noodzaken.
C
Na artikel 2.111 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 2.112. Verstrekking personeelsgegevens
1. Onze Minister kan gegevens over het personeel betreffende de persoon en de arbeidsrelatie, die op grond van artikel 5.48, eerste lid, aan Onze Minister zijn verstrekt, op verzoek verstrekken aan de vereniging VO-raad te Utrecht.
2. Onze Minister verstrekt de gegevens slechts voor zover dit noodzakelijk is voor de ondersteuning van bevoegde gezagen of samenwerkingsverbanden voor verantwoording en onderlinge vergelijking betreffende de kwaliteit, toegankelijkheid of doelmatigheid van het onderwijs.
3. Onze Minister verstrekt geen direct identificerende persoonsgegevens.
4. Onze Minister verstrekt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, ten minste geaggregeerd op schoolniveau.
5. In afwijking van het vierde lid kan Onze Minister gegevens over het geslacht en de betrekkingsomvang nader uitsplitsen naar functiegroep of functiecategorie.
6. De verstrekking van gegevens vindt plaats voor zover dit is
bepaald bij besluit van Onze Minister.
7. Onze Minister neemt een besluit tot gegevensverstrekking als bedoeld
in het zesde lid, slechts voor zover de organisatie, bedoeld in het
eerste lid, in het verzoek aantoont dat de in het verzoek vermelde
gegevens noodzakelijk zijn voor het beoogde doel.
8. Aan het besluit worden voorschriften en beperkingen verbonden in het
belang van een zorgvuldige en doelmatige gegevensverwerking, die in
ieder geval betrekking hebben op:
a. de te verstrekken gegevens;
b. de doeleinden waarvoor de gegevens worden verstrekt; en
c. de bewaartermijn van de te verstrekken gegevens.
9. Onze Minister kan het besluit in ieder geval intrekken indien:
a. de gegevens waarop het besluit betrekking heeft voor andere
doeleinden worden verwerkt dan de doeleinden die in het besluit zijn
genoemd; of
b. niet wordt voldaan aan de voorschriften en beperkingen die aan het
besluit zijn verbonden.
10. Onze Minister doet mededeling van een besluit als bedoeld in het
zesde of negende lid in de Staatscourant.
11. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over
de indiening van het verzoek, bedoeld in het eerste lid.
D
Na artikel 11.32 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 11.32a. Verstrekking personeelsgegevens
Artikel 2.112 is niet van toepassing.
E
Na artikel 11.40 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 11.40a. Landelijke veiligheidsmonitor
Artikel 3.41a is niet van toepassing.
ARTIKEL IV. WIJZIGING VAN DE WET REGISTER ONDERWIJSDEELNEMERS
In artikel 23, eerste lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers vervalt ‘en’ aan het slot van onderdeel d en wordt onder verlettering van onderdeel e tot f, na onderdeel d een onderdeel ingevoegd, luidende:
e. de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek, en.
Artikel V. INWERKINGTREDING
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel VI. CITEERTITEL
Deze wet wordt aangehaald als: Wet borging gegevensverwerkingen funderend onderwijs.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,