Antwoord op vragen van het lid Dobbe over het artikel ‘Ambtenaren verzwegen Palestijnse dodentallen
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D08188, datum: 2026-02-20, bijgewerkt: 2026-02-20 17:35, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
Onderdeel van zaak 2026Z03326:
- Gericht aan: D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
- Gericht aan: H.W.M. Schoof, minister-president
- Indiener: S.E.M. Dobbe, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 1166
2026Z03326
Antwoord van minister Van Weel (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 20 februari 2026)
Vraag 1
Wat is uw reactie op het artikel van Vrij Nederland, over het verzwijgen van Palestijnse dodentallen door ambtenaren voor de minister-president?1
Antwoord
Het beeld dat moedwillig informatie wordt achtergehouden is onjuist. Ik ervaar de advisering binnen het ministerie als professioneel en volledig, waarbij alle relevante invalshoeken en feiten worden meegenomen. Over de oorlog in de Gazastrook is er een constante informatiestroom, ook richting het ministerie van Algemene Zaken. Daarin zijn met grote regelmaat cijfers over aantallen slachtoffers (ongeacht nationaliteit) opgenomen. Er zijn verschillende manieren waarop bewindslieden geïnformeerd worden over een kwestie, een gespreksfiche is daar één van.
Vraag 2
Kunt u inzage geven in het proces van het opstellen van het desbetreffende gespreksfiche uit het artikel? Klopt het dat meerdere malen de cijfers over de Palestijnse en Libanese slachtoffers uit het feitenrelaas zijn gehaald?
Antwoord
Een gespreksfiche bestaat onder meer uit spreekpunten en achtergrondinformatie. In de achtergrondinformatie dient de informatie te staan die nodig is om het gesprek inhoudelijk goed te kunnen voeren. De gesprekspunten bieden een basis voor de manier waarop het gesprek gevoerd kan worden. Met het opstellen van de gesprekspunten wordt de afweging gemaakt op welke wijze het meest effectief een boodschap wordt overgebracht. Dat is mede afhankelijk van de gesprekspartner in kwestie, zijn of haar kennis over een situatie of onderwerp, en de relatie van een land ten opzichte van het te bespreken onderwerp. Hierdoor is het niet altijd nodig of opportuun in de gesprekspunten een situatie te beschrijven om er wel over te spreken. Naast de gesprekspunten zelf, wordt tijdens het gesprek ook gebruik gemaakt van de achtergrondinformatie.
Het artikel in Vrij Nederland refereert aan een gesprek van de minister-president met een Arabische leider in het najaar van 2024. Hoewel er geen duidelijkheid bestaat over het exacte gesprek waar het artikel aan refereert, is naar aanleiding van de publicatie nagegaan welk gesprek het mogelijk kan betreffen. Hierbij kwam een specifiek gesprek naar voren, waarbij slachtofferaantallen in de achtergrondinformatie stonden. Zie daarnaast ook het antwoord op vraag 1.
Vraag 3
Hoe kan het dat relevante feitelijke informatie uit een gespreksfiche wordt gehaald? Wat zijn de vereisten bij het opstellen van zo’n fiche en wie controleert dit? Is er sprake van een vier-ogen principe?
Antwoord
Zie het antwoord op vraag 1 en 2. Bij het opstellen van een gespreksfiche zijn diverse personen betrokken, zowel op het departement in Den Haag als op de Nederlandse posten in de regio. Het aantal betrokkenen hangt met name af van de inhoud van het gesprek en het aantal gespreksonderwerpen. Daarnaast wordt een gespreksfiche op verschillende niveaus geaccordeerd. Waar nodig ook op politiek niveau. In ieder geval kijken altijd meer dan twee mensen.
Vraag 4
Hoe verantwoordt u dat Israëlische doden een hogere status krijgen op het ministerie van Buitenlandse zaken, dan Palestijnse of Libanese doden?
Antwoord
Daarvan is geen sprake. Het kabinet werpt deze aantijging verre van zich.
Vraag 5
Bent u bereid een onderzoek te starten naar de dubbele moraal en mogelijke angstcultuur op het ministerie van Buitenlandse Zaken? Zo niet, waarom?
Antwoord
Nee. Buitenlandse Zaken hecht aan een open en veilige werkcultuur, waarbinnen ruimte bestaat voor kritisch intern debat. De ambtelijke leiding draagt deze norm actief uit, evenals de norm van brede en deskundige ambtelijke advisering. Het departement investeert in een inclusieve werkomgeving, met ruimte voor diversiteit van perspectieven, en de ontwikkeling van vaardigheden als luisteren en het voeren van een open dialoog. De effecten van die inzet worden regulier gemeten in o.a. het tweejaarlijkse medewerkerstevredenheidsonderzoek, het jaarlijkse Arbo-jaarverslag en Rijksbrede instrumenten als de nieuwe Inclusiemonitor. De uitkomsten uit deze metingen bieden voldoende inzicht voor de verdere ontwikkeling van de organisatie.
Vrij Nederland, 28 januari 2026, 'Ambtenaren verzwegen Palestijnse dodentallen voor Schoof' (https://www.vn.nl/ambtenaren-zwijgen-schoof)↩︎