Antwoord op vragen van de leden Piri en Westerveld over het lot van de Jezidi's
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D08208, datum: 2026-02-20, bijgewerkt: 2026-02-20 17:42, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
- Mede ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Asiel en Migratie
Onderdeel van zaak 2026Z00783:
- Gericht aan: D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
- Gericht aan: D.M. van Weel, minister van Asiel en Migratie
- Indiener: K.P. Piri, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: E.M. Westerveld, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (š origineel)
AH 1168
Antwoord van minister Van Weel (Buitenlandse Zaken) en van minister Van Weel (Asiel en Migratie) (ontvangen 20 februari 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht ''Beter op straat in Nederland dan terug naar Irakā ā nieuw landenbeleid doet de hoop van Jezidiās op asiel vervliegen'?
Antwoord
Ja.
Vraag 2
Bent u het eens met Houman Oliaei, de Amerikaanse antropoloog die in het artikel bewijs aanlevert dat āIrak voor de jezidiās geen veilige haven is om naar terug te kerenā? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Op 27 mei 2024 heeft de toenmalige staatssecretaris van Justitie en Veiligheid uw Kamer geĆÆnformeerd over het landgebonden asielbeleid voor Irak. In deze brief is ook ingegaan op de positie van Jezidi's. Op 7 november 2025 is het thematisch ambtsbericht over Irak gepubliceerd. Uit het thematisch ambtsbericht blijkt niet dat de situatie voor Jezidiās met het oog op vervolging is veranderd. Voor het kabinet is er op grond van het thematisch ambtsbericht dan ook geen aanleiding om het huidige beleid aan te passen.
Vraag 3
Is het kabinet nog dezelfde mening toegedaan als voormalig minister van Justitie en Veiligheid Yesilgƶz ādat er voldoende feiten zijn vastgesteld om te kunnen stellen dat IS zich hoogstwaarschijnlijk schuldig heeft gemaakt aan genocideā? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Ja, het kabinet deelt nog steeds dezelfde mening en zet zich juist daarom in voor het tegengaan van straffeloosheid van misdrijven begaan door IS-strijders. De Kamer is reeds geĆÆnformeerd over deze inzet in een Kamerbrief (Kamerstuk 27925, nr. 1016).
Vraag 4
Bent u bekend met het feit dat de genocide in 2014 geen geĆÆsoleerd incident was maar dat geweld tegen Jezidi's een terugkerend fenomeen is en dat de bescherming van de Jezidi's in Irak nauwelijks verbeterd is? Erkent u dat erkenning van dit feit een voorwaarde is om dit in de toekomst te voorkomen?
Antwoord
Het kabinet is bekend met de kwetsbare positie van minderheden en ontheemden in Irak, waaronder ook Jezidiās, en erkent in het verleden vaker te maken hebben gehad met vervolging, met als dieptepunt de systematische aanvallen van IS-strijders tegen de Jezidi-bevolking in 2014. Het kabinet zet middelen in om bij te dragen aan de positie van de Jezidiās. Ook kaart Nederland dit aan bij de Iraakse autoriteiten, zowel in bilateraal als multilateraal verband.
Vraag 5
Is het kabinet nog steeds van mening ādat Jezidiās in Irak in een kwetsbare positie verkerenā? Kunt u toelichten wat deze kwetsbare positie inhoudt?
Antwoord
Het kabinet erkent de kwetsbare positie van Jezidiās. Veel Jezidiās zijn nog niet teruggekeerd naar Sinjar, en verblijven in kampen in de Koerdistan Regio Irak. In de ontheemdenkampen zijn de leefomstandigheden moeilijk en zijn basisvoorzieningen beperkt aanwezig. Tegelijkertijd garandeert de Iraakse Grondwet de vrijheid van religie van alle erkende religieuze groepen in Irak, waaronder ook Jezidiās. De regering van demissionair premier Al-Sudani pleit consistent voor inclusiviteit en non-discriminatie. Ook heeft de regering maatregelen genomen om de positie van Jezidiās te verbeteren, zoals de goedkeuring van de Yazidi Survivorsā Law en het wettelijk erkennen van landrechten van Jezidiās in Sinjar. De implementatie van dit beleid vergt tijd. Nederland blijft zich inzetten voor inclusiviteit, non-discriminatie, bescherming en toekomstperspectief van alle minderheidsgroeperingen in Irak.
Ten slotte staat een kwetsbare positie echter niet per definitie gelijk aan vervolging en er is, zoals in antwoord op vraag 2 ook aangegeven, geen informatie dat Jezidiās op dit moment in het algemeen te vrezen hebben voor vervolging in Irak.
Vraag 6
Bent u van mening dat de VS een cruciale rol speelde in de toegang tot basisvoorzieningen in de ontheemdenkampen onder Koerdisch gezag en in de wederopbouw van Sinjar?
Antwoord
De hoofdverantwoordelijkheid voor de ontheemdenkampen ligt bij de Iraakse regering. Het kabinet deelt de mening dat de VS met andere donoren, waaronder Nederland, een belangrijke rol speelde in de toegang tot basisvoorzieningen in de ontheemdenkampen en in de wederopbouw van Sinjar.
Vraag 7
Deelt u de mening dat het wegvallen van de Amerikaanse steun sinds het aantreden van president Trump de kwetsbare positie van Jezidiās in Irak nog verder heeft verslechterd? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Het wegvallen van de Amerikaanse steun zet druk op de financiering van de ontheemdenkampen en de daar aangeboden basisvoorzieningen. Het is op dit moment voor het kabinet niet mogelijk om te beoordelen wat de precieze impact is op de positie van Jezidiās in de ontheemdenkampen.
Vraag 8
Bent u bekend met het gebrek aan publieke diensten die beschikbaar zijn voor mensen in Sinjar, inclusief een groot gebrek aan mentale gezondheidszorg voor mensen met trauma's als gevolg van de genocide?
Antwoord
Het kabinet is hiermee bekend. Juist daarom steunt het kabinet al meerdere jaren een divers aantal programmaās waarin ook aandacht wordt besteed aan mentale gezondheidszorg voor mensen met traumaās, waaronder in Sinjar. Deze richten zich bijvoorbeeld door het bieden van psychosociale hulp op het rehabiliteren en re-integreren van vrouwen en kinderen, die slachtoffer zijn geworden van IS. Een voorbeeld is de steun aan Norwegian Peopleās Aid, gericht op onder meer traumaverwerking en het leveren van psychosociale steun aan onder andere de Jezidi-gemeenschap. In de afgelopen rapportageperiode van dit programma ontvingen 419 vrouwen geestelijke gezondheidszorg. Stigmaās rondom het onderwerp mentale gezondheidszorg zorgen er tegelijkertijd voor dat zelfs wanneer er hulp wordt aangeboden, dit niet altijd wordt aangenomen.
Vraag 9
Bent u bekend met het gebrek aan humanitaire hulp en ontwikkelingsgelden om publieke voorzieningen te versterken?
Antwoord
Het gebrek aan beschikbare publieke diensten is een probleem in meerdere gebieden in Irak. In onze diplomatieke contacten vraagt Nederland aandacht bij de Iraakse autoriteiten om de situatie te verbeteren en financiƫle middelen hiervoor vrij te maken.
Vraag 10
Bent u het eens met de constatering van het Thematisch ambtsbericht Irak uit november 2025 dat ā88 procent van de binnenlands ontheemden die terugkeerden naar Sinjar onder zware leefomstandighedenā leeft? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Ja, ambtsberichten betreffen een feitelijke, neutrale en objectieve weergave van de bevindingen gedurende onderzochte periode.
Vraag 11
Bent u het eens met de constatering van datzelfde ambtsbericht dat het terugtrekken van verschillende (internationale) humanitaire hulporganisaties resulteerde in "een gebrek aan basisvoorzieningen, gebrek aan medische zorg, gebrek aan psychosociale ondersteuning en slechte leefomstandigheden in de kampen"?]
Antwoord
Ja, ambtsberichten betreffen een feitelijke, neutrale en objectieve weergave van de bevindingen gedurende onderzochte periode.
Vraag 12
Bent u bekend met het feit dat de Irakese overheid afgelopen mei 19.000 gevangenen, waaronder voormalige leden van IS, heeft vrijgelaten na de aanname van een nieuwe Amnestiewet?
Antwoord
Het kabinet is bekend met de amendementen op de amnestiewet die afgelopen jaar in Irak zijn aangenomen. De geamendeerde wet biedt kansen op een nieuw proces voor personen die op basis van antiterrorismewetgeving zijn veroordeeld, maar waarbij twijfels zijn over de kwaliteit van het bewijs. Tegelijkertijd speelden er ook zorgen dat de versoepeling ertoe zou kunnen leiden dat (aan IS-geaffilieerde) veroordeelden onterecht vrijkomen. Om die zorgen te adresseren, zijn in de amnestiewet beperkingen opgenomen voor wie deze wet zou gelden, waaronder personen gelinkt aan terroristische misdrijven. Sinds de aanname van de geamendeerde amnestiewet zijn er 41.364 personen1 vrijgelaten uit de gevangenis na het doorlopen van een rehabilitatieprogramma; het is het kabinet echter niet bekend dat zich hieronder ook personen bevinden die veroordeeld waren voor IS-gerelateerde misdrijven.
Vraag 13
Ziet u risicoās voor Jezidiās in Irak na de vrijlating van deze voormalige leden van IS? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
De eventuele vrijlating van voormalige leden van IS brengt voor iedereen grotere veiligheidsrisicoās met zich mee, zo ook voor Jezidiās in Irak. Het kabinet zal dit gezien de huidige ontwikkelingen nauw blijven monitoren en staat hierover in contact met de Iraakse autoriteiten.
Vraag 14
Vindt u dat, alles meewegende, de positie van Jezidiās in Irak dit jaar is verbeterd of verslechterd? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord
Het kabinet kan op dit moment geen uitsluitend oordeel vellen over of de positie van Jezidiās is verbeterd of verslechterd. Het kabinet houdt nauw contact met organisaties die belangen van Jezidiās behartigen en blijft de situatie van minderheden, waaronder Jezidiās, nauwlettend monitoren.
Vraag 15
Wat vindt u van de stelling van de UNHCR, die stelt dat leden van religieuze en etnische minderheidsgroepen uit betwiste gebieden als Sinjar waarschijnlijk internationale bescherming behoeven en oproept hen niet naar hun oorspronkelijke woongebieden terug te sturen?[6]
Antwoord
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2 heeft de toenmalige staatssecretaris van Justitie en Veiligheid uw Kamer geĆÆnformeerd over het landgebonden asielbeleid voor Irak en de positie van Jezidi's. Er is geen informatie dat Jezidiās in het algemeen te vrezen hebben voor vervolging, zie ook antwoord 4. Er is voor nu geen reden om daarvan af te wijken.
Vraag 16
Gezien al het bovenstaande, deelt u de mening dat in het Nederlandse asielbeleid de beschermingsbehoefte van de Jezidi's moet worden onderkend en hierbij in aanmerking moet worden genomen dat er in de regel geen sprake is van een redelijk vestigingsalternatief in Irak en dat de Koerdische Autonome Regio niet als 'normale woon-en verblijfplaatsā geldt voor binnenlands ontheemden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Zie het antwoord op de vragen 2 en 15. Het binnenlands
beschermingsalternatief en de normale woon- en verblijfplaats worden op
individuele basis beoordeeld en er is voor nu geen reden om daarvan af
te wijken. Nu de wijziging van het landgebonden beleid voor Irak in het
algemeen en de Jezidiās in het bijzonder onderwerp is van hoger beroep
bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, kan ik hier
op dit moment niet verder op ingaan.
Vraag 17
Kunt u bovenstaande vragen elk afzonderlijk beantwoorden?
Antwoord
Alle vragen zijn afzonderlijk beantwoord.
Cijfers gepubliceerd door de Iraakse Supreme Judicial Councilā©ļø