Antwoord op vragen van het lid Bart van den Brink over het bericht 'Minder asielaanvragen door IND ingewilligd, vooral door verbeterde situatie in Syrië'
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D08212, datum: 2026-02-20, bijgewerkt: 2026-02-23 08:42, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Asiel en Migratie
- Mede namens: M.C.G. Keijzer, minister voor Asiel en Migratie (BBB)
Onderdeel van zaak 2026Z00589:
- Gericht aan: D.M. van Weel, minister van Asiel en Migratie
- Indiener: G. (Bart) van den Brink, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 1160
Antwoord van minister Van Weel (Asiel en Migratie), mede namens de minister voor Asiel en Migratie (ontvangen 20 februari 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 1059
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht 'Minder asielaanvragen door IND
ingewilligd, vooral door verbeterde situatie in Syrië'? 1)
Antwoord op vraag 1
Ja.
Vraag 2
Zijn er los van de verbeterde situatie in Syrië meer redenen dat het inwilligingspercentage van eerste asielaanvragen gedaald is tot rond het Europese gemiddelde?
Antwoord op vraag 2
Het inwilligingspercentage laat zich niet makkelijk verklaren. De
gemiddelde uitkomst van asielaanvragen wordt gevormd door een samenhang
van allerlei relevante variabelen, zoals de samenstelling van de
instroom en de actuele situatie in landen van herkomst. Ook
beleidswijzigingen zijn van invloed.
In 2024 is een nieuw beoordelingskader geïntroduceerd. In dit beoordelingskader is de geloofwaardigheidsbeoordeling meer in lijn gebracht met de Europese richtlijn en is er voor de beoordeling van de vrees een meer individuele beoordeling geïntroduceerd.
Sinds juni 2025 wordt beleidsmatig voor Syrië niet langer in het algemeen uitgegaan van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer, zoals voorheen. Verder is het landenbeleid Jemen in 2024 wezenlijk veranderd. Eerder gold een generiek beschermingsbeleid voor personen uit Jemen, dat is inmiddels niet meer zo. Het betreft nu een meer individuele beoordeling. Dat het inwilligingspercentage daardoor is gezakt, is een gevolg van deze veranderde veiligheidssituatie in dat land. In 2023 en 2024 zijn nog een groot aantal Syrische en Jemenitische zaken afgedaan onder het oude beleid, in het project Bespoediging Afdoening Asiel (BAA). Dit project liep halverwege 2024 af. Vanwege het grote aantal en hoge inwilligingspercentage van deze zaken heeft dat invloed op de ontwikkelingen in de inwilligingscijfers.
Tot slot hebben er ook andere wijzigingen in het landenbeleid plaatsgevonden, bijvoorbeeld ten aanzien van Irak. Ook dit kan van invloed zijn op de inwilligingspercentages, omdat het relatief grote groepen betreft.
Vraag 3
In hoeverre heeft de daling van het aantal ingewilligde asielaanvragen geleid tot kortere doorlooptijden bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)?
Antwoord op vraag 3
Er is in het algemeen geen sprake van kortere doorlooptijden. De
oplopende doorlooptijden worden veroorzaakt doordat er de afgelopen
jaren meer asielaanvragen zijn binnengekomen dan waar de IND op is
ingericht.
Het afwijzen van een aanvraag kost in beginsel ook meer tijd dan het inwilligen ervan. Dat komt doordat er op dit moment bij een afwijzing eerst een voornemen geschreven moet worden waarin kenbaar gemotiveerd moet worden waarom de IND voornemens is de aanvraag af te wijzen. De advocaat kan hier middels een zienswijze op reageren, waarna de IND een definitief besluit neemt waarbij de IND ook inhoudelijk in gaat op de zienswijze. In het geval van een inwilliging is een voornemen niet nodig en hoeft de beslissing in het besluit slechts kort gemotiveerd te worden. Daarom kost een afwijzing in de regel meer tijd dan een inwilliging.
Vraag 4
Wat was in 2025 het inwilligingspercentage als Syrische asielzoekers niet worden meegerekend en hoe staat dit in verhouding tot het Europese gemiddelde?
Antwoord op vraag 4
Inwilligingspercentage over de eerste drie kwartalen van
2025
| Totaal | Zonder Syriërs | |
|---|---|---|
| Gemiddeld EU-27 landen | 37% | 37% |
| Nederland | 48% | 48% |
Bron: Eurostat, geraadpleegd op 3-2-2026. De gegevens van kwartaal 4 2025 zijn nog niet volledig beschikbaar.
Inwilligingspercentage over 2024
| Totaal | Zonder Syriërs | |
|---|---|---|
| Gemiddeld EU-27 landen | 51% | 42% |
| Nederland | 75% | 55% |
Bron: Eurostat, geraadpleegd op 3-2-2026.
Omdat een vergelijk wordt gevraagd naar het Europees gemiddelde is gebruik gemaakt van de gegevens in Eurostat over beslissingen in eerste aanleg, ook voor Nederland. De definities over beslissingen in eerste aanleg in Eurostat verschillen van de gebruikelijke nationale definities. De tabellen in Eurostat zien op het totaal aantal afdoeningen van eerste asielaanvragen, herhaalde asielaanvragen en herplaatsing (relocatie). Daarnaast zijn Dublinafdoeningen niet in de Eurostat-cijfers opgenomen.
Volgens de gebruikelijke Nederlandse definities wordt het inwilligingspercentage berekend als het aantal ingewilligde eerste asielaanvragen t.o.v. het totaal aantal beslissingen op eerste asielaanvragen.
De inwilligingspercentages, berekend op basis van Eurostat, vallen daardoor hoger uit dan wanneer wordt gekeken naar rapportages volgens de gebruikelijke Nederlandse definities.
Vraag 5
Wat is het effect van de verbeterde situatie in Syrië op het
aantal Syrische asielzoekers in de locaties van het Centraal Orgaan
opvang asielzoekers (COA)?
Antwoord op vraag 5
Het aantal Syrische asielzoekers dat verblijft in de
opvanglocaties van het COA is de afgelopen jaren stabiel gebleven. Het
aantal Syriërs in de opvang wordt niet alleen bepaald door de actuele
situatie in het land van herkomst en het bijbehorende toelatingsbeleid,
maar ook door factoren zoals eerdere instroom, de duur van
asielprocedures, en de beperkte uitstroom naar huisvesting. Eventuele
veranderingen in de veiligheidssituatie in Syrië vertalen zich daarom
niet onmiddellijk in lagere aantallen asielzoekers in de opvang. Het
kabinet blijft de ontwikkelingen in Syrië nauwlettend volgen en betrekt
deze bij het landenbeleid.
Vraag 6
Verwacht u dat een daling van het aantal ingewilligde
asielaanvragen zal leiden tot verlichting van de druk op het COA?
Antwoord op vraag 6
Een daling van het aantal ingewilligde asielaanvragen kan,
zeker gecombineerd met effectief terugkeerbeleid, verlichting bieden op
de opvangdruk. Vanwege de vele factoren die invloed hebben is echter
niet te zeggen dat of wanneer dit zich vertaalt naar een verminderde
vraag voor opvangplekken. Het kabinet investeert op alle mogelijke
manieren in een veilig, stabiel Syrië waar terugkeer van Syriërs
mogelijk is inclusief beleid voor terugkeerondersteuning.
Vraag 7
Kunt u een overzicht geven van de doorlooptijden bij de IND van
de verschillende stromen zoals deze zich in de periode 2021-2025 hebben
ontwikkeld?
Antwoord op vraag 7
De gemiddelde doorlooptijd van een eerste aanvraag in spoor
1 bedroeg in 2021 97 dagen, in 2022 182 dagen, in 2023 160
dagen, in 2024 126 dagen en in 2025 92 dagen.
De gemiddelde doorlooptijd van een eerste aanvraag in spoor 2 bedroeg in 2021 50 dagen, in 2022 70 dagen, in 2023 83 dagen, in 2024 95 dagen en in 2025 117 dagen.
De gemiddelde doorlooptijd van een eerste aanvraag in spoor
4 bedroeg in 2021 335 dagen, in 2022 222 dagen, in 2023 349
dagen, in 2024 429 dagen en in 2025 582 dagen.
De gemiddelde doorlooptijd is niet hetzelfde als de tijd die
daadwerkelijk nodig is om tot een beslissing te komen, omdat daaronder
vooral de tijd wordt begrepen dat een aanvraag moet wachten op
behandeling. De doorlooptijden zijn dan ook slechts in beperkte mate
relevant voor beantwoording van de vraag naar de verhouding tussen
behandelduur en uitkomst van de aanvraag.
Vraag 8
Kunt u de meest recente cijfers geven over het jaar 2025 op
het gebied van de instroom van asielzoekers in Nederland?
Antwoord op vraag 8
Zie antwoord bij 9.
Vraag 9
Kunt u de cijfers van 2025 afzetten tegen de cijfers van de instroom van asielzoekers van de afgelopen 10 jaren?
Antwoord op vraag 8 en 9
| Eerste asielaanvragen per jaar | |
|---|---|
| 2015 | 43.090 |
| 2016 | 18.170 |
| 2017 | 14.720 |
| 2018 | 20.350 |
| 2019 | 22.530 |
| 2020 | 13.670 |
| 2021 | 24.690 |
| 2022 | 35.540 |
| 2023 | 38.380 |
| 2024 | 32.180 |
| 2025 | 24.070 |
Bronnen: Rapportage Vreemdelingenketen, Staat van Migratie en Asylum Trends IND, afgerond op tientallen.
Vraag 10
Heeft u een overzicht van dezelfde instroomcijfers van de
landen om ons heen, zoals Frankrijk, België, Duitsland en
Denemarken?
Antwoord op vraag 10
In de tabel staan de eerste asielaanvragen van België,
Denemarken, Duitsland, Frankrijk en Nederland.
| Jaar | België | Denemarken | Duitsland | Frankrijk | Nederland |
|---|---|---|---|---|---|
| 2015 | 39.065 | 20.855 | 441.900 | 70.570 | 43.035 |
| 2016 | 14.290 | 6.070 | 722.365 | 76.790 | 19.285 |
| 2017 | 14.055 | 3.140 | 198.310 | 91.965 | 16.090 |
| 2018 | 18.160 | 3.495 | 161.930 | 126.580 | 20.465 |
| 2019 | 23.140 | 2.645 | 142.510 | 138.290 | 22.540 |
| 2020 | 12.930 | 1.435 | 102.580 | 81.735 | 13.720 |
| 2021 | 19.605 | 2.015 | 148.235 | 103.810 | 24.755 |
| 2022 | 32.140 | 4.505 | 217.775 | 137.605 | 35.530 |
| 2023 | 29.305 | 2.380 | 329.120 | 145.160 | 38.370 |
| 2024 | 32.710 | 2.210 | 229.750 | 129.910 | 32.000 |
| 2025 t/m oktober | 23.740 | 1.545 | 97.910 | 104.890 | 18.980 |
Bron: Eurostat, geraadpleegd op 2-2-2026. Afgerond op vijftallen. De gegevens na oktober 2025 zijn nog niet volledig beschikbaar. De cijfers voor Nederland verschillen van de cijfers bij vraag 9 omdat, conform de definities in Eurostat, onder andere herplaatsing is meegeteld. Daarnaast wordt in Eurostat een andere peildatum gehanteerd. Voor Nederland zijn de aantallen in de Staat van Migratie en Asylum Trends leidend.
Vraag 11
Welke maatregelen zijn er genomen of gaat u nog nemen om de doorlooptijden bij de IND de komende tijd te verbeteren?
Antwoord op vraag 11
De nieuwe asielprocedure volgend uit het Asiel- en Migratiepact treedt
op 12 juni 2026 in werking. Dit is gericht op een goede doorstroom van
nieuwe aanvragen en biedt kansen voor een efficiëntere inrichting van de
procedure. Dit kan de IND helpen om de doorlooptijden van nieuwe
asielaanvragen te verbeteren. De procedure wordt vereenvoudigd en zorgt
voor meer flexibiliteit in de procedure. Daardoor verwacht de IND op
basis van de huidige inzichten de nieuwe termijnen te kunnen naleven en
de instroom te kunnen bijhouden.
Vraag 12
Kunt u aangeven hoeveel COA-locaties op dit moment volledig
bezet zijn en hoeveel noodopvanglocaties nog in gebruik zijn,
uitgesplitst naar reguliere opvang en crisisnoodopvang?
Antwoord op vraag 12
Op 1 januari 2026 waren 362 opvanglocaties operationeel.
Uitgesplitst zijn dit 111 reguliere locaties, 215 noodopvanglocaties en
43 Tijdelijke Gemeentelijke Opvanglocaties (TGO’s). COA kampt al tijden
met hoge druk op de asielopvang. De bezettingsgraad ligt rond de 101%.
Dat betekent dat veel opvanglocaties (over)vol zitten en er beperkte
bewegingsvrijheid is. Ook de doorstroom vanuit Ter Apel wordt hierdoor
bemoeilijkt. Het COA en het kabinet zetten zich er dagelijks voor in om
de bezettingsdruk te doen afnemen en de bestaande capaciteit maximaal
uit te blijven nutten.
Vraag 13
Is de bezetting van bewoners in COA-locaties in 2025
toegenomen? Hoeveel van deze bewoners zijn statushouders die wachten op
een doorstroomwoning?
Antwoord op vraag 13
De bezetting is toegenomen. Op 1 januari 2025 was de bezetting ca 72.500
bewoners op COA-locaties en op 1 januari 2026 ca 79.830. Dit is een
toename van ca 7.320 bewoners. Het aantal statushouders in de COA-opvang
was op peildatum 1 januari 2026 ca 18.420 (waarvan ca 12.310 bewoners al
langer dan 14 weken in de opvang zitten).
Vraag 14
Wat is nu al het effect van de genomen maatregel om
nareizigers niet langer in COA-locaties onder te brengen?
Antwoord op vraag 14
Het aantal nareizigers dat in de opvang verblijft blijft erg
hoog. Op 23 september jl.1 is een tijdelijke actie aangekondigd
om nareizigers van wie de referent reeds gehuisvest was direct bij de
referent onder te brengen. In de praktijk was dit mogelijk bij kleinere
gezinnen. Grote gezinnen konden alleen in overleg met betreffende
gemeente worden uitgeplaatst. Door toepassing van deze maatregel zijn er
circa 500 nareizigers versneld uitgestroomd. Het effect van deze
maatregel is nog niet zichtbaar in de bezettingscijfers omdat er eerst
enige aanlooptijd noodzakelijk is voordat nareizigers daadwerkelijk
uitgeplaatst konden worden.
Daarnaast is de Regeling stimuleren uitstroom vergunninghouders uit de asielopvang 2026 (HAR+) op 27 januari jl. gepubliceerd.
Vraag 15
Kunt u deze vragen beantwoorden voor de behandeling van de
begroting van Asiel en Migratie?
Antwoord op vraag 15
Dit is helaas niet gelukt.
1) De Volkskrant, 22 december 2025, 'Minder asielaanvragen door IND ingewilligd, vooral door verbeterde situatie in Syrië', https://www.volkskrant.nl/binnenland/minder-asielaanvragen-door-ind-ingewilligd-vooral-door-verbeterde-situatie-in-syrie~b74a22af/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19637-3476↩︎