[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Afsprakenlijst van het Interparlementair Koninkrijksoverleg (IPKO) februari 2026

Interparlementair Koninkrijksoverleg

Verslag van een bijeenkomst

Nummer: 2026D08216, datum: 2026-02-23, bijgewerkt: 2026-02-23 08:32, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 33845 -58 Interparlementair Koninkrijksoverleg.

Onderdeel van zaak 2026Z03586:

Preview document (šŸ”— origineel)


Staten-Generaal ½

Vergaderjaar 2025-2026

33 845 Interparlementair Koninkrijksoverleg

Nr. 58 AFSPRAKENLIJST INTERPARLEMENTAIR KONINKRIJKSOVERLEG (IPKO) FEBRUARI 2026

Den Haag, Nederland 19 – 21 februari 2026

In het Presidiumoverleg van 21 februari 2026 zijn de onderstaande afspraken herbevestigd, dan wel gemaakt:

  • dat het Presidium bestaat uit de voorzitters van de parlementen (behalve van Nederland), de voorzitters van de commissies en de griffiers;

  • dat de Statenvoorzitters van Aruba, CuraƧao en Sint Maarten en de commissievoorzitters van Nederland de delegatieleiders zijn en de afsprakenlijst ondertekenen;

  • dat de commissievoorzitters woordvoerders van de delegaties zijn, maar tijdens discussies meerdere leden van de delegaties het woord kunnen voeren;

  • dat de commissievoorzitters en de Statenvoorzitters deelnemen aan de persconferentie;

  • dat indien een delegatie een afwijkend standpunt heeft, dit vermeld wordt in de afsprakenlijst. Daarbij wordt verwezen naar de toelichting op dit standpunt, die wordt opgenomen in een bijlage die formeel geen onderdeel uitmaakt van de afsprakenlijst. Afwijkende standpunten worden voorafgaand aan de persconferentie schriftelijk gedeeld met de andere delegaties. Van een afwijkend standpunt van een deel van een delegatie wordt geen aantekening opgenomen;

  • dat alle delegaties kunnen deelnemen aan een werkgroep. Nederland is trekker van een werkgroep indien het een specifiek onderwerp met betrekking tot Caribisch Nederland (BES-eilanden) betreft;

  • dat de delegaties maximaal 15 minuten de tijd krijgen om intern beraad te plegen;

  • dat het Reglement van Orde van het gastland geldt, bijvoorbeeld met betrekking tot interruptie van sprekers en persoonlijke feiten;

  • dat de Voorzitter van het IPKO de tijd in de gaten houdt, opdat elke delegatie evenveel tijd krijgt om haar standpunten naar voren te brengen;

  • dat het organiserende land de werkbezoeken in het IPKO vaststelt en regelt, waarbij de gastdelegaties tijdig gevraagd wordt suggesties te doen;

  • dat schriftelijke standpunten van individuele leden en/of fracties niet formeel tijdens het IPKO zullen worden ingebracht;

  • dat de beraadslagingen van het IPKO in beginsel openbaar zijn en dat wordt gezorgd voor een uitzending via internet. De werkbezoeken en de Presidiumvergaderingen zijn in beginsel besloten;

  • dat het programma van het IPKO wordt vastgesteld door het Presidium. Wijzigingen in of aanvullingen op het programma dienen eerst te worden goedgekeurd door het Presidium;

  • dat de voertaal van het IPKO Nederlands is, waarbij iedere delegatie indien noodzakelijk zelf zorgdraagt voor de vertaling, zonder dat dit een levendige gedachtewisseling in de weg staat;

  • dat als vast agendapunt, na de presentaties per land, de follow up van de afsprakenlijst van het vorige IPKO wordt besproken;

  • dat in het programma van het IPKO ruimte wordt geboden voor korte slotopmerkingen door de delegatieleiders.

Openingsspeeches en presentaties recente ontwikkelingen per land

De voorzitter van de commissie Koninkrijks Aangelegenheden en Buitenlandse Betrekkingen van de Staten van Aruba, mevrouw Arends-Reyes, opent het IPKO in Aruba en heet alle deelnemers van harte welkom.

De delegaties nemen met belangstelling kennis van de openingsspeeches en presentaties van de actuele ontwikkelingen per land. Namens de Staten van Aruba speecht de heer Sneek, Voorzitter van de Staten van Aruba, waarna de voorzitter van de commissie Koninkrijks Aangelegenheden en Buitenlandse Betrekkingen van de Staten van Aruba, mevrouw Arends-Reyes, de actuele ontwikkelingen toelicht. De delegatieleider van de Staten-Generaal, mevrouw Mutluer, voorzitter van de commissie Koninkrijksrelaties van de Tweede Kamer, presenteert namens de Staten-Generaaldelegatie de actuele ontwikkelingen in Bonaire, Sint Eustatius, Saba en Europees Nederland. Namens de Staten van CuraƧao speecht de heer Brownbill, Voorzitter van de Staten van CuraƧao, waarna de voorzitter van de commissie Rijksaangelegenheden, Interparlementaire Relaties en Buitenlandse Betrekkingen van de Staten van CuraƧao, de heer Seferina, de actuele ontwikkelingen presenteert. Namens de Staten van Sint Maarten speecht mevrouw Wescot-Williams, Voorzitter van de Staten van Sint Maarten, waarna de voorzitter van de commissie voor Koninkrijks Aangelegenheden en Interparlementaire Relaties van de Staten van Sint Maarten, mevrouw Roseburg, de presentatie verzorgt over de actuele ontwikkelingen.

Follow-up afsprakenlijsten voorgaande IPKO’s

De vier parlementaire delegaties maken bekend dat opvolging is gegeven aan de afspraken gemaakt tijdens het Interparlementair Koninkrijksoverleg (IPKO) van 7-10 juni 2024 in Den Haag (Kamerstukken I/II 2023–2024, 33 845, AP en nr. 53, p. 9.) en dat een deskundigengroep ā€˜Democratisch tekort Koninkrijk’ is ingesteld die tot doel heeft binnen een tijdsbestek van 9 maanden, te rekenen vanaf 1 januari 2026, te rapporteren aan het IPKO over bestaande en nieuwe voorstellen tot vermindering van het democratisch tekort binnen het Koninkrijk der Nederlanden, en over de reikwijdte en betekenis van bestaande bepalingen in het Statuut voor het Koninkrijk (o.a. de artikelen 3, 11, 26, 27, 38 en 43 en 51), zoals omschreven in de genoemde IPKO-afsprakenlijst. De deskundigengroep is als volgt samengesteld: in opdracht van de Staten van Aruba participeert mr. Mildred Schwengle, in opdracht van de Staten van CuraƧao dr. Aubrich Bakhuis, in opdracht van de Staten van Sint Maarten dr. Rachnilda Arduin, en in opdracht van de commissies Koninkrijkrelaties van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal neemt prof. dr. Leonard Besselink deel.

De Nederlandse regering heeft op 4 december 2025 gereageerd op de afspraken die zijn gemaakt tijdens het IPKO van 26-29 september 2025 in Den Haag (Kamerstukken I/II 2025-2026, 33 845 AS en nr. 57).

Geopolitieke situatie Koninkrijk

Technische briefing namens de Koninkrijksregering door Luitenant-Kolonel Van Wijk

De delegaties ontvangen, zoals opgenomen in de Afsprakenlijst van 29 september 2025 een namens de Koninkrijksregering een technische briefing over de actuele veiligheidssituatie in het Caribisch gebied. Luitenant-Kolonel Van Wijk geeft een toelichting op de militaire aanwezigheid in de landen Aruba, CuraƧao en Sint Maarten, en op het openbaar lichaam Bonaire langs de lijnen van de drie hoofdtaken: 1. de verdediging van het grondgebied (ā€˜territoriale integriteit’), 2. drugsbestrijding en 3. ondersteuning van de civiele autoriteiten bij onder andere crises en calamiteiten.

In het afgelopen half jaar is sprake geweest van een toenemende onrust in de regio: aanvallen door de VS op vermeende drugstransporten over zee en de arrestatie van Maduro in Venezuela op 3 januari 2026. De situatie in Venezuela is momenteel onzeker te noemen.

Om het Caribisch deel van het Koninkrijk in de toekomst beter tegen mogelijke vijandelijkheden te beschermen, moet de territoriale verdediging op de eilanden worden versterkt, inclusief de aanwas van menskracht. Dat geldt ook voor Caribische Militairen (CARMIL), onder te verdelen in ARUMIL en CURMIL. Deze groep wordt doorontwikkeld tot een lichte infanterie-eenheid op compagniesniveau en er wordt gewerkt aan hun verdere inzetgereedheid.

Presentatie en ontmoeting ARUMIL

Na de briefing door de LTKOL Van Wijk hebben de delegaties een ontmoeting met Arubaanse militairen. Er is een opstelling van voertuigen, wapens en ander materieel dat wordt ingezet in crises. Er wordt uitleg gegeven door en er kunnen vragen worden gesteld aan aanwezig personeel.

Financiƫle verhoudingen in het Koninkrijk

De delegaties in het IPKO ontvingen een presentatie van de heer Werleman, directeur FinanciĆ«n van de Arubaanse overheid, getiteld ā€˜Balans tussen financiĆ«le sturing, toezicht en autonomie’. Zijn presentatie spitste zich weliswaar toe op de situatie in Aruba, maar bij de start van zijn presentatie ging de heer Werleman in op de uiteenlopende achtergronden en doelstellingen van financieel toezicht. Het land Nederland heeft bijvoorbeeld te maken met de EU-begrotingsregels die gericht zijn op convergentie van de economieĆ«n binnen de monetaire unie. Landen als CuraƧao en Sint Maarten hebben te maken gekregen met financieel toezicht na de ontmanteling van het land Nederlandse Antillen en de schuldsanering. Terwijl voor Aruba het financieel toezicht voortkwam uit oogpunt van de schuldhoudbaarheid. Daarop vergeleek de heer Werleman de verschillen en overeenkomsten voor wat betreft het domein, de normstelling, het toezichtsorgaan en de handhaving tussen de Rijkswet financieel toezicht CuraƧao en Sint Maarten (Rft), de Landsverordening Aruba financieel toezicht (LAft) en het voorstel van Rijkswet houdbare overheidsfinanciĆ«n Aruba (HOFA) en het bijbehorende voorstel van een Landsverordening Wet houdbare overheidsfinanciĆ«n. Hij wees er daarbij op dat in het laatste geval het toezicht berust bij het College Aruba financieel toezicht (C(A)ft) en een nog in te stellen Begrotingskamer. Dat de Rijksministerraad (RMR) belast is met handhaving en dat deze kan optreden wanneer niet is voldaan aan de drie normen (primair financieringsoverschot, schuldquote en financieel beheer). Aansluitend ging hij nader in op het C(A)ft, waarbij hij schetste dat het college voor Aruba tegelijkertijd landsorgaan is op basis van Arubaanse wetgeving en Koninkrijksorgaan op basis van de Rft. Aansluitend schetste de heer Werleman twee casus van financiĆ«le verhoudingen binnen het Koninkrijk, namelijk de liquiditeitssteunleningen en de Landspakketten. Tot slot ging de heer Werleman nog in op de artikelen 25, 26 en 29 uit het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden. Hij wees erop dat de beperking die in deze artikelen tot uitdrukking komt (ā€˜de belangen van het Koninkrijk’) niet scherp is omschreven.

Aansluitend was er ruimte voor vraag en antwoord. Er werd gevraagd naar eventuele strijdigheid van het voorstel Rijkswet HOFA met het Statuut en de Staatsregeling van Aruba, en naar de voordelen die de nieuwe rijkswet en landsverordening Aruba zouden moeten bieden. En of een nieuwe rijkswet überhaupt nodig is en niet volstaan kan worden met een landsverordening. Tot slot werd de vraag gesteld of het financieel toezicht met betrekking tot Sint Maarten in het Koninkrijk niet op nieuwe leest moet worden geschoeid, omdat de situatie van 2010 niet langer vergelijkbaar is met die van dit moment. De spreker gaf aan, vanwege zijn functie, niet op deze vragen in te kunnen gaan.

Toekomst van de luchtvaart en interconnectiviteit in het Koninkrijk

De heer Benschop, mevrouw Anthony en mevrouw Brown verzorgen een presentatie over het project ā€œService Development: Aruba Gateway 2030ā€. Het gaat om een grootschalig project, verdeeld in drie (3) fasen, met als einddoel de modernisering van de luchthaven van Aruba (Koningin Beatrix International Airport) en daaraan verbonden faciliteiten uit te breiden en te moderniseren, teneinde de groter wordende stroom aan passagiers beter te bedienen en de luchthaven duurzamer en efficiĆ«nter te maken.

Een eerste fase (fase 1a) van het project – de passagiersafhandling – voor passagiers van en naar de Verenigde Staten is reeds gereed en operationeel. Onderdeel daarvan is een nieuw modern bagageafhandelingssysteem dat voldoet aan alle veiligheidsvereisten. Vanwege de preclearance faciliteiten van vluchten naar de Verenigde Staten, moet de luchthaven van Aruba kunnen voldoen aan alle standaarden die voor alle luchthavens in de Verenigde Staten gelden.

De volgende fasen (fase 1b en fase 2) zullen respectievelijk in 2027 en 2030 gereed zijn. De geplande modernisering van de faciliteiten zullen voor de toekomst moeten zorgen voor onder meer optimalisatie van de vertrek- en aankomstprocessen, vermindering van CO2-uitstoot, versterking van Aruba als logistieke hub en de toeristische sector.

De verwachting is dat de passagiersstromen gestaag zullen toenemen. Slechts 5% van de vluchten vanuit Aruba gaan naar Bonaire, Curaçao en Sint Maarten. Er zijn thans 3 vliegmaatschappijen die deze routes vliegen. De vluchttarieven zijn hoog. Er zijn verschillende pogingen gedaan om de vliegtarieven voor vluchten tussen de eilanden te verlagen. Verwezen wordt naar de Dutch Caribbean Cooperation of Airports, waarin de verschillende luchthavens op de eilanden proberen samen te werken. De vliegtarieven worden gevormd door verschillende componenten, waaronder de kosten van bedrijfsvoering van de luchthavens, de kosten voor afhandeling van de vliegtuigen, vlootonderhoudskosten, en de businessmodellen die worden toegepast. Het aandeel van de luchthaventarieven is daarin niet doorslaggevend. Dus verlaging van deze component alleen zal de vluchttarieven nauwelijks beïnvloeden. Opgemerkt wordt dat, ondanks de hoge vliegtarieven, het aantal vluchten tussen de eilanden niet afneemt.

Werkbezoek luchthaven Reina Beatrix

Na de presentatie wordt een tour verzorgd ter plaatse van de in aanbouw zijnde uitbreiding van de luchthavenfaciliteiten en het nieuwe bagageafhandelingssysteem met uitleg van de daarbij behorende processen.

Cybersecurity Awareness

De delegaties ontvangen een presentatie over cybersecurity awareness door het hoofd van de Arubaanse Veiligheidsdienst, de heer Nicolaas, en mevrouw Spagnol-de Kort. De heer Nicolaas vestigt de aandacht op het document: Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden. Deze strategie moet het Koninkrijk helpen voorbereiden op een weerbare toekomst (safety and security) en richting geven aan wat in elk van de landen van het Koninkrijk in dat kader gedaan zou moeten worden. De uitdaging is om de landsverantwoordelijkheden en die van het Koninkrijk (bijvoorbeeld defensie en buitenlands beleid) aan elkaar te koppelen. Op dit moment bevindt het Koninkrijk zich in de grijze zone tussen enerzijds vrede en anderzijds oorlog, en cyberaanvallen spelen daarin een grote rol.

Mevrouw Spagnol-de Kort betoogt dat samenwerking in het Koninkrijk belangrijk is, want er zijn ook gezamenlijke uitdagingen. Cyberdreiging stopt niet bij grenzen. Er is bovendien sprake van samenwerking tussen dreigingsactoren, en een toename van cyberaanvallen. Samenwerking bij de bestrijding is ook belangrijk, omdat de middelen beperkt zijn. In Aruba heeft cybersecurity recent veel aandacht gekregen in een drietal rapporten voor regering en Staten. Er wordt goed samengewerkt met het Nederlandse ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninksrijksrelaties, het Nationaal Cyber Security Centrum en het Korps Politie Caribisch Nederland.

Mevrouw Spagnol-de Kort somt suggesties op voor de verdere versterking van de samenwerking, waaronder gezamenlijke teams, gedeelde incidentafhandeling, informatie-uitwisseling, gezamenlijke trainingsprogramma’s, mentorschapsprogramma’s, en gedeelde bewustwordingscampagnes.

De heer Nicolaas betuigt zijn instemming met het voornemen van het IPKO dit onderwerp opnieuw te agenderen, en dan een beeld te hebben hoe gegevensbescherming (data protection) in de verschillende landen is geregeld. Er lijkt consensus te bestaan dat er iets van een gemeenschappelijk juridisch kader voor dataprotectie in het Koninkrijk zou moeten zijn, maar nader besproken zou moeten in welke vorm.

Op voorstel van de Nederlandse delegatie zal voor het volgende IPKO worden geïnventariseerd of de landen voldoen aan de basisbescherming van persoonsgegevens die noodzakelijk is voor het vrijelijk delen van data voor essentiële samenwerking op onder meer het gebied van veiligheid, zoals onder andere neergelegd in Convention 108+ van de Raad van Europa.

Vergrijzing en ontgroening

Mevrouw Helder geeft een zeer overzichtelijke presentatie inzake de toenemende vergrijzing en de gevolgen voor de zorg en ondersteuning van ouderen.

Na een cijfermatige weergave van een vergrijsde Arubaanse bevolking in 2025, en de vergrijzing binnen het Koninkrijk gaf mevrouw Helder de verwachte ontwikkeling voor Aruba tot 2040. Dit deed zij aan de hand van de levensverwachting en gezondheid prognose van de bevolking.

Het huidige aantal zorgvragers zal van 2.825 drastisch stijgen tot 5.276 in 2040. De ā€œgrijze drukā€, inhoudende het aantal personen tussen de leeftijden van 20 – 64 jaar die zorgdragen voor ouderen, zal daarmee stijgen. Waar in 2025 15 personen de zorg voor 1 persoon dragen zullen dat slechts 2 personen zijn in 2040.

Met voornoemd beeld voor ogen wordt de aandacht gericht op het extramurale en intramurale zorgaanbod op Aruba. Die behelzen familieleden binnen en buiten het huishouden en ā€œlive-in maidsā€, naast gesubsidieerde en particuliere zorginstellingen.

Mevrouw Helder geeft vervolgens allereerst een opsomming van de knelpunten van het extramurale zorgaanbod. Zij wijst op eenzaam dan wel geĆÆsoleerd wonen van ouderen. Dit knelpunt is groter bij niet op Aruba geboren ouderen waarvan de familie in het buitenland woont waardoor zij voor zichzelf moeten zorgen vaak aan de hand van een onvolledig pensioen.

Andere knelpunten waarmee het extramurale zorgaanbod kampt zijn bijvoorbeeld beperkte toegang tot transport (bijvoorbeeld om medische afspraken te halen), geen aanleunwoningen en een tekort aan goed opgeleid personeel voor thuiszorg.

Mevrouw Helder stelt dat het intramurale zorgaanbod (gesubsidieerde dan wel particuliere verzorgingstehuizen) ook haar knelpunten kent. Deze zijn van structurele (gebrekkige infrastructuur), materiƫle (tekort aan bedden), personele (tekort aan goed opgeleid personeel) en financiƫle aard (hoge prijzen voor verblijf in verzorgingstehuizen).

Voornoemde knelpunten leiden tot een zorgbeleid voor ouderen van overheidszijde dat de nadruk legt op het zo lang mogelijk thuishouden van ouderen. Mevrouw Helder benadrukt dat dit beleid alomvattend dient te zijn zodat er kans op slagen is. Zij stelt dat het beleid gericht is op het stimuleren en ondersteunen van participatie en activering. Het gaat ook om ondersteuning van mantelzorgers en het stellen van nieuwe kwaliteitseisen voor verzorgingshuizen. Daarnaast dient de intramurale zorg ook onderworpen te worden aan een herstructurering van het vergunningsstelsel voor verzorgingshuizen. Het allerbelangrijkste acht mevrouw Helder echter het bevorderen van samenwerking en expertise in de thuiszorg.

De delegatie van CuraƧao stelt dat ondersteuning meer dan trainingen vergt. Het zo lang mogelijk thuishouden van ouderen brengt kosten met zich mee die niet iedereen kan dragen. Mevrouw Helder stelt zich daarvan bewust te zijn en dat het beleid ook kijkt naar mogelijkheden om mantelzorgers een bepaald inkomen te garanderen dan wel subsidiemogelijkheden in gevallen dat de woningen aanpassingen moeten ondergaan. Deze alternatieven worden onderzocht. Gekeken wordt ook naar de creatie van wijkcentra en gebruikmaking van dagverblijven om ouderenparticipatie en activering te stimuleren maar ook jongeren samen te brengen met ouderen.

De delegatie van Aruba wijst naar de hoge kosten voor verblijf bij zorgtehuizen. Mevrouw Helder toont begrip voor deze zorgen maar stelt dat gekeken moet worden naar het feit dat het aantrekken van extra personeel met die hoge kosten gemoeid gaat. Het werk is zwaar en de beloning loopt niet gelijk daarmee. Vaak duren de opleidingen ook te lang waardoor potentiĆ«le kandidaten afhaken. De mbo-instelling op Aruba (EPI) heeft daarvoor een oplossing gevonden door kortere opleidingsprogramma’s aan te bieden.

De delegatie van Sint Maarten wenst te vernemen of er controle bestaat op particuliere zorgtehuizen en of er convenanten bestaan met lokale partners en of er plannen zijn voor ā€˜assisted living’.

Mevrouw Helder stelt dat controle op lokale zorgtehuizen tot nog toe achteraf, zijnde na een melding, geschied. Dit heeft te maken met het heersende personeelstekort.

Convenanten met lokale partners bestaan niet. Het plan is om in de toekomst met zorgtehuizen overeenkomsten te sluiten. Het vormen van een Raad van ouderen ligt ook in het verschiet om na te gaan wat de behoeften van ouderen zijn.

Op de vraag van de Nederlandse delegatie om het IPKO een boodschap te geven in het kader van de ouderenzorg, biedt mevrouw Helder enkele aandachtspunten: biedt het hoofd aan structurele vraagstukken, verwezenlijk samenwerking tussen de commerciƫle sector en overheidsinstanties en ga na op welke wijze men efficiƫnter kan omgaan met de beschikbare middelen.

De delegatie van CuraƧao doet tenslotte een voorstel aan het IPKO om de macro economische aspecten van de vergrijzing en mogelijke oplossingsrichtingen op de agenda van het IPKO te plaatsen ter verdere discussie.

Klimaatverandering- en adaptatie

Mevrouw Wouters, een van de vertegenwoordigers van Caribische jongeren binnen het Koninkrijk en klimaatactivist op Aruba, geeft een presentatie over klimaatadaptatie en de impact van de recente uitspraak inzake de Klimaatzaak Bonaire van 28 januari 2026.

Tijdens haar presentatie heeft zij ook uitleg gegeven over de jongerenvertegenwoordigers van de zes eilanden die zich bezighouden met de uitdagingen van klimaatverandering.

Zij heeft ook stilgestaan bij de recente uitspraak in de Klimaatzaak Bonaire, waarin is geoordeeld dat de Nederlandse Staat er niet in was geslaagd Bonaire adequaat te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering en dat de inwoners van Bonaire ongelijk werden behandeld in vergelijking met de inwoners van Europees Nederland. Mevrouw Wouters geeft aan dat het Koninkrijk een waarborgfunctie heeft, gebaseerd op artikel 43, tweede lid, van het Statuut, om ook de fundamentele rechten van de inwoners van Bonaire te waarborgen.

Aan het einde van haar betoog heeft mevrouw Wouters drie suggesties voorgedragen aan de delegaties van het IPKO:

  1. Het expliciet opnemen van klimaatmitigatie en klimaatadaptatie als in aanmerking komende doelstelling binnen de culturele categorie voor de Caribische eilanden van het Koninkrijk.

  2. Structurele vertegenwoordiging van jongeren in discussies over het klimaat en bij de internationale COP’s.

  3. Het structureren van samenwerking tussen jongeren en jeugddeskundigen die niet bij de overheid werkzaam zijn, wat de landen in staat kan stellen om van reactief beleid over te stappen naar anticiperend bestuur.

Agendapunten volgend IPKO

Na afloop van de laatste presentatie is teruggekomen op het pleidooi van de Voorzitter van de Staten van Sint Maarten, mevrouw Wescot-Williams, om de impact van het Interparlementair Koninkrijksoverleg (IPKO) voor de toekomst te vergroten. De vier parlementaire delegaties stemmen in met deze oproep en mandateren mevrouw Wescot-Williams om een groep van parlementariĆ«rs te organiseren met representatie van alle vier landen om dit voorstel voor het komende IPKO in Den Haag nader in te vullen. Daarbij kan onder andere worden gedacht om op de IPKO-agenda’s meer ruimte te reserveren voor de onderlinge, groepsgewijze en plenaire bespreking en gedachtewisseling over onderwerpen waarover de parlementariĆ«rs vanuit de landen fundamenteel verschillend (kunnen) denken.

Op voorstel van de Nederlandse delegatie zal voor het volgende IPKO worden geïnventariseerd of zij voldoen aan de basisbescherming van persoonsgegevens die noodzakelijk is voor het vrijelijk delen van data voor essentiële samenwerking op onder meer het gebied van veiligheid, zoals onder andere neergelegd in Convention 108+ van de Raad van Europa.

Het Presidium beraadt zich op eventuele aanvullende agendapunten, waaronder:

  • De delegatie van CuraƧao doet tenslotte een voorstel aan het IPKO om de macro economische aspecten van de vergrijzing en mogelijke oplossingsrichtingen op de agenda van het IPKO te plaatsen ter verdere discussie.

  • Gender equality

  • FinanciĆ«le verhoudingen

  • Slavernijverleden

  • Vervolg op discussie klimaatadaptatie

In een videoconferentie ter voorbereiding op het komende IPKO wordt definitief over de agenda besloten. Het volgende IPKO zal plaatsvinden op 5, 6 en 8 juni 2026 in Nederland.

Oranjestad, 21 februari 2026

Alfred Sneek

(Voorzitter Staten van Aruba)

Fergino Brownbill
(Voorzitter Staten van CuraƧao)

Sarah Wescot-Williams

(Voorzitter Staten van Sint Maarten)

Songül Mutluer

(Staten-Generaal Nederland)

Bijlage I

Leden van de delegaties

Nederland

mw. Songül Mutluer (delegatieleider)

dhr. Paul Rosenmƶller (vice-delegatieleider)

dhr. Jeroen Recourt

dhr. Theo Rietkerk

mw. Rian Vogels

dhr. Tekke Panman

mw. Heera Dijk

mw. Annabel Nanninga

dhr. Elmar Vlottes

dhr. Don Ceder

dhr. Tijs van den Brink

dhr. Fred Bergman (Griffier EK)

Mw. Brechje Hessing-Puts (Griffier TK)

CuraƧao

dhr. Fergino Brownbill (Voorzitter Staten van CuraƧao)

dhr. David Seferina (Voorzitter Cie. Koninkrijksrelaties)

mw. Maria Nita

dhr. Frenciss Lourens

dhr. Quincy Girigorie

dhr. Ramon Yung

mw. Ruthmilda Larmonie - Cecilia

mw. Giselle Mc. William

dhr. Silvin Cijntje (Griffier Staten van CuraƧao)

mw. Sharifa Bashir (Protocol medewerker)

Sint Maarten

mw. Sarah A. Wescot-Williams (Voorzitter der Staten van Sint Maarten)

mw. Sjamira D.M. Roseburg (Voorzitter Cie. Koninkrijksrelaties)

dhr. Viren V. Kotai

dhr. Egbert J. Doran

dhr. Raeyhon A. Peterson

dhr. Francisco A. Lacroes

dhr. Lyndon C.J. Lewis

dhr. Garrick J. Richardson (Griffier der Staten van Sint Maarten)

Aruba

Dhr. Alfred M. Sneek (Voorzitter der Staten van Aruba)

mw. Jennifer J. Arends-Reyes (Voorzitter CKABB)

mw. Ruthlyn V. Lindor

dhr. John P. Hart

dhr. Carlos A. Bermudez

mw. Stephany D. Sevinger

dhr. Hendrik W.G. Tevreden

dhr. Edgard G.A. Vrolijk

dhr. Rocco G. C. Tjon

dhr. Endy J.H. Croes

dhr. Eduard F. Pieters

dhr. Herman Ch. J. Hek (Griffier der Staten van Aruba)

Bijlage II PROGRAMMA INTERPARLEMENTAIR KONINKRIJKSOVERLEG 19-21 FEBRUARI 2026, ORANJESTAD

DONDERDAG 19 FEBRUARI 2026

08.45 – 09.15 Presidium

09.15 – 10.55 Opening IPKO, speeches delegatieleiders, presentaties recente
ontwikkelingen per land

11.15 – 13.30 Technische briefing geopolitieke situatie Koninkrijk

14.40 – 16:00 FinanciĆ«le verhoudingen binnen het Koninkrijk

VRIJDAG 20 FEBRUARI 2026

09.00 – 09.45 Toekomst van de luchtvaart en connectiviteit in de Caribisch delen van het Koninkrijk

10.00 – 11.15 Werkbezoek luchthaven Reina Beatrix

13.00 – 14.15 Cybersecurity Awareness

14.15 – 15.30 Vergrijzing

15.30 – 16.15 Klimaatadaptie

ZATERDAG 21 FEBRUARI 2026

08.45 – 09.30 Delegatieoverleggen

09.30 – 10.15 Presidium

10.30 – 11.30 Vaststellen IPKO-afsprakenlijst plenair
13.00 – 14.00 Ondertekening afsprakenlijst, slotwoord en persconferentie