Gewijzigd amendement van het lid Westerveld ter vervanging van nr. 33 over middelen om overleg tussen de Minister en belangenorganisaties voor ervaringsdeskundige jongeren in de jeugdzorg te faciliteren
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026
Amendement (gewijzigd/nader/vervangend)
Nummer: 2026D08387, datum: 2026-02-24, bijgewerkt: 2026-02-24 14:25, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E.M. Westerveld, Tweede Kamerlid (GroenLinks-PvdA)
Onderdeel van kamerstukdossier 36800 XVI-75 Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026.
Onderdeel van zaak 2026Z03666:
- Indiener: E.M. Westerveld, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 800 XVI | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026 | |
| Nr. 75 | gewijzigd AMENDEMENT VAN HET LID westerveld ter vervanging van dat gedrukt onder nr. 33 | |
| Ontvangen 24 februari 2026 | ||
| De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: | ||
De departementale begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd:
I
In artikel 5 Jeugd worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 200 (x € 1.000).
II
In artikel 5 Jeugd worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 200 (x € 1.000).
Toelichting
Volgens artikel 12 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, hebben kinderen het recht om hun mening te geven over beslissingen die hen aangaan. Bovendien maakt dit wet- en regelgeving beter, omdat ervaringsdeskundigen als geen ander weten waar de knelpunten in de praktijk liggen.
Bij de behandeling van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdhulp heeft de Tweede Kamer ons amendement overgenomen dat regelt dat de Minister overleg dient te plegen met belangenorganisaties voor ervaringsdeskundige jongeren in de jeugdzorg. Voorgesteld werd om bijvoorbeeld de in wording zijnde overkoepelende organisatie Generation YouthCare deze rol te geven. Hier zijn structurele financiële middelen voor nodig, zodat wordt geborgd dat de daartoe aangewezen vertegenwoordigers van deze jongerenorganisatie hun takenkunnen uitvoeren en een organisatie kunnen opbouwen.
De subsidies die op dit moment vanuit VWS naar jongereninitiatieven zoals JWB en ExpEx gaan zijn tijdelijk en projectmatig van aard, en bovendien kloppen zij ook aan bij externe fondsen. De financieringsstroom is niet structureel en robuust genoeg om een waardevol samenwerkingsverband te continueren.
Organisaties die wel structurele ondersteuning krijgen en opkomen voor de belangen van jongeren vallen onder het Ministerie van OCW. Denk aan scholieren en studentenorganisatiesen de Politieke Jongerenorganisaties. Bij de recente evaluatie van Dialogic (2025) is geconstateerd dat deze subsidies zowel doeltreffend als doelmatig zijn. Indiener vindt het niet uit te leggen dat jongeren uit de jeugdzorg geen wettelijke vertegenwoordiger hebben. Terwijl juist voor deze groep het ontbreken van zeggenschap en inspraak, enorm veel impact heeft op hun leven en toekomstperspectief.
Indiener stelt voor hier jaarlijks 200.000 euro voor vrij te maken. Nu de Jeugdwet ook een wettelijke taak geeft aan de Minister om overleg te plegen met vertegenwoordigers van jongeren, vindt indiener het een logisch vervolg om de ondersteuning daarvoor op eenzelfde manier te regelen.
De dekking wordt gevonden in de niet ingevulde/vrij te besteden middelen van Artikel 5.
Westerveld