[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over fiche: herziening verordening 904/2010 betreffende toegang EOM en OLAF tot btw-informatie op het niveau van de Unie

Inbreng verslag schriftelijk overleg

Nummer: 2026D08877, datum: 2026-02-27, bijgewerkt: 2026-02-27 11:30, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z00734:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (šŸ”— origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2025-2026
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr.

VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld … 2026

De vaste commissie voor Financiƫn heeft op 27 februari 2026 een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de staatssecretaris van Financiƫn over het door de minister van Buitenlandse Zaken op 16 januari 2026 toegezonden brief inzake Fiche herziening Verordening 904/2010 betreffende toegang EOM en OLAF tot btw-informatie op het niveau van de Unie (Kamerstuk 22 112, nr. 4231)

De staatssecretaris van FinanciĆ«n heeft deze vragen beantwoord bij brief van ….

Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De fungerend voorzitter van de commissie,

Van der Lee

De adjunct-griffier van de commissie,

Lips

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het fiche van de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC) over de herziene verordening 904/2010 betreffende toegang voor het Europees Openbaar Ministerie (EOM) en het Europees bureau voor fraudebestrijding (OLAF) tot btw-informatie op het niveau van de Unie. Deze leden zijn voorstander van maatregelen die btw-fraude bestrijden, waarbij volgens deze leden oog dient te zijn voor de gevolgen voor uitvoeringsorganisaties, het bedrijfsleven en burgers. Ze hebben over het voorstel van de Europese Commissie nog enkele vragen en opmerkingen.

Het voorstel van de Europese Commissie verplicht Eurofisc-werkterreincoƶrdinatoren om elke aanwijzing van een vermoeden van fraude op basis van de tussen de lidstaten uitgewisselde informatie over grensoverschrijdende btw-fraude uit eigen beweging aan het EOM en OLAF te melden. Deze bepaling van ā€œaanwijzing van een vermoedenā€ lijkt verder te gaan dan het principe wat de Belastingdienst nu hanteert om te bepalen of er sprake is van een strafbaar feit (ā€œredelijk vermoedenā€) en kan verstrekkende gevolgen hebben, stelt het kabinet in het fiche. Zo staat het voorstel mogelijk op gespannen voet met grondrechten (bijvoorbeeld bescherming van persoonsgegevens, artikel 8 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie) en verhoogt het mogelijk de uitvoeringslasten voor de Nederlandse autoriteiten. De leden van de VVD-fractie vinden het daarom belangrijk dat er een gedegen besluitvormingsproces wordt doorlopen waarbij alternatieven op het voorliggende voorstel zijn overwogen en er afdoende inzicht is in de gevolgen van het voorstel. Het kabinet constateert dat de Europese Commissie geen alternatieven heeft overwogen op het voorstel en stelt dat een impact assessment op het voorstel ontbreekt, waardoor dit voor deze leden niet lijkt op een gedegen besluitvormingsproces. Ze vinden dit teleurstellend. Het is ook niet het eerste voorstel van de Europese Commissie van de afgelopen tijd waar een impact assessment ontbreekt, waar deze naar mening van deze leden wel toepasselijk was geweest. Er mag beter worden verwacht van de Europese Commissie vinden de leden van de VVD-fractie, zoals ook het kabinet in het fiche constateert. Gaat het kabinet zich tijdens de Raad inzetten voor het alsnog uitvoeren van een impact assessment? Zo ja, hoe wil het kabinet dit voor elkaar krijgen? Voor deze leden is een impact assessment des te belangrijker als blijkt dat het voorstel zich niet beperkt tot strikt noodzakelijke gegevensuitwisseling en -inzage.

De leden van de VVD-fractie lezen ten aanzien van de reikwijdte dat het voorstel Eurofisc-werkterreincoƶrdinatoren verplicht om ā€œelke aanwijzing van een vermoedenā€ van btw-fraude uit eigen beweging te delen met het EOM en OLAF. Een brede uitleg kan leiden tot het delen van informatie in een zeer vroeg stadium. Kan het kabinet verduidelijken hoe zij de term ā€œelke aanwijzing van een vermoedenā€ uitlegt en welke inzet het kabinet pleegt om te waarborgen dat deze verplichting niet leidt tot overmatige of prematuur gedeelde informatie?

De leden van de VVD-fractie lezen dat de toegang van het EOM en OLAF tot Europese IT-systemen zal plaatsvinden onder toezicht van nationale Eurofisc-verbindingsambtenaren. Het is nog onduidelijk hoe dit toezicht in de praktijk wordt vormgegeven en wat dit betekent voor de werklast en uitvoerbaarheid. Hoe beoordeelt het kabinet de uitvoerbaarheid van het voorgestelde toezicht door Eurofisc-verbindingsambtenaren en acht het kabinet het wenselijk dat essentiƫle elementen hiervan expliciet in de verordening zelf worden vastgelegd in plaats van in een uitvoeringshandeling?

De leden van de VVD-fractie lezen dat het kabinet aangeeft dat de uitbreiding van bevoegdheden van het EOM en OLAF mogelijk aanvullende personele en operationele inzet van Nederlandse instanties vereist. Indien hiervoor geen extra middelen beschikbaar komen, kan dit invloed hebben op de binnenlandse prioritering van btw-fraudebestrijding. Kan het kabinet nader uiteenzetten wat de verwachte personele en budgettaire impact is voor de Belastingdienst en andere betrokken instanties en hoe het kabinet voorkomt dat nationale fraudebestrijding onder druk komt te staan?

De leden van de VVD-fractie lezen dat volgens het kabinet voorkomen moet worden dat de werkzaamheden van nationale autoriteiten worden belemmerd, met name in gevallen waarin het EOM nog geen strafrechtelijk onderzoek is gestart. Ook is van belang hoe samenloop tussen nationale opsporing en EOM-onderzoeken wordt voorkomen. Hoe ziet het kabinet de samenloop tussen nationale opsporingsbevoegdheden en de rol van het EOM en welke afspraken zijn nodig om dubbele inspanningen of bevoegdheidsconflicten te voorkomen?

Het voorstel betreft extra informatie-uitwisseling tussen Europese en nationale instanties. Dit betreft gevoelige informatie. In het fiche ontbreekt informatie hoe wordt gewaarborgd dat dit op een veilige manier kan gebeuren. Indachtig toenemende cybercriminaliteit en geopolitieke dreigingen vinden de leden van de VVD-fractie dit wel relevant. Op welke manier heeft het kabinet dit meegewogen in haar standpuntbepaling?

Drie lidstaten nemen momenteel niet deel aan het EOM, zo constateren deze leden. Met het voorliggende voorstel wordt beoogd de effectiviteit van handhaving op btw-fraude te verhogen. Welke gevolgen heeft het voor de effectiviteit van de handhaving dat enkele lidstaten niet deelnemen aan het EOM? Ziet het kabinet - indachtig het toedelings-, subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginsel - nog mogelijkheden om de effectiviteit van de handhaving op Europees niveau te verhogen en zo ja, op welke manier dan en is het kabinet ook voornemens dit bij de behandeling van deze Verordening op te brengen? De leden van de VVD-fractie hechten grote waarde aan proportionele fraudehandhaving.

Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben het fiche met interesse gelezen. Ze hebben een aantal vragen.

Allereerst vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie de staatssecretaris om het begrip ā€˜intracommunautaire ploffraude’ (MTIC) toe te lichten. Om wat voor fraude gaat het hier precies? Ook vragen deze leden om een toelichting op de stelling dat ā€œde actoren die betrokken zijn bij de bestrijding van btw-fraude op EU-niveau doeltreffender kunnen handelenā€. Welke actoren zijn dat en doeltreffender handelen dan wie?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen ook wat het verschil precies is tussen ā€œalle relevantie informatie van de lidstaten afzonderlijkā€, waartoe OLAF toegang heeft krachtens de OLAF-verordening en ā€œde IT-systemen zoals gedefinieerd in de Verordening (EU) nr. 904/2010ā€. Kan de staatssecretaris dit toelichten?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben algemene opmerkingen over de reikwijdte van de Verordening en de dataveiligheid binnen de nieuwe informatiestromen die door de herziening zouden worden toegestaan. Ten eerste vragen deze leden de staatssecretaris om in Europees verband te pleiten voor een betere afbakening van definities, zodat er geen risico bestaat dat er onnodig veel gevoelige fiscale gegevens worden uitgewisseld zonder onderbouwde noodzaak. Ten tweede vragen deze leden naar de beveiligingsmaatregelen die worden genomen om te verzekeren dat data-uitwisseling met het EOM en OLAF op een veilige wijze gebeurt. Deze leden zijn kritisch over het feit dat dit pas in de uitvoeringshandelingen van de Europese Commissie wordt uitgewerkt.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de huidige werkwijze, waarbij het EOM enkel via nationale autoriteiten toegang kan krijgen tot IT-systemen ter bevordering van onderzoek, tekortschiet. Ze vragen om een nadere onderbouwing dat deze huidige werkwijze niet de vereiste snelheid en doeltreffendheid biedt. Tot welke problemen heeft dit geleid en op basis waarvan stelt de Europese Commissie dat een wijziging noodzakelijk is? Waarop baseert de Europese Commissie haar raming van de gederfde btw-inkomsten als gevolg van intracommunautaire ploffraude, die veel hoger uitvalt dan de omvang van de daadwerkelijk opgespoorde frauduleuze MTIC-transacties?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn waakzaam wat betreft het verlenen van toegang tot uitgebreide databanken. Deze leden wijzen erop dat zulke toegang bij uitzondering en enkel met onderbouwde noodzaak verleend dient te worden. Deze leden vragen het kabinet om haar eigen definitie van ā€œgerichte zoekopdrachtenā€. Deze leden zijn kritisch op het feit dat juist deze gevoelige definitie nog nader moet worden uitgewerkt. Daarnaast ontbreekt de impact assessment, terwijl de Europese Commissie wel stelt dat er een ā€œeffectbeoordelingā€ is gemaakt. Waarop is die beoordeling gebaseerd en hoe is dit anders dan de gedegen impact assessment waar het kabinet ook om vraagt? Gaat de staatssecretaris samen met andere EU-lidstaten pleiten om alsnog een impact assessment te laten opstellen en zo ja, met welke collega’s trekt de staatssecretaris hierin samen op?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de zienswijze van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS).1 EDPS waarschuwt dat de scheidslijn tussen dataverwerking voor administratieve doeleinden en ten behoeve van opsporing niet moet verwateren. Ook roept de waakhond op om de verleende toegang voor het EOM en OLAF goed af te kaderen. Heeft de staatssecretaris kennisgenomen van de positie van de EDPS en onderschrijft de staatssecretaris deze suggesties? Zijn nationale toezichthouders ook geraadpleegd voor de standpuntbepaling van het kabinet en zo ja, welke toezichthouders zijn betrokken? Deze leden vragen voorts welk commentaar de toezichthouders hebben meegegeven.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie delen de kritische vragen van het kabinet over de reikwijdte van de data die gedeeld moet worden met het EOM en OLAF. Deze leden pleiten voor een nauwe, zorgvuldige afkadering van het soort gegevens dat moet worden gedeeld door nationale autoriteiten. Gegevensdeling op basis van ā€œiedere aanwijzing van een vermoedenā€ is volgens deze leden niet duidelijk genoeg. Deze leden vragen de staatssecretaris om toe te lichten hoe de staatssecretaris zich ā€œin zal zetten dat er geen overbodige informatieā€ of informatie in een ā€œte vroeg stadiumā€ wordt gedeeld met het EOM en OLAF.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe de staatssecretaris idealiter ziet dat ā€œgerichte zoekopdrachtenā€ worden beperkt, wie er volgens hem toegang dienen te krijgen tot de gevoelige data en hoe het toezicht door nationale Eurofisc-verbindingsambtenaren naar zijn mening moet worden ingericht. Wat doet de staatssecretaris om deze zienswijze kenbaar te maken bij de Europese Commissie?

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het BNC-fiche over gegevensuitwisseling van btw-informatie teneinde fraude op te sporen. Deze leden merken op dat de btw tax gap in de Europese Unie aanzienlijk is. De laatste cijfers van de EU-douaneautoriteit lieten zien dat het EU btw-gat in 2023 opliep tot 128 miljard euro. Als door middel van het rapporteren van transacties op basis van deze verordening dit btw-gat verkleind kan worden, dan zou dat volgens deze leden een goede ontwikkeling zijn. Deze leden merken terughoudendheid in de kabinetsinzet voor het in een vroeg stadium en proactief delen van informatie tussen het Eurofisc-netwerk. Deze leden vragen of het niet juist meerwaarde kan hebben om signalen op EU-niveau te analyseren zodat grensoverschrijdende netwerken kunnen worden geĆÆdentificeerd. Zou het alleen op verzoek rapporteren, zoals het kabinet voorstelt, dit niet minder effectief maken? Deze leden vragen of het kabinet deze afweging ook heeft gemaakt.

Het kabinet geeft ook aan dat het kabinet voorstander is van maatregelen die btw-fraude effectief en gericht bestrijden, mits dit niet leidt tot onnodige stijging van administratieve- en uitvoeringslasten voor het bedrijfsleven en de nationale instanties. De leden van de CDA-fractie vragen waar het kabinet deze risico’s mogelijk zou zien.

Vragen en opmerkingen van de leden van de FvD-fractie

De leden van de FvD-fractie hebben kennisgenomen van het fiche over de herziening van Verordening 904/2010 betreffende de toegang van het Europees Openbaar Ministerie (EOM) en het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) tot btw-informatie op het niveau van de Unie. Deze leden hebben naar aanleiding hiervan de volgende vragen en opmerkingen.

De leden van de FVD-fractie lezen ten aanzien van MTIC-fraude dat het in het fiche beschreven voorstel tot doel heeft de doeltreffendheid en snelheid van opsporing en vervolging van grensoverschrijdende btw-fraude te vergroten. Deze leden constateren dat de beschreven MTIC-fraude (ploffraude) structureel mogelijk is door een inherente asymmetrie in het huidige btw-stelsel: een ondernemer kan goederen btw-vrij inkopen via een intracommunautaire levering, terwijl hij bij doorverkoop in eigen land wƩl btw int van zijn afnemer (btw die vervolgens nooit wordt afgedragen aan de Belastingdienst). De Europese Commissie raamt de derving als gevolg van MTIC-fraude op 12,5 tot 32,8 miljard euro per jaar.

De leden van de FVD-fractie pleiten in hun verkiezingsprogramma van 2025 voor een afschaffing van de B2B (business to business) btw-heffing. Btw wordt dan uitsluitend geheven bij de eindverkoop aan consumenten (B2C). De fraudeprikkel verdwijnt hiermee structureel: een missing trader heeft niets meer te innen als er in de keten geen btw meer wordt berekend.

Deze constateringen leiden tot de volgende vragen van de leden van de FVD-fractie aan de staatssecretaris. Is de staatssecretaris bereid om zich in de Raad in te zetten voor een herziening van de Europese btw-richtlijn (2006/112/EG), zodanig dat lidstaten de mogelijkheid krijgen om btw-heffing in B2B-transacties af te schaffen en uitsluitend nog btw te heffen bij transacties tussen ondernemer en consument?

Is de staatssecretaris bereid om te bevorderen dat de Commissie alsnog een volwaardige impact assessment uitvoert die stelselwijziging via afschaffing van B2B-btw als serieus beleidsalternatief evalueert?

De leden van de FVD-fractie zijn ten aanzien van het risico van een sluipende Europese belastingdienst bezorgd over de cumulatieve institutionele ontwikkeling op het terrein van Europese btw-informatie-uitwisseling en -handhaving. Deze leden zien in het voorliggende voorstel een stap in een reeks die, indien ongecontroleerd voortgezet, de facto kan leiden tot het ontstaan van een Europese belastingdienst, zonder dat dit politiek expliciet is besloten of democratisch gelegitimeerd.

De leden van de FVD-fractie constateren dat de kern van elke belastingdienst bestaat uit drie elementen: een informatiepositie, heffingsbevoegdheid en handhavingsbevoegdheid. Met ViDA en het voorliggende voorstel wordt de informatiepositie op Europees niveau opgebouwd. Het EOM beschikt al over strafrechtelijke handhavingsbevoegdheid bij btw-fraude boven de 10 miljoen euro. Wat resteert is de expliciete heffingsbevoegdheid.

De leden van de FVD-fractie achten dit een onwenselijke ontwikkeling. Belastingheffing raakt de kern van nationale soevereiniteit en democratische zelfbeschikking. Besluiten over wat burgers en bedrijven bijdragen aan de publieke zaak behoren te worden genomen door democratisch verkozen volksvertegenwoordigingen op nationaal niveau, niet door Europese instanties die niet rechtstreeks verantwoording afleggen aan de Nederlandse kiezer.

Deze constateringen leiden tot de volgende vragen van de leden van de FVD-fractie aan de staatssecretaris. Deelt de staatssecretaris de analyse dat de combinatie van ViDA en het onderhavige voorstel stap voor stap de informatie-infrastructuur opbouwt die noodzakelijk is voor een Europese belastingdienst, ook al is een formele heffingsbevoegdheid voor Europese instanties nu niet aan de orde? Deelt de staatssecretaris de mening dat de oprichting van een Europese belastingdienst — in welke vorm dan ook, formeel of feitelijk — onwenselijk is en dat belastingheffing een exclusieve nationale bevoegdheid dient te blijven?

De leden van de FVD-fractie vragen hoe de staatssecretaris borgt dat de bevoegdheden van het EOM en OLAF onder het onderhavige voorstel strikt blijven beperkt tot fraudebestrijding en niet kunnen worden uitgebreid naar reguliere belastingcontrole of -heffing? Welke juridische waarborgen zijn daarvoor aanwezig en acht de staatssecretaris deze voldoende? Is de staatssecretaris bereid om bij de onderhandelingen over dit voorstel te pleiten voor een expliciete clausule die toekomstige uitbreiding van Europese bevoegdheden op het terrein van nationale belastingheffing uitsluit?

De leden van de FVD-fractie lezen dat er in het fiche terecht wordt gewezen op de spanning met grondrechten (artikel 7 en 8 van het Handvest), met name omdat de Europese databanken gegevens bevatten van een overweldigende meerderheid bonafide belastingplichtigen. Welke concrete maatregelen zal de staatssecretaris bedingen om de proportionaliteit van de gegevenstoegang te waarborgen en hoe wordt voorkomen dat burgers en bedrijven zonder aanleiding in het vizier komen van Europese opsporingsinstanties?

II Reactie van de staatssecretaris van Financiƫn


  1. EDPS supports targeted VAT data access to fight fraud at EU level but warns against blurring administrative and criminal boundaries | European Data Protection Supervisor (8 januari 2026)ā†©ļøŽ