Evaluatie Groene Obligatieprogramma
Brief regering
Nummer: 2026D09000, datum: 2026-02-27, bijgewerkt: 2026-02-27 16:35, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. Heinen, minister van Financiën (Ooit VVD kamerlid)
- Evaluatie van het Groene Obligatieprogramma
- Beslisnota bij Kamerbrief Evaluatie Groene Obligatieprogramma
Onderdeel van zaak 2026Z03941:
- Indiener: E. Heinen, minister van Financiën
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Hierbij bied ik u de evaluatie van het groene obligatieprogramma aan.
Deze evaluatie is uitgevoerd naar aanleiding van mijn toezegging in de
kabinetsreactie op de publicatie van de Periodieke Rapportage artikel 11
Financiering Staatsschuld.1
Ik ben tevreden met de uitkomsten van de evaluatie. Met het programma
zijn de twee vooraf gestelde doelen bereikt: het geven van het goede
voorbeeld en de ontwikkeling van de groene kapitaalmarkt. In interactie
met uw Kamer is ook het ontsluiten van meer risicodragend kapitaal voor
groene investeringen als ambitie geformuleerd; deze ambitie is mogelijk
bereikt, maar daarvoor is geen onomstotelijk bewijs te leveren. Deze
doeltreffende uitkomsten voor de twee vooraf gestelde doelen zijn
bereikt met beperkte kosten, waardoor het beleid tevens doelmatig is
geweest. Ook heeft het programma voldaan aan de vooraf gestelde
randvoorwaarden dat de prestaties van de groene staatsobligaties niet
achterblijven bij de prestaties van reguliere staatsobligaties. Ook zijn
de extra rapportagelasten beperkt gebleven en heeft het programma geen
significant beslag gelegd op medewerkers van mijn of andere ministeries.
Tot slot heeft de Nederlandse staat waarschijnlijk een beperkt
financieringsvoordeel (van maximaal enkele basispunten) bereikt met de
uitgifte van groene obligaties.
Beleidsdoelen voor de toekomst
Na zes jaar wil ik graag de doelen van het programma actualiseren. Het
geven van het goede voorbeeld en de ontwikkeling van de groene
kapitaalmarkt wil ik consolideren tot het verder ontwikkelen van de
markt. Het geven van het goede voorbeeld beschouw ik in het vervolg als
middel om dat doel te bereiken.
Daarnaast voeg ik als doel toe om met het programma een bredere investeerdersbasis na te streven. Dit doe ik omdat de financieringsbehoefte van de staat de komende jaren waarschijnlijk verder zal toenemen. Een bredere, stabiele investeerdersbasis wordt daarmee nog belangrijker dan voorheen. Veel Europese schuldagentschappen geven momenteel al groene obligaties uit met dit doel.
De aanvullende ambitie van het ontsluiten van risicodragend kapitaal laat ik varen, omdat de invloed daarop met dit instrument te indirect en waarschijnlijk beperkt is, en ook lastig te monitoren.
Voornemens bij de uitgifte van een nieuwe groene
obligatie
Ik deel met u twee voornemens voor het groene obligatieprogramma voor de
komende jaren. Ten eerste ben ik voornemens om de uitgifte van de
volgende groene obligatie te laten voldoen aan de European Green Bond
Standard (EU GBS). In gesprekken met investeerders merk ik dat er
behoefte is aan een dergelijke obligatie. Door groene obligaties volgens
deze ‘gouden standaard’ uit te geven, wordt de vergelijkbaarheid voor
investeerders beter. Daarmee kan ik een impuls geven aan het hiervoor
gestelde doel van verbreding van de investeerdersbasis. Met deze
uitgifte draagt Nederland ook bij aan de verdergaande ontwikkeling van
de groene kapitaalmarkt. Met het voldoen aan de EU GBS positioneren we
Nederland als voorloper in het ontwikkelen van één Europese
kapitaalmarkt. Dit is in lijn met mijn intentie om de Europese
kapitaalmarktunie te verdiepen en harmoniseren.2 Ook
zorgt deze standaardisatie voor een grotere efficiëntie van de Europese
interne markt.3 Tot slot draagt het bij aan
beleidsconsistentie, aangezien Nederland het belang van de standaard in
Europees verband heeft onderschreven.
Bij een nieuwe uitgifte wil ik analyseren of het mogelijk is om een kortere looptijd toe te passen. De uitstaande obligaties hadden tweemaal een looptijd van twintig jaar. Uit de evaluatie is duidelijk geworden dat er veel animo is voor kortere looptijden bij investeerders. Beleggingsfondsen waarin groene obligaties worden opgenomen, investeren veelal in kortere looptijden waardoor sommige beperkt worden in hun aankopen van Nederlandse groene obligaties. Als bijkomend voordeel geldt dat een kortere groene obligatie bijdraagt aan de doelstelling om de gemiddelde looptijd van de staatsschuld te verlagen.4 Ik wil geen groene obligatie uitgeven met een looptijd van 10 jaar, omdat deze obligatie de reguliere benchmark is. Voor de definitieve beslissing zal ik nog analyseren of er voldoende uitgaven in het groene raamwerk zijn om te voldoen aan het minimale doelvolume dat geldt voor nieuwe obligaties.
Verder ben ik niet voornemens om bij toekomstige uitgiften het zogenaamde ‘twin bond’ concept te introduceren, een beleidsoptie die is uitgewerkt in de evaluatie. Hoewel ‘twin bonds’ direct inzicht geven in het renteverschil tussen een reguliere en een groene obligatie met dezelfde looptijd, brengt het ook additionele kosten en risico’s met zich mee, en hebben verschillende investeerders aangegeven dat zij geen voorstander zijn.
Op basis van de positieve uitkomsten van deze evaluatie zie ik voldoende aanknopingspunten om door te gaan met het groene obligatieprogramma. Continuering draagt bij aan consistentie, waar de Nederlandse staat veel waarde aan hecht in haar financieringsbeleid. Ook zorgt het ervoor dat de huidige uitstaande groene obligaties nog steeds heruitgegeven kunnen worden. Hiermee wil ik waarborgen dat deze obligaties een integraal en liquide onderdeel van de Nederlandse rentecurve blijven.
Hoogachtend,
| de minister van Financiën, E. Heinen |
|
|---|---|
Kamerstukken II 2024/25, 31935 nr. 93↩︎
2025D01633&did=2025D01633">Kamerstukken II 2024-2025, 32013, nr. 302↩︎
2025Z21979&did=2025D51979">Kamerstukken II 2025-2026, 31935, nr. 95↩︎