Deelname van Russische en Belarussische sporters aan Paralympische Spele
Brief regering
Nummer: 2026D09004, datum: 2026-02-27, bijgewerkt: 2026-02-27 16:46, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport (Ooit CDA kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z03943:
- Indiener: W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Hierbij informeer ik uw Kamer, mede namens de minister van Buitenlandse Zaken, over ons standpunt over de deelname van Russische en Belarussische atleten aan de Paralympische Winterspelen 2026. Deze Spelen vinden van 6 tot en met 15 maart in Milaan en Cortina d’Ampezzo (Italië) plaats. Acht Nederlandse atleten zullen hieraan deelnemen.
Het IPC (Internationaal Paralympisch Comité) heeft in september 2025 besloten dat Russische en Belarussische sporters onder eigen vlag aan deze Spelen mee mogen doen. Dit is anders dan tijdens de afgelopen Olympische Winterspelen, waar sporters uit deze landen alleen onder neutrale vlag, zonder volkslied of andere nationale symbolen, mochten deelnemen. Op 18 februari jl. werd bekend dat zes Russische sporters en vier Belarussische sporters meedoen bij skiën, snowboarden en langlaufen.
Het kabinet betreurt deze situatie zeer. De voortdurende Russische agressieoorlog tegen Oekraïne en de betrokkenheid van Belarus, maakt het onacceptabel en kwetsend dat deze landen meedoen aan internationale sportevenementen en dat Russische of Belarussische vlaggen, volksliederen of andere nationale symbolen worden getoond. Het kabinet betuigt in dezen zijn volledige solidariteit met en steun aan de positie van Oekraïne.
We hebben besloten een regeringsdelegatie naar de Paralympische Spelen te laten gaan om de Nederlandse paralympiërs aan te moedigen. Deze topsporters verdienen onze steun en erkenning voor hun prestaties. Daarnaast willen we door onze aanwezigheid de kracht en maatschappelijke waarde van topsport door mensen met een handicap laten zien. We hebben daarbij meegewogen dat de Nederlandse sporters uitkomen in individuele sporten, zonder directe tegenstander. Er zijn dus geen teamsporten waar mogelijk een Nederlands team tegen een Russisch of Belarussisch team uit zouden kunnen komen.
Vertegenwoordigers van de Nederlandse regering zullen geen bijeenkomsten bijwonen waar de Russische of Belarussische vlag zichtbaar is of waar het volkslied van één van beide landen klinkt. Dat geldt in ieder geval voor de openingsceremonie op 6 maart, medailleceremonies waar Russische of Belarussische sporters worden gehuldigd en voor de sluitingsceremonie op 15 maart.
Ons besluit is in lijn met het standpunt van NOC*NSF. Ook Nederlandse sportofficials zullen bij niet aanwezig zijn in bovengenoemde situaties. NOC*NSF vindt dat Nederlandse sporters zelf de afweging moeten maken om aanwezig te zijn bij een medaille-uitreiking waar een Russische of Belarussische sporter met volkslied en vlag wordt gehuldigd. Dit is een autonome beslissing van NOC*NSF.
Hoogachtend,
de minister van Langdurige Zorg,
Jeugd en Sport,
Mirjam Sterk