[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Veiligheidsmonitor 2025

Naar een veiliger samenleving

Brief regering

Nummer: 2026D09071, datum: 2026-03-02, bijgewerkt: 2026-03-02 14:01, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 28684 -847 Naar een veiliger samenleving.

Onderdeel van zaak 2026Z03971:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Hierbij bied ik uw Kamer de publicatie ‘Veiligheidsmonitor 2025’ aan.

Veiligheidsmonitor 2025

De Veiligheidsmonitor is een grootschalige enquête, uitgevoerd in opdracht van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het ministerie van Justitie en Veiligheid. Hierin worden onder meer de ervaren leefbaarheid en overlast in de woonbuurt, veiligheidsbeleving, slachtofferschap van veelvoorkomende traditionele criminaliteit en online criminaliteit en het oordeel van de burger over het optreden van de politie onderzocht. In 2025 hebben ruim 200.000 personen van 15 jaar en ouder de vragenlijst ingevuld. Het is mogelijk de landelijke uitkomsten geografisch uit te splitsen naar de 59 grootste (70-duizend-plus-)gemeenten, en de 10 regionale eenheden, 43 districten en 166 basisteams van politie.

De Veiligheidsmonitor is in 2021 grondig herzien vanwege de wens beter aan te sluiten op de maatschappelijke ontwikkelingen. Met behulp van zogeheten omrekenfactoren kunnen voor belangrijke indicatoren toch langjarige trends in beeld worden gebracht.

De vragenlijst van de Veiligheidsmonitor 2025 is weinig veranderd ten opzichte van die van 2021 en 2023. De belangrijkste verandering ten opzichte van 2023 is de toevoeging van een nieuw thema over ervaringen met verdachte situaties in de buurt. Dat betekent dat de cijfers van 2025 goed vergelijkbaar zijn met die van twee en vier jaar eerder. Wel is het zo dat de cijfers in de Veiligheidsmonitor 2021, zoals die over overlast- en veiligheidsbeleving en slachtofferschap van criminaliteit, betrekking hebben op de coronaperiode, toen veel mensen aan huis gebonden waren en andere beperkende maatregelen golden.

Beeld over 2025

Het aantal mensen dat in 2025 aangaf in de afgelopen twaalf maanden slachtoffer te zijn geweest van een of meerdere vormen van traditionele criminaliteit, zoals geweld, diefstal en inbraak, en vernielingen, is 20 procent. Dit is evenveel als in 2023, maar hoger dan in 2021 (17 procent). Per categorie van veel voorkomende traditionele criminaliteit kunnen onder andere de volgende constateringen worden gedaan:

  • 11 procent is in 2025 slachtoffer geworden van vermogensdelicten. In 2023 was dit percentage even hoog, maar in 2021 nog 9 procent.

  • In 2025 geeft 7 procent van de mensen aan slachtoffer te zijn geweest van vernielingen, in 2023 was dit evenveel en in 2021 6 procent.

  • 7 procent van de mensen was in 2025 slachtoffer van geweldsdelicten, tegenover 6 procent in 2023 en 5 procent in 2021.

Ruim een kwart van de slachtoffers van traditionele criminaliteit geeft aan emotionele of psychische problemen, lichamelijke verwondingen of letsel en/of financiële problemen te (hebben) ervaren als gevolg van hun slachtofferschap. Emotionele of psychische problemen werden het vaakst gerapporteerd:

22 procent van de slachtoffers had hier last van.

Het slachtofferschap van online criminaliteit is in vergelijking met 2023 iets toegenomen, van 16 naar 17 procent.1 In 2021 lag dit percentage ook op 17 procent. Mensen werden het vaakst slachtoffer van online oplichting en fraude (10 procent), gevolgd door hacken (6 procent), online bedreiging en intimidatie (3 procent) en overige online delicten (1 procent). Het slachtofferschap van online oplichting en fraude is iets toegenomen, met name aankoopfraude. Het aandeel dat in aanraking kwam met online bedreiging en intimidatie is niet veranderd tussen 2023 en 2025. Dit geldt ook voor het slachtofferschap van hacken.

21 procent van de slachtoffers van online criminaliteit geeft aan dat het online delict heeft geleid tot emotionele of psychische problemen en/of financiële problemen. Emotionele of psychische problemen worden het vaakst genoemd: 17 procent had hier last van. 8 procent kreeg financiële problemen.

Over onveiligheidsgevoelens meldt de Veiligheidsmonitor 2025 onder andere de volgende bevindingen:

  • In 2025 voelde 37 procent van de Nederlanders zich wel eens onveilig in het algemeen. Dat is meer dan in 2023 (35 procent). 3 procent voelde zich in 2025 vaak onveilig. Dit is iets meer dan twee jaar eerder (2 procent).

  • 17 procent van de bevolking voelde zich wel eens onveilig in de eigen buurt. Ook dat is meer dan in 2023 (15 procent). Ruim 2 procent voelde zich in 2025 vaak onveilig in de buurt, dit is iets meer dan twee jaar eerder.

  • Vrouwen voelen zich vaker onveilig dan mannen. Het meest onveilig voelen zich jonge vrouwen van 15 tot 25 jaar. Ten opzichte van 2023 is het percentage in deze groep dat zich weleens onveilig voelt in de eigen buurt gestegen (van 25 naar 28 procent). Het percentage vrouwen dat zich weleens onveilig voelt in het algemeen is niet veranderd (van 61 naar 60 procent).

In 2025 deed 31 procent van de slachtoffers van traditionele criminaliteit aangifte van wat hen overkomen was. 37 procent deed een melding. Deze cijfers zijn vergelijkbaar met 2023. Van alle slachtoffers van online criminaliteit deed 15 procent aangifte bij de politie. 52 procent van de slachtoffers van dit type criminaliteit deed een melding bij een instantie.

Van de ondervraagde mensen is ongeveer 2 op de 3 (zeer) tevreden over het laatste politiecontact. Dit is in de afgelopen jaren vrijwel niet veranderd. Ook de tevredenheid over het functioneren van de politie in de buurt is stabiel ten opzichte van 2023 (van 36 naar 35 procent). Ruim 3 op de 10 is (zeer) tevreden over de zichtbaarheid van de politie in de buurt. De tevredenheid over de zichtbaarheid van de politie in de buurt is in 2025 hetzelfde als twee jaar eerder.

In de Veiligheidsmonitor 2025 is voor het eerst gevraagd welke verdachte situaties respondenten in hun buurt hebben waargenomen, of waar ze een vermoeden van hebben:

  • In 2025 gaf 49 procent aan dat er zeker of vermoedelijk een of meer verdachte situaties in hun buurt voorkwamen in de afgelopen twaalf maanden.

  • Vooral het dealen van drugs in de buurt wordt vaak vermeld. Ook bedrijven waar bijna nooit klanten komen en buurtbewoners met onrealistisch dure spullen worden relatief vaak genoemd als verdachte situaties.

  • 10 procent van de mensen die een verdachte situatie opmerkt, maakte hier ergens melding van. Het vaakst werd het gemeld bij de politie (4 procent), de gemeente (3 procent) of de wijkagent (eveneens 3 procent).

Beeld over de middellange termijn

  • Tussen 2005 en 2021 liet het slachtofferschap van traditionele criminaliteit, op enkele fluctuaties na, een dalend trend zien. Tussen 2021 en 2023 was er sprake van een stijging, die relatief sterk was bij de geweldsdelicten. Tussen 2023 en 2025 bleef het slachtofferschap van traditionele criminaliteit in totaliteit stabiel. Het sterkst afgenomen over de hele periode 2005-2025 is het slachtofferschap van vermogensdelicten. Dit is met 59 procent gedaald, gevolgd door vernielingen (afname van 56 procent) en geweldsdelicten (afname van 24 procent). In totaliteit is het slachtofferschap van traditionele criminaliteit sinds 2005 met 52 procent gedaald.

  • Op het gebied van online criminaliteit kan de trend weergegeven worden vanaf 2021. Dit heeft te maken met de grote herzieningen in de Veiligheidsmonitor 2021, waardoor de cijfers voor dit specifieke onderwerp niet meer vergelijkbaar zijn met de jaren voor 2021. De trend vanaf 2021 laat zien dat het slachtofferschap van online criminaliteit tussen 2021 en 2023 daalde van 17 naar 16 procent. In 2025 is het slachtofferschap weer op hetzelfde niveau als in 2021 (17 procent).

  • De veiligheidsbeleving in het algemeen heeft zich in twintig jaar tijd per saldo gunstig ontwikkeld. De daling van de onveiligheidsgevoelens was het sterkst in de periode 2005-2008. Tussen 2019 en 2021 is het beeld stabiel, daarna is er een stijging. In 2025 waren de onveiligheidsgevoelens terug op het niveau van 2015. Ten opzichte van 2005 zijn de algemene onveiligheidsgevoelens met 26 procent afgenomen.

  • De veiligheidsbeleving in de eigen buurt (gemeten vanaf 2008) heeft zich echter minder gunstig ontwikkeld. Na een aanvankelijke stijging tussen 2008 en 2009 laat de trend een fluctuerend beeld zien tot ongeveer 2015. Daarna is er een dalende trend zichtbaar die vanaf 2019 ombuigt in een stijgende trend. Ten opzichte van 2008 zijn de onveiligheidsgevoelens in de buurt in totaliteit met 6 procent toegenomen.

  • In de periode van 2005-2025 is te zien dat de tevredenheid over het contact met de politie in de gemeente tussen 2010 en 2019 is gestegen, daarna is ze min of meer gelijk gebleven. Ook de tevredenheid over het functioneren van de politie in de buurt is tussen 2010 en 2019 – zij het iets minder sterk – gestegen, daarna is deze afgenomen. Over de hele periode 2005-2025 gezien is de tevredenheid over het contact met de politie in de eigen gemeente met 20 procent toegenomen en de tevredenheid over het functioneren van de politie in de buurt met 4 procent.

Het versterken van veiligheid en gezag op straat is één van mijn prioriteiten. De resultaten van de Veiligheidsmonitor zijn een belangrijke basis voor beleid op dit thema, maar ook op vele andere onderwerpen waar mijn ministerie zich mee bezighoudt. Ik neem deze resultaten dan ook mee in de trajecten die al lopen op de diverse thema’s die in de Veiligheidsmonitor aan bod komen.

Specifiek voor het thema Veiligheidsbeleving vind ik het zorgelijk om te constateren dat de veiligheidsbeleving de laatste jaren is afgenomen, zowel in het algemeen als in de buurt. Daar moet wel bij gezegd worden dat de trend voor veiligheidsbeleving in het algemeen over de afgelopen twintig jaar per saldo nog altijd gunstig is. Er kunnen allerlei oorzaken liggen onder de ontwikkeling in de recente jaren. Ik ga in gesprek met deelnemende gemeenten, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid om te verkennen waar er mogelijkheden liggen om de veiligheidsbeleving te verbeteren.

Voor alle overige uitkomsten verwijs ik u naar de Veiligheidsmonitor 2025, die te vinden is in de bijlage of via https://www.cbs.nl/nl-nl/publicatie/2026/10/veiligheidsmonitor-2025.

De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel

  1. Vormen van online criminaliteit: online oplichting en fraude, hacken, online bedreiging en intimidatie, overige online delicten.↩︎