Kabinetsreactie op bericht dat gemeenten steeds strenger worden met het toekennen van pgb-budgetten
Persoonsgebonden Budgetten
Brief regering
Nummer: 2026D09215, datum: 2026-03-02, bijgewerkt: 2026-03-03 15:58, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport (Ooit CDA kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 25657 -379 Persoonsgebonden Budgetten.
Onderdeel van zaak 2026Z04021:
- Indiener: W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-03-04 13:45 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-03-04 13:45: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-03-11 11:15: Procedurevergadering Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Preview document (🔗 origineel)
25657 Persoonsgebonden Budgetten
Nr. 379 Brief van de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 maart 2026
U heeft per brief met kenmerk 2026Z01663 verzocht om een kabinetsreactie op het bericht dat gemeenten steeds strenger worden met het toekennen van pgb-budgetten.
Aanleiding voor dit verzoek is de vraag van het lid Westerveld (GroenLinks-PvdA) over het onderzoek van Pointer. Pointer deed dit onderzoek naar aanleiding van de position paper “Toch (niet) te veel gevraagd?!” van Ieder(In). Pointer heeft een artikel en uitzending gemaakt getiteld: ‘gemeenten strenger met toekenning pgb-budget, ouders in de knel’ gebaseerd op een rapport van Ieder(In).1 De signalen in het rapport van Ieder(In) komen van ouders en cliëntondersteuners.
Ik heb grote bewondering voor mensen die een deel van hun leven opzij zetten voor de zorg van naasten. Ouders van kinderen met een levenslange en levens brede beperking blijven jarenlang afhankelijk van zorg en dit vraagt veel van hen en andere gezinsleden. Uiteraard moeten deze kinderen en hun ouders de zorg en ondersteuning krijgen daar waar zij die nodig hebben.
In de Jeugdwet hebben wij opgenomen dat ouders zelf een rol hebben in deze zorg. Dit heet ‘eigen kracht’. Dat betekent dat gemeenten in overleg met de ouders kijken wat ouders zelf kunnen doen. Hierbij kijken gemeenten naar wat realistisch en haalbaar is voor het gezin. Na het toetsen van de ‘eigen kracht’ bepaalt de gemeente welke zorg vanuit de Jeugdwet betaald moet worden. Ik vind deze werkwijze een goed uitgangspunt. Op deze manier borgen gemeenten dat passende zorg wordt geboden.
Uiteraard moeten ouders niet in de knel komen. Gemeenten moeten daarom goed kijken naar de draagkracht en draaglast van het gezin en dit zorgvuldig wegen. Ik heb geen signalen ontvangen dat gemeenten strenger zijn geworden in het toekennen van pgb-zorg.
De overheid, dus ook gemeenten, zijn op basis van het VN-verdrag Handicap verplicht om het mogelijk te maken dat kinderen met een beperking en hun ouders zoveel mogelijk mee kunnen doen. Dit kan onder andere door het verstrekken van pgb’s voor zorg in de thuissituatie. Gemeenten zijn aan zet om invulling te geven aan de visie uit het VN-verdrag Handicap door middel van hun lokale inclusiebeleid.
De minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,
W.R.C. Sterk
Position Paper Ieder(In) “Toch (niet) te veel gevraagd?!”↩︎