[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Antwoord op vragen van de leden Inge van Dijk en Hamstra over financiële risico’s van impulsaankopen en achteraf betalen voor jongeren

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D09232, datum: 2026-03-02, bijgewerkt: 2026-03-04 10:48, versie: 3 (versie 1, versie 2)

Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (ah-tk-20252026-1198).

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z02495:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2025-2026 Aanhangsel van de Handelingen
Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

1198

Vragen van de leden Inge van Dijk en Hamstra (beiden CDA) aan de Minister van Financiën en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht «Van trending schoenen naar structurele schulden: jongeren vast in koopimpuls» (ingezonden 5 februari 2026).

Antwoord van Minister Heinen (Financiën), mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ontvangen 2 maart 2026).

Vraag 1

Bent u bekend met het artikel «Van trending schoenen naar structurele schulden: jongeren vast in koopimpuls» en de daarin aangehaalde uitkomsten van onderzoek van ING, waaruit zou blijken dat bijna 80% van de jongvolwassenen (18–34 jaar) maandelijks een impulsaankoop doet en dat een op de drie van hen hierdoor wel eens in financiële problemen is gekomen?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Deelt u de opvatting dat het zorgelijk is als impulsaankopen, mede door achteraf betalen, kunnen bijdragen aan structurele geldnood, zeker bij jongvolwassenen met een kleine financiële buffer, en dat hier een verantwoordelijkheid ligt voor bescherming van jongeren, zodat problematische schulden kunnen worden voorkomen en we financiële weerbaarheid kunnen versterken?

Antwoord 2

Ja. Het is zorgelijk wanneer impulsaankopen bijdragen aan financiële problemen, zeker bij jongvolwassenen met een beperkte financiële buffer. Achteraf betalen kan dit effect versterken omdat het de drempel voor aankopen verlaagt en het bewustzijn van de werkelijke financiële impact vermindert. Ik vind het daarom belangrijk dat consumenten adequaat worden beschermd en dat zij in staat worden gesteld om weloverwogen keuzes te maken.

Met de komst van de herziene Europese Richtlijn consumentenkrediet (CCDII) en de daaruit volgende implementatiewet wordt hiervoor een belangrijke basis gelegd. Voor het eerst valt achteraf betalen volledig onder het wettelijke consumentenkredietkader, waardoor aanbieders verplicht zijn om zorgvuldig te toetsen of het krediet verantwoord kan worden verstrekt en om consumenten beter te informeren over de voorwaarden en risico’s. Daarnaast legt de CCDII regels vast over reclame, toezicht, raadpleging van het kredietregister en maximale vergoedingen, bijvoorbeeld bij te late betalingen en maatregelen bij (dreigende) betalingsproblemen, waardoor consumenten beter beschermd zijn tegen overkreditering. Dit is een essentiële stap om problematische schulden te voorkomen en de financiële weerbaarheid van consumenten te versterken.

Tegelijkertijd is achteraf betalen onderdeel van een breder fenomeen, waarbij beïnvloeding via sociale media tot impulsaankopen kan leiden. Dit kan zorgen voor financiële problemen bij kwetsbare groepen zoals jongeren. Daarom blijft het belangrijk om naast wettelijke bescherming ook aandacht te hebben voor bewustwording en educatie, zodat jongeren leren omgaan met financiële keuzes in een samenleving waarin online aankopen steeds makkelijker en sneller worden gedaan. Om die bewustwording te vergroten zet het kabinet in op verschillende initiatieven. Zo dient de «Week van het geld» als belangrijke aanjager voor het stimuleren van financiële vaardigheden van kinderen en jongeren en is er aandacht voor thema’s als financiële verleidingen en achteraf betalen. Het hele jaar door worden scholen ondersteund via de website geldlessen.nl met onderwijsmateriaal over omgaan met geld. Tevens is er vanuit het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) in verschillende tijdvakken subsidie beschikbaar gesteld voor onderwijsinstellingen van het middelbaar beroepsonderwijs, voortgezet onderwijs en primair onderwijs om structureel aandacht te geven aan financiële educatie. Daarnaast is met de «Betaal Later Kater» campagneronde specifiek aandacht besteed aan risico’s van achteraf betalen en zijn er concrete tips gegeven aan jongeren hoe zij hier het beste mee om kunnen gaan.

Vraag 3 en 4

Bent u het ermee eens dat er een koopstopregister moet komen, zoals bepleit door de deskundigen, waarin jongeren uit zelfbescherming zich kunnen afmelden voor achteraf betalen, en bent u bereid te verkennen hoe (en door wie) een landelijk werkende zelfuitsluitingsoptie voor BNPL kan worden ingericht?

Bent u bereid hiervoor ook inspiratie op te doen bij het Crux-register, dat voor online gokken een effectieve zelfuitsluitingsoptie biedt?

Antwoord 3 en 4

Binnen de sector zijn reeds initiatieven ontwikkeld om zelfuitsluiting van achteraf betalen mogelijk te maken. Zo beschikt de BNPL-aanbieder Billink over een zogenoemd «Schulden Preventie Register», dat voorziet in de mogelijkheid tot individuele zelfuitsluiting, zowel op verzoek van de consument als op verzoek van een hulpverlener.2 BNPL-aanbieders Riverty, Klarna en in3 hebben aangegeven positief te staan tegenover deelname aan dit register en zijn hierover in gesprek met Billink. Klarna beschikt daarnaast reeds over een eigen opt-outfunctionaliteit, waarmee consumenten via de Klarna-app kunnen kiezen om geen gebruik (meer) te maken van de kredietproducten «Betaal binnen 30 dagen» of «Betaal in 3 delen» en alleen de optie «Betaal nu» mogelijk blijft.3 Tegen deze achtergrond ziet het kabinet op dit moment geen aanleiding om zelf een landelijk koopstopregister voor BNPL te ontwikkelen.

Vraag 5

Bent u bereid om strengere transparantie-eisen te stellen aan aanbieders van achteraf betalen over voorwaarden en risico’s (zoals betaaltermijnen, aanmanings- en incassokosten) en om te voorkomen dat deze informatie wordt «weggestopt», zoals in het artikel wordt gesignaleerd?

Antwoord 5

Met de CCDII worden strengere eisen gesteld aan de informatieverstrekking aan consumenten. Aanbieders moeten tijdig, duidelijk en begrijpelijk informeren over onder meer betaaltermijnen, kosten, gevolgen van te late betaling en eventuele incassomaatregelen. Ook volgen uit de implementatie van de CCDII regels die de vergoedingen maximeren die aanbieders bij consumenten in rekening mogen brengen, inclusief maximale kosten bij te late betaling.

Daarnaast gaan regels gelden voor verantwoorde reclame en worden aanbieders onder toezicht geplaatst van de AFM. De AFM kan handhavend optreden wanneer aanbieders niet voldoen aan de wettelijke transparantie- en zorgplichtvereisten.

Vraag 6

Kunt u aangeven hoe het inmiddels staat met de uitwerking van de motie van het lid Inge van Dijk c.s. over onderzoeken of inkomensondersteunende regelingen van de overheid op een vast moment in de maand kunnen worden uitbetaald, zodat mensen daar hun vaste lasten beter op aan kunnen sluiten en zo een beter financieel overzicht krijgen?4

Antwoord 6

Het nieuwe kabinet heeft in het coalitieakkoord de ambitie opgenomen om alle regelingen van de overheid op een vast moment in de maand uit te betalen en dat te laten aansluiten op één vaste betaaldag voor de maandlasten. Momenteel is het Ministerie van SZW bezig met een onderzoek naar de praktische uitvoerbaarheid van het harmoniseren van betaalmomenten. Dit onderzoek richt zich zowel op de inkomstenkant als de uitgavenkant van mensen die inkomensondersteunende regelingen ontvangen. De onderzoeksvragen waar het onderzoek op ingaat zien op de mogelijkheden tot samenbrengen van betaalmomenten van inkomensondersteunende regelingen en incassomomenten van vaste lasten. Daarbij is aandacht voor de gevolgen voor burgers, publieke dienstverleners, private organisaties en systeemrisico’s. Het onderzoek is bijna afgerond en zal voor de zomer met een kabinetsreactie aan de Tweede Kamer worden aangeboden.

Vraag 7

Bent u bereid te kijken naar de mogelijkheden voor het inbouwen van een «nadenkmoment» bij achteraf betalen?

Antwoord 7

Het idee van een «nadenkmoment» sluit aan bij het bredere uitgangspunt dat consumenten een weloverwogen beslissing moeten kunnen nemen bij het aangaan van krediet. Met de implementatie van de CCDII worden aanbieders verplicht om voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst adequate informatie te verstrekken en een kredietwaardigheidstoets uit te voeren.

In hoeverre aanvullende gedragsinterventies, zoals een verplicht nadenkmoment, effectief en proportioneel zijn, hangt mede af van de ervaringen met de nieuwe regels. Het kabinet volgt deze ontwikkelingen.

Vraag 8

Bent u bereid nogmaals uit te zoeken wat de mogelijkheden zijn om achteraf betalen in fysieke winkels te verbieden, ook in relatie tot de per november 2026 in werking te treden Herziene richtlijn consumentenkrediet (Consumer Credit Directive II; CCDII) voor consumentenbescherming bij achteraf betaaldiensten?

Antwoord 8

De CCDII reguleert achterafbetaaldiensten volledig en maakt geen onderscheid tussen online en fysieke aanbiedingsvormen. Een nationaal verbod op BNPL in fysieke winkels, terwijl online BNPL wel toegestaan blijft, is daarom naar verwachting juridisch niet verenigbaar met het maximumharmonisatiekarakter van de richtlijn.

Vraag 9

Kunt u aangeven hoe ver de kredietcheck reikt die aanbieders van achteraf betalen moeten doen na het in werking treden van de CCDII per november 2026, en of dit inderdaad voldoende is om jongeren te beschermen tegen aankopen waar zij onvoldoende middelen voor hebben, of dat er aanvullende bescherming nodig is?

Antwoord 9

De CCDII verplicht aanbieders tot het uitvoeren van een kredietwaardigheidstoets voordat een krediet wordt verstrekt. Dit houdt in dat zij, op basis van toereikende informatie over de financiële situatie van de consument, moeten beoordelen of het krediet verantwoord kan worden verstrekt. Ook worden regels ingevoerd voor raadplegen van en registratie bij het BKR, zodat kredietverplichtingen inzichtelijk zijn en overkreditering kan worden tegengegaan.

Daarnaast bevat de CCDII bepalingen ten aanzien van vroegsignalering van schulden. Zo worden aanbieders verplicht om consumenten op tijd door te verwijzen naar schuldadviesdiensten en dienen zij passende respijtmaatregelen te treffen bij betalingsproblemen. Ook worden kosten voor invordering gemaximeerd en wordt het aanbieden van BNPL aan minderjarigen verboden.

Met dit samenhangende pakket aan maatregelen biedt de CCDII een stevig en toekomstbestendig kader voor consumentenbescherming. Of aanvullende maatregelen nodig zijn, hangt mede af van de ervaringen met de nieuwe regels. Het kabinet volgt deze ontwikkelingen.


  1. Nederlands Dagblad van 4 februari 2026; https://www.nd.nl/nieuws/economie/1304637/van-trending-schoenen-naar-structurele-schulden-jongeren-geva#closemodal↩︎

  2. https://schuldenpreventieregister.nl/↩︎

  3. https://www.klarna.com/international/press/klarna-lanceert-als-eerste-vrijwillige-credit-opt-out-in-nederland/↩︎

  4. Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 11↩︎