[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Landenbeleid Sudan

Vreemdelingenbeleid

Brief regering

Nummer: 2026D09344, datum: 2026-03-02, bijgewerkt: 2026-03-04 16:29, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 19637 -3520 Vreemdelingenbeleid.

Onderdeel van zaak 2026Z04076:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


19637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 3520 Brief van de minister van Asiel en Migratie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 maart 2026

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft op 1 december 2025 datum een algemeen ambtsbericht over Sudan gepubliceerd, dat verslag doet van de periode van mei 2024 tot en met 28 november 2025. Op basis van de actuele situatie en ontwikkelingen is beoordeeld dat het landgebonden asielbeleid voor Sudan aanpassingen behoeft.

Ontwikkelingen in Sudan

Op 15 april 2023 brak in Sudan een gewapend conflict uit tussen de Sudanese Armed Forces (hierna: SAF) en de Rapid Support Forces (hierna: RSF). Dit conflict heeft verstrekkende gevolgen voor de humanitaire, mensenrechten- en veiligheidssituatie. De strijdende partijen plegen grootschalig en zeer ernstig oorlogsgeweld, zoals luchtaanvallen, artilleriebeschietingen, grootschalige buitengerechtelijke executies, conflict-gerelateerd seksueel geweld zoals (groeps-)verkrachting, droneaanvallen en brandstichting. Dit geweld was regelmatig expliciet gericht op burgers en burgerdoelen zoals markten, ziekenhuizen, ontheemdenkampen, scholen en woonwijken. De SAF en de RSF en hebben tot nu toe al tien- tot honderdduizenden mensen gedood. De veiligheidssituatie is zeer precair en een einde van het conflict is op het moment van schrijven niet in zicht.

15c beoordeling

Op basis van het ambtsbericht heb ik beoordeeld dat artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn in heel Sudan van toepassing is. Daarbij zullen de drie gradaties als volgt worden toegepast:

  • Er is in de staten Khartoum, Noord-Darfur, Zuid-Darfur, West-Darfur, Centraal-Darfur, El Gezira en alle staten in Kordofan sprake van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld;

  • Er is in de staten Oost-Darfur, Witte Nijl, Sennar en Blauwe Nijl sprake van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld;

  • Er is in de overige staten, namelijk Abyei, Gedaref, Kassala, Noordelijke Staat, Nijl en Rode Zee, sprake van een relatief lager niveau van willekeurig geweld.

In Bijlage 1 (15c beoordeling per deelstaat Sudan) wordt de totstandkoming van bovenstaande conclusies uitgebreid toegelicht.

Risicoprofielen en groepsvervolging

Naast willekeurig oorlogsgeweld is er in Sudan ook sprake van gericht, en in sommige gevallen systematisch geweld jegens specifieke groepen burgers, die risico liepen om te worden vermoord, verdreven, vervolgd en/of verkracht. Er is op grote schaal seksueel geweld gepleegd als (etnisch gemotiveerde) oorlogsmethode, met als doel om de bevolking schrik aan te jagen en de sociale cohesie te ontwrichten. De talloze voorbeelden van gericht geweld leiden tot de conclusie dat de huidige risicoprofielen onverminderd van toepassing zijn met inachtneming van onderstaande wijzigingen.

Eén van deze profielen, ‘leden van Emergency Response Rooms’ is uitgebreid. Inmiddels is er namelijk meer informatie over het risico dat andere hulpverleners lopen om door de strijdende partijen tot doelwit gemaakt te worden, zoals medewerkers van professionele hulporganisaties, medisch hulpverleners en vrijwilligers van andere burgerinitiatieven zoals gaarkeukens. Om deze reden is het profiel nu breder geformuleerd als ‘humanitaire hulpverleners’. Afhankelijk van de individuele omstandigheden kan dit profiel, anders dan eerder gesteld, ook tot een vergunning onder de a-grond leiden.

Het ambtsbericht beschrijft het recente geweld jegens de Kanabi. De Kanabi vormen een sociaaleconomische ‘kaste’, als afstammelingen van arbeidsmigranten die zich in het verleden hebben gevestigd in El Gezira om in de landbouwsector te werken. In de perceptie van de SAF zijn de Kanabi loyaal aan de RSF, en was dit de reden om wraakgeweld te plegen nadat de SAF El Gezira heroverden. Dorpen van Kanabi werden geplunderd en platgebrand en burgers werden met vuurwapens en messen aangevallen. Om deze reden heb ik de Kanabi als nieuw risicoprofiel aangewezen.

Het ambtsbericht staat ook uitgebreid stil bij het etnisch-gemotiveerde en afrofobe geweld door de RSF jegens Afrikaanse bevolkingsgroepen. De RSF en hun bondgenoten spraken slachtoffers expliciet aan op hun zwarte huidskleur dan wel hun etniciteit en pleegden op grote schaal ernstig geweld jegens hen. Uit het vorige ambtsbericht bleek dat Masalit vaak expliciet om hun 'Masalit-zijn' werden aangevallen en andere Afrikaanse bevolkingsgroepen die géén Masalit waren soms ongemoeid konden worden gelaten. Zodoende waren de Afrikaanse bevolkingsgroepen als risicoprofiel aangewezen en werd alleen voor Masalit groepsvervolging aangenomen. Het huidige ambtsbericht, dat over diverse ernstige geweldsplegingen jegens verschillende Afrikaanse bevolkingsgroepen bericht, biedt onvoldoende aanknopingspunten om een dergelijk onderscheid te behouden. Artsen zonder Grenzen concludeert dat de RSF en hun bondgenoten Afrikaanse bevolkingsgroepen ‘systematisch’ tot doelwit maken. Ook de VN-Mensenrechtenraad heeft vastgesteld dat de RSF mogelijk misdaden tegen de menselijkheid heeft gepleegd, waaronder vervolging op grond van etniciteit en uitroeiing. In dit verband stelde de VN-Mensenrechtenraad vast dat de RSF gericht Afrikaanse bevolkingsgroepen tot doelwit van geweld maken, in het bijzonder de Zaghawa, Fur, Masalit en Tunjur. Om deze reden heb ik besloten om aan te nemen dat er voor alle Afrikaanse bevolkingsgroepen in RSF controlegebied groepsvervolging wordt aangenomen. Daarmee komt het eerder gehanteerde risicoprofiel ‘Afrikaanse bevolkingsgroepen’ te vervallen.

Vervolg

Gezien de snel veranderende situatie in Sudan en het aanhoudende conflict, zal ik het Ministerie van Buitenlandse Zaken verzoeken om binnen afzienbare tijd opnieuw een ambtsbericht uit te brengen en zal de situatie in Sudan ondertussen nauwgezet in de gaten worden gehouden.

De minister van Asiel en Migratie,

G. van den Brink