[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

IOB-eindevaluatie over de Nederlandse inzet op maritieme veiligheid in de Rode Zee en uitstel kabinetsreactie

Nederlandse deelname aan vredesmissies

Brief regering

Nummer: 2026D09426, datum: 2026-03-03, bijgewerkt: 2026-03-03 16:46, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 29521 -505 Nederlandse deelname aan vredesmissies.

Onderdeel van zaak 2026Z04113:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


29 521 Nederlandse deelname aan vredesmissies

27 925 Bestrijding internationaal terrorisme

Nr. 505 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 maart 2026

De directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB) heeft in
december jl. het evaluatieonderzoek ‘De vrije zee onder vuur - Eindevaluatie Nederlandse inzet op maritieme veiligheid in de Rode Zee’ afgerond. Deze evaluatie gaat over de periode tussen het begin van de Houthi-aanvallen in de Rode Zee in november 2023 en het vertrek van de Zr.Ms. Karel Doorman uit operatie Aspides op 8 augustus 2024. De eindevaluatie is in lijn met het besluit van het kabinet om eindevaluaties van artikel 100-missies standaard volledig door een onafhankelijke partij te laten uitvoeren.1 De hoofdvraag van de evaluatie is: “in hoeverre zijn de doelen van de geïntegreerde Nederlandse inzet op maritieme veiligheid in het Rode Zeegebied bereikt, hoe kan dit worden verklaard, en welke lessen kunnen worden getrokken voor toekomstige bijdragen aan missies en operaties?”. Het IOB-rapport vindt u bijgevoegd bij deze brief.

Mede namens de minister van Defensie informeer ik u dat, in verband met het aantreden van het nieuwe kabinet, de kabinetsreactie op dit rapport zo spoedig mogelijk volgt.

De minister van Buitenlandse Zaken,

T.B.W. Berendsen


  1. Kamerstuk 27 925, nr. 721 van 20 mei 2020↩︎