[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Verslag

Voorstel van het Presidium tot wijziging van het Reglement van Orde om vast te leggen dat de termijn voor de toekenning van een debat eenmaal kan worden verlengd

Verslag (initiatief)wetsvoorstel (nader)

Nummer: 2026D09527, datum: 2026-03-03, bijgewerkt: 2026-03-03 16:05, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36893 -3 Voorstel van het Presidium tot wijziging van het Reglement van Orde om vast te leggen dat de termijn voor de toekenning van een debat eenmaal kan worden verlengd.

Onderdeel van zaak 2026Z02375:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


36 893 Voorstel van het Presidium tot wijziging van het Reglement van Orde om vast te leggen dat de termijn voor de toekenning van een debat eenmaal kan worden verlengd

Nr. 3 VERSLAG
Vastgesteld 3 maart 2026

De commissie voor de Werkwijze, belast met het voorbereidend onderzoek van voorliggend voorstel van het Presidium tot wijziging van het Reglement van Orde om vast te leggen dat de termijn voor de toekenning van een debat eenmaal kan worden verlengd (Kamerstuk 36 893, nr. 2) heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat het Presidium op de gestelde vragen en de gemaakte opmerkingen afdoende zal hebben geantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van dit voorstel voldoende voorbereid.

Inhoudsopgave

Inbreng van de leden van de D66-fractie

Inbreng van de leden van de VVD-fractie

Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie

Inbreng van de leden van de PvdD-fractie

Inbreng van de leden van de D66-fractie

De leden van de D66-fractie onderschrijven het voorstel tot wijziging van het Reglement van Orde om vast te leggen dat de termijn voor de toekenning van een debat eenmaal kan worden verlengd. Zij hopen dat hiermee de agenda van de Kamer beter beheersbaar zal blijken. Er bestaat een risico dat debatten over bepaalde, niet acute onderwerpen, nu eerder van de agenda afvallen omdat zij slechts éénmaal verlengd kunnen worden. Deze leden vragen daarom of het mogelijk is om voor het eerste jaar te monitoren welke onderwerpen nu van de lijst verdwijnen, voordat zij ingepland worden. Zo kan voorkomen worden dat bepaalde onderwerpen stelselmatig onderbelicht worden.

Genoemde leden merken op dat veel debatten of dertigledendebatten die bij een Regeling van werkzaamheden worden toegevoegd aan de agenda, uiteindelijk niet of pas na (zeer) lange tijd worden ingepland. Zij vragen of het Presidium nog andere mogelijkheden ziet om de plenaire agenda beter beheersbaar te maken. Deze leden hebben hiervoor een aantal suggesties. Zij verzoeken het Presidium om de voor- en nadelen van deze suggesties te schetsen.

  1. Het stellen van een maximum aan het aantal in te plannen debatten, zodat een debat alleen aan de agenda kan worden toegevoegd als dit maximum nog niet is bereikt, of er tegelijkertijd een debat wordt geschrapt.

  2. Het vaker gebruikmaken van notaoverleggen, bijvoorbeeld ter voorbereiding op Europese raden van ministers, zoals de JBZ-raad en Ecofin, zodat minder tweeminutendebatten ingepland hoeven te worden.

  3. Het stellen van een maximum aantal debatten dat per fractie op de lijst in te plannen debatten kan staan. Als een fractie een nieuw debat wil aanvragen terwijl het maximum bereikt is, zal het een eerder aangevraagd debat van de lijst moeten halen als de aanvraag een meerderheid haalt. Het maximum aantal debatten kan worden afgestemd op de fractiegrootte.

  4. Het opnieuw in gang zetten van wetgeving-woensdag. Dit gebruik is een aantal jaar geleden ingezet, maar enigszins in verval geraakt.

  5. Het vaker gebruikmaken van commissies voor dertigleden- en spoeddebatten. Hiermee komt plenair meer ruimte vrij voor wetgeving.

  6. Het brengen van meer voorspelbaarheid in de plenaire agenda door vaker ‘Staat van de ...' debatten te organiseren. Of door periodiek voortgangsdebatten te organiseren op een aantal van de centrale opgaven die de Kamer heeft geïdentificeerd en in het verslag van verkenner Koolmees zijn opgenomen. Dit vermindert de noodzaak van incident gedreven agendabepaling.

  7. Het vaker gebruikmaken van voorbereiding van wetgeving in commissies, waarbij afronding plenair plaatsvindt.

  8. Het terugbrengen van een vereiste gewone meerderheid voor interpellatiedebatten.

De leden van de D66-fractie kijken uit naar de reactie van het Presidium op deze suggesties.

Inbreng van de leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorstel van het Presidium tot wijziging van het Reglement van Orde om vast te leggen dat de termijn voor de toekenning van een debat eenmaal kan worden verlengd. Dit voorstel geeft de leden van de VVD-fractie geen aanleiding tot het stellen van vragen dan wel het maken van opmerkingen.

Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van het voorstel van het Presidium om de verlenging van een toegekend debat in de toekomst nog slechts een keer mogelijk te maken. Deze leden hebben hierover één specifieke vraag: kan inzichtelijk gemaakt worden hoeveel debatten in de afgelopen zittingsperiode zouden zijn vervallen als de voorgestelde regeling destijds al van kracht was geweest?

Inbreng van de leden van de PvdD-fractie

De leden van de PvdD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorstel van het Presidium om artikel 12.8, tweede lid, van het Reglement van Orde te wijzigen, zodat de termijn voor de toekenning van een debat nog slechts eenmaal kan worden verlengd. Deze leden onderschrijven het belang van een efficiënte planning van debatten, maar plaatsen enkele kanttekeningen bij de voorgestelde beperking.

Genoemde leden verzoeken het Presidium om inzicht te geven in de feitelijke onderbouwing van deze aanpassing. Hoe vaak wordt in de huidige praktijk de toekenningstermijn van een debat verlengd, en in hoeveel gevallen gebeurt dat meer dan eenmaal? Hoeveel procent van de aangevraagde debatten wordt binnen de eerste termijn daadwerkelijk ingepland? In welke mate draagt een tweede verlenging nu bij aan het alsnog kunnen voeren van een debat dat anders zou vervallen?

Deze leden vragen of het Presidium kan toelichten wat het praktische probleem precies is dat met deze wijziging wordt opgelost, en hoe groot dit probleem is.

De leden van de PvdD-fractie vragen hoe wordt geborgd dat de voorgestelde beperking van de verlengingsmogelijkheid niet leidt tot een versmalling van de diversiteit van initiatiefnemers van plenaire debatten. Kan het Presidium aangeven op welke wijze wordt gewaarborgd dat ook kleinere fracties, nieuwkomers en Kamerleden uit oppositiepartijen hun onderwerpen nog daadwerkelijk plenair geagendeerd krijgen?

Deze leden vragen het Presidium om te reflecteren op mogelijke alternatieve oplossingen om de werkdruk op de plenaire agenda te verlichten zonder de rechten van Kamerleden te beperken. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een periodieke evaluatie van oude debatverzoeken, waarbij fracties actief kunnen aangeven welke verzoeken zij nog actueel achten.

Tot slot vragen de leden van de PvdD-fractie hoe de wijziging in de praktijk zal worden geëvalueerd.

De voorzitter van de commissie,

Van Campen

De griffier van de commissie,

Bakker