Inzage in politiesystemen
Politie
Brief regering
Nummer: 2026D09562, datum: 2026-03-03, bijgewerkt: 2026-03-04 17:05, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Onderdeel van kamerstukdossier 29628 -1314 Politie.
Onderdeel van zaak 2026Z04149:
- Indiener: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-03-05 14:23 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-03-05 14:23: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-03-19 12:00: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
29 628 Politie
Nr. 1314 Brief van de minister van Justitie en Veiligheid
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 maart 2026
De korpschef heeft mij geïnformeerd dat uit onderzoek is gebleken dat circa 1.700 politiemedewerkers gebruik maakten van de politiesystemen om informatie te zoeken over de gewelddadige dood van Lisa uit Abcoude, terwijl daar in veel gevallen waarschijnlijk geen functionele noodzaak voor was. Dit is gebleken uit een onderzoek dat het Landelijk Team Interne Onderzoeken van de politie heeft uitgevoerd, na ontvangst van een melding hierover.
Ik vind het onacceptabel dat dit gebeurd is. In de eerste plaats voor de nabestaanden van Lisa, maar ook voor het vertrouwen in de integriteit van de politieorganisatie. Iedereen moet er op kunnen vertrouwen dat de politie zorgvuldig met informatie omgaat. Politiemedewerkers mogen de informatiesystemen alleen gebruiken als dat noodzakelijk is voor het uitvoeren van hun werk.
Het korps heeft via de advocaat van de nabestaanden excuses aan hen overgebracht. Ook is de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) op de hoogte gesteld, omdat ongeoorloofde raadpleging van een dossier een datalek is.
Ik vind het terecht dat de korpschef na de melding het onderzoek heeft ingesteld en transparant is over de uitkomsten van dit onderzoek. Het is aan de korpschef – als werkgever – om passende maatregelen te nemen. Alle betrokken medewerkers krijgen een brief met een uitnodiging voor een gesprek met hun leidinggevende, waar zij kunnen toelichten waarom zij in de systemen hebben gezocht. Als de inzage inderdaad ongeoorloofd blijkt, worden er passende maatregelen genomen. Het gesprek kan ook tot de conclusie leiden dat de inzage wel functioneel was.
Naast de maatregelen die worden genomen richting individuele medewerkers die ongeoorloofd het dossier hebben geraadpleegd, neemt de korpsleiding de informatiebeveiliging en de bekendheid van de regels over het raadplegen van systemen onder de loep (autorisatiebeleid en opleiding).
Ook wordt bekeken of aanvullende maatregelen nodig zijn op het gebied van informatiebeveiliging.
Ik blijf met de politie in gesprek over de voortgang van de getroffen maatregelen.
De minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel