[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [๐Ÿง‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [๐Ÿ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Onderzoek 'Jeugdige verdachten beter in beeld? Een haalbaarheidsstudie naar de betrouwbaarheid van de Ritax-data uit het Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen voor vergelijkingen over de tijd'

Jeugdcriminaliteit

Brief regering

Nummer: 2026D09573, datum: 2026-03-03, bijgewerkt: 2026-03-04 10:26, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 28741 -134 Jeugdcriminaliteit.

Onderdeel van zaak 2026Z04155:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (๐Ÿ”— origineel)


Hierbij bied ik uw Kamer de uitkomsten aan van het onderzoek 'Jeugdige verdachten beter in beeld? Een haalbaarheidsstudie naar de betrouwbaarheid van de Ritax-data uit het Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen voor vergelijkingen over de tijd', uitgevoerd door het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Datacentrum (WODC). Tevens bevat deze brief mijn beleidsreactie op het onderzoeksrapport.

Het WODC heeft op verzoek van mijn ministerie een haalbaarheidsstudie gedaan naar de bruikbaarheid van de Ritax-data uit het Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen (LIJ) voor onderzoek naar ontwikkelingen in kenmerken van jeugdige verdachten over de tijd. Aanleiding voor dit onderzoek was de wens om meer inzicht te krijgen in aanwezige beschermende en risicofactoren bij delinquente jeugd, en in de mate waarin die factoren over de tijd en bij bepaalde delen van de populatie aanwezig zijn. Daarmee zou een aanvullend inzicht kunnen worden verkregen in oorzaken van (veranderende) jeugdcriminaliteit. De gegevens van de Ritax zouden hier mogelijk voor gebruikt kunnen worden.

De Ritax is een risicotaxatie-instrument uit het LIJ en wordt door de Raad voor de Kinderbescherming en Jeugdreclassering toegepast om de risico- en beschermende factoren van jeugdige verdachten in kaart te brengen, om zo een passende aanpak voor de jeugdige te adviseren. In dit onderzoek zijn Ritax-data onderzocht afkomstig van de Raad voor de Kinderbescherming.

Conclusies en aanbevelingen uit het onderzoek

De belangrijkste conclusie uit de haalbaarheidsstudie is dat het momenteel nog niet mogelijk is om de data uit de Ritax structureel te gebruiken om ontwikkelingen in kenmerken van jeugdige verdachten over tijd te onderzoeken, onder andere vanwege een trendbreuk in het recente verleden als gevolg van inhoudelijke wijzigingen in het instrument, regionale verschillen in de afname van de Ritax en omdat de Ritax niet altijd volledig wordt ingevuld. Hoewel de nadruk ligt op de conclusie dat er momenteel geen mogelijkheid wordt gezien voor structurele data-analyse, benoemt het rapport ook de mogelijkheden die er wรฉl zijn om de rijke informatiebron die Ritax is te kunnen aanboren, zij het op incidentele basis. De onderzoekers benadrukken daarnaast dat de geconstateerde variatie in de afname van de Ritax niet problematisch hoeft te zijn voor risicotaxatie bij individuele jeugdige verdachten, want de variatie kan ook ontstaan omdat maatwerk geleverd wordt.

De onderzoekers doen diverse aanbevelingen om de datakwaliteit van de Ritax te verbeteren, waaronder het verkrijgen van inzicht in de redenen waarom de Ritax niet altijd volledig gevuld wordt en waarom er regionale verschillen in afname zijn. Daarnaast zijn er aanbevelingen gericht op het bevorderen van een uniforme afname van de Ritax en het zorgvuldig documenteren van veranderingen in het instrument.

Beleidsreactie

De Ritax heeft als hoofddoel om het primaire proces van risicotaxatie op casusniveau te ondersteunen. De bevindingen uit de haalbaarheidsstudie zijn echter gericht op de toepasbaarheid van Ritax-data voor analyses op groepsniveau en niet op de kwaliteit van gegevens op casusniveau. Ondanks dat zijn de resultaten uit de haalbaarheidsstudie ook bruikbaar om gericht verbeteringen door te kunnen voeren in het instrument en/of de toepassing hiervan op casusniveau, onder andere omdat ze inzicht geven in het type vragen waarbij vaak โ€˜onbekendโ€™ wordt ingevuld en omdat ze inzicht geven in regionale verschillen ten aanzien van de wijze van afname van de Ritax. De aanbevelingen ter verbetering van het instrument Ritax uit de haalbaarheidsstudie kunnen daarom nu en in komende jaren opgepakt worden in diverse al lopende trajecten gericht op het verbeteren van (het gebruik van) het instrument Ritax:

  1. Voor alle instrumenten binnen het LIJ wordt gewerkt met een kwaliteitscyclus, zo ook voor de Ritax. De resultaten van de onderzoeken uit de kwaliteitscyclus worden gebruikt om, indien nodig, het betreffende instrument en/of de training van medewerkers in de afname hiervan aan te passen, zodat het instrument verbeterd wordt. In het kader van de kwaliteitscyclus van het LIJ staan voor de Ritax in 2026 en 2027 twee onderzoeken gepland waarin resultaten van de haalbaarheidsstudie meegenomen worden en die uiteindelijk tot een aangepast instrument kunnen leiden.

  2. Mijn ministerie voert intern monitoring uit naar onder meer ontbrekende gegevens in de Ritax. De resultaten uit deze periodieke monitoring en vervolggesprekken met professionals kunnen inzicht bieden waarom de Ritax niet altijd volledig gevuld wordt. De haalbaarheidsstudie geeft verdiepende inzichten bij deze monitoring en biedt hiermee aanknopingspunten voor verbeteringen in het instrument.

  3. Daarnaast worden de bevindingen uit de haalbaarheidsstudie meegenomen in al lopende gesprekken met de Raad voor de Kinderbescherming en Jeugdreclassering over het trainen van hun medewerkers in de Ritax-afname. Hierin is bijvoorbeeld aandacht voor deze wijze waarop bepaalde items beantwoord moeten worden, maar wordt ook bekeken of de werkinstructie gebruiksvriendelijker gemaakt kan worden, om een uniforme en complete afname te bevorderen.

  4. Wijzigingen die sinds 2018 in het instrument Ritax zijn doorgevoerd worden gedocumenteerd in een logboek.

Deze acties moeten allereerst tot een verbetering in het instrument en de toepassing hiervan in de praktijk leiden.

Tegelijkertijd zullen de benodigde verbeteringen in de gegevensverzameling ook weer ten goede komen aan toekomstige toepasbaarheid voor structurele analyses op groepsniveau.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

Claudia van Bruggen