[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Omgang met productiemiddelen in de aanbesteding van de nieuwe concessies voor de Friese Waddenveren

Openbaar vervoer

Brief regering

Nummer: 2026D09586, datum: 2026-03-03, bijgewerkt: 2026-03-05 11:27, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 23645 -880 Openbaar vervoer.

Onderdeel van zaak 2026Z04161:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


23 645 Openbaar vervoer

Nr. 880 Brief van de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 maart 2026

In het commissiedebat Wadden van 12 februari jl. heeft de voormalige minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) toegezegd1 de Kamer te informeren over hoe er binnen de aanbesteding van de nieuwe concessies voor de Friese Waddenveren wordt omgegaan met de productiemiddelen. Met deze brief doet het kabinet deze toezegging gestand.

Bij productiemiddelen is het nodig om onderscheid te maken tussen schepen en overige productiemiddelen (zoals terminalgebouwen en haveninfrastructuur). Bij de start van de nieuwe concessies in 2029 neemt de nieuwe concessiehouder de schepen die nodig zijn voor de uitvoering van de concessie over van de huidige concessiehouder. De nieuwe concessiehouder zal hier een overnamesom voor betalen. In de huidige concessies is een methode opgenomen om tot een overnamesom te komen, op basis van een taxatie. De waarde van de schepen is belangrijk voor de aanbesteding, omdat de overnamesom grote impact heeft op de businesscase van de nieuwe concessies. Deze overnamesom bepaalt immers mede de jaarlijkse afschrijvingskosten en heeft (daarmee) invloed op het jaarlijkse rendement. Op dit moment is het kabinet nog in gesprek met de huidige concessiehouders over de overnamesommen.

Het is van belang dat inschrijvers in de aanbesteding de overnamesom kennen, zodat zij deze informatie kunnen betrekken in hun inschrijving en businesscase. Daarom streeft het kabinet ernaar om bij de start van de aanbesteding, of zo snel mogelijk daarna, duidelijkheid te verschaffen over de overnamesom. Beoogd wordt om de aanbesteding eind maart te starten. Mocht er op dat moment nog geen exacte duidelijkheid zijn over de overnamesom, dan is er ook de mogelijkheid om deze informatie gedurende de aanbesteding aan inschrijvers te verstrekken. Gedurende de aanbesteding kunnen inschrijvers namelijk in meerdere rondes vragen stellen aan het ministerie van IenW. IenW zal deze vragen beantwoorden in zogeheten nota’s van inlichtingen. De overnamesom van de schepen kan ook in deze nota’s van inlichtingen worden opgenomen. IenW zal borgen dat deze informatie tijdig wordt gedeeld, zodat inschrijvers afdoende tijd hebben om dit in hun uiteindelijke inschrijving te verwerken. Het kabinet vindt het niet verstandig om de start van de aanbesteding verder te uit te stellen. Daarmee schuift het moment van gunning te ver op in de tijd en komt een zorgvuldige implementatie van de nieuwe concessies in gevaar.

Bij overige productiemiddelen moet worden gedacht aan de terminalgebouwen en de haveninfrastructuur, zoals aanleginrichtingen en bruggen. Het betreft hier Rijkseigendommen en infrastructuur die op Rijksgrond staat. Met ingang van de nieuwe concessies zal worden geregeld dat het Rijk deze productiemiddelen aan de nieuwe concessiehouders ter beschikking stelt. De nieuwe concessiehouders zullen hiervoor jaarlijks een marktconforme vergoeding aan het Rijk betalen. Afspraken hierover zijn opgenomen in vastgoedovereenkomsten die het Rijksvastgoedbedrijf zal sluiten met de nieuwe concessiehouders. Bij de start van de aanbesteding weten inschrijvers met welke jaarlijkse vergoeding zij rekening moeten houden. Op dit moment is het kabinet nog in gesprek met de huidige concessiehouders over een goede overgang van de overige productiemiddelen van de huidige naar de nieuwe concessies in 2029.

De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,

A.W.H. Bertram


  1. TZ202602-078↩︎