[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Motie van de leden Inge van Dijk en Van Eijk over een kleine commissie instellen waar belanghebbenden terechtkunnen wanneer stukken ontbreken die minimaal noodzakelijk zijn

Toeslagen

Motie (kabinetsappreciatie: Oordeel Kamer)

Nummer: 2026D09860, datum: 2026-03-04, bijgewerkt: 2026-03-05 11:57, versie: 3 (versie 1, versie 2)

Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36708-73).

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36708 -73 Toeslagen.

Onderdeel van zaak 2026Z04298:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2025-2026

36 708 Toeslagen

Nr. 73 MOTIE VAN DE LEDEN INGE VAN DIJK EN VAN EIJK

Voorgesteld 4 maart 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het niet juist en volledig uitvoeren van vastgesteld beleid, zoals het bieden van voldoende duidelijkheid over de kwalificatie opzet/grove schuld van toeslagenouders, op gespannen voet staat met de informatieverplichtingen uit de Awb en rechtsbeginselen;

overwegende dat de werkgroep van advocaten de UHT eerder geadviseerd heeft welke stukken of inzichten minimaal noodzakelijk zijn voor advocaten om ouders adequaat te kunnen adviseren, maar dat in de uitvoeringspraktijk dossiers of inzichten nog steeds onvolledig kunnen zijn;

verzoekt de regering voor maximaal zes maanden een kleine slagvaardige commissie in te stellen waar belanghebbenden bij terechtkunnen wanneer stukken ontbreken die minimaal noodzakelijk zijn, die transparant samenwerkt met de UHT en waarin onder anderen een destijds betrokken advocaat zit;

verzoekt de regering deze commissie periodiek te laten rapporteren over haar bevindingen aan de Staatssecretaris, en via de Staatssecretaris aan de Kamer;

verzoekt de regering na de zes maanden, voor zover mogelijk, de commissie de Kamer in een gesprek te laten informeren over haar bevindingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Inge van Dijk

Van Eijk