Motie van het lid Van Houwelingen over uitspreken dat de hechting van een kind aan het pleeggezin nooit een overweging mag zijn tegen terugplaatsing in diens oorspronkelijke gezin
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026
Motie (kabinetsappreciatie: Geen (expliciete) appreciatie)
Nummer: 2026D10112, datum: 2026-03-05, bijgewerkt: 2026-03-06 14:12, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36800-XVI-125).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: P. van Houwelingen, Tweede Kamerlid (FVD)
Onderdeel van kamerstukdossier 36800 XVI-125 Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026.
Onderdeel van zaak 2026Z04418:
- Indiener: P. van Houwelingen, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
- 2026-03-05 10:15: Begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport (36800-XVI) voortzetting (Plenair debat (wetgeving)), TK
- 2026-03-10 15:10: Stemmingen (Stemmingen), TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
36 800 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026
Nr. 125 MOTIE VAN HET LID VAN HOUWELINGEN
Voorgesteld 5 maart 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
spreekt uit dat dat een kind uit huis is geplaatst en gehecht kan zijn geraakt aan het pleeggezin, nooit een overweging mag zijn om het kind niet zo snel mogelijk weer terug te plaatsen in het oorspronkelijke gezin,
en gaat over tot de orde van de dag.
Van Houwelingen