Antwoord op vragen van het lid Van der Plas over het bericht dat door extreme regenval in Marokko en Spanje de aanvoer van groente en fruit naar Nederland afneemt
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D10146, datum: 2026-03-05, bijgewerkt: 2026-03-06 10:07, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z03086:
- Gericht aan: F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Indiener: C.A.M. van der Plas, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 1232
Antwoord van staatssecretaris Erkens (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) (ontvangen 5 maart 2026)
1
Bent u bekend met het bericht dat door extreme regenval in Marokko en Spanje de aanvoer van groente en fruit naar Nederland afneemt?1
Antwoord
Ja.
2
Deelt u de constatering dat deze situatie zichtbaar maakt hoe
afhankelijk Nederland voor een deel van zijn voedselvoorziening is van
productie in het buitenland?
Antwoord
Voedselvoorziening is een systeemvraagstuk. Een samenhangend netwerk van import, productie, verwerking, verhandeling en logistiek. Ik deel de constatering dat de Nederlandse voedselvoorziening voor een deel is gebaseerd op invoer van voedsel uit het buitenland. Dit draagt bij aan een grote zekerheid van een divers, voedzaam en betaalbaar voedselaanbod in Nederland en daarmee aan een grote mate van voedselzekerheid.
3
Hoe beoordeelt u de risico’s voor de Nederlandse voedselzekerheid wanneer beschikbaarheid van voedselproducten direct wordt beïnvloed door weersomstandigheden in andere landen?
Antwoord
De invoer van voedsel uit het buitenland maakt het Nederlandse voedselsysteem minder kwetsbaar voor structurele verstoringen en draagt bij aan een divers en betaalbaar voedselaanbod. De Europese interne markt is daarbij van groot belang voor zowel de beschikbaarheid van voedsel uit andere EU-lidstaten als de afzet van Nederlandse producten, en draagt daarmee bij aan de robuustheid van het Europees voedselsysteem. Hetzelfde geldt voor invoer uit en afzet in derde landen.
Als Nederland de voedselvoorziening voornamelijk zou baseren op binnenlandse productie, zou het aanbod niet alleen minder divers zijn maar ook duurder uitvallen, omdat sommige producten hier niet, beperkt of alleen tegen hogere kosten dan elders kunnen worden geproduceerd. Bovendien zou de voedselzekerheid kunnen afnemen, doordat ook in Nederland buitengewone weersomstandigheden kunnen leiden tot tegenvallende of mislukte oogsten.
De gevolgen voor de Nederlandse voedselzekerheid van buitengewone weersomstandigheden in specifieke productielanden, zoals Spanje of Marokko, blijven doorgaans beperkt doordat er alternatieven beschikbaar zijn, zoals: Nederlandse seizoensproducten, verwerkte voedselproducten (o.a. ingevroren, ingeblikte of gedroogde groenten en fruit) en import uit andere landen.
4
Heeft u inzicht in de mate waarin Nederland voor de dagelijkse voedselvoorziening nu al afhankelijk is van specifieke buitenlandse regio’s? Zo ja, kan u dit overzicht met de Kamer delen?
Antwoord
Zoals eerder aan uw Kamer toegezonden, bevat het rapport: De Nederlandse agrarische sector in internationaal verband – editie 2025, in hoofdstuk 8 (‘Afhankelijkheden in de Nederlandse landbouwimport’), gedetailleerde informatie over de afhankelijkheid van voedselproducten uit verschillende regio’s buiten Europa.2
5
In hoeverre wordt in het huidige landbouw- en voedselbeleid expliciet rekening gehouden met het verkleinen van deze afhankelijkheid?
Antwoord
Het betrekken van voedsel uit meer bronnen dan alleen binnenlandse productie draagt bij aan een hoge mate van zekerheid en een gevarieerd, voedzaam en betaalbaar voedselaanbod. Eventuele leveringsonderbrekingen uit binnen- of buitenland kunnen in de regel worden opgevangen door productsubstitutie of diversificatie van importstromen om kwetsbaarheden te laten afnemen. Tegelijkertijd blijft het van belang om de Nederlandse voedselvoorziening voor de lange termijn weerbaar te maken tegen uiteenlopende risico's, waaronder klimaat- en geopolitieke risico's. Dit ziet niet alleen op voedselproductie zelf, maar ook op de beschikbaarheid van essentiële grondstoffen en productiemiddelen voor de landbouw, zoals kunstmest, energie, veevoergrondstoffen en (onderdelen van) landbouwmachines. Mijn departement zet zich daarom in voor de waarborging van de beschikbaarheid van deze cruciale voedsel- en productiemiddelen.
6
Deelt u de opvatting dat een sterke en toekomstbestendige Nederlandse landbouwsector een belangrijke randvoorwaarde is voor de voedselzekerheid van ons land?
Antwoord
De voedselzekerheid van Nederland leunt in belangrijke mate op een robuust, duurzaam en toekomstbestendig agrocomplex. Dat betekent niet dat we volledig zelfvoorzienend moeten zijn. Het is daarbij van belang te benadrukken dat de kracht van het Nederlandse agrocomplex ook deels is gebaseerd op de import van voedsel van binnen en buiten de EU en onmisbare productiemiddelen, die een belangrijke randvoorwaarde vormen voor een hoge mate van voedselzekerheid. Zoals aangegeven in de beantwoording van vraag 3 en 5 zou zonder import het voedselaanbod in Nederland minder zeker, minder divers en bovendien duurder zijn. Ik sta voor een sterke, toekomstbestendige en duurzame landbouwsector, functionerend binnen goed functionerende internationale voedselketens.
7
Hoe weegt u het belang van het behouden en versterken van binnenlandse voedselproductie mee bij beleidskeuzes die effect hebben op de omvang en mogelijkheden van de Nederlandse landbouwsector?
Antwoord
Zoals aangegeven in de beantwoording van de vragen 3, 5 en 6 produceert Nederland niet al het voedsel zelf dat in ons land wordt geconsumeerd. De binnenlandse landbouwproductie is mede afhankelijk van de invoer van productiemiddelen. Tegelijkertijd wordt in Nederland een aanzienlijke hoeveelheid voedsel geproduceerd, bewerkt en verwerkt voor de export, wat bijdraagt aan het verdienvermogen. Dit betreft onder meer de productie van dierlijke producten zoals zuivel, vlees en eieren, naast plantaardige producten zoals aardappelen, uien en diverse groenten uit de tuin- en akkerbouw waarin Nederland een belangrijke positie heeft opgebouwd. Daarnaast speelt de voedselverwerkende industrie een belangrijke rol in de verwaarding van landbouwproducten, bijvoorbeeld door melk te verwerken tot kaas of cacaobonen tot chocolade. Deze vorm van waardecreatie borgt de internationale exportpositie van Nederland.
Het versterken van de binnenlandse voedselproductie betekent in deze context dat een deel van de huidige landbouwactiviteiten vervangen zou moeten worden door de productie van voedsel dat nu in Nederland in onvoldoende mate wordt geproduceerd. Gezien de Europese interne markt acht ik dat niet noodzakelijk en kan dit bovendien leiden tot een minder optimale uitkomst wat betreft een voldoende, divers en betaalbaar voedselaanbod. Voor de voedselzekerheid in Nederland is het daarom niet vereist dat de omvang of samenstelling van de land- en tuinbouw per se ongewijzigd blijft. Daarbij geldt ook dat beslissingen over wat en hoeveel er wordt geproduceerd, primair bij de agrarische ondernemers liggen, binnen de kaders van een verantwoorde omgang met natuur, milieu en leefomgeving.
8
Welke concrete maatregelen neemt u om de eigen productiecapaciteit van voedsel in Nederland te beschermen en waar mogelijk te versterken, juist met het oog op toenemende internationale onzekerheden en klimaatrisico’s?
Antwoord
Het versterken van de weerbaarheid van de voedselvoorzieningsketen is van groot belang en heeft de volle aandacht van het kabinet. Voedselvoorziening maakt onderdeel uit van de rijksbrede aanpak voor weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingen. Zo wordt voedselvoorziening opgenomen in de nationale vitale infrastructuur. Tegelijkertijd brengt de overheid strategische afhankelijkheden in kaart en neemt zij waar nodig gerichte mitigerende maatregelen. Op Europees niveau draagt het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid bij aan het versterken van de voedselzekerheid door een stabiele en duurzame landbouwproductie binnen de Europese Unie te waarborgen.
9
Bent u bereid om voedselzekerheid expliciet als zwaarwegend criterium mee te nemen bij toekomstige besluiten die gevolgen hebben voor de Nederlandse landbouwproductie?
Antwoord
Voedselzekerheid is een primair beleidsdoel van de overheid. Daarom is het van belang om voldoende productie van belangrijke voedselproducten in Nederland te handhaven op een duurzame wijze. Daarnaast is het van belang om maatregelen te nemen om de invoer van voedselproducten van elders te waarborgen, om zo veel mogelijk comparatieve voordelen te benutten. Het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, en open en diverse handelsstromen vormt daarvoor de basis.
10
Deelt u de opvatting dat een landbouwsector die op voldoende schaal en met voldoende productievolume opereert, economisch weerbaarder en minder kwetsbaar is voor verstoringen dan een sector die slechts op minimale schaal produceert voor uitsluitend de binnenlandse markt?
Antwoord
De kracht en kwetsbaarheid van land- en tuinbouwbedrijven en
deelsectoren worden niet alleen bepaald door schaalgrootte en
productievolume. Hoewel schaal en volume kunnen bijdragen aan
efficiëntie en concurrentiekracht, brengen ze onder bepaalde
omstandigheden ook risico’s met zich mee, zoals zichtbaar werd tijdens
de vraaguitval in de COVID-19-pandemie en bij extreme
weersomstandigheden. Daarom is het van belang dat, naast het nastreven
van schaalvergroting en doelmatigheid, ook wordt ingezet op
diversificatie van zowel productie als handelsstromen en op het
versterken van de weerbaarheid van de landbouwsector en de gehele
voedselvoorzieningsketen. Handelsverdragen kunnen hierin een aanvullende
rol spelen.
11
Deelt u de opvatting dat export van Nederlandse landbouwproducten een
logisch onderdeel is van een goed functionerende mondiale economie,
waarbij Nederland landbouwproducten exporteert en andere landen
bijvoorbeeld techniek, auto’s of grondstoffen exporteren die Nederland
importeert?
Antwoord
Net zoals Nederland profiteert van de invoer van voedselproducten waarin andere landen comparatieve voordelen hebben, kan de voedselzekerheid in andere landen worden versterkt door de invoer van landbouwproducten waarin Nederland zelf comparatieve voordelen heeft. Afhankelijkheden werken immers twee kanten op. Naast landbouwproducten produceert Nederland bovendien veel andere goederen die in het buitenland gewild en gevraagd zijn. Export en import, van producten en diensten uit andere economische sectoren dan de landbouw dragen eveneens bij aan de welvaart, en daarmee ook de voedselzekerheid, in Nederland.
12
Deelt u de mening dat juist deze exportpositie bijdraagt aan de economische kracht, innovatie en continuïteit van de Nederlandse landbouwsector en daarmee indirect ook aan de voedselzekerheid van Nederland zelf?
Antwoord
Ja. Zie ook het antwoord op de vorige vraag.
NOS, 3 februari 2026. ‘Veel regen in Marokko en Spanje, minder groente en fruit in Nederlandse supermarkt’. <https://nos.nl/artikel/2600803-veel-regen-in-marokko-en-spanje-minder-groente-en-fruit-in-nederlandse-supermarkt>↩︎
Kamerstuk 30252, nr. 179↩︎