[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over het Fiche: Mededeling EU strategie Maatschappelijke Organisaties (Kamerstuk 22112-4248)

Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Inbreng verslag schriftelijk overleg

Nummer: 2026D10247, datum: 2026-03-06, bijgewerkt: 2026-03-06 11:04, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z02016:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


22112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Inbreng verslag van een schriftelijk overleg

Binnen de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken hebben onderstaande fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de brief inzake het kabinetsstandpunt ten aanzien van de Mededeling EU-strategie Maatschappelijke organisaties (Kamerstuk 22112, nr. 4248).

De fungerend voorzitter van de commissie,

Van Eijk

De adjunct-griffier van de commissie,

Van der Haas

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower

II Antwoord / reactie van de minister


I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de fiche. Hierover hebben deze leden nog enkele vragen.

De leden van de D66-fractie verwelkomen de EU-strategie voor het versterken en beschermen van het maatschappelijk middenveld. Een sterk, onafhankelijk en pluriform maatschappelijk middenveld is een dragende pijler van onze democratie. Tegen onder meer de achtergrond van de krimpende maatschappelijke ruimte in de Europese Unie, achten deze leden een Europese strategie gerechtvaardigd. In dat verband zijn zij benieuwd naar best practices in lidstaten waar de krimp van de maatschappelijke ruimte al wordt tegengegaan of zich niet voordoet. Welke lessen trekt het kabinet daaruit voor de situatie in Nederland? Welke initiatieven is het kabinet bereid te nemen?

Daarnaast benadrukken de leden van de D66-fractie dat de strategie niet mag leiden tot onbedoelde negatieve effecten voor maatschappelijke organisaties zelf. Een sterke democratie vraagt volgens deze leden immers om een sterke tegenmacht. Transparantieverplichtingen, registratie-eisen en financieringsvoorwaarden moeten uitvoerbaar en proportioneel zijn. Hoe wordt voorkomen dat dergelijke maatregelen leiden tot afschrikkende effecten (chilling effects), stigmatisering of onevenredige administratieve lasten?

De leden van de D66-fractie merken op dat een democratisch offensief nodig is. Hoe reflecteert het kabinet op de aanbevelingen van de jaarlijkse rapportage ‘Tegenspraak onder druk’ van het College voor de Rechten van de Mens?1 Hoe wil het kabinet ervoor zorgen dat maatschappelijke organisaties in een vroeg stadium, proactief en in toegankelijke taal worden geïnformeerd over de mogelijkheden voor participatie bij het opstellen van wetgeving en beleid?

Daarnaast zijn de leden van de D66-fractie benieuwd naar hoe de regering reflecteert op de aanbevelingen uit het MACS-rapport.2 Welke maatregelen wil het kabinet nemen om in lijn met deze aanbevelingen te handelen? Ziet het kabinet in dat een stapeling van maatregelen nodig is om te komen tot een versterking van het maatschappelijk middenveld? Is het kabinet in het bijzonder bereid om te komen tot een nationaal actieplan ter versterking en bescherming van de ruimte voor het maatschappelijk middenveld?

Tot slot zijn de leden van de D66-fractie benieuwd naar de uitwerking van het Meerjarig Financieel Kader. Hoe wordt bij de nadere uitwerking van dit kader gewaarborgd dat EU-financiering voor maatschappelijke organisaties daadwerkelijk toegankelijk, transparant en administratief uitvoerbaar is? Welke kansen ziet het kabinet hierin om te komen tot een gelijker speelveld voor maatschappelijke organisaties? Welke rol wil het kabinet daarbij spelen?

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het BNC-fiche met betrekking tot de mededeling EU-strategie maatschappelijke organisaties. Deze strategie richt zich op het versterken van de betrokkenheid, bescherming, ondersteuning en financiering van maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers. Deze leden merken op dat zij het belang van maatschappelijke organisaties in de samenleving inzien. Graag willen zij het kabinet een aantal vragen over de strategie stellen.

Allereerst vragen de leden van de VVD-fractie wat deze strategie betekent voor de betrokkenheid van nationale lidstaten van de Europese Unie. Deze leden vragen het kabinet daar op in te gaan.

Er wordt voorgesteld om een nieuw platform op te richten, te weten een EU-platform ter bevordering van de dialoog tussen de Europese Commissie en het maatschappelijk middenveld. Wat is de toegevoegde waarde van dit nieuwe platform ten opzichte van het bestaande Europese raamwerk dat raakt aan de positie van maatschappelijke organisaties? Zouden de taken van dit nieuwe platform bij een bestaande organisatie kunnen worden ondergebracht? Wat is de inzet van het kabinet ten aanzien van het op te richten EU-platform voor het maatschappelijk middenveld? Graag krijgen de leden van de VVD-fractie een reactie van het kabinet.

In het fiche valt te lezen, dat het kabinet in de strategie de koppeling mist met andere strategieën op het vlak van Europese fundamentele rechten en waarden. Ook ontbreekt er volgens het kabinet een link met relevante EU-wetgeving. In hoeverre is het kabinet voornemens om dit in Brussel naar voren te brengen? Kan het kabinet nader motiveren waarom de grondhouding ten aanzien van de subsidiariteit positief is? Wat wordt in dezen bedoeld met de grensoverschrijdende aard van de bedreigingen voor het maatschappelijk middenveld? Graag krijgen de leden van de VVD-fractie een reactie van het kabinet.

Het kabinet verwelkomt het voorstel. In hoeverre speelt daarbij een rol dat de onderhavige strategie geen directe gevolgen heeft voor de Rijksbegroting? Als dat anders was geweest, zou het kabinet dan een andere afweging hebben gemaakt? Graag krijgen de leden van de VVD-fractie een reactie van het kabinet.

De Europese Commissie stelt voor om de financiële ondersteuning van maatschappelijke organisaties te verhogen naar negen miljard euro. Hoeveel geld wordt daar nu aan uitgegeven? Waar zal die negen miljard euro aan worden besteed? Kan de regering daar enkele voorbeelden van geven? Verwacht het kabinet dat andere lidstaten ook aan de slag gaan met deze strategie? Heeft het kabinet daar inzicht in? Lidstaten zijn immers niet verplicht de strategie over te nemen. In hoeverre moeten lidstaten verantwoording afleggen over de besteding van de middelen? Zal er een evaluatie plaatsvinden? Zo ja, wanneer? Graag krijgen de leden van de VVD-fractie een reactie van het kabinet op de hier gestelde vragen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie

De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA hebben met belangstelling kennis van de Kamerbrief over het Fiche over de EU strategie Maatschappelijke Organisaties. Deze leden hebben hierover op dit moment nog enkele vragen.

De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA hebben zorgen over de positie van maatschappelijke organisaties in de EU en in Nederland. De positie zou wat deze leden moeten worden versterkt en niet worden verzwakt. De afgelopen tijd, zo constateren deze leden, zijn er juist stappen gezet om de positie te verzwakken. Deelt het kabinet dit standpunt? Zo nee, waarom niet?

In de brief wordt meermaals genoemd dat er wordt ingezet op maatschappelijke organisaties op Europees niveau, in EU-extern beleid als in de afzonderlijke lidstaten. De EU en de afzonderlijke lidstaten hebben economische activiteiten en handelsrelaties over de hele wereld. Het is wat de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie betreft in het belang van de EU dat de landen waar deze activiteiten plaatsvinden een sterke democratie en rechtstaat hebben, en dat de handels- en economische activiteiten hieraan bijdragen. Deze leden zouden daarom graag twee punten concrete punten hierover explicieter benoemd zien: 1) dat de Europese versterking van maatschappelijke organisaties ook dient bij te dragen aan versterking van maatschappelijk middenveld in de landen waar EU-landen economische en handels- activiteiten ontwikkelen, en 2) het weerbaar maken van HRDs kan alleen als er vanuit de overheid ook gestuurd wordt op de actieve bescherming van HRDs in geval van publieke investeringen en handelsfacilitatie. Deze leden ontvangen graag een reactie van het kabinet hierop.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hechten veel waarde aan de Aarhus conventie. Deze leden constateren dat het vorige kabinet ruimte zocht om onder de verplichtingen van het dit verdrag uit te komen. Hoe staat het nieuwe kabinet hierin, zo vragen zij. Ziet het kabinet, net als deze leden, het grote belang van het Verdrag van Aarhus? Zo nee, waarom niet?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het kabinet het door de Commissie omschreven belang van een zorgvuldige monitoring van risico’s en bedreigingen voor het maatschappelijk middenveld om vrij en veilig te kunnen functioneren, zoals het versterken van early warning systems voor het signaleren van krimpende ruimte voor het maatschappelijk middenveld in kandidaat-lidstaten deelt. Deze leden zien in monitoring een eerste stap. Deelt het kabinet het standpunt dat de EU het voortouw zou moeten nemen in het ontwikkelen van concrete stappen die lidstaten kunnen nemen om het maatschappelijk middenveld en mensenrechtenbeschermers te beschermen? Zo ja, is het kabinet bereid om dit bij de EU in te brengen? Zo nee, waarom niet?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat uit het recente MACS-rapport naar voren komt dat dat de maatschappelijke ruimte in Nederland onder druk staat. Maar liefst 86 procent van de bevraagde organisaties geeft aan dat hun werkomstandigheden in 2025 verder zijn verslechterd. Ook wordt gewaarschuwd voor toenemende stigmatisering van waakhondorganisaties, inperking van vrijheden en maatregelen die steeds vaker botsen met mensenrechten en rechtsstatelijkheid.

De feiten uit het MACS‑rapport laten zien dat verdere inperking in Nederland niet alleen strijdig is met Europese ambities, maar ook democratische risico’s vergroot op het moment dat civiele ruimte al onder druk staat. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het zorgelijk om dit te lezen. Graag ontvangen deze leden een reactie van het kabinet hierop. Deelt het kabinet de zorgen die uit dit rapport naar voren komen? Zo nee, waarom niet?

In verlengde van voorgaande vragen hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie nog enkele specifieke vragen. Hoe verhoudt de ruimte voor het maatschappelijk middenveld zich tot de recente bezuinigingen voor het maatschappelijk middenveld onder dat buitenland beleid? Hoe verhoudt dit zich tot de kabinetsreactie op motie-Kröger3 naar aanleiding van het voortdurend uitsluiten van dialoog en informatiedeling in Nederland?

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de Fiche en danken het kabinet hiervoor. Deze leden maken graag van de gelegenheid gebruik om enkele vragen te stellen aan het kabinet hierover.

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de EU-strategie voor het maatschappelijk middenveld. Deze leden onderschrijven het belang van een sterk maatschappelijk middenveld als pijler van de democratische rechtsstaat. Tegelijkertijd vragen zij het kabinet concreet uiteen te zetten wat de toegevoegde waarde van deze strategie is ten opzichte van reeds bestaande Europese instrumenten, zoals de rechtsstaatrapportage en de rapportages van het EU-Grondrechtenagentschap. Waar ziet het kabinet overlap en hoe wordt voorkomen dat maatschappelijke organisaties in de praktijk worden geconfronteerd met dubbele monitoring of aanvullende verantwoordingsverplichtingen?

De leden van de CDA-fractie lezen dat een EU-platform voor structurele dialoog zal worden opgericht. Deze leden hechten eraan dat maatschappelijke betrokkenheid primair nationaal en lokaal verankerd blijft. Kan het kabinet toelichten hoe wordt gewaarborgd dat dit platform daadwerkelijk aanvullend is op bestaande nationale overlegstructuren en niet leidt tot centralisering van participatie op EU-niveau? Welke inzet kiest het kabinet in de Raad om deze nationale verankering expliciet te borgen?

De leden van de CDA-fractie lezen dat het kabinet positief oordeelt over subsidiariteit en proportionaliteit. Deze leden vragen hoe het kabinet concreet zal bewaken dat dit niet-wetgevende initiatief niet alsnog leidt tot extra administratieve lasten of sluipende normering op een terrein dat in belangrijke mate nationaal is verankerd. Op welke wijze zullen subsidiariteit en proportionaliteit bij de verdere uitwerking actief worden getoetst? Zij vragen daarnaast hoe wordt gewaarborgd dat eventuele Europese financiering niet leidt tot inhoudelijke sturing of indirecte normering van maatschappelijke organisaties, bijvoorbeeld via selectiecriteria of voorwaarden die de onafhankelijkheid van het maatschappelijk middenveld kunnen beïnvloeden.

Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower

De leden van de Groep Markuszower hebben kennisgenomen van het fiche over de EU-strategie voor maatschappelijke organisaties en zijn daar zeer kritisch over.

Deze leden merken op dat de Europese Commissie maatschappelijke organisaties in deze strategie neerzet als “partner in bestuur”. Zij vragen de minister waarom niet-gekozen organisaties een structurele rol zouden moeten krijgen in beleidsvorming. Vindt de minister het wenselijk dat invloed verschuift van gekozen volksvertegenwoordigers naar organisaties die geen democratisch mandaat hebben en vaak afhankelijk zijn van EU-subsidies?

De leden van de Groep Markuszower lezen dat de Commissie maatschappelijke ruimte in lidstaten wil monitoren. Deze leden vragen wie straks bepaalt wat wel en niet acceptabel beleid is. Kan de minister uitsluiten dat lidstaten onder druk worden gezet wanneer zij democratisch besluiten nemen die Brussel onwelgevallig zijn?

De leden van de Groep Markuszower vinden het zorgelijk dat de Commissie hiermee een normerende rol lijkt te claimen op een terrein dat thuishoort bij nationale democratieën. Op welke concrete verdragsbasis meent de Commissie zich te mogen bemoeien met de inrichting van het maatschappelijk middenveld binnen lidstaten?

De leden van de Groep Markuszower maken zich zorgen over de inhoudelijke richting van de Europese steun aan maatschappelijke organisaties. Deze leden constateren dat EU-financiering en ondersteuning in de praktijk vaak terechtkomen bij organisaties die actief zijn op thema’s als gender, diversiteit, migratie en identiteitspolitiek. Hoe voorkomt de minister dat met deze strategie vooral organisaties worden versterkt die aansluiten bij de beleidsprioriteiten van de Commissie, terwijl andere maatschappelijke organisaties en burgerinitiatieven minder toegang krijgen tot middelen en invloed?

De leden van de Groep Markuszower merken op dat het kabinet zelf waarschuwt voor stigmatisering en extra regeldruk, maar desondanks positief is over de strategie. Waarom neemt het kabinet deze risico’s voor lief?

De leden van de Groep Markuszower vragen of de minister erkent dat zogenaamd niet-bindende strategieën via monitoring, richtsnoeren en financieringsvoorwaarden alsnog dwingend kunnen worden. In hoeverre kan de minister garanderen dat dit geen opstap is naar verdere EU-bemoeienis of wetgeving?

Tot slot vragen de leden van de Groep Markuszower of de minister bereid is zich duidelijk en actief te verzetten tegen iedere vorm van directe of indirecte bevoegdheidsoverdracht op dit terrein van de lidstaten naar de Europese Unie.

II Antwoord / reactie van de minister


  1. College voor de Rechten van de Mens, september 2025, ‘Tegenspraak onder druk’ (https://publicaties.mensenrechten.nl/file/daece2b0-6ffa-590d-663f-7462bb23577b.pdf).↩︎

  2. Nederlands Helsinki Comité, december 2025 ‘Monitoring Action for Civic Space Landenrapport, 2025: Nederland’ (Netherlands-MACS-Country-Report-2025-Dutch.pdf).↩︎

  3. Kamerstuk 36180, nr. 183.↩︎