Antwoord op vragen van het lid Diederik van Dijk over de terugroepactie van babyvoeding door Danone
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D10561, datum: 2026-03-09, bijgewerkt: 2026-03-10 09:09, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (ah-tk-20252026-1253).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z03089:
- Gericht aan: J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 | Aanhangsel van de Handelingen |
| Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden |
1253
Vragen van het lid Diederik van Dijk (SGP) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de terugroepactie van babyvoeding door Danone (ingezonden 12 februari 2026).
Antwoord van Minister Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 9 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Danone roept al deze baby- en kindervoeding terug in Nederland»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Is er een indicatie dat in Nederland baby’s overleden zijn door de aanwezigheid van de giftige stof cereulide in melk? Bent u bereid de Kamer te informeren als hiervan sprake blijkt te zijn?
Antwoord 2
Op dit moment is er geen indicatie dat in Nederland baby’s zijn overleden door de aanwezigheid van cereulide in baby- en/of kindervoeding. Mocht dat onverhoopt wel gebeuren, dan zal ik de Kamer daarover informeren.
Vraag 3
Kunt u, na afronding van het lopende NVWA-onderzoek, aangeven of Danone tijdig de publiekswaarschuwing heeft geplaatst?2
Antwoord 3
Na het afronden van het NVWA-onderzoek – waarbij ook wordt gekeken naar tijdigheid van waarschuwen – publiceert de NVWA het proces en de geaggregeerde resultaten op de website. In het kader van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) kan ik over individuele bedrijven geen specifieke bedrijfsinformatie verschaffen.
Vraag 4
In hoeverre zijn verkooppunten van baby- en opvolgmelk wettelijk verplicht om klanten te compenseren bij een terugroepactie, bijvoorbeeld door vervanging met een veilig product of terugbetaling van het aankoopbedrag?
Antwoord 4
Allereerst zijn bedrijven zelf verantwoordelijk voor de productie van veilige en betrouwbare voedingsmiddelen. Consumenten die babymelk kopen mogen dus verwachten dat zij een veilig product krijgen. Als dat niet zo is, hebben zij op grond van de wettelijke garantieregels recht op vervanging door een veilig product of terugbetaling van het aankoopbedrag binnen een redelijke termijn. Verkopers van baby- en opvolgmelk die onderdeel uitmaken van de terugroepactie zijn hiervoor wettelijk verantwoordelijk.
Vraag 5
Klopt de suggestie dat Nederland later in actie is gekomen dan autoriteiten in andere landen? Hanteert de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) andere criteria voor het terugroepen van babyvoeding dan toezichthoudende agentschappen elders in de EU?
Antwoord 5
De NVWA heeft direct gereageerd op meldingen van Nestlé. Begin december 2025 werd de eerste verontreiniging gemeld bij de NVWA. De oorzaak leek een enkele verontreinigde productielijn bij de productielocatie van Nestlé in Nederland te zijn. De producten van deze lijn waren wel in Nederland geproduceerd, maar niet in Nederland verkocht. In landen waar de producten verkocht zijn, is onmiddellijk een veiligheidswaarschuwing afgegeven. Op 5 januari jl. meldde Nestlé dat uit de oorzaakanalyse bleek dat niet de productielijn, maar een verontreinigde grondstof de oorzaak leek te zijn. Daarop is de terugroepactie uitgebreid naar andere producten vanuit de productielocatie in Nederland als ook vanuit Nestlé productielocaties in andere lidstaten. Een tweetal van die producten bleken wel in Nederland te zijn verkocht en dus heeft de NVWA op 5 januari een veiligheidswaarschuwing geplaatst.
Tot 2 februari 2026 was binnen de EU geen geharmoniseerde grenswaarde voor cereulide in zuigelingenvoeding. De NVWA gebruikte tot die datum een grenswaarde die het RIVM in 2013 had geadviseerd: 0,03 microgram cereulide per kilogram lichaamsgewicht. Op 2 februari heeft de European Food Safety Authority (EFSA) een grenswaarde van 0.014 microgram cereulide per kilogram lichaamsgewicht geadviseerd. Die grenswaarde is vanaf dat moment door alle toezichthoudende agentschappen in de EU (en dus ook de NVWA) overgenomen.
Hart van Nederland, 6 februari 2026, «Danone roept al deze baby- en kindervoeding terug in Nederland», Danone roept al deze baby- en kindervoeding terug in Nederland | Hart van Nederland.↩︎
Telegraaf, 9 februari 2026, «Kinderdagverblijven en ouders worstelen met Nutrilon-schandaal: «Waarom zo laat met waarschuwen?»», Ouders geven zelf voeding mee Kinderdagverblijven en ouders worstelen met Nutrilon-schandaal: «Waarom zo laat met waarschuwen?» | De Telegraaf.↩︎