[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Memorie van toelichting

Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Memorie van toelichting

Nummer: 2026D10581, datum: 2026-04-02, bijgewerkt: 2026-04-02 12:44, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36915 VIII-2 Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota).

Onderdeel van zaak 2026Z04507:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2025–2026

36 915 VIII

Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar

2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

INHOUDSOPGAVE

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL 1

B. BEGROTINGSTOELICHTING 3

  1. Leeswijzer 3

  2. Het beleid 4

  3. De beleidsartikelen 17

  4. De niet-beleidsartikelen 58

5 Agentschappen 61

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2026 wijzigingen aan te brengen in:

  1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  2. de begrotingsstaat inzake het agentschap DUO van dit ministerie.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Rianne Letschert

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 Leeswijzer

In deze Eerste Suppletoire Begroting van OCW zijn de effecten van besluiten van het kabinet over de Voorjaarsnota verwerkt. Deze suppletoire wet moet dan ook in samenhang worden bezien met de Voorjaarsnota. Allereerst is de begrotingsstaat voor de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten voor de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap opgenomen. Hierin wordt inzicht gegeven in de financiële wijzigingen die op (beleids)artikelniveau worden voorgesteld in de begroting voor het jaar 2026.

Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een algemeen deel en een artikelsgewijs deel. Het algemeen deel bevat de belangrijkste suppletoire mutaties op de OCW-begroting (paragraaf 2.1). Vervolgens wordt per beleidsartikel een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting (paragraaf 3). Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

Omvang begrotingsartikel Beleidsmatige mutaties Technische mutaties

(stand ontwerpbegroting in € miljoen) (ondergrens in € miljoen) (ondergrens in € miljoen)

< 50 1 2

=> 50 en < 200 2 4

=> 200 < 1000 5 10

=> 1000 10 20

De toelichtingen op de uitgaven gelden ook voor de verplichtingen. Alleen indien er sprake is van een groot verschil van de verplichtingenmutaties ten opzichte van de uitgavenmutaties, wordt dit verschil apart toegelicht. Deze verschillen ontstaan bijvoorbeeld doordat er verplichtingen zijn aangegaan die niet tot een uitgavenmutatie leiden (zoals het aangaan van garantieverplichtingen in het kader van schatkistbankieren) of door regelingen waarvoor de verplichtingen dit jaar worden aangegaan terwijl de uitgaven pas volgend jaar (of in de jaren daarna) plaatsvinden.

2 Het beleid

2.1 Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties

Tabel 1 Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)

Artikelnr. Uitgaven 2026 Uitgaven 2027 Uitgaven 2028 Uitgaven 2029 Uitgaven 2030 Uitgaven 2031
Stand begroting 2026 57.033.064 59.293.119 57.237.296 56.875.755 56.584.404
Mutaties coalitieakkoord

61 Efficiencytaakstelling

95

0

‒ 5.743

‒ 11.311

‒ 18.258

‒ 25.400

‒ 25.400

62 Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

95

0

0

0

‒ 27.175

‒ 67.652

‒ 67.652

63 Subsidietaakstelling

diverse

0

‒ 18.850

‒ 18.850

‒ 18.850

‒ 18.850

‒ 18.850

Belangrijkste suppletoire mutaties

1 Saldo mee- en tegenvallers

diverse

119.495

60.217

66.132

24.569

41.683

14.897

- Referentieraming

diverse

17.699

16.421

2.894

‒ 9.664

‒ 16.541

‒ 47.056

- Studiefinancieringsraming

11, 12, 13

88.092

22.203

24.602

8.842

28.740

40.188

- Raming nieuwkomersbekostiging

1, 3

‒ 6.847

‒ 20.817

‒ 23.053

‒ 22.015

‒ 24.956

‒ 22.779

- Correctie raming nieuwkomersbekostiging

3

28.090

27.530

27.122

26.801

26.453

26.453

- Oplossen onrechtmatigheid nieuwkomersbekostiging

1

0

1.800

14.600

14.600

14.600

14.600

- CUB herzieningen

11

5.511

7.390

15.400

818

0

0

- Overig saldo

diverse

‒ 13.050

5.690

4.567

5.187

13.387

3.491

2 Saldo in- en extensiveringen

diverse

‒ 8.708

‒ 9.320

10.000

‒ 25.529

‒ 41.634

‒ 33.693

- CUB schadevergoedingen*

11

10.081

23.862

23.862

15.962

5.800

0

- Basisvaardigheden mbo*

4

0

25.000

25.000

25.000

25.000

0

- Krimp mbo*

4

0

0

34.000

0

0

0

- Opgavegerichte aanvullende middelen mbo

4

0

0

0

0

0

18.948

- Bekostiging hbo

6

795

3.989

1.000

1.000

3.116

15.315

- Implementatie richtlijn GTV

25

2.000

15.123

14.373

14.373

14.373

13.373

- Implementatie Nieuwe Archiefwet

14

3.825

8.323

8.323

7.323

7.323

7.323

- Schoolmaaltijden

1, 3

0

19.064

0

0

0

0

- Overige intensiveringen

diverse

10.348

27.112

38.051

43.153

36.021

35.819

- Loon- en prijsbijstelling funderend onderwijs

1, 3

0

‒ 25.041

‒ 40.433

‒ 36.934

‒ 40.524

‒ 38.084

- Regeling doorstroom beroepskolom (VABOK)

4

‒ 2.520

‒ 36.447

‒ 34.732

‒ 34.732

‒ 37.372

‒ 38.372

- Praktijkgerichte havo

3

0

‒ 7.704

‒ 7.209

‒ 11.716

‒ 13.087

‒ 13.030

- Brugfunctionaris

1, 3

0

‒ 19.064

0

0

0

0

- Overige extensiveringen

diverse

‒ 33.237

‒ 43.537

‒ 52.235

‒ 48.958

‒ 42.284

‒ 34.985

3 Overheveling van Aanvullende post

11

7.380

743

945

1.013

1.013

0

- Herijking OV-contract

11

540

743

945

1.013

1.013

0

- Invoering studiebeurs

11

6.840

0

0

0

0

0

4 Eindejaarsmarge (EJM)

diverse

358.870

- Inzet EJM voor openstaande verplichtingen en overlopende posten

diverse

77.980

- Inzet EJM voor praktijkleren 2026

4

21.086

- Inzet EJM voor de bijdrage van OCW aan het besparingsverlies op de banenafspraak SZW

SZW

9.431

- Inzet EJM voor Einstein Telescope Boringen

16

9.050

- Inzet EJM voor tijdelijke voorziening CABR

14

4.146

- Inzet EJM voor vaste kosten DUS-I

diverse

3.221

- Inzet EJM voor overige tegenvallers OCW ramingen en werkvelden

diverse

233.956

5 Saldo loon- en prijsbijstelling toebedeeld

diverse

1.959.759

2.020.292

1.867.827

1.858.933

1.848.059

1.825.959

- Loonbijstelling toebedeeld

diverse

1.664.012

1.669.901

1.652.450

1.648.314

1.638.681

1.632.893

- Prijsbijstelling toebedeeld (na korting prijsbijstelling)

diverse

295.263

350.282

215.377

210.619

209.378

193.066

- HGIS indexatie non-ODA

diverse

484

109

6 Nationaal Groeifonds

diverse

87.103

4.948

15.068

15.181

4.193

‒ 20

- Eindejaarsmarge Nationaal Groeifonds

diverse

88.468

0

0

0

0

0

- Overheveling middelen Open Leermateriaal

1, 95

3.862

11.906

11.443

6.491

4.303

0

- Kasschuiven Nationaal Groeifonds

diverse

‒ 5.227

‒ 6.958

3.625

8.690

‒ 110

‒ 20

7 Kasschuiven (excl. NGF)

diverse

918.288

‒ 1.010.571

59.653

18.645

22.183

‒ 8.198

8 Niet kaderrelevante mutaties

11, 12

‒ 227.252

‒ 172.672

‒ 156.757

‒ 161.439

‒ 178.980

‒ 193.736

9 Extrapolatie

diverse

0

0

0

0

0

56.436.944

10 Desalderingen

4, 14, 15

3.045

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

11 Overboekingen met andere departementen

diverse

‒ 2.051

6.467

8.500

10.064

6.714

186

Stand Eerste suppletoire begroting 2026

Totaal

60.015.037

60.170.130

59.080.003

58.554.409

58.177.233

57.931.937

* Voor deze mutatie ontvangt uw Kamer een onderbouwing conform de werkwijze Beleidskeuzes uitgelegd (CW 3.1.)

Toelichting belangrijkste uitgavenmutaties

Mutaties coalitieakkoord

Uitwerking coalitieakkoord

In de Eerste suppletoire begroting van het Ministerie van OCW zijn de generieke taakstellingen uit het coalitieakkoord ‘Aan de slag’ verwerkt. Dit geldt zowel voor de concrete invulling van de subsidietaakstelling als de apparaatstaakstellingen. Voor de apparaatstaakstelling zijn de taakstellingen op de efficiency (61) en vernieuwing rijksdienst (62) voorlopig verwerkt op artikel 95. De concrete invulling van de apparaatstaakstellingen vindt op een later moment plaats, ook in samenhang met de invulling bij andere departementen. De middelen voor de intensiveringen op onderwijs en media uit het coalitieakkoord staan gereserveerd op de Aanvullende Post van het Ministerie van Financiën.

Invulling subsidietaakstelling (CA maatregel 63)

In het coalitieakkoord is besloten tot een rijksbrede taakstelling op subsidies van structureel € 189 miljoen vanaf 2027. Voor het Ministerie van OCW bedraagt het aandeel in de subsidietaakstelling structureel € 18,9 miljoen vanaf 2027. De invulling van de subsidietaakstelling is door OCW verwerkt in de Eerste suppletoire begroting 2026. In de onderstaande tabel (tabel 2) wordt de budgettaire verdeling van de subsidietaakstelling per artikel weergeven. De concrete invulling van de subsidietaakstelling wordt toegelicht in deze suppletoire begroting bij het desbetreffende artikel.

Tabel 2 Invulling subsidietaakstelling per artikel (bedragen x € 1.000)

Art. Omschrijving 2026 2027

2028

2029

2030

2031

1 Primair onderwijs

0 ‒ 8.132

‒ 7.687

‒ 6.737

‒ 6.737

‒ 7.237

3 Voortgezet onderwijs

0 ‒ 32

‒ 87

‒ 1.037

‒ 1.037

‒ 1.537

4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

0 ‒ 6.438

‒ 4.828

‒ 4.828

‒ 4.828

‒ 3.828

7 Wetenschappelijk onderwijs

0 ‒ 2.599

‒ 2.599

‒ 2.011

‒ 2.011

‒ 1.500

8 Internationaal beleid

0 ‒ 10

‒ 10

‒ 10

‒ 10

‒ 10

9 Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

0 0

‒ 2000

‒ 2000

‒ 2000

‒ 2000

14 Cultuur

0 ‒ 524

‒ 524

‒ 524

‒ 524

‒ 524

15 Media

0 ‒ 443

‒ 443

‒ 443

‒ 443

‒ 443

16 Onderzoek en wetenschapsbeleid

0 ‒ 664

‒ 664

‒ 1.252

‒ 1.252

‒ 1.763

25 Emancipatie

0 ‒ 8 ‒ 8 ‒ 8

‒ 8

‒ 8

Totaal

0 ‒ 18.850 ‒ 18.850 ‒ 18.850 ‒ 18.850

‒ 18.850

Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties

1. Saldo mee- en tegenvallers

  • De ramingen op de OCW-begroting, te weten de referentieraming, de raming van de studiefinanciering (hierna sf-raming) en de raming voor nieuwkomers in het funderend onderwijs zijn accuraat en kennen dit jaar kleine bijstellingen. In 2026 is er een per saldo tegenvaller van € 98,9 miljoen op de uitgaven. Deze tegenvaller wordt grotendeels veroorzaakt door een tegenvaller op de sf-raming van € 88,1 miljoen. De tegenvaller op de sf-raming wordt in de eerste twee jaar veroorzaakt doordat er meer omzettingen naar giften zijn (en in de latere jaren door meer kwijtscheldingen van studieleningen en minder lesgeldontvangsten).

  • De tegenvaller op de ramingen neemt af in de jaren 2027 en 2028 en slaat vanaf 2029 om in een meevaller, van uiteindelijk structureel € 29,6 miljoen. De meevaller komt doordat er de komende jaren iets minder leerlingen en studenten in het bekostigd onderwijs instromen dan vorig jaar was geraamd. Dit is ook de prognose voor het nieuwkomersonderwijs.

Tabel 3 Leerlingen- en studentenontwikkeling (bedragen x € 1.000)

Art. Omschrijving

2026

2027

2028

2029

2030

2031

1 Primair onderwijs

5.028

1.381

‒ 16.287 ‒ 34.863

‒ 51.422

‒ 56.766

3 Voortgezet onderwijs

12.005

4.163

‒ 7.690

‒ 14.154

‒ 13.305

‒ 13.188

4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

666

‒ 4.047

‒ 6.877

‒ 10.475

‒ 12.210

‒ 12.924

6 Hoger beroepsonderwijs*

19.091

36.877

51.612

61.124

56.273

7 Wetenschappelijk onderwijs*

‒ 4.167

‒ 3.129

‒ 1.784

‒ 728

‒ 20.451

Totaal

17.699

16.421

2.894

‒ 9.664

‒ 16.541

‒ 47.056

* Dit betreft alleen Nederlandse studenten.

  • Daarnaast is het aantal internationale (EER-)studenten gedaald. In de referentieraming 2026 is het aantal niet-Nederlandse EER-studenten lager dan in de referentieraming 2025. Het budget voor het hbo en wo is vanaf 2026 reeds verlaagd vanwege de bezuiniging door het kabinet Schoof ter vermindering van het aantal internationale studenten in de Ontwerpbegroting 2025. De daling van het aantal niet-Nederlandse EER-studenten die volgt uit de referentieraming 2026, is verrekend met de reeds ingeboekte bezuiniging vanaf 2026. Na deze verrekening resteert nog een bezuinigingsopgave van € 24,9 miljoen in 2027 oplopend tot

€ 42,5 miljoen in 2029. In 2030 resteert een bezuinigingsopgave van € 0,4 miljoen voor het hbo, vanaf 2031 is de bezuinigingsopgave voor zowel het hbo als het wo volledig gerealiseerd (zie onderstaande tabel 4). De meerjarige verdeling van de bezuiniging over het hbo en wo wordt budgettair verwerkt in de Ontwerpbegroting 2027. Omdat er in 2027 nog een bezuiniging van € 24,9 miljoen resulteert, leidt dit tot een verlaging van de onderwijsuitgaven per student voor 2027. De resterende bezuiniging vanaf 2028 kan nog verder worden ingevuld als bij de volgende referentieraming een verdere daling van het aantal niet-Nederlandse EER-studenten blijkt. De middelen voor de intensiveringen op onderwijs uit het coalitieakkoord ‘Aan de slag’ worden verwerkt na verdere uitwerking.

  • In 2031 resulteert de geraamde daling van het aantal internationale (EER-)studenten in het hbo en het wo in een grotere budgettaire verlaging dan de bezuiniging uit het hoofdlijnenakkoord van het kabinet Schoof en is sprake van een reguliere meevaller van € 28,9 miljoen.

Tabel 4 Taakstelling internationale studenten (extracomptabel) (bedragen x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand taakstelling voorafgaand aan Voorjaarsnota (incl.

amendement Bontenbal c.s.)

5.987

36.613

63.064

68.252

31.150

5.800
Gerealiseerde verlaging EER-studenten (hbo + wo) RR 2026

0

‒ 11.668 ‒ 19.149 ‒ 25.707 ‒ 30.781 ‒ 34.352
Resterende taakstelling na Voorjaarsnota 2026 5.987

24.945

43.915

42.545

369

0
  • Correctie raming nieuwkomersbekostiging: het structurele tekort dat is ontstaan door een fout in de doorrekening van de nieuwkomersraming bij de Voorjaarsnota 2023 wordt rechtgezet.

  • Oplossen onrechtmatigheid nieuwkomersbekostiging: Bij Voorjaarsnota 2025 zijn reeds middelen toegevoegd om de bedragen voor nieuwkomers en asielzoekers in het primair onderwijs deels gelijk te trekken. Nu blijkt, op basis van extra beschikbare teldata, dat er aanvullend € 14,6 miljoen structureel nodig is om bedragen gedeeltelijk gelijk te trekken, zoals bedoeld in de maatregel in de Voorjaarsnota 2025.

  • Controle Uitwonendenbeurs (CUB) herzieningen: Er vindt een tegenvaller plaats op de herzieningen van alle besluiten naar aanleiding van de controles op de uitwonendenbeurs in het kader van de herstelopgave. De tegenvaller is ontstaan doordat er meer gedetailleerde informatie beschikbaar is over alle dossiers die herzien moeten worden en doordat besluiten die zijn genomen tijdens de pilotfase ook herzien dienen te worden. Er is namelijk geen juridisch relevant verschil tussen de pilotfase en de periode 2012-2023.

  • In het overig saldo vinden diverse kleinere mee- en tegenvallers plaats verdeeld over de OCW-begroting.

2. Saldo in- en extensiveringen

Binnen de OCW-begroting wordt een aantal noodzakelijke beleidsmatige intensiveringen gedaan, maar ook extensiveringen om de tegenvallers en de intensiveringen op de OCW-begroting te dekken. In de tabel hieronder (tabel 5) staat per artikel een weergave van het saldo van de intensiveringen en extensiveringen. Hieruit blijkt dat er meer geëxtensiveerd dan geïntensiveerd wordt. Deze extensiveringen worden ingezet ter dekking van per saldo tegenvallers op de OCW-begroting (zie saldo mee- en tegenvallers). Deze middelen blijven dus binnen de OCW-begroting.

Tabel 5 Saldo in- en extensiveringen per artikel (bedragen x € 1.000)

Art. Omschrijving

2026

2027

2028

2029

2030

2031

1 Primair onderwijs

‒ 450

‒ 12.529

‒ 15.029 ‒ 12.386 ‒ 14.347

‒ 12.863

3 Voortgezet onderwijs

1.850

‒ 12.811

‒ 11.929

‒ 9.997

‒ 11.790

‒ 10.566

4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

‒ 3.737 ‒ 23.575

13.386

‒ 19.507

‒ 19.759

‒ 19.424

6 Hoger beroepsonderwijs

‒ 441

486

‒ 2.685

‒ 1.967

714

11.315

7 Wetenschappelijk onderwijs

‒ 2.460

‒ 12.158

‒ 10.803

‒ 10.420

‒ 7.904

‒ 7.356

8 Internationaal beleid

0

0

0

0

0

0

11 Studiefinanciering

‒ 8.920

23.862

0

0

0

0

14 Cultuur

1.550

4.850

3.850

3.850

3.850

3.850

15 Media

0

0

0

0

0

0

16 Onderzoek en wetenschapsbeleid

‒ 2.318

‒ 3.765

‒ 3.201

‒ 3.217

‒ 2.841

‒ 2.292

25 Emancipatie

1.840

22.178

21.383

21.383

13.873

12.873

91 Nog onverdeeld

0

0

‒ 11.628

‒ 11.628

‒ 11.628

‒ 11.628

95 Apparaat Kerndepartement

4.378

4.142

2.794

2.398

2.398

2.398

Saldo in- en extensiveringen

‒ 8.708

‒ 9.320

‒ 13.862

‒ 41.491

‒ 47.434

‒ 33.693

Inzet extensiveringen voor het dekken van tegenvallers op de OCW-begroting (geheel blijft binnen de OCW-begroting)

8.708

9.320

13.862

41.491

47.434

33.693

Per saldo extensiveringen na inzet tegenvallers OCW

0

0

0

0

0

0

Hieronder worden enkele grote in- en extensiveringen nader toegelicht:

Intensiveringen

  • Er wordt in totaal € 79,6 miljoen gereserveerd, verspreid over de jaren 2026 t/m 2030, voor de afhandeling van schade als gevolg van de indirecte discriminatie bij de controles op de uitwonendenbeurs. De Tweede Kamer zal op korte termijn via een brief worden geïnformeerd over de vormgeving deze schadeafhandeling.

  • Naast het Masterplan basisvaardigheden in het funderend onderwijs wordt in het mbo cumulatief € 100 miljoen beschikbaar gesteld voor basisvaardigheden in de jaren 2027 t/m 2030. Recente voortgangscijfers laten zien dat de beheersing van taal- en rekenvaardigheden onder druk staat en dat gerichte versterking nodig is. Gezien deze zorgwekkende trend is het noodzakelijk dat de financiële investeringen van de afgelopen jaren worden voortgezet. Hiermee wordt gewerkt aan het wegwerken van taal- en rekenachterstanden en wordt gericht geïnvesteerd in extra begeleiding voor studenten die dat nodig hebben. Hiervoor wordt de regeling Doorstroom beroepskolom (VABOK) per 2027 stopgezet.

  • Krimp mbo: de Regeling aanvullende middelen studentendaling in het mbo voor de periode 2025-2027 wordt verlengd voor het jaar 2028 met een intensivering van € 34,0 miljoen vanwege de transitiefase naar de herziening van de mbo-bekostiging vanaf 2029. De dekking komt uit een extensivering op de regeling doorstroomberoepskolom (VABOK).

  • De bekostiging hbo wordt opgehoogd (structureel € 15,3 miljoen) als gevolg van het beëindigen van de regeling Doorstroom beroepskolom. Inzet van deze middelen vindt plaats in de geest van de regeling en komt ten goede aan de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt.

  • Voor de implementatie van de richtlijn geweld tegen vrouwen (GTV) wordt er structureel € 13,4 miljoen beschikbaar gesteld. Op 14 mei 2024 is de Europese richtlijn ter bestrijding geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld in werking getreden. De richtlijn verplicht lidstaten om vanaf juni 2027 passende maatregelen te nemen om geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld te voorkomen door middel van een gelaagde preventieve lokale en nationale aanpak. De aanpak richt zich middels primaire en secundaire preventieve maatregelen op het doorbreken van schadelijke genderstereotyperingen en bevordering van gelijkwaardigheid (primair) en sociaalmaatschappelijke bewustwording (secundair).

  • Voor de implementatie van de nieuwe Archiefwet bij het Nationaal Archief (NA) wordt het budget verhoogd met structureel € 7,3 miljoen. Dit is nodig vanwege aanvullende eisen die zijn voortgekomen uit de wetsbehandeling in de Tweede Kamer, maar ook door de nadere invulling van de onderliggende regelgeving.

  • Het budget voor de regeling schoolmaaltijden wordt incidenteel in 2027 met € 19,1 miljoen verhoogd om de huidige zomer- en winterpakketten te continueren in 2027.

  • Overige intensiveringen zijn onder andere de gebruikersvergoeding voor de Europese School (€ 4,3 miljoen vanaf 2029 en € 5,1 miljoen structureel vanaf 2031) en een intensivering van € 22,9 miljoen incidenteel voor de Versterkte Aanpak lhbtiq+.

Extensiveringen

  • Loon- en prijsbijstelling funderend onderwijs: er wordt in 2031

€ 38,1 miljoen (€ 35,1 miljoen structureel) geëxtensiveerd op de loon- en prijsbijstelling in het funderend onderwijs ter dekking van problematiek binnen de OCW-begroting. Er wordt niet geëxtensiveerd op de loonbijstelling op de bekostiging.

  • Voor de CUB schadevergoedingen komt de dekking voor de jaren 2026 en 2027 (€ 33,9 miljoen) uit de prijsbijstelling op artikel 11 (Studiefinanciering) en de prijsbijstelling van de artikelen 4, 6, 7 en 16. Ook wordt een deel gedekt uit de eindejaarsmarge.

  • De regeling doorstroom beroepskolom (VABOK) wordt per 2027 stopgezet. Na verschillende taakstellingen en tijdelijke extensiveringen voor politieke prioriteiten blijven er onvoldoende middelen over om nog via dit instrument een significante maatschappelijke impact te kunnen maken. Deze extensivering dient als dekking voor versterking van basisvaardigheden in het mbo (€ 100 miljoen cumulatief). Ook wordt de regeling aanvullende studentendaling mbo verlengd naar 2028 met € 34,0 miljoen, wordt de bekostiging hbo opgehoogd (structureel € 15,3 miljoen), komt er vanaf 2031 structureel € 18,9 miljoen beschikbaar voor opgavegerichte aanvullende middelen mbo en wordt een deel van budget ingezet voor de implementatie van de richtlijn GTV en de Versterkte Aanpak lhbtiq+ (structureel € 4,1 miljoen). Het restant van het budget voor de regeling VABOK wordt ingezet als dekking voor de subsidietaakstelling uit het coalitieakkoord (€ 3,8 miljoen structureel).

  • Daarnaast wordt er voor de implementatie van de richtlijn GTV en de Versterkte Aanpak lhbtiq+ geëxtensiveerd op diverse budgetten, waaronder incidenteel in de jaren 2027 t/m 2030 op de bekostiging mbo (€ 33,7 miljoen), de bekostiging hbo (incidenteel € 3,2 miljoen in de jaren 2026 t/m 2030 en structureel € 2 miljoen), de bekostiging wo (incidenteel € 8 miljoen in de jaren 2026 t/m 2030 en structureel € 3,6 miljoen), het onderzoeksdeel van de bekostiging van het wo

(incidenteel € 26,2 miljoen in de jaren 2027 t/m 2030 en structureel

€ 2,7 miljoen), de bekostiging NWO (incidenteel € 5,7 miljoen in de jaren 2026 t/m 2030 en structureel € 0,5 miljoen) en het restant van de regeling Doorstroom beroepskolom (VABOK, € 4,1 miljoen).

  • Voor de implementatie van de nieuwe Archiefwet wordt het bedrag in 2026 incidenteel gedekt uit de loon- en prijsbijstelling van artikel 14.

Daarnaast wordt er geëxtensiveerd op het budget voor de (digitale) stelseltaken op basis van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (WSOB) van de Koninklijke Bibliotheek (€ 4,2 miljoen in 2027 en 2028 en € 3,2 miljoen vanaf 2029) en op de Woonhuisregeling, onderdeel van de monumentenzorg (€ 4,2 miljoen vanaf 2027).

  • Er wordt in totaal € 19,1 miljoen geëxtensiveerd op de regeling brugfunctionaris in het funderend onderwijs ten behoeve van de intensivering op schoolmaaltijden.

  • Vanaf begrotingsjaar 2027 wordt een deel van het budget voor de praktijkgerichte havo geëxtensiveerd als gevolg van de beleidskeuze om het praktijkgerichte vak op de havo niet verplicht te stellen voor alle havoleerlingen in de bovenbouw, maar facultatief aan te bieden. De extensivering bedraagt € 7,7 miljoen in 2027 en loopt op tot € 13,0 miljoen structureel.

  • Daarnaast vinden er verschillende overige extensiveringen plaats om de problematiek op de OCW-begroting te dekken.

Nieuw beleid

In de Eerste suppletoire begroting 2026 zit een aantal posten met nieuw beleid. Voor de posten in tabel 6 geldt dat de uitvoering van dit beleid start in 2026 en is het van belang dat op korte termijn begonnen kan worden met de uitvoering. Ook in de latere jaren zijn er enkele posten met nieuw beleid. Deze zijn niet opgenomen in de veronderstelling dat de beide Kamers de Eerste suppletoire begroting voor aanvang 2027 geaccordeerd hebben.

Tabel 6 Nieuw beleid in het lopende jaar (bedragen x € 1.000)

Uiterste datum autorisatie beide Kamers

Artikel

Beleidsmaatregel 2026 Uiterste datum Gevolgen bij vertraging

7 (Wetenschappelijk onderwijs)

CUB Schadevergoedingen 10.081

1-7-2026 Meer kans op procedures via de rechter en eventueel ook ingebrekestellingen en dwangsommen. Daarnaast is er minder synergie met het lopende herzieningenproces. Dit zorgt voor hogere kosten en is belastend voor de (oud-)student. Uw Kamer wordt hierover binnenkort in een aparte Kamerbrief geïnformeerd.

14 (Cultuur)

Implementatie van de gemoderniseerde Archiefwet

3.825

1-7-2026 Bij vertraging worden werkzaamheden bij het Nationaal Archief later gestart en bestaat er de kans op onderuitputting.

25 (Emancipatie)

Implementatie Richtlijn (EU) Geweld tegen Vrouwen

2.000

1-6-2026 De overgang van regeringscommissaris incl. Nationale actieprogramma aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld naar de nog aan te stellen

Nationale Coördinator (incl. het Nationaal Actieprogramma) staat onder druk bij te late autorisatie. De Nationale Coördinator kan niet aangesteld worden totdat deze middelen definitief zijn toegekend. Daarnaast kan de subsidieregeling mannenalliantie in 2026 niet uitgevoerd worden als de begroting niet voor 1 juni is vastgesteld.

25 (Emancipatie)

Versterkte Aanpak lhbtiq+-Veiligheid

340

1-6-2026 Projecten komen later in uitvoering. Risico op onderuitputting.

3. Overheveling aanvullende post

Op de Aanvullende Post bij het Ministerie van Financiën stonden nog middelen gereserveerd voor de herijking van het OV-contract voor het studentenreisproduct (totaal € 4,3 miljoen incidenteel) en de invoering van de studiebeurs (incidenteel € 6,8 miljoen). Deze middelen zijn niet langer nodig voor de beoogde doelen. In plaats daarvan worden de middelen overgeheveld en ingezet als dekking voor een deel van de tegenvaller op de herzieningsopgave controle uitwonendenbeurs.

4. Eindejaarsmarge

De totale onderuitputting (inclusief openstaande verplichtingen) in 2025 bedroeg € 358,9 miljoen. Dit bedrag wordt in 2026 weer toegevoegd aan de OCW-begroting. Hiervan wordt € 78,0 miljoen ingezet voor openstaande verplichtingen, waarvan een deel eerder is gemeld bij Tweede Suppletoire Begroting 2025 (Kamerstuk 36850-VIII, nr. 1) en in de brief ‘Beleidsmatige mutaties na Tweede Suppletoire Begroting 2025'. Dit budget is niet volledig tot besteding gekomen in 2025 en is nodig voor uitbetalingen in 2026 en verder. Daarnaast wordt de eindejaarsmarge ingezet voor enkele specifieke tegenvallers en intensiveringen:

  • € 21,1 miljoen wordt ingezet voor de regeling praktijkleren in 2026, dit vanwege de toename van het gebruik van praktijkleerplekken. De toename wordt grotendeels verklaard door een stijging van aantal het bbl-studenten. Met deze middelen kan de vergoeding per praktijkleerplek voor bedrijven op peil worden gehouden;

  • een bijdrage van het Ministerie van OCW aan het besparingsverlies op de Banenafspraak van het Ministerie van SZW (€ 9,4 miljoen);

  • € 9,1 miljoen voor de Einstein Telescope;

  • voor de tijdelijke voorziening voor de activiteiten in het kader van Oorlog voor de Rechter wordt € 4,1 miljoen beschikbaar gesteld om de afspraken

die zijn gemaakt over de openstelling van de oorlogsarchieven na te kunnen komen;

  • € 3,2 miljoen voor de gestegen vaste uitvoeringskosten die het Ministerie van OCW betaalt aan DUS-I.

Het resterende bedrag van € 234,0 miljoen is volledig ingezet om de tegenvallers op de OCW-begroting te dekken in de jaren 2026-2030.

5. Saldo loon- en prijsbijstelling tranche 2026 toebedeeld

Het kabinet keert loon- en prijsbijstelling (lpo) uit over de departementale begrotingen, ter compensatie van stijgende lonen en prijzen. In de Miljoenennota 2026 is besloten dat er bij Voorjaarsnota 2026 rijksbreed vanaf 2028 een korting op de prijsbijstelling tranche 2026 plaatsvindt ter dekking van rijksbrede problematiek. Van de prijsbijstelling van OCW wordt vanaf 2028 € 90 miljoen en vanaf 2031 structureel € 109 miljoen niet uitgekeerd aan OCW. De uitgekeerde lpo tranche 2026 bedraagt totaal structureel € 1,8 miljard. Dit bedrag bestaat uit loonbijstelling van € 1,6 miljard en prijsbijstelling van € 0,2 miljard vanaf 2031. In onderstaande tabel 7 is de verdeling van de loonbijstelling over de artikelen op de OCW-begroting te zien.

Tabel 7 Toebedeelde relevante loonontwikkeling tranche 2026 (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

2026

2027

2028

2029

2030

2031

1

Primair onderwijs

587.830

612.436

619.259

619.486

616.104

613.891

3

Voortgezet onderwijs

446.752

434.082

417.743

416.762

414.321

414.229

4

Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

192.119

193.810

192.022

191.664

191.152

189.865

6

Hoger beroepsonderwijs

144.038

137.917

135.292

134.722

134.346

133.716

7

Wetenschappelijk onderwijs

214.716

211.620

209.756

208.180

208.381

207.192

14

Cultuur

28.459

30.269

30.024

29.723

29.517

29.538

15

Media

1.329

1.230

652

638

595

590

16

Onderzoek en wetenschapsbeleid

43.933

43.515

43.073

42.662

39.833

39.194

25

Emancipatie

660

695

622

620

611

602

Overig

4.176

4.327

4.007

3.857

3.821

4.076

Totaal loonbijstelling tranche 2026

1.664.012 1.669.901 1.652.450 1.648.314 1.638.681 1.632.893

In onderstaande tabellen is te zien wat de hoogte van de prijsbijstelling is vóór de korting op de rijksbrede prijsbijstelling (= 100% prijsbijstelling, tabel 8) en de toebedeelde prijsbijstelling over de artikelen op de OCW-begroting na korting prijsbijstelling (tabel 9). Tabel 10 laat zien wat het effect is van de korting op de prijsbijstelling over de verschillende artikelen (= verschil vóór en na korting prijsbijstelling).

De korting van de prijsbijstelling betekent dat de OCW-begroting niet volledig wordt gecompenseerd voor gestegen prijzen. De facto betekent dit een bezuiniging voor de betreffende sectoren, omdat zij de prijsstijgingen zelf op moeten vangen met bestaand budget. De korting van de prijsbijstelling leidt tot aanpassing van de begroting die per artikel verschilt, omdat er bij de doorverdeling hiervan rekening is gehouden met een aantal specifieke omstandigheden. Allereerst is OCW wettelijk verplicht tot het uitkeren van prijsbijstelling op de bekostiging van het primair onderwijs, de studiefinanciering en de rijksbijdrage media. Na uitkering van het wettelijk verplichte deel van de prijsbijstelling resteert voor de rest van de begroting € 90,0 miljoen structureel vanaf 2031. Het resterende bedrag van € 90,0 miljoen wordt conform tabel 9 verdeeld op de OCW-begroting.

Tabel 8 Relevante prijsbijstelling tranche 2026 vóór rijksbrede korting op de prijsbijstelling (= 100% prijsbijstelling)

(bedragen x € 1.000)

Art. Omschrijving

2026

2027

2028

2029

2030

2031

1 Primair onderwijs

47.206

47.559

47.368

47.320

47.104

46.970

3 Voortgezet onderwijs

46.986

47.417

46.589

46.554

46.427

46.357

4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

36.689

37.070

36.749

36.683

36.588

36.351

6 Hoger beroepsonderwijs

24.899

23.832

23.376

23.291

23.238

23.105

7 Wetenschappelijk onderwijs

52.948

52.156

51.662

51.174

51.168

50.807

8 Internationaal beleid

388

387

380

379

378

378

9 Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

1.506

1.493

1.427

1.419

1.416

1.416

11 Studiefinanciering

21.440

80.534

38.078

36.958

36.657

36.963

12 Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

2.340

2.332

2.331

2.320

2.287

2.261

13 Lesgelden

167

171

168

167

169

168

14 Cultuur

17.295

17.594

17.598

17.706

17.623

17.486

15 Media

25.227

21.654

22.040

22.415

22.974

23.464

16 Onderzoek en wetenschapsbeleid

16.697

16.665

16.522

16.399

15.328

15.147

25 Emancipatie

156

165

155

154

152

148

91 Nog onverdeeld

0 0

60

60

60

60

95 Apparaat Kerndepartement

1.320

1.253

1.184

1.230

1.230

1.230

Totaal prijsbijstelling tranche 2026 vóór korting (= 100% prijsbijstelling)

295.263

350.282

305.685 304.227 302.798 302.311

Tabel 9 Toebedeelde relevante prijsbijstelling tranche 2026 na rijksbrede korting op de prijsbijstelling (bedragen x € 1.000)

Art. Omschrijving

2026

2027

2028

2029

2030

2031

1 Primair onderwijs

43.087

43.983

43.981

43.796

43.581

43.429

3 Voortgezet onderwijs

52.571

52.453

27.258

26.358

26.150

21.680

4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

35.769

36.120

18.860

18.152

17.999

14.785

6 Hoger beroepsonderwijs

24.282

23.247

12.013

11.548

11.462

9.413

7 Wetenschappelijk onderwijs

51.611

50.808

26.311

25.113

24.961

20.428

8 Internationaal beleid

388

387

202

195

194 162

9 Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

38

38

37 37 37 37

11 Studiefinanciering

21.440

80.534

38.078

36.958

36.657

36.963

12 Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

2.340

2.332

2.331

2.320

2.287

2.261

13 Lesgelden

167

171

168

167

169 168

14 Cultuur

17.295

17.594

11.195

10.982

10.894

9.651

15 Media

25.227

21.654

21.960

22.332

22.897

23.374

16 Onderzoek en wetenschapsbeleid

19.572

19.543

11.720

11.356

10.786

9.426

25 Emancipatie

156

165

79 75

74

59

91 Nog onverdeeld

0 0 0

0

0

0

95 Apparaat Kerndepartement

1.320

1.253

1.184

1.230

1.230

1.230

Totaal prijsbijstelling tranche 2026 toebedeeld (na korting)

295.263 350.282

215.377

210.619

209.378

193.066

Tabel 10 Verschil prijsbijstelling vóór en na korting prijsbijstelling (bedragen x € 1.000)

Art. Omschrijving

2026

2027

2028

2029

2030

2031

1 Primair onderwijs

‒ 4.119

‒ 3.576

‒ 3.387

‒ 3.524

‒ 3.523

‒ 3.541

3 Voortgezet onderwijs

5.585

5.036

‒ 19.331 ‒ 20.196 ‒ 20.277

‒ 24.677

4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

‒ 920

‒ 950

‒ 17.889

‒ 18.531

‒ 18.589

‒ 21.566

6 Hoger beroepsonderwijs

‒ 617

‒ 585

‒ 11.363

‒ 11.743

‒ 11.776

‒ 13.692

7 Wetenschappelijk onderwijs

‒ 1.337

‒ 1.348

‒ 25.351 ‒ 26.061 ‒ 26.207

‒ 30.379

8 Internationaal beleid

0 0

‒ 178

‒ 184

‒ 184

‒ 216

9 Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

‒ 1.468

‒ 1.455

‒ 1.390

‒ 1.382

‒ 1.379

‒ 1.379

11 Studiefinanciering

0 0 0

0

0

0

12 Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

0 0 0

0

0

0

13 Lesgelden

0 0 0

0

0

0

14 Cultuur

0 0

‒ 6.403

‒ 6.724

‒ 6.729

‒ 7.835

15 Media

0 0

‒ 80

‒ 83

‒ 77

‒ 90

16 Onderzoek en wetenschapsbeleid

2.875

2.878

‒ 4.802

‒ 5.043

‒ 4.542

‒ 5.721

25 Emancipatie

0 0

‒ 76

‒ 79

‒ 78

‒ 89

91 Nog onverdeeld

0 0

‒ 60

‒ 60

‒ 60

‒ 60

95 Apparaat Kerndepartement

0 0 0

0

0

0

Verschil prijsbijstelling tranche 2026 vóór en na korting (= taakstelling prijsbijstelling tranche 2026)

0 0 ‒ 90.308 ‒ 93.608 ‒ 93.420 ‒ 109.245

Naast de rijksbrede korting op de prijsbijstelling wordt er op verschillende artikelen loon- en prijsbijstelling van de tranche 2026 ingezet voor het dekken van tegenvallers en intensiveringen binnen de OCW-begroting. In onderstaande tabel 11 is per artikel uitgesplitst welk deel van de loon- en prijsbijstelling hiervoor wordt ingezet. Er wordt niet geëxtensiveerd op de loonbijstelling op de bekostiging.

Tabel 11 Extensiveringen loon- en prijsbijstelling per artikel t.b.v. dekking tegenvallers en intensiveringen op de OCW-begroting (bedragen x € 1.000)

Art. Omschrijving

2026

2027

2028

2029

2030

2031

1 Primair onderwijs

0

‒ 12.520

‒ 20.216

‒ 18.467

‒ 20.262

‒ 19.042

3 Voortgezet onderwijs

0

‒ 12.521

‒ 20.217

‒ 18.467

‒ 20.262

‒ 19.042

4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

‒ 1.172

‒ 1.198

0

0

0

0

6 Hoger beroepsonderwijs

‒ 794

‒ 768

0

0

0

0

7 Wetenschappelijk onderwijs

‒ 1.688

‒ 1.682

0

0

0

0

8 Internationaal beleid

0

0

0

0

0

0

9 Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

0

0

0

0

0

0

11 Studiefinanciering

‒ 19.001

0

0

0

0

0

12 Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

0

0

0

0

0

0

13 Lesgelden

0

0

0

0

0

0

14 Cultuur

‒ 3.825

0

0

0

0

0

15 Media

0

0

0

0

0

0

16 Onderzoek en wetenschapsbeleid

‒ 544

‒ 549

0

0

0

0

25 Emancipatie

0

0

0

0

0

0

91 Nog onverdeeld

0

0

0

0

0

0

95 Apparaat Kerndepartement

0

0

0

0

0

0

Totaal ingezette loon- en prijsbijstelling voor het dekken van tegenvallers en intensiveringen op de OCW-begroting

‒ 27.024

‒ 29.238 ‒ 40.433 ‒ 36.934 ‒ 40.524 ‒ 38.084

6. Nationaal Groeifonds

  • Voor diverse NGF-projecten geldt dat een deel van het beschikbare bedrag in 2025 niet in 2025 tot betaling is gekomen. Deze betalingen zijn doorgeschoven naar 2026, al dan niet met een openstaande verplichting. Er wordt in 2026 in totaal
    € 88,5 miljoen toegevoegd aan de OCW-begroting voor NGF, waaronder € 44,7 miljoen voor het project LLOkatalysator en € 22,2 miljoen voor het project Npuls.

  • Voor het NGF-project Open Leermateriaal is de onvoorwaardelijke toekenning
    (€ 38,0 miljoen) die is aangekondigd in de Kamerbrief (Kamerstuk 36800-L-8) toegevoegd aan de OCW begroting.

  • Er zijn meerdere kasschuiven verwerkt waarbij middelen voornamelijk naar latere jaren worden geschoven op NGF-projecten, van totaal € 5,3 miljoen uit 2025 en
    € 7,0 miljoen uit 2026 naar latere jaren.

7. Kasschuiven

Op de OCW-begroting worden diverse meerjarige kasschuiven doorgevoerd om de budgetten in overeenstemming te brengen met het verwachte bestedingsritme. De grootste kasschuif betreft een schuif van € 1,0 miljard op het budget van de reisvoorziening van de vervoersbedrijven. Hiermee wordt de betaling aan de vervoersbedrijven (gedeeltelijk) al aan het eind van het voorafgaande jaar in plaats van aan het begin van het betreffende jaar gedaan (in dit geval in 2026 in plaats van in 2027), zonder af te wijken van de afspraken met de vervoersbedrijven. Dit jaar is het verzoek voor de kasschuif door de vervoersbedrijven zelf ingediend.

8. Niet-kaderrelevante mutaties

De niet-kaderrelevante (NR) mutaties hebben betrekking op de studiefinanciering. Het betreft hier de tranche 2026 van de niet-kaderrelevante prijsbijstelling van € 117,4 miljoen in 2026 en € 113,2 miljoen structureel. Daarnaast is er een meevaller op de niet-kaderrelevante sf-raming van € 344,7 miljoen in 2026, aflopend naar € 307,0 miljoen structureel. Deze wordt voornamelijk veroorzaakt doordat voor alle niveaus het percentage van de studenten dat gebruik maakt van leningen is gedaald. Ook zijn er meer studenten thuiswonend dan geraamd. Thuiswonende studenten krijgen een lagere basisbeurs dan uitwonende studenten.

9. Extrapolatie

Dit betreft de verlenging van de begrotingshorizon naar het jaar 2031, hiermee wordt
€ 56,4 miljard toegevoegd in 2031.

10. Desalderingen

Dit betreft desalderingen van uitgaven en ontvangsten. Er wordt een aantal kleinere desalderingen gedaan, waaronder een desaldering van € 0,7 miljoen voor een projectsubsidie van het Fonds Podiumkunsten en een dotatie aan de Algemene Mediareserve van € 0,7 miljoen om aan te sluiten op de geactualiseerde Ster-raming.

11. Overboekingen met andere departementen

Dit saldo bestaat uit overboekingen met andere departementen en interne technische overboekingen.

Tabel 12 Belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)

Artikelnr. Ontvangsten 2026

Ontvangsten 2027

Ontvangsten 2028

Ontvangsten 2029

Ontvangsten 2030

Ontvangsten 2031

Vastgestelde begroting 2026

2.481.021

3.307.444

2.689.440

2.740.281

2.770.595

Belangrijkste suppletoire mutaties

1 Saldo mee- en tegenvallers

diverse

34.856

‒ 23.060

34.314

58.632

100.424

65.365
2 Niet kaderrelevante mutaties

11

‒ 3.122

58.658

‒ 4.436

‒ 424

1.432 7.855
3 Desalderingen

4, 14, 15

3.045

1.500

1.500

1.500

1.500 1.500
4 Extrapolatie

diverse

0

0

0

0

0

2.850.479

Stand Eerste suppletoire begroting 2026

Totaal 2.515.800 3.344.542

2.720.818

2.799.989

2.873.951

2.925.199

1. Saldo mee- en tegenvallers

Bij de ontvangsten vindt een meevaller plaats van € 34,9 miljoen in 2026. Dit wordt voor € 24,1 miljoen veroorzaakt door de sf-raming. De relevante renteontvangsten in 2026 zijn naar boven bijgesteld met € 31,9 miljoen, doordat de structurele rente hoger is en er een snellere ingroei is naar het structurele inkomstenniveau. Ook vindt er op de sf-raming een tegenvaller plaats van € 8,9 miljoen in 2026 op de lesgeldontvangsten. Dit wordt veroorzaakt door minder bol-studenten, een lagere prijsontwikkeling en een lager inningspercentage. Daarnaast is er een meevaller van € 10,8 miljoen op de ontvangsten van artikel 14 Cultuur. Door een technische fout is er in 2025 een ontvangst op de Subsidieregeling instandhouding monumenten ter hoogte van € 10,8 miljoen niet gerealiseerd. In 2025 leverde dit een tegenvaller op. Dit bedrag wordt nu alsnog ontvangen in 2026, waardoor er in 2026 een meevaller ontstaat.

2. Niet-kaderrelevante mutaties

De ontvangsten op de leningen worden in 2026 neerwaarts bijgesteld op basis van de realisatie 2025. In de latere jaren is er sprake van een meevaller, omdat oud-studenten meer aflossen dan noodzakelijk. In 2027 ontstaat een extra grote meevaller door de verrekening van de tegemoetkomingen met de uitstaande studieschulden.

3. Desalderingen

Dit betreft desalderingen van uitgaven en ontvangsten. Er wordt een aantal kleinere desalderingen gedaan, waaronder een desaldering van € 0,7 miljoen voor een projectsubsidie van het Fonds Podiumkunsten en een dotatie aan de Algemene Mediareserve van € 0,7 miljoen om aan te sluiten op de geactualiseerde Ster-raming.

4. Extrapolatie

Dit betreft de verlenging van de begrotingshorizon naar het jaar 2031, hiermee wordt € 2,9 miljard toegevoegd in 2031.

3 De beleidsartikelen

3.1 Beleidsartikel 1. Primair onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 13 Budgettaire gevolgen van beleid art. 1 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)

Ontwerp-begroting 2026 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie

2027

Mutatie

2028

Mutatie

2029

Mutatie

2030

Mutatie

2031

Verplichtingen

16.620.696

350

16.621.046 1.513.175 18.134.221

532.706

528.929

588.006

574.571

17.248.835
Uitgaven

16.665.482

350

16.665.832 634.937 17.300.769

629.854

624.507

606.524

581.345

17.248.835
Bekostiging

15.353.231

0

15.353.231 605.583 15.958.814

597.828

587.015

568.150

547.508

16.011.702
Bekostiging po-instellingen

15.318.907

0

15.318.907 606.404 15.925.311

599.204

597.708

578.669

557.943

15.658.471
Bekostiging Caribisch Nederland

34.324

0

34.324 -821 33.503

3.263

2.703

2.847

2.931

38.462
Aanvullende bekostiging

0

0

0 0 0

-12.000

-25.000

-25.000

-25.000

0
Basisvaardigheden

0

0

0 0 0

7.361

11.604

11.634

11.634

314.769
Subsidies (regelingen)

626.400

350

626.750 5.268 632.018

2.156

6.173

5.802

1.579

506.384
Onderwijsvoorziening Jonggehandicapten

35.627

0

35.627 1.242 36.869

1.278

1.374

1.374

1.374

37.176
Nederlands onderwijs buitenland

14.328

0

14.328 -450 13.878

-1.700

-1.700

-1.700

-1.700

12.628
Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs

18.049

0

18.049 0 18.049

0

0

0

0

17.549
School en omgeving

166.690

0

166.690 396 167.086

396

396

0

0

209.984
Basisvaardigheden

164.292

0

164.292 0 164.292

0

0

0

0

21.350
NGF Open Leermateriaal

1.875

0

1.875 3.763 5.638

11.406

10.943

5.991

3.803

0
NGF Digitaal Onderwijs

3.750

0

3.750 101 3.851

0

65

65

65

2.907
Schoolmaaltijden

81.617

0

81.617 -267 81.350

10.862

-767

0

0

82.117
Brugfunctionaris PO

41.909

0

41.909 0 41.909

-14.954

0

0

0

42.467
Overige subsidies

98.263

350

98.613 483 99.096

-5.132

-4.138

72

-1.963

80.206
Opdrachten

17.027

0

17.027 226 17.253

-9

-9

-9

81

19.886
Opdrachten

17.027

0

17.027 226 17.253

-9

-9

-9

81

19.886
Bijdrage aan agentschappen

53.321

0

53.321 468 53.789

438

432

430

433

53.960
Dienst Uitvoering Onderwijs

53.321

0

53.321 468 53.789

438

432

430

433

53.960
Bijdrage aan ZBO's/RWT's

10.649

0

10.649 291 10.940

844

2.461

3.198

3.034

11.388
Stichting Vervangingsfonds en Participatiefonds

7.619

0

7.619 291 7.910

844

2.461

3.198

3.034

8.358
UWV

3.030

0

3.030 0 3.030

0

0

0

0

3.030
Bijdrage aan medeoverheden

604.854

0

604.854 23.101 627.955

28.048

27.886

28.404

28.161

630.022
Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid

579.600

0

579.600 23.272 602.872

22.951

22.789

24.321

24.078

623.343
Caribisch Nederland

20.769

0

20.769 1.314 22.083

5.097

5.097

4.083

4.083

2.194
Scholenprogramma Groningen

3.000

0

3.000 0 3.000

0

0

0

0

3.000
Overig

1.485

0

1.485 -1.485 0

0

0

0

0

1.485
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

0

0

0 0 0

549

549

549

549

15.493
Brede scholen

0

0

0 0 0

549

549

549

549

15.493
Ontvangsten

9.208

0

9.208

0

9.208

0 0 0 0

9.208

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Tabel 14 Budgetflexibiliteit*

2026

Juridisch verplicht

99,69%

Bestuurlijk gebonden

0,15%

Beleidsmatig gereserveerd

0,16%

Nog niet ingevuld/vrij te besteden

0,00%

* Voor de budgetflexibiliteit is als peildatum 8 juli 2026 gehanteerd (start zomerreces van de Eerste Kamer). Hierbij is rekening gehouden met het uitkeren van loon- en prijsbijstelling voor de werkvelden conform gebruikelijk werkwijze.

Van het totale budget voor artikel 1 is voor 2026 99,7 procent juridisch verplicht.

Toelichting Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 1,5 miljard verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de loon- en prijsbijstelling tranche 2026 ten behoeve van het bekostigingsjaar 2027 al wordt verplicht in het najaar van 2026. Zie het algemene deel voor een verdere toelichting op de loon- en prijsbijstelling. Daarnaast wordt voor schoolmaaltijden het verplichtingenbudget verhoogd met € 236,4 miljoen, omdat verplichtingen voor meerdere jaren worden aangegaan.

Uitgaven

De uitgaven worden met € 634,9 miljoen verhoogd. De toegekende loon- en prijsbijstelling wordt doorverdeeld naar de bekostiging in het primair onderwijs, enkele instellingssubsidies en de bijdrage aan agentschappen. De ZBO’s, RWT’s en medeoverheden ontvangen gedeeltelijk loon- en prijsbijstelling. Op het Gemeentelijk Onderwijsachterstanden budget wordt de loon- en prijsbijstelling volledig uitgekeerd. Er is geen loon- en prijsbijstelling doorverdeeld naar andere instrumenten op artikel 1.

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget voor het instrument bekostiging wordt in 2026 per saldo met € 605,6 miljoen verhoogd. De verhoging wordt grotendeels veroorzaakt door:

  • de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2026 van € 601,8 miljoen. De loon- en prijsbijstelling tranche 2026 wordt structureel toegevoegd aan het instrument bekostiging;

  • een verhoging van het aantal verwachte leerlingen in het primair onderwijs. Op het budget van 2026 resulteert deze aanpassing in een opwaartse bijstelling van € 4,6 miljoen voor Europees Nederland en een opwaartse bijstelling van € 0,4 miljoen voor Caribisch Nederland (CN). Vanaf 2028 daalt het aantal leerlingen.

Voor begrotingsjaar 2027 geldt dat er sprake is van:

structureel € 25,0 miljoen per jaar);

  • een toevoeging van middelen om de bedragen voor nieuwkomers en asielzoekers deels gelijk te trekken (€ 1,8 miljoen in 2027 en vanaf 2028 structureel € 14,6 miljoen per jaar);

  • een structurele toevoeging aan het bekostigingsbudget voor CN van € 3,2 miljoen per jaar n.a.v. het onderzoek naar de toereikendheid van de bekostiging van het primair- en voortgezet onderwijs op CN.

Subsidies

Invulling subsidietaakstelling coalitieakkoord

In het coalitieakkoord is een Rijksbrede taakstelling op subsidies aangekondigd. Zie het algemene deel voor een verdere toelichting op de invulling van de subsidietaakstelling. Voor artikel 1 van de OCW-begroting leidt dit tot:

  • een incidentele verlaging van € 2,4 miljoen in 2027 en € 1,9 miljoen in 2028 op het beschikbare budget voor de subsidieregeling meerurenmaatwerk. Deze middelen resteren, omdat niet voor het volledig beschikbare bedrag aanvragen zijn ingediend;

  • een structurele verlaging van € 1,7 miljoen in 2027 en verder op het beschikbare budget voor Nederlands Onderwijs in het Buitenland. Deze middelen zijn niet nodig om de aangevraagde instellingssubsidie toe te kennen;

  • een verlaging van € 4,0 miljoen in 2027, oplopend tot structureel € 5,5 miljoen op het beschikbare budget voor overige subsidies. Door de inzet van deze middelen voor de invulling van de subsidietaakstelling is er minder budgettaire ruimte voor de ontwikkeling van beleidsinitiatieven.

Amendement Stoffer en Rooderkerk
In het kader van het amendement van het lid Stoffer en Rooderkerk (Kamerstukken II 2025/26, 2026Z02694&did=2026D06052">36800 VIII, nr. 77) wordt het subsidiebudget met € 0,35 miljoen verhoogd ten behoeve van een subsidie voor het Nationaal Onderwijsmuseum.

Bijdrage aan medeoverheden

Het budget wordt per saldo met € 23,1 miljoen verhoogd. De verhoging wordt grotendeels veroorzaakt door:

  • de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2026 van € 23,3 miljoen voor het Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid;

  • een kasschuif van € 12,0 miljoen op het budget van onderwijshuisvesting in Caribisch Nederland, waarbij de middelen vanuit 2026 worden doorgeschoven naar 2027, 2028, 2029 en 2030 om aan te sluiten bij het aangepaste betaalritme wegens vertraagde uitvoering;

  • een ophoging van het budget voor onderwijshuisvesting in Caribisch Nederland met € 14,6 miljoen. Hiervan wordt € 8,0 miljoen verklaard doordat twee juridisch verplichte betalingen, die in 2025 plaats hadden moeten vinden, in 2026 alsnog worden gedaan. Daarnaast is € 6,6 miljoen het gevolg van vertraging in de uitvoering van de convenanten onderwijshuisvesting voor scholen in CN, zoals staat vermeld in de Kamerbrief over beleidsmatige mutaties na 2e Suppletoire Begroting 2025;

  • daarnaast wordt het budget voor onderwijshuisvesting op Caribisch Nederland in de jaren 2027 tot en met 2030 verhoogd met € 1,3 miljoen per jaar in verband met de stijgende bouwkosten. De dekking hiervoor komt van artikel 4.

Toelichting bijdrage OCW aan scholenprogramma Groningen

In 2016 is tussen het Ministerie van OCW, Nationaal Coördinator Groningen (NCG) en de betrokken schoolbesturen en gemeenten afgesproken dat in het Groningse aardbevingsgebied 101 scholen aardbevingsbestendig en toekomstbestendig worden gemaakt. Aan het scholenprogramma dragen de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) (€ 172,5 miljoen), de gemeenten en schoolbesturen (€ 44,5 miljoen), het Ministerie van EZ (€ 23,5 miljoen) en het Ministerie van OCW (€ 50,0 miljoen; waarvan € 3,0 miljoen per jaar tot en met 2034) bij.

Hieronder is een overzicht opgenomen waarin, conform artikel 17, tweede lid van de Financiële-verhoudingswet, de maximaal te ontvangen bedragen per gemeente zijn opgenomen. Voor de bijdrage aan de gemeenten voor het kalenderjaar 2026 zal dit (net als voor kalenderjaar 2025) als wettelijke grondslag gelden (artikel 4.23, derde lid, aanhef en onderdeel c, van de Algemene Wet Bestuursrecht).

Tabel 15 Maximaal te ontvangen bedragen per gemeente ten behoeve van scholenprogramma Groningen

Gemeente

Bedrag per jaar

Het Hogeland

417.520

Groningen

134.834

Midden-Groningen

896.924

Eemsdelta

1.550.722

Totaal

3.000.000

3.2 Beleidsartikel 3. Voortgezet onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 16 Budgettaire gevolgen van beleid art. 3 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)

Ontwerp-begroting 2026 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie

2027

Mutatie

2028

Mutatie

2029

Mutatie

2030

Mutatie

2031

Verplichtingen

12.074.165

0

12.074.165 905.560 12.979.725

292.185

338.212

435.035

430.561

12.199.412
Uitgaven

12.145.669

0

12.145.669 543.524 12.689.193

482.484

457.196

422.660

419.961

12.197.435
Bekostiging

11.277.139

0

11.277.139 524.187 11.801.326

470.125

420.499

408.833

404.767

11.572.665
Bekostiging vo-instellingen

11.237.251

0

11.237.251 525.176 11.762.427

464.768

412.488

401.026

397.144

11.343.662
Bekostiging Caribisch Nederland

28.114

0

28.114 -989 27.125

297

276

54

-130

28.331
Aanvullende regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding starters en thuiszitters

11.774

0

11.774 0 11.774

0

0

0

0

0
Basisvaardigheden

0

0

0 0 0

5.060

7.735

7.753

7.753

200.672
Subsidies (regelingen)

683.959

0

683.959 -5.911 678.048

29

25.130

-794

4.095

427.107
Stichting Kennisnet (basissubsidie) po, vo, mbo

27.851

0

27.851 2.870 30.721

551

511

736

652

13.479
Praktijkgerichte programma's

11.070

0

11.070 0 11.070

0

0

0

0

0
Basisvaardigheden

87.314

0

87.314 0 87.314

0

0

0

0

13.650
Maatschappelijke diensttijd

145.003

0

145.003 20.273 165.276

-3.730

-3.466

-6.539

-2.528

124.200
School en omgeving

111.771

0

111.771 0 111.771

0

0

0

0

132.880
NGF Ontwikkelkracht

25.028

0

25.028 6.600 31.628

-1.282

-2.880

0

0

0
Schoolmaaltijden

52.650

0

52.650 0 52.650

7.435

0

0

0

52.650
Brugfunctionaris VO

11.520

0

11.520 0 11.520

-4.110

0

0

0

12.163
NGF Techkwadraat

46.873

0

46.873 2.098 48.971

1.490

0

0

0

0
NGF Innovatieve onderwijs huisvesting

39.140

0

39.140 -14.499 24.641

-9.284

25.581

0

0

0
Overige subsidies

125.739

0

125.739 -23.253 102.486

8.959

5.384

5.009

5.971

78.085
Opdrachten

37.310

0

37.310 2.399 39.709

7.447

7.183

10.017

6.006

48.173
Opdrachten

33.681

0

33.681 2.779 36.460

3.717

3.717

3.478

3.478

48.173
MDT opdrachten

3.629

0

3.629 -380 3.249

3.730

3.466

6.539

2.528

0
Bijdrage aan agentschappen

86.453

0

86.453 4.208 90.661

1.131

1.122

1.117

1.123

87.947
Dienst Uitvoering Onderwijs

86.453

0

86.453 4.208 90.661

1.131

1.122

1.117

1.123

87.947
Bijdrage aan ZBO's/RWT's

60.450

0

60.450 18.641 79.091

3.752

3.262

3.487

3.970

61.185
College voor Toetsen en Examens

5.021

0

5.021 16.539 21.560

205

205

200

200

5.104
SLOA: Onderwijs ondersteunende instellingen

55.429

0

55.429 2.102 57.531

3.547

3.057

3.287

3.770

56.081
Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

358

0

358 0 358

0

0

0

0

358
GRAZ (ECML) en PISA

358

0

358 0 358

0

0

0

0

358
Ontvangsten

7.391

0

7.391 0 7.391

0

0

0

0

7.391

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Tabel 17 Budgetflexibiliteit*

2026

Juridisch verplicht

99,30%

Bestuurlijk gebonden

0,20%

Beleidsmatig gereserveerd

0,50%

Nog niet ingevuld/vrij te besteden

0,00%

* Voor de budgetflexibiliteit is als peildatum 8 juli 2026 gehanteerd (start zomerreces van de Eerste Kamer). Hierbij is rekening gehouden met het uitkeren van loon- en prijsbijstelling voor de werkvelden conform gebruikelijk werkwijze.

Van het totale budget voor artikel 3 (Voortgezet onderwijs) is voor 2026 99,3 procent juridisch verplicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 905,6 miljoen verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de loon- en prijsbijstelling tranche 2026 ten behoeve van het bekostigingsjaar 2027 al wordt verplicht in het najaar van 2026. Zie het algemene deel voor een verdere toelichting op de loon- en prijsbijstelling.

Uitgaven

De uitgaven worden met € 543,5 miljoen verhoogd. De toegekende loon- en prijsbijstelling wordt doorverdeeld naar de bekostiging in het voortgezet onderwijs, enkele instellingssubsidies en de bijdrage aan ZBO's/RWT's en agentschappen. Er is geen loon- en prijsbijstelling doorverdeeld naar andere instrumenten op artikel 3.

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget voor het instrument bekostiging wordt in 2026 per saldo met € 524,2 miljoen verhoogd. De verhoging wordt grotendeels veroorzaakt door:

  • de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2026 van € 493,2 miljoen. De ontvangen loon- en prijsbijstelling tranche 2026 wordt structureel toegevoegd aan het instrument bekostiging;

  • een tegenvaller op de nieuwkomersbekostiging van € 28,1 miljoen. De tegenvaller is ontstaan door een fout in de raming van de nieuwkomersbekostiging in 2023. De meerjarige tegenvaller om de hogere uitgaven voor nieuwkomers te dekken is destijds te laag ingeschat. Bij de Tweede suppletoire begroting 2025 van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Kamerstuk 36850-VIII) is de foutieve raming voor 2025 hersteld. Met de verhoging van het budget wordt de foutieve raming van de nieuwkomersbekostiging structureel gecorrigeerd;

  • een verhoging van het aantal verwachte leerlingen in het voortgezet onderwijs. Op het budget van 2026 resulteert dit in een opwaartse bijstelling van € 11,9 miljoen voor Europees Nederland en een opwaartse bijstelling van € 0,1 miljoen voor Caribisch Nederland. Vanaf 2028 daalt het aantal leerlingen.

Vanaf begrotingsjaar 2027 wordt een deel van het budget voor de praktijkgerichte havo geëxtensiveerd als gevolg van de beleidskeuze om het praktijkgerichte vak op de havo niet verplicht te stellen voor alle havoleerlingen in de bovenbouw, maar facultatief aan te bieden. De extensivering bedraagt € 7,7 miljoen in 2027 en loopt op tot € 13,0 miljoen structureel. Deze extensivering wordt benut om intensiveringen mogelijk te maken voor onder meer de gebruikersvergoeding van de Europese school Alkmaar (€ 4,3 miljoen vanaf 2029 en € 5,1 miljoen structureel vanaf 2031) en de toereikendheid van de bekostiging van scholen op Caribisch Nederland (€ 0,6 miljoen). Daarnaast wordt vanaf begrotingsjaar 2028 € 11,6 miljoen overgeheveld vanaf artikel 91 (nog onverdeeld) naar artikel 3 ten behoeve van de structurele bekostiging van praktijkgerichte programma’s in vmbo-tl.

Subsidies

Het budget voor het instrument subsidies wordt per saldo met € 5,9 miljoen verlaagd. Dit wordt grotendeels verklaard door:

  • een ophoging van het budget met € 20,7 miljoen voor openstaande verplichtingen op de hoofdsubsidieregeling van Maatschappelijke Diensttijd. Een deel van de betalingen was gepland in 2025, maar vindt plaats in 2026;

  • een kasschuif op de middelen voor het NGF-project Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting van € 17,3 miljoen in 2026 en € 8,8 miljoen in 2027. Deze middelen (totaal € 26,1 miljoen) worden doorgeschoven naar 2028 ter voorbereiding op de tweede tranche van het innovatieprogramma;

  • een kasschuif op het budget voor overige subsidies in verband met de implementatie van het vernieuwde curriculum van € 16,3 miljoen. Door de opdracht aan SLO om het aantal kerndoelen te verminderen zijn andere activiteiten van SLO uitgesteld. Middels deze kasschuif worden de middelen in het juiste ritme gezet, passend bij de aangepaste planning van deze activiteiten. In de aangepaste planning worden de middelen uit 2026 ingezet in de jaren 2027 tot en met 2030.

Invulling subsidietaakstelling coalitieakkoord

In het coalitieakkoord is een Rijksbrede taakstelling op subsidies aangekondigd. Zie het algemene deel voor een verdere toelichting over de subsidietaakstelling uit het coalitieakkoord. Voor artikel 3 van de OCW-begroting leidt dit tot een verlaging van € 0,032 miljoen in 2027, oplopend tot structureel € 1,5 miljoen op het beschikbare budget voor overige subsidies. Door de inzet van deze middelen voor de invulling van de subsidietaakstelling is er minder budgettaire ruimte voor de ontwikkeling van beleidsinitiatieven.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Het budget voor het instrument bijdrage aan ZBO’s/RWT’s wordt per saldo met € 18,6 miljoen verhoogd. Dit komt grotendeels door overboekingen van € 11,9 miljoen vanuit artikel 4 (Beroepsonderwijs en volwasseneducatie), € 4,1 miljoen vanuit artikel 3 (Voortgezet Onderwijs) en € 0,3 miljoen vanuit artikel 1 (Primair Onderwijs) ten behoeve van het werkprogramma van het College van Toetsen en Examens (CvTE).


3.3 Beleidsartikel 4. Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 18 Budgettaire gevolgen van beleid art. 4 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)

Ontwerp-begroting 2026 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie

2027

Mutatie

2028

Mutatie

2029

Mutatie

2030

Mutatie

2031

Verplichtingen

6.271.216

0

6.271.216 522.910 6.794.126

157.824

174.872

176.505

128.930

6.226.110
Uitgaven

6.136.933

0

6.136.933 235.499 6.372.432

194.525

213.028

178.851

170.929

6.227.415
Bekostiging

5.690.318

0

5.690.318 237.574 5.927.892

228.313

242.712

204.990

201.467

5.835.663
Bekostiging mbo-instellingen

4.660.610

0

4.660.610 201.782 4.862.392

214.154

196.180

192.143

191.317

4.862.445
Bekostiging Caribisch Nederland

13.438

0

13.438 98 13.536

1.021

1.045

1.203

1.215

15.625
Bekostiging vavo

95.370

0

95.370 3.583 98.953

3.473

3.473

3.473

3.473

98.953
Loopbaanoriëntatie

32.000

0

32.000 0 32.000

0

0

0

0

32.000
Kwaliteitsafspraken investeringsbudget

538.984

0

538.984 0 538.984

0

0

0

0

540.033
Opgavegericht aanvullende middelen

0

0

0 0 0

0

0

0

0

18.948
Regionaal Investeringsfonds

13.972

0

13.972 1.175 15.147

59

324

130

‒ 3.443

1.755
Regionaal Programma

43.763

0

43.763 0 43.763

0

0

0

1.516

45.279
Aanvullende bekostiging krimpregio's

30.000

0

30.000 0 30.000

0

34.000

0

0

0
Praktijkleren

262.181

0

262.181 30.936 293.117

9.606

7.690

8.041

7.389

220.625
Subsidies (regelingen)

90.797

0

90.797 3.183 93.980

‒ 44.411

‒ 41.687

‒ 39.413

‒ 41.948

34.543
LLO Collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterden (NGF)

18.000

0

18.000 6.174 24.174

‒ 1.883

‒ 3.883

0

0

0
Basisvaardigheden voor Volwassenen/Tel mee met Taal

8.189

0

8.189 ‒ 20 8.169

0

0

0

0

13.235
Loopbaanoriëntatie

1.407

0

1.407 0 1.407

‒ 717

0

0

0

0
Doorstroom beroepskolom

36.960

0

36.960 ‒ 2.520 34.440

‒ 41.580

‒ 39.060

‒ 39.060

‒ 42.200

0
Vakwedstrijden MBO

5.397

0

5.397 202 5.599

202

202

202

202

5.599
Overige subsidies

20.844

0

20.844 ‒ 653 20.191

‒ 433

1.054

‒ 555

50

15.709
Opdrachten

13.296

0

13.296 ‒ 740 12.556

2.756

1.468

903

522

8.268
Opdrachten

13.296

0

13.296 ‒ 740 12.556

2.756

1.468

903

522

8.268
Bijdrage aan agentschappen

29.493

0

29.493 2.493 31.986

1.522

1.524

1.523

1.524

31.554
Dienst Uitvoering Onderwijs

26.127

0

26.127 1.132 27.259

659

674

673

674

27.341
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

3.366

0

3.366 1.361 4.727

863

850

850

850

4.213
Bijdrage aan ZBO's/RWT's

102.329

0

102.329 ‒ 9.542 92.787

2.757

2.907

3.838

4.832

100.435
College voor Toetsen en Examens

11.805

0

11.805 ‒ 10.367 1.438

1.671

1.671

2.665

2.665

13.278
Wet SLOA

1.750

0

1.750 ‒ 1.750 0

‒ 1.750

‒ 1.750

‒ 1.750

‒ 1.750

274
SBB

82.181

0

82.181 2.328 84.509

2.589

2.739

2.676

3.670

80.043
NWO: NWO: NRO-Programma’s MBO

5.584

0

5.584 209 5.793

209

209

209

209

5.793
NCP NLQF

1.009

0

1.009 38 1.047

38

38

38

38

1.047
Bijdrage aan medeoverheden

210.700

0

210.700 2.531 213.231

3.588

6.104

7.010

4.532

216.952
RMC's

67.640

0

67.640 4.414 72.054

4.414

4.092

4.078

2.340

69.946
Educatie

85.082

0

85.082 3.187 88.269

3.174

2.942

2.932

2.931

87.597
Regionaal Programma

50.173

0

50.173 0 50.173

0

0

0

‒ 739

49.409
Masterplan Campus Groningen

7.805

0

7.805

‒ 5.070

2.735

‒ 4.000 ‒ 930 0 0

10.000

Ontvangsten

4.700

0

4.700

1.500

6.200

1.500 1.500 1.500 1.500

6.200

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Tabel 19 Budgetflexibiliteit*

2026

Juridisch verplicht

99,90%

Bestuurlijk gebonden

0,05%

Beleidsmatig gereserveerd

0,05%

Nog niet ingevuld/vrij te besteden

0,00%

* Voor de budgetflexibiliteit is als peildatum 8 juli 2026 gehanteerd (start zomerreces van de Eerste Kamer). Hierbij is rekening gehouden met het uitkeren van loon- en prijsbijstelling voor de werkvelden conform gebruikelijk werkwijze.

Van het totale budget voor artikel 4 is in 2026 99,9 procent juridisch verplicht.

Toelichting Verplichtingen

De verplichtingen worden in 2026 met € 522,9 miljoen verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties (€ 287,4 miljoen) wordt grotendeels veroorzaakt door de loon- en prijsbijstelling tranche 2026 op het instrument bekostiging, subsidies, bijdrage aan ZBO’s/RWT’s en bijdrage aan medeoverheden van circa € 218,1 miljoen. Deze loon- en prijsbijstelling tranche 2026 voor het jaar 2027 wordt in het najaar van 2026 verplicht.

Uitgaven

De uitgaven worden met € 235,5 miljoen verhoogd. De loonbijstelling tranche 2026 wordt volledig beschikbaar gesteld, maar de prijsbijstelling tranche 2026 wordt niet volledig uitgekeerd door een taakstelling (zie het algemene deel). Voor alle intensiveringen en extensiveringen zie voor nadere toelichting het algemene deel.

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget voor de bekostiging wordt in 2026 per saldo met € 237,6 miljoen verhoogd. Daarnaast zijn er ook meerjarig aanpassingen doorgevoerd op de bekostiging. De belangrijkste (meerjarige) wijzigingen op de bekostiging zijn de volgende:

  • de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2026, waardoor de bekostiging in 2026 met € 216,5 miljoen en structureel met

€ 194,3 miljoen wordt opgehoogd;

  • de bekostiging voor mbo-instellingen wordt in 2027 met € 5,0 miljoen verlaagd oplopend naar een structurele verlaging van € 14,1 miljoen op basis van de meest actuele referentieraming. In Caribisch Nederland wordt de bekostiging verhoogd op basis van deze nieuwe studentenraming;

  • naast het herstelplan basisvaardigheden en de € 47,2 miljoen voor de studiejaren 2025/2026 en 2026/2027 wordt er in totaal € 100,0 miljoen toegevoegd aan de bekostiging van mbo-instellingen voor de verlenging van de aanpak basisvaardigheden in het middelbaar beroepsonderwijs in de studiejaren 2027/2028 tot en met 2030/2031;

  • de bekostiging voor mbo-instellingen wordt incidenteel neerwaarts bijgesteld met in totaal € 33,8 miljoen in de jaren 2027 tot en met 2030

voor OCW-brede problematiek;

  • er wordt circa € 19,0 miljoen structureel vanaf 2031 toegevoegd aan het nieuwe instrument opgavegerichte aanvullende middelen. De invulling hiervan wordt betrokken bij de herziening van de mbo-bekostiging. In juni 2026 wordt uw Kamer via een Kamerbrief hierover verder geïnformeerd;

  • de Regeling aanvullende middelen studentendaling in het mbo voor de periode 2025-2027 wordt verlengd voor het jaar 2028 met een intensivering van € 34,0 miljoen vanwege de transitiefase naar de herziening van de mbo-bekostiging vanaf 2029;

  • de Regeling praktijkleren wordt in 2026 met € 21,1 miljoen opgehoogd op basis van de meest actuele referentieraming, zodat de vergoeding per leerwerkplek op peil kan worden gehouden. Daarnaast wordt er loon- en prijsbijstelling toegevoegd, waardoor de vergoeding kan worden geïndexeerd naar circa € 2.800,0.

Subsidies

Het budget voor subsidies wordt in 2026 per saldo met circa € 3,2 miljoen verhoogd. Deze verhoging wordt grotendeels veroorzaakt door de volgende (meerjarige) wijzigingen:

  • de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2026, waardoor subsidies vanaf 2026 structureel met circa € 0,2 miljoen

worden opgehoogd;

  • De regeling doorstroom beroepskolom (VABOK) wordt per 2027 stopgezet. Na verschillende taakstellingen en tijdelijke extensiveringen voor politieke prioriteiten blijven er onvoldoende middelen over om nog via dit instrument een significante maatschappelijke impact te kunnen maken. De vrijgekomen middelen worden gebruikt om te intensiveren op een tweetal politieke prioriteiten in het mbo. Zo wordt de Regeling aanvullende middelen studentendaling in het mbo verlengd in 2028 (€ 34,0 miljoen) en wordt er geïntensiveerd in basisvaardigheden in het beroepsonderwijs 2027-2030 (€ 100,0 miljoen). Tenslotte wordt dit ingezet voor OCW-brede problematiek met € 0,6 miljoen in 2026 en structureel € 4,1 miljoen. De resterende structurele middelen worden ingezet voor de opgavegerichte aanvullende middelen mbo (€ 19,0 miljoen) en overgeboekt naar de hbo-bekostiging op artikel 6 Hoger onderwijs (€ 15,3 miljoen).

Invulling subsidietaakstelling coalitieakkoord

In het coalitieakkoord is een Rijksbrede taakstelling op subsidies aangekondigd. Zie het algemene deel voor een verdere toelichting op de invulling van de subsidietaakstelling. Voor artikel 4 (beroepsonderwijs en volwasseneducatie) van de OCW-begroting leidt dit tot:

  • een verlaging van de regeling doorstroom beroepskolom (VABOK) van

€ 5,1 miljoen in 2027 en structureel € 3,8 miljoen;

  • een incidentele verlaging van € 0,7 miljoen in 2027 op het expertisecentrum Loopbaanoriëntatie;

  • een incidentele verlaging op overige subsidies van € 1,6 miljoen in de periode 2027 tot en met 2029. Door de inzet van deze middelen voor de invulling van de subsidietaakstelling is er minder budgettaire ruimte voor de ontwikkeling van beleidsinitiatieven.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Het budget voor bijdrage aan ZBO’s/RWT’s wordt in 2026 per saldo met circa € 9,5 miljoen verlaagd. Deze verlaging wordt grotendeels veroorzaakt door de volgende (meerjarige) wijzigingen:

  • de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2026, waardoor bijdrage aan ZBO’s/RWT’s in 2026 met € 3,4 miljoen en structureel met

€ 3,0 miljoen worden opgehoogd;

  • een overboeking naar artikel 3 (Voortgezet onderwijs) van € 11,9 miljoen in 2026 voor het werkprogramma van het College voor Toetsen en Examens.

Bijdrage aan medeoverheden

Het budget voor bijdrage aan medeoverheden wordt in 2026 per saldo met circa € 2,5 miljoen verhoogd. Deze verhoging wordt grotendeels veroorzaakt door de volgende (meerjarige) wijzigingen:

  • de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2026, waardoor de bijdrage aan medeoverheden in 2026 met € 7,6 miljoen en structureel met € 6,9 miljoen wordt opgehoogd;

  • een kasschuif vanwege aanpassing kasritme op het instrument Masterplan campus Groningen. Hierdoor wordt het budget verlaagd in de jaren 2026 tot en met 2028 en met € 10,0 miljoen verhoogd in 2030.

Ontvangsten

De ontvangsten worden structureel met € 1,5 miljoen opgehoogd. Dit betreft een desaldering waarmee de ontvangsten- en uitgavenramingen op de subsidies realistischer worden gemaakt.


3.4 Beleidsartikel 6. Hoger onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 20 Budgettaire gevolgen van beleid art. 6 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)

Ontwerp-begroting 2026 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie

2027

Mutatie

2028

Mutatie

2029

Mutatie

2030

Mutatie

2031

Verplichtingen

4.385.669

0

4.385.669 566.027 4.951.696

119.211

121.906

207.898

175.230

4.379.394
Uitgaven

4.593.812

0

4.593.812 244.159 4.837.971

185.768

167.496

210.081

212.093

4.381.767
Bekostiging

4.397.857

0

4.397.857 162.278 4.560.135

178.353

177.955

193.077

205.012

4.302.414
Bekostiging onderwijsdeel

4.191.603

0

4.191.603 154.499 4.346.102

170.579

170.714

185.858

197.804

4.089.357
Bekostiging ontwerp en ontwikkeling

165.680

0

165.680 6.248 171.928

6.243

5.814

5.796

5.787

171.081
Fonds onderzoek en wetenschap

40.574

0

40.574 1.531 42.105

1.531

1.427

1.423

1.421

41.976
Subsidies (regelingen)

108.993

0

108.993 78.446 187.439

1.763

‒ 19.057

8.515

116

685
Tegemoetkoming 2e lerarenopleiding

365

0

365 0 365

0

0

0

0

0
NGF Aanpak professionalisering leraren

29.904

0

29.904 ‒ 2.872 27.032

0

6.000

0

0

0
NGF Katalysator

23.964

0

23.964 40.663 64.627

2.391

961

241

0

0
NGF Digitale impuls

52.924

0

52.924 40.655 93.579

‒ 628

‒ 26.256

8.000

0

0
Overige subsidies

1.836

0

1.836 0 1.836

0

238

274

116

685
Bijdrage aan agentschappen

24.113

0

24.113 143 24.256

140

165

76

‒ 1.445

25.144
Dienst Uitvoering Onderwijs

24.113

0

24.113 143 24.256

140

165

76

‒ 1.445

25.144
Bijdrage aan ZBO's/RWT's

62.849

0

62.849 3.292 66.141

5.512

8.433

8.413

8.410

53.524
NWO: Promotiebeurs voor leraren

12.443

0

12.443 468 12.911

106

0

0

0

0
NWO: NRO-programma HO

28.692

0

28.692 2.071 30.763

4.658

7.745

7.743

7.741

31.849
Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO)

6.590

0

6.590 201 6.791

236

223

206

205

6.093
Bijdrage RWT Nuffic

10.496

0

10.496 379 10.875

339

304

303

303

10.795
Bijdrage RWT Landelijk Centrum Studiekeuze

4.628

0

4.628 173 4.801

173

161

161

161

4.787
Ontvangsten

16

0

16 0 16

0

0

0

0

16

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Tabel 21 Budgetflexibiliteit*

2026
Juridisch verplicht 98,20%
Bestuurlijk gebonden 1,70%
Beleidsmatig gereserveerd 0,10%
Nog niet ingevuld/vrij te besteden 0,00%

* Voor de budgetflexibiliteit is als peildatum 8 juli 2026 gehanteerd (start zomerreces van de Eerste Kamer). Hierbij is rekening gehouden met het uitkeren van loon- en prijsbijstelling voor de werkvelden conform gebruikelijk werkwijze.

Van het totale budget voor artikel 6 is in 2026 98,2 procent juridisch verplicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen 2026 worden met € 566,0 miljoen verhoogd. Dit wordt veroorzaakt door:

  • de loon- en prijsbijstelling 2026 (€ 329,4 miljoen) voor zowel de uitgaven bekostiging 2026 als de uitgaven bekostiging 2027, welke beide in 2026 worden verplicht;

  • de bijstelling van de verplichtingenraming omdat de aanpassing van de studentenaantallen uit de referentieraming 2026 voor 2027 in het jaar

2026 wordt verplicht (€ 19,1 miljoen);

  • het overlopende deel van de Nationaal Groeifonds (NGF)-projecten uit 2025 (€ 52,4 miljoen) dat conform de begrotingsregels wordt

meegenomen naar 2026;

  • een kasschuif op de NGF-projecten van 2027/2028 naar 2026

(€ 162,4 miljoen);

  • diverse kleinere en technische mutaties van in totaal per saldo € 2,7 miljoen.

Uitgaven

De uitgaven 2026 worden met € 244,2 miljoen verhoogd.

Toelichting per instrument:

Bekostiging

De uitgaven voor de bekostiging 2026 worden met € 162,3 miljoen verhoogd. Dit wordt veroorzaakt door de loon- en prijsbijstelling 2026 (€ 165,8 miljoen) en diverse kleinere en technische mutaties (- € 3,5 miljoen).

Referentieraming 2026

In het hoger beroepsonderwijs (hbo) is er sprake van een tegenvaller omdat de verwachte studentenaantallen in het hbo hoger zijn dan in de vorige raming, oplopend van € 19,1 miljoen in 2027 tot € 56,3 miljoen structureel. In deze bijstelling is ook de daling van het aantal internationale (EER-)studenten verwerkt. In de Referentieraming 2026 is het aantal nietNederlandse EER-studenten lager dan in de Referentieraming 2025. De daling van het aantal niet-Nederlandse EER-studenten is verrekend met de reeds ingeboekte bezuiniging uit kabinet Schoof ter vermindering van het aantal internationale studenten. In de structurele situatie resulteert de daling van het aantal internationale (EER-)studenten in een grotere budgettaire verlaging dan de bezuiniging uit kabinet Schoof en is sprake van een reguliere meevaller van € 8,7 miljoen. Incidenteel resteert een bezuinigingsopgave van € 38,8 miljoen tussen 2027-2029.

Regeling doorstroomberoepskolom (VABOK)

Vanuit de regeling doorstroomberoepskolom (VABOK) op artikel 4 is structureel € 15,3 miljoen (€ 16,9 miljoen bruto minus € 1,6 miljoen invulling subsidietaakstelling) overgeboekt naar artikel 6. In de periode tot en met 2030 gaat het in totaal om € 9,9 miljoen (€ 16,2 miljoen minus € 6,3 miljoen invulling subsidietaakstelling). Inzet van deze middelen vindt plaats in de geest van de regeling en komt ten goede aan de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt.

Subsidies

De uitgaven voor subsidies 2026 worden met € 78,4 miljoen verhoogd. Dit wordt veroorzaakt door het overlopende deel van de NGF-projecten uit 2025 (€ 70,1 miljoen) dat conform de begrotingsregels wordt meegenomen naar 2026. Daarnaast heeft een kasschuif op de NGF-projecten (€ 8,7 miljoen) van 2027-2029 naar 2026 plaatsgevonden en is er sprake van per saldo - € 0,4 miljoen aan diverse kleinere en technische mutaties.

3.5 Beleidsartikel 7. Wetenschappelijk onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 22 Budgettaire gevolgen van beleid art. 7 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)

Ontwerp-begroting 2026 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie

2027

Mutatie

2028

Mutatie

2029

Mutatie

2030

Mutatie

2031

Verplichtingen

7.266.797

0

7.266.797 509.738 7.776.535

195.661

188.130

183.850

139.161

7.283.894
Uitgaven

7.369.217

0

7.369.217 264.838 7.634.055

222.612

198.575

181.053

184.702

7.277.406
Bekostiging

7.354.973

0

7.354.973 261.159 7.616.132

223.809

199.798

182.281

185.930

7.264.210
Bekostiging onderwijsdeel

3.426.423

0

3.426.423 122.040 3.548.463

110.008

98.631

99.455

101.312

3.272.624
Bekostiging onderzoeksdeel

2.943.743

0

2.943.743 104.248 3.047.991

78.917

68.984

51.588

53.368

2.993.291
Bekostiging ondersteuning geneeskunde onderwijs en onderzoek

878.068

0

878.068 30.970 909.038

30.983

28.651

28.574

28.587

914.869
Fonds onderzoek en wetenschap

106.739

0

106.739 3.901 110.640

3.901

3.532

2.664

2.663

83.426
Subsidies (regelingen)

7.632

0

7.632 3.765 11.397

‒ 706

‒ 723

‒ 728

‒ 728

7.134
Vluchteling Studenten UAF

2.665

0

2.665 97 2.762

97

88

87

87

2.751
Expertisecentrum inclusief onderwijs (ECIO)

944

0

944 35 979

166

163

162

162

1.080
Interstedelijk Studentenoverleg (ISO)

434

0

434 16 450

14

15

12

12

372
Landelijke Studenten Vakbond (LSVb)

351

0

351 13 364

13

11

11

11

362
Overige subsidies

3.238

0

3.238 3.604 6.842

‒ 996

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 1.000

2.569
Opdrachten

3.282

0

3.282 ‒ 121 3.161

‒ 500

‒ 500

‒ 500

‒ 500

2.732
Opdrachten

3.282

0

3.282 ‒ 121 3.161

‒ 500

‒ 500

‒ 500

‒ 500

2.732
Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

3.330

0

3.330 35 3.365

9

0

0

0

3.330
Europees Universitair Instituut Florence (EUI)

2.141

0

2.141 0 2.141

0

0

0

0

2.141
United Nations University (UNU)

1.189

0

1.189 35 1.224

9

0

0

0

1.189
Ontvangsten

16

0

16 0 16

0

0

0

0

16

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Tabel 23 Budgetflexibiliteit*

2026
Juridisch verplicht 99,80%
Bestuurlijk gebonden 0,10%
Beleidsmatig gereserveerd 0,10%
Nog niet ingevuld/vrij te besteden 0,00%

* Voor de budgetflexibiliteit is als peildatum 8 juli 2026 gehanteerd (start zomerreces van de Eerste Kamer). Hierbij is rekening gehouden met het uitkeren van loon- en prijsbijstelling voor de werkvelden conform gebruikelijk werkwijze.

Van het totale budget voor artikel 7 is in 2026 99,8 procent juridisch verplicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen 2026 worden met € 509,7 miljoen verhoogd. Dit wordt veroorzaakt door:

  • de loon- en prijsbijstelling tranche 2026 (€ 528,8 miljoen) voor zowel de uitgaven bekostiging 2026 als de uitgaven bekostiging 2027, welke beide in 2026 worden verplicht;

  • de bijstelling van de verplichtingenraming omdat de aanpassing van de studentenaantallen uit de referentieraming 2026 voor 2027 in het jaar

2026 wordt verplicht (-€ 4,2 miljoen);

  • de overheveling van de nog niet toegekende zwaartekrachtmiddelen naar de tweede geldstroom (-€ 17,5 miljoen), voor nadere toelichting zie artikel 16;

  • diverse kleinere en technische mutaties voor in totaal per saldo € 2,6 miljoen.

Uitgaven

De uitgaven 2026 worden met € 264,8 miljoen verhoogd.

Subsidietaakstelling

De subsidietaakstelling is verwerkt op het subsidiebudget (-€ 1,0 miljoen jaarlijks vanaf 2027), het opdrachtenbudget (-€ 0,5 miljoen jaarlijks vanaf 2027) en op het onderzoeksdeel van de bekostiging (-€ 3,2 miljoen totaal in de periode 2027-2030).

Toelichting per instrument:

Bekostiging

De uitgaven voor de bekostiging 2026 worden met € 261,2 miljoen verhoogd. Dit wordt veroorzaakt door de loon- en prijsbijstelling 2026 (€ 266,2 miljoen) en er is sprake van per saldo - € 5,0 miljoen aan diverse kleinere en technische mutaties.

Referentieraming 2026

In het wetenschappelijk onderwijs (wo) is er sprake van een meevaller, omdat de verwachte studentenaantallen in het wo lager zijn dan in de vorige raming, oplopend van € 4,2 miljoen in 2027 tot € 20,5 miljoen structureel. Deze bijstelling is het gevolg van een daling van zowel het aantal Nederlandse als ook het aantal internationale(EER-)studenten. In de referentieraming 2026 is het aantal niet-Nederlandse EER-studenten lager dan in de referentieraming 2025. De daling van het aantal niet-Nederlandse EER-studenten is verrekend met de reeds ingeboekte bezuiniging uit kabinet Schoof ter vermindering van het aantal internationale studenten. In de structurele situatie resulteert de daling van het aantal internationale (EER-)studenten in een grotere budgettaire verlaging dan de bezuiniging uit kabinet Schoof en is sprake van een reguliere meevaller van € 19,9 miljoen. Incidenteel resteert een bezuinigingsopgave van € 73,2 miljoen tussen 2027-2029.

3.6 Beleidsartikel 8. Internationaal beleid

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 24 Budgettaire gevolgen van beleid art. 8 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)

Ontwerp-begroting 2026 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie

2027

Mutatie

2028

Mutatie

2029

Mutatie

2030

Mutatie

2031

Verplichtingen

27.598

-350

27.248 449 27.697

50

1.131

1.362

541

26.522
Uitgaven

27.598

-350

27.248 449 27.697

50

1.131

1.362

541

26.522
Subsidies (regelingen)

8.410

0

8.410 ‒ 686 7.724

‒ 660

‒ 10

‒ 35

‒ 35

8.017
Stichting Ons Erfdeel

185

0

185 6 191

1

0

0

0

0
Nationaal Agentschap Erasmus+ Onderwijs & Training

4.918

0

4.918 22 4.940

0

‒ 43

‒ 66

‒ 66

4.619
Internationalisering onderwijs

827

0

827 ‒ 806 21

‒ 700

13

12

12

919
Duitsland Instituut Amsterdam (DIA)

972

0

972 9 981

9

5

4

4

976
Netherlands house for Education and Research (Neth-ER)

686

0

686 7 693

7

4

4

4

689
Overige incidentele subsidies

822

0

822 76 898

23

11

11

11

814
Opdrachten

6.190

-350

5.840 1.001 6.841

390

935

1.195

375

5.364
Opdrachten

6.190

-350

5.840 1.001 6.841

390

935

1.195

375

5.364
Bijdrage aan ZBO's/RWT's

1.197

0

1.197 10 1.207

10

5

5

5

1.161
Bijdrage Nuffic

1.197

0

1.197 10 1.207

10

5

5

5

1.161
Bijdrage aan medeoverheden

1.545

0

1.545 ‒ 176 1.369

33

18

17

17

1.732
Bijdragen aan medeoverheden

1.545

0

1.545 ‒ 176 1.369

33

18

17

17

1.732
Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

9.704

0

9.704 285 9.989

273

183

180

179

9.806
Nederlandse Taalunie

9.064

0

9.064 267 9.331

255

175

172

171

9.130
Europa College Brugge

35

0

35 1 36

1

0

0

0

35
Unesco

59

0

59 2 61

2

1

1

1

60
OESO CERI

101

0

101 3 104

3

1

1

1

102
Fulbright Center

422

0

422 11 433

11

6

6

6

427
EU-programma's en activiteiten

23

0

23 1 24

1

0

0

0

23
Overige bijdragen

0

0

0 0 0

0

0

0

0

29
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

552

0

552 15 567

4

0

0

0

442

Vlaams-

Nederlandshuis

DeBuren (Hoofdstuk

5 BuZa)

552

0

552 15 567

4

0

0

0

442
Ontvangsten

99

0

99 0 99

0

0

0

0

99

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Tabel 25 Budgetflexibiliteit*

2026
Juridisch verplicht

99,18%

Bestuurlijk gebonden 0,00%
Beleidsmatig gereserveerd

0,00%

Nog niet ingevuld/vrij te besteden 0,82%

* Voor de budgetflexibiliteit is als peildatum 8 juli 2026 gehanteerd (start zomerreces van de Eerste Kamer). Hierbij is rekening gehouden met het uitkeren van loon- en prijsbijstelling voor de werkvelden conform gebruikelijk werkwijze.

Van het totale budget voor artikel 8 is in 2026 99,2 procent juridisch verplicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen op artikel 8 stijgen met € 0,4 miljoen.

Uitgaven

De uitgaven op artikel 8 stijgen met € 0,4 miljoen. Tussen de instrumenten vinden er een aantal verschuivingen plaats.

Toelichting per instrument:

Opdrachten

Het budget voor opdrachten wordt per saldo met € 1,0 miljoen verhoogd.

Het betreft onder andere:

  • Een verhoging van het budget voor Nuffic met € 0,7 miljoen in verband met een openstaande verplichting uit 2025;

  • Een verhoging van het budget voor de Rijksdienst voor Caribisch Nederland met structureel € 0,3 miljoen. De kosten van de Rijksdienst voor Caribisch Nederland zijn sinds de oprichting in 2026 gestegen. Het gaat bijvoorbeeld om ondersteunende zaken als ICT, inkoop en huisvesting. Deze middelen zijn nodig om de continuïteit van de dienstverlening te garanderen;

  • Verder wordt er incidenteel in de jaren 2026-2030 in totaal € 1,5 miljoen vrijgemaakt voor het EU-voorzitterschap in 2029. Dekking vindt plaats door een verlaging van het budget voor internationalisering funderend onderwijs.

Amendement Stoffer en Rooderkerk

De dekking van het amendement van het lid Stoffer en Rooderkerk (Kamerstukken II 2025/26, 2026Z02694&did=2026D06052">36800 VIII, nr. 77) van € 0,35 miljoen voor het Nationaal Onderwijsmuseum wordt voorlopig gedekt uit het niet-juridisch verplichte deel van het opdrachtenbudget van artikel 8. Mogelijk volgt er in de loop van 2026 een alternatieve invulling van de dekking.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

De subsidietaakstelling voor artikel 8 is ingevuld op het budget van de

Nederlandse Taalunie. Het betreft een korting van € 0,01 miljoen vanaf 2027.


3.7 Beleidsartikel 9. Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 26 Budgettaire gevolgen van beleid art. 9 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)

Ontwerp-begroting 2026 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie

2027

Mutatie

2028

Mutatie

2029

Mutatie

2030

Mutatie

2031

Verplichtingen

1.288.651

0

1.288.651 ‒ 1.005 1.287.646

38

‒ 1.963

‒ 1.963

‒ 1.963

443.468
Uitgaven

437.097

0

437.097 ‒ 1.005 436.092

38

‒ 1.963

‒ 1.963

‒ 1.963

443.468
Bekostiging

272.408

0

272.408 ‒ 241 272.167

0

‒ 1.089

‒ 1.089

‒ 1.089

291.440
Tekorten regio’s

272.408

0

272.408 ‒ 241 272.167

0

‒ 1.089

‒ 1.089

‒ 1.089

291.440
Subsidies (regelingen)

154.470

0

154.470 ‒ 62 154.408

‒ 51

‒ 912

‒ 912

‒ 912

142.718
Lerarenbeurs

64.427

0

64.427 0 64.427

0

‒ 2.000

‒ 2.000

‒ 2.000

60.928
Zij-instroom

81.547

0

81.547 ‒ 57 81.490

‒ 50

0

0

0

72.995
Overige subsidies

8.496

0

8.496 ‒ 5 8.491

‒ 1

1.088

1.088

1.088

8.795
Opdrachten

5.390

0

5.390 ‒ 802 4.588

0

0

0

0

4.547
Opdrachten

5.390

0

5.390 ‒ 802 4.588

0

0

0

0

4.547
Bijdrage aan agentschappen

4.829

0

4.829 100 4.929

89

38

38

38

4.763
Dienst Uitvoering Onderwijs

4.829

0

4.829 100 4.929

89

38

38

38

4.763
Ontvangsten

7.000

0

7.000 0 7.000

0

0

0

0

7.000

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Tabel 27 Budgetflexibiliteit*

2026

Juridisch verplicht

94,00%

Bestuurlijk gebonden

1,50%

Beleidsmatig gereserveerd

4,50%

Nog niet ingevuld/vrij te besteden

0,00%

* Voor de budgetflexibiliteit is als peildatum 8 juli 2026 gehanteerd (start zomerreces van de Eerste Kamer). Hierbij is rekening gehouden met het uitkeren van loon- en prijsbijstelling voor de werkvelden conform gebruikelijk werkwijze.

Van het totale budget voor artikel 9 is in 2026 94,0 procent juridisch verplicht.

Toelichting

Er is geen loon- en prijsbijstelling uitgekeerd op artikel 9.

Invulling subsidietaakstelling coalitieakkoord

In het coalitieakkoord is een Rijksbrede taakstelling op subsidies aangekondigd. Zie het algemene deel voor een verdere toelichting op de invulling subsidietaakstelling. Voor artikel 9 van de OCW-begroting leidt dit tot een verlaging van het subsidiebudget voor de lerarenbeurs met € 2 miljoen vanaf 2028. Op basis van de voorgaande jaren wordt verwacht dat alle aanvragen nog steeds kunnen worden toegekend.


3.8 Beleidsartikel 11. Studiefinanciering

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 28 Budgettaire gevolgen van beleid art. 11 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)

Ontwerp-begroting 2026 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie

2027

Mutatie

2028

Mutatie

2029

Mutatie

2030

Mutatie

2031

Verplichtingen

4.612.395

0

4.612.395 895.343 5.507.738

-1.027.489

-23.587

-96.972

-89.908

5.297.754
Uitgaven

4.612.395

0

4.612.395 895.343 5.507.738

-1.027.489

-23.587

-96.972

-89.908

5.297.754
Inkomensoverdracht

1.872.389

0

1.872.389 1.110.004 2.982.393

-869.678

93.795

47.364

62.801

3.641.486
Basisbeurs gift (R)

640.706

0

640.706 49.780 690.486

41.169

43.148

369

14.429

1.287.320
Aanvullende beurs gift (R)

895.536

0

895.536 3.386 898.922

-2.207

-16.300

2.512

-4.354

1.063.509
Reisvoorziening gift (R)

34.182

0

34.182 1.035.293 1.069.475

-988.850

16.697

12.043

9.718

1.041.113
Studievoorschotvouchers (R)

26.969

0

26.969 -1.214 25.755

-252

38

0

0

0
Caribisch Nederland gift (R)

2.332

0

2.332 -782 1.550

-165

-454

-454

-454

2.747
Tegemoetkoming (R)

81.915

0

81.915 5.471 87.386

74.836

-6.484

-2.512

-221

1.856
Overige uitgaven (R)

190.749

0

190.749 18.070 208.819

5.791

57.150

35.406

43.683

244.941
Leningen

2.481.068

0

2.481.068 -227.241 2.253.827

-172.661

-156.746

-161.428

-178.969

1.414.954
Basisbeurs Prestatiebeurs (NR)

774.936

0

774.936 -40.645 734.291

-21.736

-24.551

17.569

3.646

83.476
Aanvullende beurs Prestatiebeurs (NR)

239.349

0

239.349 -67.661 171.688

-45.223

-32.726

-52.918

-45.706

8.833
Reisvoorziening (NR)

21.496

0

21.496 -63.403 -41.907

-44.377

-28.354

-23.949

-21.412

50.223
Caribisch Nederland prestatiebeurs (NR)

262

0

262 -26 236

-26

-26

-26

-26

236
Rentedragende lening (NR)

1.242.163

0

1.242.163 -43.314 1.198.849

-48.719

-57.894

-88.082

-100.564

1.094.875
Collegegeldkrediet (NR)

154.197

0

154.197 -7.762 146.435

-7.516

-7.335

-7.224

-7.226

137.627
Levenlanglerenkrediet (NR)

18.609

0

18.609 -1.275 17.334

-1.275

-1.275

-1.276

-1.275

17.333
Caribisch Nederland leningen (NR)

408

0

408 162 570

162

162

162

162

570
Overige uitgaven (NR)

29.648

0

29.648 -3.317 26.331

-3.951

-4.747

-5.684

-6.568

21.781
Bijdrage aan agentschappen

258.938

0

258.938 12.580 271.518

14.850

39.364

17.092

26.260

241.314
Dienst Uitvoering Onderwijs

258.938

0

258.938 12.580 271.518

14.850

39.364

17.092

26.260

241.314
Ontvangsten

2.005.885

0

2.005.885 29.721 2.035.606

42.744

40.399

72.713

119.219

2.387.738
Ontvangen rente (R)

231.888

0

231.888 31.931 263.819

-16.858

43.862

72.139

116.767

524.910
Ontvangsten Caribisch Nederland (R)

847

0

847 42 889

42

42

42

42

889
Overige ontvangsten (R)

21.965

0

21.965 870 22.835

902

931

956

978

22.596
Terugontvangen lening (NR)

1.751.096

0

1.751.096 -3.075 1.748.021

58.705

-4.389

-377

1.479

1.839.301
Ontvangsten Caribisch Nederland (NR)

89

0

89 -47 42

-47

-47

-47

-47

42

Toelichting: R = relevant, NR = niet-relevant

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Tabel 29 Budgetflexibiliteit*

2026
Juridisch verplicht

100,00%

Bestuurlijk gebonden

0,00%

Beleidsmatig gereserveerd

0,00%

Nog niet ingevuld/vrij te besteden

0,00%

* Voor de budgetflexibiliteit is als peildatum 8 juli 2026 gehanteerd (start zomerreces van de Eerste Kamer). Hierbij is rekening gehouden met het uitkeren van loon- en prijsbijstelling voor de werkvelden conform gebruikelijk werkwijze.

Van het totale budget voor artikel 11 is in 2026 100,0 procent juridisch verplicht.

Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Algemene toelichting:

Zowel voor de uitgaven als de ontvangsten wordt een onderscheid gemaakt tussen relevant en niet-relevant. Relevant betekent: relevant voor het uitgavenplafond. Uitgangspunt in de begrotingsregels is dat uitgaven die relevant zijn voor het EMU-saldo ook relevant zijn voor het uitgavenplafond. Zoals opgenomen in ontwerpbegroting 2023 is de behandeling van prestatiebeurzen voor het EMU-saldo veranderd door gewijzigde inzichten van Eurostat en daarmee het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De relevante uitgaven in deze begroting worden hoofdzakelijk gevormd door studiefinanciering die meteen als gift wordt toegekend en uitgekeerde prestatiebeurs die wordt omgezet in een gift. In deze begroting van het Ministerie van OCW worden de prestatiebeursuitgaven als niet-relevant behandeld (zolang die nog niet zijn omgezet in een gift); in de weergave van het EMU-saldo worden zij wel als relevant weergegeven, middels een correctie op het EMU-saldo. Overige niet-relevante uitgaven zijn de rentedragende leningen. Deze uitgaven zijn niet-relevant voor het uitgavenplafond, maar worden wel meegerekend in de EMU-schuld.

De relevante ontvangsten worden vooral gevormd door de ontvangen rente op leningen. De niet-relevante ontvangsten betreffen hoofdzakelijk aflossingen op de hoofdsom van de rentedragende leningen.

Uitgaven

In deze paragraaf wordt de ontwikkeling op de studiefinancieringsraming beschreven. De totale uitgaven op artikel 11 worden met € 895,3 miljoen naar boven bijgesteld. Het betreft een bijstelling van de inkomensoverdrachten naar boven van € 1.110,0 miljoen, een bijstelling omlaag van de leningen met

€ 227,2 miljoen en een bijstelling omhoog van het budget voor de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) met € 12,6 miljoen. De loon- en prijsbijstelling voor dit artikel is structureel toegekend. Hieronder wordt per instrument toegelicht hoe de bijstellingen tot stand zijn gekomen.


Toelichting per instrument:

Inkomensoverdrachten

De inkomensoverdrachten worden met € 1110,0 miljoen verhoogd. Dit bestaat uit de volgende elementen:

  • De uitgaven aan de basisbeurs worden per saldo met € 49,8 miljoen verhoogd:

    • dit betreft een bijstelling omhoog van € 53,7 miljoen op de omzettingen. Het grootste deel van de omzettingen vindt in januari plaats. Voor 2026 zijn deze uitgaven dus al grotendeels bekend. Voornamelijk in het hoger beroepsonderwijs (hbo) zijn de omzettingen van de nieuwe basisbeurs hoger dan geraamd. Dit komt omdat er meer gediplomeerde uitstroom is en omdat studenten uit recente cohorten sneller studeren. Daarnaast studeren er nu ook meer studenten af, omdat de studenten die tijdens de coronaperiode zijn begonnen met hun studie — en daardoor vaker vertraging hebben opgelopen — nu aan het afstuderen zijn;

    • daarnaast zijn de uitgaven aan basisbeurs die direct als gift uitgekeerd worden € 3,9 miljoen lager. Dit komt door lagere aantallen studenten in de beroepsopleidende leerweg in 2026.

  • De relevante uitgaven aan de aanvullende beurs worden per saldo met € 3,4 miljoen verhoogd:

    • de omzettingen zijn met € 24,7 miljoen omhoog bijgesteld. Vooral in het hbo zijn de omzettingen hoger dan geraamd, vanwege de redenen die genoemd zijn bij de mutatie van de basisbeurs;

    • de uitgaven aan de aanvullende beurs die direct als gift worden uitgekeerd zijn omlaag bijgesteld met € 21,3 miljoen. Dit komt door een kleine neerwaartse bijstelling vanwege lagere aantallen studenten. Daarnaast is de verwachting dat het niet-gebruik van de aanvullende beurs niet verder afneemt in 2026. Dit is iets wat vorig jaar wel werd verwacht, waardoor dit een meevaller oplevert.

  • De reisvoorziening wordt per saldo met € 1.035,3 miljoen verhoogd. Hier liggen de volgende verklaringen aan ten grondslag:

    • het budget kosten ov-contract is met € 975,5 miljoen verhoogd. Dit komt voornamelijk door een kasschuif van € 1,0 miljard op het budget van de reisvoorziening voor de openbaarvervoersbedrijven van 2027 naar 2026. Deze kasschuif komt tot stand op verzoek van de vervoerders en is gehonoreerd omdat deze inpasbaar is in het rijksbrede beeld. Daarnaast is het budget verlaagd vanwege lagere aantallen studenten vanaf 2026;

    • de reisvoorziening direct gift is met € 1,0 miljoen omlaag bijgesteld. Dit is het gevolg van realisatiegegevens;

    • de omzettingen van prestatiebeurs in gift zijn per saldo met € 36,4 miljoen omhoog bijgesteld. Dit komt door dezelfde redenen als beschreven onder de mutatie van de basisbeurs;

    • de bijdrage studerenden aan ov is met € 24,3 miljoen naar boven bijgesteld. Dit betreft een tegenboeking waarmee voorkomen wordt dat de waarde van de ov-kaart dubbel geboekt wordt (enerzijds door toekenning aan de student, anderzijds door de betaling aan de ov-bedrijven). Doordat het een tegenboeking betreft, betekent deze positieve mutatie dus eigenlijk een lager bedrag aan toekenningen.

Dit wordt veroorzaakt door de lagere aantallen studenten.

  • De bijstelling op de studievoorschotvouchers en de tegemoetkoming is als volgt:

    • op basis van realisatiegegevens over 2025 worden de uitgaven op de studievoorschotvouchers met € 1,2 miljoen naar beneden bijgesteld;

    • de uitgaven op de tegemoetkoming worden met € 5,5 miljoen naar boven bijgesteld. Wanneer een student een wo-bachelor diploma behaalt, wordt er direct een tegemoetkoming uitgekeerd. Op basis van realisatiegegevens over 2025 blijkt dat studenten die recht hebben op een tegemoetkoming langer over hun studie doen dan eerder geraamd. Hierdoor schuiven uitgaven op van 2025 naar 2026.

  • De relevante uitgaven Caribisch Nederland worden met € 0,8 miljoen verlaagd, als gevolg van een lagere realisatie.

  • De relevante overige uitgaven worden per saldo met € 18,1 miljoen verhoogd:

    • het budget wordt met € 11,3 miljoen verhoogd voor middelen ten behoeve van de kwijtschelding van studieschulden van toeslagengedupeerden. In 2025 is hierop minder uitgegeven dan verwacht maar naar verwachting zullen deze middelen in 2026 nodig zijn;

    • het budget wordt met € 7,0 miljoen verhoogd ten behoeve van het terugdraaien van alle besluiten naar aanleiding van de controles op de uitwonendenbeurs, in het kader van de herstelopgave. Tevens zijn middelen gereserveerd voor de afhandeling van schade als gevolg van indirecte discriminatie bij de controles op de uitwonendenbeurs. De Tweede Kamer zal op korte termijn via een brief worden geïnformeerd over de vormgeving deze schadeafhandeling;

    • als laatste worden de overige uitgaven per saldo met € 0,2 miljoen naar beneden bijgesteld, als gevolg van realisatiegegevens.

Leningen

De niet-relevante uitgaven worden per saldo met € 227,2 miljoen verlaagd. Dit bestaat uit de volgende onderdelen:

  • De niet-relevante uitgaven aan de basisbeurs worden met € 40,6 miljoen omlaag bijgesteld;

    • dit betreft allereerst de toekenningen prestatiebeurs. Deze worden opwaarts bijgesteld met € 22,1 miljoen. Dit komt enerzijds door een neerwaartse bijstelling van € 22,1 miljoen vanwege minder uitwonende beurzen. Anderzijds is er voor € 44,2 miljoen aan prijsbijstelling verwerkt;

    • de tegenboeking van de omzettingen van prestatiebeurs in gift zorgt voor een neerwaartse bijstelling van € 53,7 miljoen;

    • de tegenboeking voor de omzetting naar lening zorgt voor neerwaartse bijstelling van € 9,0 miljoen.

  • De niet-relevante uitgaven aan de aanvullende beurs zijn met € 67,7 miljoen naar beneden bijgesteld:

    • dit betreft een neerwaartse bijstelling van € 27,8 miljoen op de toekenningen prestatiebeurs. Dit komt enerzijds door een neerwaartse bijstelling van € 55,6 miljoen voornamelijk als gevolg van een lagere fractie gebruikers, lagere prijzen en lagere aantallen studenten.

Anderzijds is er voor € 27,8 miljoen aan prijsbijstelling verwerkt;

  • daarnaast zijn de omzettingen van prestatiebeurs naar gift, die hier tegen geboekt worden, met € 24,7 miljoen omlaag bijgesteld;

  • de tegenboeking voor de omzettingen naar lening zorgt voor een neerwaartse bijstelling van € 15,2 miljoen.

  • De niet-relevante uitgaven ov worden met € 63,4 miljoen naar beneden bijgesteld:

    • dit betreft voornamelijk lagere toekenningen prestatiebeurs van

€ 22,0 miljoen als gevolg van de lagere prijs van het ov;

  • de omzettingen naar gift, die hier tegen geboekt worden, zijn met

€ 36,4 miljoen neerwaarts bijgesteld;

  • als laatste is de tegenboeking voor de omzettingen naar lening € 5,0 miljoen lager dan geraamd.

  • De uitgaven op de post rentedragende lening (niet-relevant) zijn per saldo neerwaarts bijgesteld met € 43,3 miljoen:

    • steeds minder studenten lenen. Naast de herinvoering van de basisbeurs in het hbo en wo houdt ook de rente, die niet langer 0,0% is, hier waarschijnlijk mee verband. Dit zorgt voor een bijstelling naar beneden van € 120,8 miljoen. Daarnaast is er een bijstelling als gevolg van lagere aantallen studenten (neerwaartse bijstelling van € 4,0 miljoen). Tot slot is er voor € 40,8 miljoen aan prijsbijstelling voor 2026 toegekend;

    • op deze de post vindt daarnaast de tegenboeking op de prestatiebeurs omzettingen naar lening plaats. Dit is een bijstelling naar boven van € 29,2 miljoen;

    • op deze post vindt een tegenboeking plaats van de kwijtschelding op rentedragende lening. Deze tegenboeking is € 11,5 miljoen opwaarts bijgesteld.

  • De uitgaven aan het collegegeldkrediet zijn verlaagd met € 7,8 miljoen. Dit komt, evenals bij de rentedragende lening, grotendeels door de daling in het percentage studenten dat naar verwachting gebruik gaat maken van het krediet (neerwaartse bijstelling van € 11,3 miljoen). Tevens is voor € 3,5 miljoen aan prijscompensatie voor 2026 toegekend.

  • Het budget voor het levenlanglerenkrediet wordt met € 1,3 miljoen naar beneden bijgesteld op basis van realisatiegegevens. Er wordt minder gebruik gemaakt van het krediet dan verwacht (neerwaartse bijstelling van € 1,7 miljoen). Daarnaast is er voor € 0,4 miljoen aan prijscompensatie voor 2026 toegekend.

  • De niet-relevante overige uitgaven zijn met € 3,3 miljoen omlaag bijgesteld op basis van realisatiegegevens.

Bijdrage aan agentschappen

Het budget voor de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) wordt per saldo met € 12,6 miljoen verhoogd. De bijstelling wordt voor € 2,0 miljoen veroorzaakt door de doorverdeling van de prijsbijstelling tranche 2026. Daarnaast wordt het budget in 2026 met € 9,7 miljoen verhoogd voor de uitvoeringskosten voor de opvolging van de Controle Uitwonenden Beurs. Door meer- en minderwerk op verschillende onderdelen binnen de uitvoering van studiefinanciering is er nog een bijstelling van € 0,9 miljoen.

Ontvangsten

De ontvangsten worden met € 29,7 miljoen opwaarts bijgesteld. Dit wordt veroorzaakt door een stijging van de relevante ontvangsten van € 32,8 miljoen en een daling van de niet-relevante ontvangsten met € 3,1 miljoen:

  • De relevante ontvangsten worden omhoog bijgesteld met € 32,8 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door:

    • Renteontvangsten: deze post is met € 31,9 miljoen verhoogd in 2026. Op basis van realisatiecijfers blijkt dat de renteontvangsten sneller groeien dan gedacht;

    • Overige ontvangsten: deze post is met € 0,9 miljoen verhoogd op basis van realisatiegegevens;

  • De niet-relevante ontvangsten worden grotendeels gevormd door de terugontvangen leningen en worden omhoog bijgesteld met € 3,1 miljoen. Deze bijstelling wordt grotendeels door de volgende ontwikkelingen veroorzaakt.

    • er zijn steeds meer debiteuren die onder SF 35 vallen. Deze debiteuren hebben lagere termijnbedragen in vergelijking met debiteuren onder SF 15, omdat zij langer over hun aflossing mogen doen. Hierdoor zijn de termijnontvangsten met € 62,8 miljoen neerwaarts bijgesteld;

    • in 2025 hebben debiteuren meer versneld afgelost dan geraamd. Om die reden zijn de extra ontvangsten ook in 2026 met € 75,7 miljoen opwaarts bijgesteld;

    • voor leenstelselstudenten met een studieschuld wordt de tegemoetkoming in mindering gebracht op de openstaande studieschulden. Deze verlaging van de studieschulden wordt op dit begrotingsartikel zichtbaar als een niet-relevante ontvangst. Op basis van realisatiegegevens is de tegenboeking van de tegemoetkoming neerwaarts bijgesteld met € 17,7 miljoen;

    • op basis van realisatie gegevens zijn de niet-relevante overige ontvangsten met € 1,7 miljoen opwaarts bijgesteld.

3.9 Beleidsartikel 12. Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 30 Budgettaire gevolgen van beleid art. 12 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)

Ontwerp-begroting 2026 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie

2027

Mutatie

2028

Mutatie

2029

Mutatie

2030

Mutatie

2031

Verplichtingen

74.660

0

74.660 1.535 76.195

1.158

462

‒ 174

‒ 408

71.896
Uitgaven

74.660

0

74.660 1.535 76.195

1.158

462

‒ 174

‒ 408

71.896
Inkomensoverdracht

70.849

0

70.849 1.512 72.361

1.138

442

‒ 194

‒ 428

68.026
Tegemoetkoming lerarenopleiding (tlo) (R)

3.252

0

3.252 516 3.768

516

516

516

516

3.768
Tegemoetkoming deeltijd (R)

2.848

0

2.848 159 3.007

159

159

159

159

3.007
Tegemoetkoming vavo voltijd (R)

5.123

0

5.123 116 5.239

203

186

158

128

4.959
Tegemoetkoming vo voltijd (R)

56.376

0

56.376 728 57.104

286

‒ 375

‒ 976

‒ 1.177

53.006
Tegemoetkoming vso voltijd (R)

3.250

0

3.250 ‒ 7 3.243

‒ 26

‒ 44

‒ 51

‒ 54

3.286
Leningen

21

0

21 ‒ 11 10

‒ 11

‒ 11

‒ 11

‒ 11

10
Omboeking van kort- naar langlopende vorderingen (NR)

21

0

21 ‒ 11 10

‒ 11

‒ 11

‒ 11

‒ 11

10
Bijdrage aan agentschappen

3.790

0

3.790 34 3.824

31

31

31

31

3.860
Dienst Uitvoering Onderwijs

3.790

0

3.790 34 3.824

31

31

31

31

3.860
Ontvangsten

1.905

0

1.905 91 1.996

77

59

41

33

1.875
Tegemoetkoming lerarenopleiding en deeltijd vo (R)

291

0

291 ‒ 54 237

‒ 54

‒ 54

‒ 54

‒ 54

237
Meerderjarige scholieren v(s)o en vavo (R)

1.614

0

1.614 145 1.759

131

113

95

87

1.638

Toelichting: R = relevant, NR = niet-relevant

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Tabel 31 Budgetflexibiliteit*

2026

Juridisch verplicht

100,00%

Bestuurlijk gebonden

0,00%

Beleidsmatig gereserveerd

0,00%

Nog niet ingevuld/vrij te besteden

0,00%

* Voor de budgetflexibiliteit is als peildatum 8 juli 2026 gehanteerd (start zomerreces van de Eerste Kamer). Hierbij is rekening gehouden met het uitkeren van loon- en prijsbijstelling voor de werkvelden conform gebruikelijk werkwijze.

Van het totale budget voor artikel 12 is in 2026 100,0 procent juridisch verplicht.

Toelichting

Uitgaven

De uitgaven aan de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS) worden per saldo met circa € 1,5 miljoen verhoogd. Dit betreft voornamelijk een opwaartse bijstelling van € 1,5 miljoen op de inkomensoverdrachten. De loon- en prijsbijstelling is volledig toegekend. Hieronder zal per instrument worden toegelicht wat de oorzaken van de bijstellingen zijn.

Toelichting per instrument:

Inkomensoverdrachten

De raming wordt per saldo met € 1,5 miljoen verhoogd. De loon- en prijsbijstelling zorgt voor een opwaartse bijstelling van € 2,3 miljoen. Daarnaast is er een neerwaartse bijstelling van € 0,8 miljoen, voornamelijk door een lagere realisatie en een lager aantal gebruikers van de regelingen.

3.10 Beleidsartikel 13. Lesgeld

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 30 Budgettaire gevolgen van beleid art. 12 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)

Ontwerp-begroting 2026 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie

2027

Mutatie

2028

Mutatie

2029

Mutatie

2030

Mutatie

2031

Verplichtingen

21.454

0

21.454 190 21.644

177

174

173

175

21.675
Uitgaven

21.454

0

21.454 190 21.644

177

174

173

175

21.675
Bijdrage aan agentschappen

21.454

0

21.454 190 21.644

177

174

173

175

21.675
Dienst Uitvoering Onderwijs

21.454

0

21.454 190 21.644

177

174

173

175

21.675
Ontvangsten

267.416

0

267.416 -8.858 258.558

-7.223

-10.580

-14.546

-17.396

328.339

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Tabel 33 Budgetflexibiliteit*

2026

Juridisch verplicht

100,00%

Bestuurlijk gebonden

0,00%

Beleidsmatig gereserveerd

0,00%

Nog niet ingevuld/vrij te besteden

0,00%

* Voor de budgetflexibiliteit is als peildatum 8 juli 2026 gehanteerd (start zomerreces van de Eerste Kamer). Hierbij is rekening gehouden met het uitkeren van loon- en prijsbijstelling voor de werkvelden conform gebruikelijk werkwijze.

Van het totale budget voor artikel 13 is in 2026 100,0 procent juridisch verplicht.

Toelichting

Uitgaven

De loon- en prijsbijstelling is volledig toegekend.

Ontvangsten

Het ontvangstenbudget wordt met € 8,9 miljoen verlaagd. De tegenvaller komt vooral door een dalend aantal studenten en doordat studenten het lesgeld minder vaak volgens de regels betalen.


3.11 Beleidsartikel 14. Cultuur

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 34 Budgettaire gevolgen van beleid art. 14 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)

Ontwerp-begroting 2026 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie

2027

Mutatie

2028

Mutatie

2029

Mutatie

2030

Mutatie

2031

Verplichtingen

719.045

0

719.045 38.592 757.637

70.906

77.446

71.902

72.336

1.472.154
Uitgaven

1.418.028

0

1.418.028 36.843 1.454.871

70.863

76.986

71.902

72.336

1.472.154
Bekostiging

1.197.077

1.000

1.198.077 37.558 1.235.635

35.830

38.268

39.834

41.316

1.306.341
Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse instellingen

279.895

0

279.895 9.895 289.790

10.250

9.265

9.108

9.102

288.149
Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse fondsen

338.938

0

338.938 13.103 352.041

12.378

11.209

12.116

13.389

346.334
Museale instellingen met een wettelijke taak

283.982

1.000

284.982 8.138 293.120

8.149

8.149

8.124

8.085

289.223
Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen

36.493

0

36.493 638 37.131

2.792

2.220

2.178

2.159

98.055
Digitale openbare bibliotheek

19.816

0

19.816 618 20.434

-3.544

-3.698

-2.704

-2.705

17.083
Bibliotheekvoorziening leesgehandicapten

14.728

0

14.728 460 15.188

460

345

341

340

15.047
Monumentenzorg

177.328

0

177.328 1.736 179.064

3.750

884

836

1.134

176.351
Archieven incl. Regionale Historische Centra

45.897

0

45.897 2.970 48.867

343

8.642

8.694

8.671

47.118
Cultuureducatie (via primair onderwijs)

0

0

0 0 0

1.252

1.252

1.141

1.141

28.981
Subsidies (regelingen)

116.139

-1.000

115.139 -2.716 112.423

22.627

33.257

25.795

26.578

71.727
Verbreden inzet cultuur

11.202

0

11.202 -1.043 10.159

-329

-586

425

425

13.315
Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS)

10.058

0

10.058 78 10.136

110

59

108

108

6.036
Programma leesbevordering

34.958

0

34.958 -3.717 31.241

19.372

30.230

25.229

25.228

32.144
Creatieve Industrie

3.168

0

3.168 -496 2.672

-109

215

242

22

2.011
Specifiek cultuurbeleid

21.100

-1.000

20.100 742 20.842

3.037

3.139

-267

912

16.254
Subsidies Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

3.402

0

3.402 1.375 4.777

747

200

58

58

1.792
NGF CIIIC

32.251

0

32.251 345 32.596

-201

0

0

-175

175
Opdrachten

40.057

0

40.057 -1.915 38.142

-175

-210

260

-968

28.766
Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis

2.054

0

2.054 54 2.108

76

68

68

68

2.121
Opdrachten Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

20.050

0

20.050 -1.210 18.840

1.263

1.480

1.938

510

16.130
NGF Opdrachten

4.324

0

4.324 78 4.402

0

0

0

0

0
Overige opdrachten

13.629

0

13.629 -837 12.792

-1.514

-1.758

-1.746

-1.546

10.515
Bijdrage aan agentschappen

61.086

0

61.086 3.680 64.766

12.386

5.496

5.824

5.242

60.053
Nationaal Archief

61.086

0

61.086 3.680 64.766

12.386

5.496

5.824

5.242

60.053
Bijdragen aan medeoverheden

1.642

0

1.642 161 1.803

120

108

122

101

3.174
Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

2.027

0

2.027 75 2.102

75

67

67

67

2.093
Ontvangsten

11.274

0

11.274 11.625 22.899

0

0

0

0

11.274

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hierna worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Tabel 35 Budgetflexibiliteit*

2026

Juridisch verplicht

99,59%

Bestuurlijk gebonden

0,01%

Beleidsmatig gereserveerd

0,40%

Nog niet ingevuld/vrij te besteden

0,00%

* Voor de budgetflexibiliteit is als peildatum 8 juli 2026 gehanteerd (start zomerreces van de Eerste Kamer). Hierbij is rekening gehouden met het uitkeren van loon- en prijsbijstelling voor de werkvelden conform gebruikelijk werkwijze.

Van het totale budget voor artikel 14 is in 2026 99,6 procent juridisch verplicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 38,6 miljoen verhoogd.

Uitgaven

De uitgaven worden met € 36,8 miljoen verhoogd.

Aan het begrotingsartikel Cultuur wordt de loonbijstelling volledig, maar de prijsbijstelling slechts voor een beperkt deel structureel toegevoegd. Uitzondering hierop zijn de budgetten van het Nationaal Archief (NA), de RCE en de erfgoedwet instellingen met een wettelijke taak, waarvoor de loon- en prijsbijstelling volledig wordt toegevoegd.

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget voor de bekostiging wordt per saldo met € 37,6 miljoen verhoogd. Dit saldo bestaat grotendeels uit de loon- en prijsbijstelling.

Voor de implementatie van de nieuwe Archiefwet bij het Nationaal Archief

(NA) is het budget verhoogd (in 2026 € 3,8 miljoen, in 2027 en 2028 € 8,3 miljoen en daarna structureel jaarlijks € 7,3 miljoen). Dit is nodig door aanvullende eisen die zijn voortgekomen uit de wetsbehandeling in de Tweede Kamer en door de nadere invulling van de onderliggende regelgeving. Uit een uitvoerige gezamelijke taakanalyse van het NA en OCW, is gebleken dat het NA als archiefhouder extra middelen nodig heeft, onder andere door de verkorting van de overbrengingstermijn. Daarnaast zijn extra middelen nodig voor diploma-onderwijs Archivistiek. In 2026 wordt dit incidenteel gedekt uit de loon- en prijsbijstelling. Daarnaast worden, binnen het financiële instrument Bekostiging, budgetten verlaagd voor de (digitale) stelseltaken op basis van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (WSOB) van de Koninklijke Bibliotheek (€ 4,2 miljoen in 2027 en 2028 en € 3,2 miljoen vanaf 2029) en voor de Woonhuisregeling, onderdeel van de monumentenzorg (€ 4,2 miljoen vanaf 2027).

Amendement Ceder c.s.

In het kader van het amendement van het lid Ceder c.s. (Kamerstukken II 2025/26, 2026D01794">36 800 VIII, nr. 38) wordt het budget museale instellingen met een wettelijke taak met € 1,0 miljoen verhoogd en het budget Specifiek cultuurbeleid met € 1,0 miljoen verlaagd om het Joods Cultureel Kwartier aanvullend te ondersteunen met een eenmalige financiële impuls.

Subsidies

De subsidietaakstelling is verwerkt op het budget voor Specifiek cultuurbeleid, dat bestemd is voor diverse tijdelijke projectsubsidies. Omdat deze nog niet allemaal concreet waren ingevuld, hoeft niet gekort te worden op reeds verleende subsidies. Door de subsidietaakstelling blijft weinig ruimte over voor beleidsinitiatieven. Daarnaast zijn er conform de 'Kamerbrief over duurzame verankering van de Bibliotheek op School' ten behoeve van bibliotheken middelen toegevoegd aan het budget voor leesbevordering (€ 19,0 miljoen in 2027 en vanaf 2028 structureel € 25,0 miljoen per jaar).

Bijdrage aan agentschappen

Zie de toelichting bij het instrument Bekostiging over de ophoging van het budget voor het NA.

Ontvangsten

Door een technische fout werd een in 2025 geraamde ontvangst op de Subsidieregeling instandhouding monumenten in dat jaar niet gerealiseerd. Dit wordt in 2026 rechtgezet, waardoor er een meevaller op de ontvangsten van € 10,8 miljoen in 2026 ontstaat.

3.12 Beleidsartikel 15. Media

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 36 Budgettaire gevolgen van beleid art. 15 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)

Ontwerp-begroting 2026 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie

2027

Mutatie

2028

Mutatie

2029

Mutatie

2030

Mutatie

2031

Verplichtingen

1.147.673

0

1.147.673 28.916 1.176.589

24.072

23.539

23.992

24.485

1.237.080
Uitgaven

1.306.616

0

1.306.616 28.916 1.335.532

24.072

23.539

23.992

24.485

1.237.080
Bekostiging

1.259.719

0

1.259.719 24.954 1.284.673

19.903

20.645

21.196

21.761

1.210.522
Landelijke publieke omroep

982.816

0

982.816 18.839 1.001.655

15.303

15.402

15.729

16.163

886.035
Regionale omroep

197.304

0

197.304 6.098 203.402

4.543

4.540

4.557

4.660

211.950
Stichting Omroep Muziek

21.537

0

21.537 489 22.026

489

489

489

489

22.026
Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (NIBG)

31.756

0

31.756 1.036 32.792

706

702

702

702

31.038
Stimuleringsfonds voor de Journalistiek

3.251

0

3.251 81 3.332

‒ 397

‒ 168

25

26

2.931
Co-productiefonds Binnenlandse Omroep (CoBO)

5.866

0

5.866 133 5.999

133

133

133

133

5.999
Mediawijsheid Expertisecentrum (Bewust mediagebruik)

1.944

0

1.944 855 2.799

655

655

655

655

2.599
Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO)

2.007

0

2.007 46 2.053

46

46

46

46

2.053
Dotatie/onttrekking Algemene Mediareserve

12.869

0

12.869 ‒ 2.631 10.238

‒ 1.583

‒ 1.575

‒ 1.561

‒ 1.533

26.543
Lokale journalistiek

0

0

0 0 0

0

413

413

412

18.971
Overige bekostiging media

369

0

369 8 377

8

8

8

8

377
Subsidies (regelingen)

35.297

0

35.297 1.295 36.592

807

32

35

‒ 6

13.271
Onderzoeksjournalistiek

15.246

0

15.246 559 15.805

338

233

235

194

12.851
Lokale journalistiek

19.340

0

19.340 710 20.050

667

0

0

0

0
Overige Subsidies

711

0

711 26 737

‒ 198

‒ 201

‒ 200

‒ 200

420
Opdrachten

548

0

548 126 674

20

18

18

18

566
Opdrachten

548

0

548 126 674

20

18

18

18

566
Bijdrage aan ZBO's/RWT's

10.966

0

10.966 2.538 13.504

3.339

2.841

2.740

2.709

12.633
Commissariaat voor de Media

10.966

0

10.966 2.538 13.504

3.339

2.841

2.740

2.709

12.633
Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

86

0

86 3 89

3

3

3

3

88
European Audiovisual Observatory

86

0

86 3 89

3

3

3

3

88
Ontvangsten

165.500

0

165.500 700 166.200

0

0

0

0

165.500
Reclame ontvangsten

165.500

0

165.500 700 166.200

0

0

0

0

165.500

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Tabel 37 Budgetflexibiliteit*

2026
Juridisch verplicht

98,72%

Bestuurlijk gebonden

0,00%

Beleidsmatig gereserveerd 1,23%
Nog niet ingevuld/vrij te besteden 0,05%

* Voor de budgetflexibiliteit is als peildatum 8 juli 2026 gehanteerd (start zomerreces van de Eerste Kamer). Hierbij is rekening gehouden met het uitkeren van loon- en prijsbijstelling voor de werkvelden conform gebruikelijk werkwijze.

Van het totale budget voor artikel 15 is in 2026 98,7 procent juridisch verplicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 28,9 miljoen verhoogd. Deze verhoging wordt veroorzaakt door de hieronder toegelichte uitgavenmutaties (€ 28,9 miljoen). Daarnaast wordt de verplichtingenstand aangesloten op de voorgenomen uitgaven uit de mediabegrotingsbrief.

Uitgaven

De uitgaven worden met € 28,9 miljoen verhoogd.

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget voor bekostiging wordt per saldo met € 25,0 miljoen verhoogd.

De verhoging wordt onder andere veroorzaakt door:

  • toevoeging van de loon- en prijsbijstelling tranche 2026 (€ 25,0 miljoen);

  • een verhoging van de dotatie aan de Algemene Mediareserve (AMr) als gevolg van de geactualiseerde raming van de reclameopbrengsten voor

2026 in de mediabegrotingsbrief 2026 (€ 0,7 miljoen);

  • een overboeking van het instrument bekostiging van de post dotatie/ onttrekking AMr naar het Commissariaat voor de Media (CvdM) in verband met de financiering van de uitbreiding van de (wettelijke) taken van het CvdM (- € 1,0 miljoen).

Subsidies

Het budget voor subsidies wordt per saldo met € 1,3 miljoen verhoogd als gevolg van de loon- en prijsbijstelling tranche 2026. De subsidietaakstelling is deels structureel in mindering gebracht op het budget voor overige subsidies (- € 0,2 miljoen) dat bestemd is voor diverse tijdelijke projectsubsidies. Hierdoor blijft door de subsidietaakstelling weinig ruimte over voor beleidsinitiatieven. Het overige deel is in mindering gebracht op het beschikbare budget voor onderzoeksjournalistiek (- € 0,2 miljoen). Deze verlaging wordt door de loon- en prijsbijstelling opgevangen.

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

Het budget voor bijdragen aan ZBO's/RWT's wordt per saldo met € 2,5 miljoen verhoogd. De verhoging wordt onder andere veroorzaakt door: – toevoeging van de loon- en prijsbijstelling tranche 2026 (€ 0,3 miljoen);

  • Kasschuif WaU-middelen van het CvdM naar latere jaren (- € 0,3 miljoen) als onderdeel van de OCW-brede herijking van de kasritmes voor de WaU-middelen tot en met 2031.

  • een overboeking van het instrument bekostiging van de post dotatie/ onttrekking AMr naar het CvdM in verband met de financiering van de uitbreiding van de (wettelijke) taken van het CvdM (€ 1,0 miljoen);

  • de uitvoering van de taken die volgen uit de Europese verordening inzake transparantie en gerichte politieke reclame wordt belegd bij het CvdM. De middelen (structureel € 1,6 miljoen per jaar) hiervoor zijn overgeboekt van de begroting van het Ministerie van BZK naar de OCW-begroting, zodat het Ministerie van OCW kan zorgdragen voor de bekostiging aan het CvdM.

Ontvangsten

Het ontvangstenbudget wordt met € 0,7 miljoen verlaagd. Hiermee wordt de raming aangepast aan de raming van de reclameopbrengsten in de mediabegrotingsbrief 2026.

Dotatie Algemene Mediareserve (AMr)

Aan de AMr wordt op basis van de huidige ramingen eind 2026 € 10,2 miljoen toegevoegd.

Tabel 38 Raming ontwikkeling liquiditeit AMr (bedragen x € 1.000)

Saldo AMr per 01-01-2026

247.264

Directe mutaties AMr

-

Mutaties AMr via begroting

10.238

Verwacht saldo AMr per 31-12-2026

257.502

3.13 Beleidsartikel 16. Onderzoek en wetenschapsbeleid

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 39 Budgettaire gevolgen van beleid art. 16 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)

Ontwerp-begroting 2026 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie

2027

Mutatie

2028

Mutatie

2029

Mutatie

2030

Mutatie

2031

Verplichtingen

1.778.176

0

1.778.176 70.881 1.849.057

73.749

81.255

96.937

94.530

1.681.867
Uitgaven

1.779.385

0

1.779.385 70.881 1.850.266

73.749

81.255

96.937

94.530

1.682.692
Bekostiging

1.460.382

0

1.460.382 62.777 1.523.159

71.362

68.269

85.076

84.387

1.452.162
NWO

659.820

0

659.820 33.946 693.766

48.021

47.333

65.206

78.719

647.972
KNAW

115.152

0

115.152 5.135 120.287

4.113

3.821

3.722

3.631

118.062
KB

70.454

0

70.454 2.530 72.984

2.447

2.168

2.216

2.233

71.971
NWO Talentontwikkeling

165.885

0

165.885 4.624 170.509

4.624

4.624

4.624

‒ 3.496

170.509
NWO TTW

8.000

0

8.000 223 8.223

223

223

223

223

8.223
NWO Grootschalige Researchinfrastructuur

55.380

0

55.380 1.544 56.924

1.544

1.544

1.544

1.251

56.924
NWO Praktijkgericht Onderzoek

62.990

0

62.990 2.662 65.652

2.262

2.027

2.026

2.024

65.238
Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO)

31.611

0

31.611 2.514 34.125

716

526

378

363

16.998
Poolonderzoek

3.147

0

3.147 89 3.236

42

42

42

42

1.542
Caribisch Nederland

2.500

0

2.500 70 2.570

70

70

70

70

2.570
NWO NWA

131.970

0

131.970 3.679 135.649

1.539

700

‒ 140

‒ 5.836

133.624
NWO Fonds onderzoek en wetenschap

137.047

0

137.047 5.171 142.218

5.171

4.662

4.639

4.637

141.589
NWO Praktijk onderzoek en wetenschap

16.426

0

16.426 590 17.016

590

529

526

526

16.940
Subsidies (regelingen)

173.645

0

173.645 7.322 180.967

4.081

3.267

2.917

6.587

73.208
VSC

321

0

321 11 332

4

3

‒ 313

‒ 313

9
Naturalis Biodiversity Center

13.796

0

13.796 484 14.280

268

170

92

92

10.737
BPRC

13.056

0

13.056 457 13.513

185

123

121

120

13.223
NEMO
Science Museum

4.231

0

4.231 148 4.379

59

39

39

38

4.285
STT

277

0

277 9 286

3

2

‒ 271

‒ 271

7
Stichting AAP

1.299

0

1.299 45 1.344

18

12

12

12

1.316
Nationale Coördinatie

7.027

0

7.027 1.598 8.625

209

81

69

86

3.574
Subsidie Fonds onderzoek en wetenschap

84.429

0

84.429 2.955 87.384

2.923

2.518

2.502

6.474

1.173
Delta Climate Center

10.581

0

10.581

371

10.952

403 313 276 343

2.007

Netherlands Academy of Engineering

544

0

544

20

564

9 6 6 6

16

Biotech Booster

22.885

0

22.885

125

23.010

0 0 384 0

36.861

Big Chemistry

15.199

0

15.199

1.099

16.298

0 0 0 0

0

Opdrachten

8.148

0

8.148

‒ 3.152

4.996

‒ 4.436 ‒ 3.487 ‒ 1.350 ‒ 1.322

7.084

Opdrachten

5.240

0

5.240

‒ 2.200

3.040

‒ 4.234 ‒ 3.234 ‒ 1.100 ‒ 1.080

2.965

Opdrachten Fonds onderzoek en wetenschap

2.908

0

2.908

‒ 952

1.956

‒ 202 ‒ 253 ‒ 250 ‒ 242

4.119

Bijdrage aan agentschappen

8.785

0

8.785

‒ 2.860

5.925

‒ 3.106 8.863 6.604 1.174

16.897

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

6.611

0

6.611

‒ 2.935

3.676

‒ 3.181 8.800 6.541 1.113

15.015

RVO Fonds onderzoek en wetenschap

2.174

0

2.174

75

2.249

75 63 63 61

1.882

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

128.425

0

128.425

6.794

135.219

5.848 4.343 3.690 3.704

133.341

EMBC

1.460

0

1.460

0

1.460

71 55 56 56

1.606

EMBL

9.183

0

9.183

0

9.183

453 340 336 337

9.760

ESA

37.426

0

37.426

624

38.050

‒ 219 ‒ 666 ‒ 1.307 ‒ 1.303

36.043

CERN

65.540

0

65.540

5.706

71.246

4.366 3.614 3.612 3.619

68.965

ESO

12.066

0

12.066

464

12.530

1.044 900 894 896

12.936

SKAO

2.750

0

2.750

0

2.750

133 100 99 99

4.031

Ontvangsten

101

0

101

0

101

0 0 0 0

101

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Tabel 40 Budgetflexibiliteit*

2026

Juridisch verplicht

98,96%

Bestuurlijk gebonden

0,99%

Beleidsmatig gereserveerd

0,05%

Nog niet ingevuld/vrij te besteden

0,00%

* Voor de budgetflexibiliteit is als peildatum 8 juli 2026 gehanteerd (start zomerreces van de Eerste Kamer). Hierbij is rekening gehouden met het uitkeren van loon- en prijsbijstelling voor de werkvelden conform gebruikelijk werkwijze.

Van het totale budget voor artikel 16 is in 2026 99,0 procent juridisch verplicht.

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget wordt met € 70,9 miljoen verhoogd. De verhoging van het verplichtingenbudget is gelijk aan de verhoging van het uitgavenbudget.

Uitgaven

Het uitgavenbudget wordt met € 70,9 miljoen verhoogd. Op artikel 16 wordt in 2026 € 63,5 miljoen aan loon- en prijsbijstelling uitgekeerd. Dit is nader toegelicht in het algemene deel. De loonbijstelling wordt volledig beschikbaar gesteld.

Bekostiging

Het budget voor bekostiging wordt per saldo met € 62,8 miljoen in 2026 verhoogd. Deze verhoging is een gevolg van onder meer de volgende mutaties:

  • er wordt in 2026 € 54,2 miljoen toegevoegd aan loon- en prijsbijstelling;

  • de bekostiging van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) wordt vanaf 2027 structureel verlaagd met € 1,7 miljoen ter dekking van tegenvallers op CERN en ESO;

  • de bekostiging van NWO wordt verlaagd ter dekking van OCW-brede problematiek (zie het Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties). Het gaat om € 0,1 miljoen in 2026, € 1,5 miljoen in 2027, aflopend tot € 0,5 miljoen in 2030;

  • de bekostiging voor NWO wordt verhoogd door een overboeking van artikel 7 (Wetenschappelijk onderwijs) voor Zwaartekracht. Per ingang van 2027 zal NWO namelijk de subsidies voor Zwaartekracht verstrekken, in plaats van de minister van OCW. Op dit moment organiseert NWO voor OCW het aanvraag- en selectieproces van Zwaartekracht en adviseert zij over de toekenningen. Op basis hiervan verstrekt OCW de subsidies. Bestaande toekenningen blijven tot het einde van de looptijd begroot op de OCW-begroting. Met Zwaartekracht stimuleert de overheid excellent onderzoek in Nederland. Het is bedoeld voor grootschalig onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek in consortia die de potentie hebben om tot de wereldtop op hun gebied te gaan behoren. In 2027 en 2028 wordt het budget verhoogd met € 17,5 miljoen, in 2029 tot en met 2031 gaat het om € 35,0 miljoen per jaar. In 2032 en 2033 is het € 52,5 miljoen en vanaf 2034 € 70,0 miljoen structureel;

  • in de OCW-begroting 2025 waren een aantal taakstellingen geboekt op de algemene bekostiging van NWO. NWO heeft over de invulling van deze taakstellingen een besluit genomen in haar begroting voor 2026. Het Ministerie van OCW heeft deze begroting goedgekeurd op grond van Artikel 29 uit de Kaderwet zbo’s. In de 1e suppletoire begroting wordt deze invulling budgettair verwerkt. De OCW-begroting wordt in lijn gebracht met de begroting van NWO. Het gaat om:

    • NWO NWA, € 2,1 miljoen in 2027, oplopend tot

€ 9,5 miljoen structureel;

  • NWO Talentenontwikkeling, € 8,1 miljoen vanaf 2030;

  • NWO Grootschalige researchinfrastructuur, € 0,3 miljoen vanaf 2030;

  • NWO-subsidies voor ruimteonderzoek, € 2,6 miljoen. Dit budget staat nu onder het ESA-hoofdbudget. NWO bouwt deze subsidies af vanaf 2026.

Subsidies

Het budget voor subsidies wordt per saldo met € 7,3 miljoen verhoogd. Deze verandering is voornamelijk het resultaat van de volgende aanpassingen:

– er wordt in 2026 € 4,7 miljoen toegevoegd aan loon- en prijsbijstelling;

  • het budget van Subsidie Fonds Onderzoek en Wetenschap wordt in 2030 opgehoogd met € 6,5 miljoen ter herstel van een eerdere technische fout, waardoor het budget per abuis op nul was gezet. Deze ophoging is betaald uit de eindejaarsmarge.

Subsidietaakstelling

In het coalitieakkoord is een rijksbrede taakstelling opgenomen voor subsidies. Hieronder wordt toegelicht hoe deze taakstelling wordt ingevuld voor het Onderzoek- en wetenschapsbeleid:

  • op alle instellingssubsidies onder het instrument subsidies op artikel 16 wordt per ingang van 2027 een structurele efficiencykorting doorgevoerd ter hoogte van 2,1% per subsidie.

  • er is gekozen om gericht een drietal subsidies stop te zetten. Hiermee wordt voorkomen dat de subsidietaakstelling grote impact heeft op alle subsidies. Het gaat om de volgende instellingssubsidies:

    • De instellingssubsidie van VSC (€ 321,0 duizend per jaar) wordt stopgezet per 2029;

    • Motivatie: musea en centra zijn zelf primair verantwoordelijk om zich te organiseren in een vereniging en om hun eigen belangenbehartiging te verzorgen. De musea en centra kunnen hiervoor hun reguliere financiering gebruiken. Stopzetten per 2029 biedt de organisatie voldoende tijd om zich voor te bereiden;

    • De instellingssubsidie van Stichting Toekomstbeeld der Techniek (STT) (€ 227,0 duizend per jaar) wordt stopgezet per 2029;

    • Motivatie: de adviezen van STT hebben vanwege de aard een beperkte invloed op de beleidsvorming. Daarnaast verzorgt het Ministerie van OCW een derde van de financiering, waardoor het wegvallen van de subsidie van het Ministerie van OCW mogelijk kan worden opgevangen. Stopzetten per 2029 biedt de organisatie voldoende tijd om zich hierop voor te bereiden;

    • De instellingssubsidie van Netherlands Academy of Engineering (NAE) (€ 545,0 duizend per jaar) wordt stopgezet per 2031;

    • Motivatie: NAE heeft bij de start in 2022 al rekening gehouden met een afloop van het geld van de overheid en een oploop van de inleg van bedrijven. Daarom is het stopzetten van de subsidie per 2031 uitlegbaar.

Opdrachten

Het budget voor opdrachten wordt per saldo met € 3,2 miljoen verlaagd.

Deze verandering is voornamelijk het resultaat van de volgende wijzigingen:

– er wordt in 2026 € 0,1 miljoen toegevoegd aan loon- en prijsbijstelling;

  • er wordt in 2026 € 6,0 miljoen toegevoegd voor de Einstein Telescope voor het projectbureau en geologische onderzoeken. In 2027 en 2028 gaat het om € 1,5 miljoen. Dit geld is afkomstig uit de eindejaarsmarge;

  • van 2026 tot en met 2031 wordt het budget voor opdrachten verlaagd, omdat budget dat eerst begroot stond onder opdrachten, nu op bijdrage van agentschappen wordt geplaatst. Dit komt omdat inmiddels zeker is dat dit geld zal worden besteed aan het agentschap Justis. Het gaat om € 2,0 miljoen in 2026, € 3,0 miljoen in 2027, aflopend tot € 1,0 miljoen structureel.

Bijdrage aan agentschappen

Het budget voor bijdrage aan agentschappen wordt per saldo met € 2,9 miljoen verlaagd. Deze verandering is voornamelijk het resultaat van de volgende wijzigingen:

  • er wordt in 2026 € 0,1 miljoen toegevoegd aan loon- en prijsbijstelling;

  • in 2026 en 2027 wordt het budget voor de screeningswet verlaagd. Dit geld wordt met een kasschuif verplaatst naar 2028 en 2029. In 2026 gaat het om € 4,8 miljoen.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Het budget voor bijdrage aan (inter)nationale organisaties wordt per saldo met € 6,8 miljoen verhoogd. Deze verandering is voornamelijk het resultaat van de volgende wijzigingen:

  • er wordt in 2026 € 4,5 miljoen toegevoegd aan loon- en prijsbijstelling;

  • het budget voor CERN wordt structureel verhoogd met € 1,3 miljoen, ter dekking van een tegenvaller op de contributie. Deze tegenvaller is het gevolg van een stijgend Nederlands bbp-aandeel en een ongunstige wisselkoers. Dit wordt gedekt met een bezuiniging op de bekostiging van NWO;

  • het budget voor ESO wordt structureel verhoogd met € 0,5 miljoen, ter dekking van een tegenvaller op de contributie. Deze tegenvaller is het gevolg van een stijgend Nederlands bbp-aandeel. Dit wordt gedekt met een bezuiniging op de bekostiging van NWO.

Ontvangsten

Het ontvangstenbudget blijft ongewijzigd ten opzichte van de begroting.

3.14 Beleidsartikel 25. Emancipatie

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 41 Budgettaire gevolgen van beleid art. 25 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)

Ontwerp-begroting 2026 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie

2027

Mutatie

2028

Mutatie

2029

Mutatie

2030

Mutatie

2031

Verplichtingen

7.639

0

7.639 2.232 9.871

23.030

22.026

22.070

14.550

33.800
Uitgaven

22.180

0

22.180 2.232 24.412

23.030

22.026

22.070

14.550

33.800
Bekostiging

14.385

0

14.385 532 14.917

537

419

417

416

12.454
Kennisinfrastructuur:
Gender- en lhbti- gelijkheid

14.385

0

14.385 532 14.917

537

419

417

416

12.454
Subsidies (regelingen)

4.852

0

4.852 286 5.138

3.427

2.595

2.641

2.641

5.898
Gender- en lhbti- gelijkheid 2022-2027

4.852

0

4.852 286 5.138

3.427

2.595

2.641

2.641

5.898
Opdrachten

2.937

0

2.937 1.414 4.351

7.368

7.314

7.314

2.435

4.407
Bijdrage aan medeoverheden

6

0

6 0 6

11.698

11.698

11.698

9.058

11.041
Gemeentefonds gender- en lhbti- gelijkheid

6

0

6 0 6

11.698

11.698

11.698

9.058

11.041
Ontvangsten

0

0

0 0 0

0

0

0

0

0

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Tabel 42 Budgetflexibiliteit*

2026

Juridisch verplicht

78,15%

Bestuurlijk gebonden

0,00%

Beleidsmatig gereserveerd

18,78%

Nog niet ingevuld/vrij te besteden

3,07%

* Voor de budgetflexibiliteit is als peildatum 8 juli 2026 gehanteerd (start zomerreces van de Eerste Kamer). Hierbij is rekening gehouden met het uitkeren van loon- en prijsbijstelling voor de werkvelden conform gebruikelijk werkwijze.

Van het totale budget voor artikel 25 is in 2026 78,2 procent juridisch verplicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen zijn voor 2026 met € 2,2 miljoen verhoogd.

Uitgaven

De uitgaven voor 2026 zijn verhoogd met € 2,2 miljoen. Op artikel 25 is vanwege de rijksbrede subsidietaakstelling minder prijsbijstelling uitgekeerd. De loonbijstelling wordt wel volledig beschikbaar gesteld.

De mutaties voor de jaren 2027 en verder hebben betrekking op de intensivering van de versterkte aanpak lhbtiq+-veiligheid en de implementatie van de EU-richtlijn als onderdeel van de aanpak geweld tegen vrouwen zoals opgenomen in het coalitieakkoord. Beide trajecten worden hieronder nader toegelicht.

Aanpak geweld tegen vrouwen

Op 14 mei 2024 is de Richtlijn (EU) 2024/1385 ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld in werking getreden. De richtlijn verplicht lidstaten om passende maatregelen te nemen om geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld te voorkomen door middel van een alomvattende gelaagde aanpak. Nederland moet uiterlijk op 14 juni 2027 aan de richtlijn voldoen.

Zowel de EU-richtlijn als het Verdrag van Istanbul benadrukken dat lidstaten verplicht zijn om gerichte bewustwordingscampagnes en onderwijsprogramma’s te ontwikkelen die bijdragen aan de preventie van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Dit betreft zowel primaire (doorbreken schadelijke genderstereotyperingen en bevorderen van gelijkwaardigheid) als secundaire (bewustwording, herkennen en ingrijpen) preventieve maatregelen.

Een versterkte preventieve aanpak van geweld tegen vrouwen is daarom een cruciaal onderdeel van de implementatie van de richtlijn. Via maatregelen in onder andere het emancipatiebeleid, het onderwijs, binnen gemeenten en met publiek-private samenwerking dragen we bij aan deze versterking. Hetgeen bewerkstelligd wordt door een combinatie van centrale en lokale maatregelen.

De lokale maatregelen worden uitgevoerd door de 35 centrumgemeenten. Zij worden ondersteund door een expertisebureau/kenniscentrum dat een interventiepakket samenstelt waaruit gemeenten interventies kunnen kiezen die aansluiten bij de lokale context. Het expertisebureau/kenniscentrum draagt tevens zorg voor de deskundigheid van relevante lokale professionals, bijvoorbeeld door middel van trainingen en kennisverspreiding.

Versterkte aanpak lhbtiq+-veiligheid

Op 10 december 2025 is de versterkte aanpak lhbtiq+-veiligheid 2026-2029 aan de Kamer aangeboden. Deze versterkte aanpak is een interdepartementaal traject van het Ministerie van J&V en het Ministerie van OCW. In het rapport en de bijbehorende analyse wordt ingegaan op de problematiek en onveiligheid waar lhbtiq+ personen mee te maken krijgen, alsook op onderliggende oorzaken. Met deze meerjarige incidentele intensivering wordt invulling gegeven aan de bredere interventiestrategie zoals beschreven in het rapport. Het betreft hier onder andere een versterking op gemeentelijke/regionaal niveau en van het maatschappelijk middenveld, publiekscampagnes, extra impuls voor kansrijke projecten en onderzoek.

Toelichting per instrument:

Subsidies

Aanpak geweld tegen vrouwen

De uitgaven voor 2026 worden verhoogd met € 0,5 miljoen in het kader van de aanpak geweld tegen vrouwen. Vanaf 2027 nemen de uitgaven (deels structureel) toe. In 2026 start de mannenalliantie welke loopt tot en met 2030. De subsidieregeling die hiervoor wordt opgezet start in 2026.

Hiermee is een bedrag gemoeid van € 4,0 miljoen. Daarnaast houden de kosten verband met onder andere begeleiding van de gemeentelijke/lokale aanpak, interventieontwikkeling en trainingen.

Opdrachten

De uitgaven voor 2026 worden verhoogd met een bedrag van € 1,4 miljoen.

Aanpak geweld tegen vrouwen

Voor 2026 betreft het een bedrag van € 1,0 miljoen dat betrekking heeft op de kosten voor het nationaal actieprogramma seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. Vanaf 2027 is er, voortvloeiend uit de richtlijn, structureel een budget van € 2,0 miljoen voorzien voor een nationaal actieplan geweld tegen vrouwen. Een bedrag van € 0,4 miljoen dient als structurele bijdrage voor de nationaal coördinator.

Versterkte aanpak lhbtiq+-veiligheid

Van 2026 tot 2030 wordt het budget voor de versterkte aanpak lhbtiq+-veiligheid opgehoogd. Het gaat in deze om respectievelijk € 0,3 miljoen in 2026 en € 4,9 miljoen in de jaren 2027 ‒ 2029.

Bijdrage aan medeoverheden

Vanaf 2027 worden hier de uitgaven zichtbaar in het kader van de versterkte aanpak lhbtiq+-veiligheid en de aanpak geweld tegen vrouwen.

In beide trajecten is sprake van een gemeentelijke/regionale aanpak.

Voor de versterkte aanpak gaat het om een incidentele intensivering van € 2,4 miljoen voor de jaren 2027-2029. De verankering van de richtlijn geweld tegen vrouwen in de lokale/regionale aanpak kent een structureel karakter. De omvang bedraagt hiervan € 9,0 miljoen structureel per jaar.

4 De niet-beleidsartikelen

4.1 Niet beleidsartikel 91. Nog onverdeeld

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 43 Budgettaire gevolgen van beleid, niet-beleidsartikel 91 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x

€ 1.000)

Ontwerp-begroting 2026 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie

2027

Mutatie

2028

Mutatie

2029

Mutatie

2030

Mutatie

2031

Verplichtingen

0

0

0 0 0

0

‒ 11.628

‒ 11.628

‒ 11.628

0
Uitgaven

0

0

0 0 0

0

‒ 11.628

‒ 11.628

‒ 11.628

0
Loonbijstelling

0

0

0 0 0

0

0

0

0

0
waarvan programma

0

0

0 0 0

0

0

0

0

waarvan apparaat

0

0

0 0 0

0

0

0

0

0
Prijsbijstelling

0

0

0 0 0

0

0

0

0

0
waarvan programma

0

0

0 0 0

0

0

0

0

0
waarvan apparaat

0

0

0 0 0

0

0

0

0

0
Onvoorzien

0

0

0 0 0

0

‒ 11.628

‒ 11.628

‒ 11.628

0
Ontvangsten

0

0

0 0 0

0

0

0

0

0

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven

De verplichtingen en uitgaven worden vanaf 2028 structureel met € 11,6 miljoen verlaagd.

Toelichting per instrument:

Onvoorzien

Vanaf begrotingsjaar 2028 wordt structureel € 11,6 miljoen overgeheveld vanaf artikel 91 naar artikel 3 (Voortgezet onderwijs) ten behoeve van de structurele bekostiging van praktijkgerichte programma’s in vmbo-tl.


4.2 Niet-beleidsartikel 95. Apparaat Kerndepartement

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 45 Budgettaire gevolgen van beleid, niet-beleidsartikel 95 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x

€ 1.000)

Ontwerp-begroting 2026 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie

2027

Mutatie

2028

Mutatie

2029

Mutatie

2030

Mutatie

2031

Verplichtingen

422.538

0

422.538 23.632 446.170

‒ 3.880

13.510

‒ 26.214

‒ 78.911

312.038
Uitgaven

422.538

0

422.538 23.632 446.170

‒ 3.880

13.510

‒ 26.214

‒ 78.911

312.038
Personele uitgaven

352.999

0

352.999 20.260 373.259

‒ 10.607

8.387

‒ 30.241

‒ 82.938

234.676
Eigen
Personeel

338.508

0

338.508 15.334 353.842

‒ 9.920

8.387

‒ 30.241

‒ 82.938

223.095
Externe inhuur

9.886

0

9.886 4.926 14.812

‒ 687

0

0

0

7.412
Overige personele uitgaven

4.605

0

4.605 0 4.605

0

0

0

0

4.169
Materiële uitgaven

69.539

0

69.539 3.372 72.911

6.727

5.123

4.027

4.027

77.362
ICT

10.595

0

10.595 ‒ 966 9.629

159

‒ 34

‒ 781

‒ 781

8.433
Bijdrage aan SSO's

23.701

0

23.701 ‒ 131 23.570

‒ 198

‒ 225

‒ 232

‒ 232

21.175
Overig Materieel

35.243

0

35.243 4.469 39.712

6.766

5.382

5.040

5.040

47.754
Begrotingsreserve schatkistbankieren

0

0

0 0 0

0

0

0

0

0
Ontvangsten

510

0

510 0 510

0

0

0

0

442

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 23,6 miljoen verhoogd.

Uitgaven

De uitgaven worden met € 23,6 miljoen verhoogd.

Toelichting per instrument:

Personele uitgaven

Het budget wordt per saldo met € 20,3 miljoen verhoogd. De verhoging wordt veroorzaakt door:

  • diverse interne overboekingen (per saldo € 10,7 miljoen). Het betreft hier voornamelijk uitvoeringskosten waarvoor het budget nog niet aan het apparaatsbudget was toegevoegd, zoals voor de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (€ 4,0 miljoen), het College voor Toetsen en Examens (€ 1,5 miljoen), de Inspectie van het Onderwijs (€ 1,4 miljoen) en de Realisatie-Eenheid Leraren (€ 1,4 miljoen);

  • loon- en prijsbijstelling (€ 4,2 miljoen), zie toelichting algemeen deel;

  • diverse interdepartementale overboekingen (per saldo € 2,4 miljoen). Hiervan komt het grootste deel van het Ministerie van BZK: € 2,4 miljoen voor het Rijksprogramma voor Duurzaam Digitale Informatiehuishouding (RDDI);

  • overige mutaties (per saldo € 2,9 miljoen), waaronder toevoeging van middelen uit het Nationaal Groeifonds.

Daarnaast zijn vanaf 2027 de apparaatstaakstellingen uit het coalitieakkoord verwerkt en voorlopig op dit begrotingsartikel geboekt. Deze taakstellingen hebben betrekking op het kerndepartement en op de uitvoeringsorganisaties van OCW en zullen op een later moment waar nodig worden doorverdeeld naar andere begrotingsartikelen. De efficiencytaakstelling bedraagt € 5,7 miljoen in 2027 oplopend naar € 25,4 miljoen vanaf 2030.

De taakstelling vernieuwing rijksdienst/slagvaardige overheid bedraagt € 27,2 miljoen in 2029 oplopend naar € 67,7 miljoen vanaf 2030.

Materiële uitgaven

Het budget wordt per saldo met € 3,4 miljoen verhoogd.

5 Agentschappen

5.1 Agentschap Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)

De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van de Rijksoverheid voor het onderwijs. DUO levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten, het organiseren van examens, informatievoorziening, alsmede diensten gericht op de verbetering van de verbinding tussen beleid en uitvoering, waarbij de burger en instellingen centraal worden gesteld. Daarnaast verricht DUO werkzaamheden voor overige departementen en derden. Onderdeel van DUO is de Shared Service Organisatie Noord (SSO-Noord), waarbinnen het Inkoop Uitvoeringscentrum en het Overheidsdatacenter zijn ondergebracht, die dienstverlening verricht voor het concern OCW, haar dienstonderdelen en andere overheidsorganen.

Tabel 47 Exploitatieoverzicht DUO (Eerste Suppletoire Begroting 2026) (bedragen x € 1.000)

(1) Vastgestelde begroting

(2) Mutaties 1e suppletoire begroting

(3) = (1) + (2)

Totaal geraamd

Baten

- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten

86.292

207 86.499

waarvan omzet moederdepartement

5.649 0 5.649

waarvan omzet overige departementen

73.152

195 73.347

waarvan omzet derden

4.602 12 4.614

Overige dienstverlening

2.889 0 2.889

- Baten als tegenprestatie voor de levering van input

542.679 18.239 560.918

Hoofdproduct Bekostiging

79.942

606 80.548

Hoofdproduct Studiefinanciering

204.073 14.718 218.791

Hoofdproduct Examendiensten

90.433

1.968 92.401

Hoofdproduct Onderwijsregisters

69.953

700 70.653

Hoofdproduct Informatiediensten

21.237

161 21.398

Inburgering

44.862

0 44.862

ICT-Diensten

17.499

86 17.585

Diverse registers

9.724 0 9.724

Overige dienstverlening

4.956 0 4.956

Rentebaten

1.400 0 1.400

Vrijval voorzieningen

0 0 0

Bijzondere baten

0 0 0

Totaal baten

630.371 18.446 648.817

Lasten

Apparaatskosten

528.459 17.376 545.835

- Personele kosten

411.880

13.490 425.370

waarvan eigen personeel

283.546 10.031 293.577

waarvan inhuur externen

113.500

2.636 116.136

waarvan overige personele kosten

14.834

823 15.657

- Materiële kosten

116.579

3.886 120.465

waarvan apparaat ICT

56.825

1.188 58.013

waarvan bijdrage aan SSO's

28.751

2.050 30.801

waarvan overige materiële kosten

31.003

648 31.651

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

32.064

1.070 33.134

Rentelasten 3.695 0 3.695

Afschrijvingskosten

64.203 0

64.203

- Materieel

21.620 0

21.620

waarvan apparaat ICT

21.220 0

21.220

waarvan overige

materiële afschrijvingskosten

400 0 400

- Immaterieel

42.583 0

42.583

Overige lasten

1.850 0 1.850

waarvan dotaties voorzieningen

1850 0 1.850

waarvan bijzondere lasten

0 0 0

Totaal lasten

630.271 18.446 648.717

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

100

0

100

Agentschapsdeel Vpb-lasten

100

0

100

Saldo van baten en lasten

0

0

0

Toelichting

De baten in de 1e suppletoire begroting stijgen met € 18,4 miljoen ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting 2026 (€ 630,4 miljoen). De lasten stijgen eveneens met € 18,4 miljoen ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting 2026 (€ 630,4 miljoen).

Baten

De totale baten in de 1e suppletoire begroting zijn € 18,4 miljoen hoger ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting 2026. De stijging heeft betrekking op additionele middelen voor het hoofdproduct Studiefinanciering (€ 13,2 miljoen), het hoofdproduct Examens (€ 1,3 miljoen) en het hoofdproduct Onderwijsregister (€ 0,2 miljoen). Daarnaast heeft de stijging betrekking op de toegekende prijsbijstelling 2026 voor materiële kosten (€ 3,3 miljoen) en additionele middelen voor diverse werkzaamheden (€ 0,5 miljoen). Tevens is een additionele taakstelling aan DUO opgelegd als gevolg van het aangenomen amendement Kent (- € 1,4 miljoen). Voor de prijsbijstelling, middelen voor diverse werkzaamheden en de opgelegde taakstelling geldt dat deze naar rato zijn verdeeld over de van toepassing zijnde batencategorieën. Voorts geldt dat de prijsbijstelling voor externe inhuur niet wordt uitgekeerd.

Lasten

De totale apparaatskosten in de 1e suppletoire begroting zijn € 17,4 miljoen hoger dan in de oorspronkelijk vastgestelde begroting 2026. De personele kosten stijgen met € 13,5 miljoen en de materiële kosten stijgen met € 3,9 miljoen. Daarnaast stijgen de kosten voor uitbesteed werk en andere externe kosten met € 1,0 miljoen. De kostenstijging is het gevolg van de additionele werkzaamheden zoals hierboven beschreven.

Kasstroomoverzicht

Tabel 48 Kasstroomoverzicht DUO (Eerste Suppletoire Begroting 2026) (bedragen x € 1.000)

(1) Vastgestelde begroting

(2) Mutaties 1e suppletoire begroting

(3) = (1) + (2) Totaal geraamd

1. Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

98.973

0

98.973

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

630.371

18.446

648.817

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 566.068 ‒ 18.446 ‒ 584.514

2. Totaal operationele kasstroom

64.303

0

64.303

Totaal investeringen (-/-)

‒ 109.551

‒ 2.249

‒ 111.800

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

3. Totaal investeringskasstroom

‒ 109.551

‒ 2.249

‒ 111.800

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

0

0

0

Aflossingen op leningen (-/-)

‒ 64.203

12.936

‒ 51.267

Beroep op leenfaciliteit (+)

109.551

2.249 111.800

4. Totaal financieringskasstroom

45.348

15.185

60.533

5. Rekening courant RHB 31 december (=1+2+3+4)

99.073

12.936

112.009

Toelichting

Het kasstroomoverzicht is aangepast ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting 2026 met de eerder genoemde loon- en prijsbijstelling en overige bijstellingen. Daarnaast is de aangevraagde leenfaciliteit verwerkt, evenals de daarbij behorende investeringen en zijn de verwachte aflossingen op reeds afgesloten leningen verwerkt.