Memorie van toelichting
Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Memorie van toelichting
Nummer: 2026D10581, datum: 2026-04-02, bijgewerkt: 2026-04-02 12:44, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Onderdeel van kamerstukdossier 36915 VIII-2 Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota).
Onderdeel van zaak 2026Z04507:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2026-04-07 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-04-09 10:00: Wijziging van de begrotingsstaten van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (Inbreng feitelijke vragen), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2026-04-16 10:15: Procedurevergadering Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Vergaderjaar 2025–2026
| 36 915 VIII | Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) |
|---|---|
| Nr. 2 | MEMORIE VAN TOELICHTING |
INHOUDSOPGAVE
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL 1
B. BEGROTINGSTOELICHTING 3
Leeswijzer 3
Het beleid 4
De beleidsartikelen 17
De niet-beleidsartikelen 58
5 Agentschappen 61
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 3
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2026 wijzigingen aan te brengen in:
de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
de begrotingsstaat inzake het agentschap DUO van dit ministerie.
De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Rianne Letschert
B. BEGROTINGSTOELICHTING
1 Leeswijzer
In deze Eerste Suppletoire Begroting van OCW zijn de effecten van besluiten van het kabinet over de Voorjaarsnota verwerkt. Deze suppletoire wet moet dan ook in samenhang worden bezien met de Voorjaarsnota. Allereerst is de begrotingsstaat voor de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten voor de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap opgenomen. Hierin wordt inzicht gegeven in de financiële wijzigingen die op (beleids)artikelniveau worden voorgesteld in de begroting voor het jaar 2026.
Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een algemeen deel en een artikelsgewijs deel. Het algemeen deel bevat de belangrijkste suppletoire mutaties op de OCW-begroting (paragraaf 2.1). Vervolgens wordt per beleidsartikel een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting (paragraaf 3). Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:
Omvang begrotingsartikel Beleidsmatige mutaties Technische mutaties
(stand ontwerpbegroting in € miljoen) (ondergrens in € miljoen) (ondergrens in € miljoen)
< 50 1 2
=> 50 en < 200 2 4
=> 200 < 1000 5 10
=> 1000 10 20
De toelichtingen op de uitgaven gelden ook voor de verplichtingen. Alleen indien er sprake is van een groot verschil van de verplichtingenmutaties ten opzichte van de uitgavenmutaties, wordt dit verschil apart toegelicht. Deze verschillen ontstaan bijvoorbeeld doordat er verplichtingen zijn aangegaan die niet tot een uitgavenmutatie leiden (zoals het aangaan van garantieverplichtingen in het kader van schatkistbankieren) of door regelingen waarvoor de verplichtingen dit jaar worden aangegaan terwijl de uitgaven pas volgend jaar (of in de jaren daarna) plaatsvinden.
2 Het beleid
2.1 Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties
|
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Artikelnr. | Uitgaven 2026 | Uitgaven 2027 | Uitgaven 2028 | Uitgaven 2029 | Uitgaven 2030 | Uitgaven 2031 | |
| Stand begroting 2026 | 57.033.064 | 59.293.119 | 57.237.296 | 56.875.755 | 56.584.404 | ||
| Mutaties coalitieakkoord | |||||||
|
|
|
|
|
|
|
‒ 25.400 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|||||
|
|
|
|||||
|
|
|
|||||
|
|
|
|||||
|
|
|
|||||
|
|
|
|||||
|
|
|
|||||
|
|
|
|||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
* Voor deze mutatie ontvangt uw Kamer een onderbouwing conform de werkwijze Beleidskeuzes uitgelegd (CW 3.1.)
Toelichting belangrijkste uitgavenmutaties
Mutaties coalitieakkoord
Uitwerking coalitieakkoord
In de Eerste suppletoire begroting van het Ministerie van OCW zijn de generieke taakstellingen uit het coalitieakkoord ‘Aan de slag’ verwerkt. Dit geldt zowel voor de concrete invulling van de subsidietaakstelling als de apparaatstaakstellingen. Voor de apparaatstaakstelling zijn de taakstellingen op de efficiency (61) en vernieuwing rijksdienst (62) voorlopig verwerkt op artikel 95. De concrete invulling van de apparaatstaakstellingen vindt op een later moment plaats, ook in samenhang met de invulling bij andere departementen. De middelen voor de intensiveringen op onderwijs en media uit het coalitieakkoord staan gereserveerd op de Aanvullende Post van het Ministerie van Financiën.
Invulling subsidietaakstelling (CA maatregel 63)
In het coalitieakkoord is besloten tot een rijksbrede taakstelling op subsidies van structureel € 189 miljoen vanaf 2027. Voor het Ministerie van OCW bedraagt het aandeel in de subsidietaakstelling structureel € 18,9 miljoen vanaf 2027. De invulling van de subsidietaakstelling is door OCW verwerkt in de Eerste suppletoire begroting 2026. In de onderstaande tabel (tabel 2) wordt de budgettaire verdeling van de subsidietaakstelling per artikel weergeven. De concrete invulling van de subsidietaakstelling wordt toegelicht in deze suppletoire begroting bij het desbetreffende artikel.
|
|||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Art. Omschrijving | 2026 2027 |
|
|
|
2031 | ||||||||
|
0 ‒ 8.132 |
|
|
|
|
||||||||
|
0 ‒ 32 |
|
|
|
|
||||||||
|
0 ‒ 6.438 |
|
|
|
|
||||||||
|
0 ‒ 2.599 |
|
|
|
|
||||||||
|
0 ‒ 10 |
|
|
|
‒ 10 | ||||||||
|
0 0 |
|
|
|
|
||||||||
|
0 ‒ 524 |
|
|
|
‒ 524 | ||||||||
|
0 ‒ 443 |
|
|
|
‒ 443 | ||||||||
|
0 ‒ 664 |
|
|
|
|
||||||||
|
0 ‒ 8 | ‒ 8 | ‒ 8 |
|
‒ 8 | ||||||||
|
0 ‒ 18.850 | ‒ 18.850 | ‒ 18.850 | ‒ 18.850 |
|
||||||||
Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 1. Saldo mee- en tegenvallers
|
|||||||||||||
|
|||||||||||||
|
|
|
|
|
|
2031 | |||||||
|
|
|
‒ 16.287 | ‒ 34.863 |
|
|
|||||||
|
12.005 |
|
|
|
|
|
|||||||
|
|
‒ 4.047 |
|
|
|
|
|||||||
|
|
|
|
|
|
||||||||
|
|
|
|
|
‒ 20.451 | ||||||||
|
|
|
|
|
‒ 16.541 |
|
|||||||
* Dit betreft alleen Nederlandse studenten.
Daarnaast is het aantal internationale (EER-)studenten gedaald. In de referentieraming 2026 is het aantal niet-Nederlandse EER-studenten lager dan in de referentieraming 2025. Het budget voor het hbo en wo is vanaf 2026 reeds verlaagd vanwege de bezuiniging door het kabinet Schoof ter vermindering van het aantal internationale studenten in de Ontwerpbegroting 2025. De daling van het aantal niet-Nederlandse EER-studenten die volgt uit de referentieraming 2026, is verrekend met de reeds ingeboekte bezuiniging vanaf 2026. Na deze verrekening resteert nog een bezuinigingsopgave van € 24,9 miljoen in 2027 oplopend tot
€ 42,5 miljoen in 2029. In 2030 resteert een bezuinigingsopgave van € 0,4 miljoen voor het hbo, vanaf 2031 is de bezuinigingsopgave voor zowel het hbo als het wo volledig gerealiseerd (zie onderstaande tabel 4). De meerjarige verdeling van de bezuiniging over het hbo en wo wordt budgettair verwerkt in de Ontwerpbegroting 2027. Omdat er in 2027 nog een bezuiniging van € 24,9 miljoen resulteert, leidt dit tot een verlaging van de onderwijsuitgaven per student voor 2027. De resterende bezuiniging vanaf 2028 kan nog verder worden ingevuld als bij de volgende referentieraming een verdere daling van het aantal niet-Nederlandse EER-studenten blijkt. De middelen voor de intensiveringen op onderwijs uit het coalitieakkoord ‘Aan de slag’ worden verwerkt na verdere uitwerking.
In 2031 resulteert de geraamde daling van het aantal internationale (EER-)studenten in het hbo en het wo in een grotere budgettaire verlaging dan de bezuiniging uit het hoofdlijnenakkoord van het kabinet Schoof en is sprake van een reguliere meevaller van € 28,9 miljoen.
|
||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
|
|
|
2031 | |||
Stand taakstelling voorafgaand aan Voorjaarsnota (incl. amendement Bontenbal c.s.) |
5.987 |
|
|
|
|
5.800 | ||
| Gerealiseerde verlaging EER-studenten (hbo + wo) RR 2026 |
|
‒ 11.668 | ‒ 19.149 | ‒ 25.707 | ‒ 30.781 | ‒ 34.352 | ||
| Resterende taakstelling na Voorjaarsnota 2026 | 5.987 |
|
|
|
|
0 | ||
Correctie raming nieuwkomersbekostiging: het structurele tekort dat is ontstaan door een fout in de doorrekening van de nieuwkomersraming bij de Voorjaarsnota 2023 wordt rechtgezet.
Oplossen onrechtmatigheid nieuwkomersbekostiging: Bij Voorjaarsnota 2025 zijn reeds middelen toegevoegd om de bedragen voor nieuwkomers en asielzoekers in het primair onderwijs deels gelijk te trekken. Nu blijkt, op basis van extra beschikbare teldata, dat er aanvullend € 14,6 miljoen structureel nodig is om bedragen gedeeltelijk gelijk te trekken, zoals bedoeld in de maatregel in de Voorjaarsnota 2025.
Controle Uitwonendenbeurs (CUB) herzieningen: Er vindt een tegenvaller plaats op de herzieningen van alle besluiten naar aanleiding van de controles op de uitwonendenbeurs in het kader van de herstelopgave. De tegenvaller is ontstaan doordat er meer gedetailleerde informatie beschikbaar is over alle dossiers die herzien moeten worden en doordat besluiten die zijn genomen tijdens de pilotfase ook herzien dienen te worden. Er is namelijk geen juridisch relevant verschil tussen de pilotfase en de periode 2012-2023.
In het overig saldo vinden diverse kleinere mee- en tegenvallers plaats verdeeld over de OCW-begroting.
2. Saldo in- en extensiveringen
Binnen de OCW-begroting wordt een aantal noodzakelijke beleidsmatige intensiveringen gedaan, maar ook extensiveringen om de tegenvallers en de intensiveringen op de OCW-begroting te dekken. In de tabel hieronder (tabel 5) staat per artikel een weergave van het saldo van de intensiveringen en extensiveringen. Hieruit blijkt dat er meer geëxtensiveerd dan geïntensiveerd wordt. Deze extensiveringen worden ingezet ter dekking van per saldo tegenvallers op de OCW-begroting (zie saldo mee- en tegenvallers). Deze middelen blijven dus binnen de OCW-begroting.
|
|||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
|
|
|
|
2031 | |||
|
|
|
‒ 15.029 | ‒ 12.386 | ‒ 14.347 |
|
|||
|
|
|
|
|
|
|
|||
|
‒ 3.737 | ‒ 23.575 |
|
|
|
|
|||
|
|
|
|
|
|
11.315 | |||
|
‒ 2.460 |
|
|
|
|
|
|||
|
|
|
|
|
|
0 | |||
|
‒ 8.920 |
|
|
|
|
0 | |||
|
|
|
|
|
|
3.850 | |||
|
|
|
|
|
|
0 | |||
|
|
|
|
|
|
|
|||
|
|
|
|
|
|
|
|||
|
|
|
|
|
|
|
|||
|
|
|
|
|
|
2.398 | |||
|
‒ 8.708 |
|
‒ 13.862 |
|
|
‒ 33.693 | |||
|
|
|
|
|
|
|
|||
|
|
|
|
|
|
0 | |||
Hieronder worden enkele grote in- en extensiveringen nader toegelicht:
Intensiveringen
Er wordt in totaal € 79,6 miljoen gereserveerd, verspreid over de jaren 2026 t/m 2030, voor de afhandeling van schade als gevolg van de indirecte discriminatie bij de controles op de uitwonendenbeurs. De Tweede Kamer zal op korte termijn via een brief worden geïnformeerd over de vormgeving deze schadeafhandeling.
Naast het Masterplan basisvaardigheden in het funderend onderwijs wordt in het mbo cumulatief € 100 miljoen beschikbaar gesteld voor basisvaardigheden in de jaren 2027 t/m 2030. Recente voortgangscijfers laten zien dat de beheersing van taal- en rekenvaardigheden onder druk staat en dat gerichte versterking nodig is. Gezien deze zorgwekkende trend is het noodzakelijk dat de financiële investeringen van de afgelopen jaren worden voortgezet. Hiermee wordt gewerkt aan het wegwerken van taal- en rekenachterstanden en wordt gericht geïnvesteerd in extra begeleiding voor studenten die dat nodig hebben. Hiervoor wordt de regeling Doorstroom beroepskolom (VABOK) per 2027 stopgezet.
Krimp mbo: de Regeling aanvullende middelen studentendaling in het mbo voor de periode 2025-2027 wordt verlengd voor het jaar 2028 met een intensivering van € 34,0 miljoen vanwege de transitiefase naar de herziening van de mbo-bekostiging vanaf 2029. De dekking komt uit een extensivering op de regeling doorstroomberoepskolom (VABOK).
De bekostiging hbo wordt opgehoogd (structureel € 15,3 miljoen) als gevolg van het beëindigen van de regeling Doorstroom beroepskolom. Inzet van deze middelen vindt plaats in de geest van de regeling en komt ten goede aan de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt.
Voor de implementatie van de richtlijn geweld tegen vrouwen (GTV) wordt er structureel € 13,4 miljoen beschikbaar gesteld. Op 14 mei 2024 is de Europese richtlijn ter bestrijding geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld in werking getreden. De richtlijn verplicht lidstaten om vanaf juni 2027 passende maatregelen te nemen om geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld te voorkomen door middel van een gelaagde preventieve lokale en nationale aanpak. De aanpak richt zich middels primaire en secundaire preventieve maatregelen op het doorbreken van schadelijke genderstereotyperingen en bevordering van gelijkwaardigheid (primair) en sociaalmaatschappelijke bewustwording (secundair).
Voor de implementatie van de nieuwe Archiefwet bij het Nationaal Archief (NA) wordt het budget verhoogd met structureel € 7,3 miljoen. Dit is nodig vanwege aanvullende eisen die zijn voortgekomen uit de wetsbehandeling in de Tweede Kamer, maar ook door de nadere invulling van de onderliggende regelgeving.
Het budget voor de regeling schoolmaaltijden wordt incidenteel in 2027 met € 19,1 miljoen verhoogd om de huidige zomer- en winterpakketten te continueren in 2027.
Overige intensiveringen zijn onder andere de gebruikersvergoeding voor de Europese School (€ 4,3 miljoen vanaf 2029 en € 5,1 miljoen structureel vanaf 2031) en een intensivering van € 22,9 miljoen incidenteel voor de Versterkte Aanpak lhbtiq+.
Extensiveringen
Loon- en prijsbijstelling funderend onderwijs: er wordt in 2031
€ 38,1 miljoen (€ 35,1 miljoen structureel) geëxtensiveerd op de loon- en prijsbijstelling in het funderend onderwijs ter dekking van problematiek binnen de OCW-begroting. Er wordt niet geëxtensiveerd op de loonbijstelling op de bekostiging.
Voor de CUB schadevergoedingen komt de dekking voor de jaren 2026 en 2027 (€ 33,9 miljoen) uit de prijsbijstelling op artikel 11 (Studiefinanciering) en de prijsbijstelling van de artikelen 4, 6, 7 en 16. Ook wordt een deel gedekt uit de eindejaarsmarge.
De regeling doorstroom beroepskolom (VABOK) wordt per 2027 stopgezet. Na verschillende taakstellingen en tijdelijke extensiveringen voor politieke prioriteiten blijven er onvoldoende middelen over om nog via dit instrument een significante maatschappelijke impact te kunnen maken. Deze extensivering dient als dekking voor versterking van basisvaardigheden in het mbo (€ 100 miljoen cumulatief). Ook wordt de regeling aanvullende studentendaling mbo verlengd naar 2028 met € 34,0 miljoen, wordt de bekostiging hbo opgehoogd (structureel € 15,3 miljoen), komt er vanaf 2031 structureel € 18,9 miljoen beschikbaar voor opgavegerichte aanvullende middelen mbo en wordt een deel van budget ingezet voor de implementatie van de richtlijn GTV en de Versterkte Aanpak lhbtiq+ (structureel € 4,1 miljoen). Het restant van het budget voor de regeling VABOK wordt ingezet als dekking voor de subsidietaakstelling uit het coalitieakkoord (€ 3,8 miljoen structureel).
Daarnaast wordt er voor de implementatie van de richtlijn GTV en de Versterkte Aanpak lhbtiq+ geëxtensiveerd op diverse budgetten, waaronder incidenteel in de jaren 2027 t/m 2030 op de bekostiging mbo (€ 33,7 miljoen), de bekostiging hbo (incidenteel € 3,2 miljoen in de jaren 2026 t/m 2030 en structureel € 2 miljoen), de bekostiging wo (incidenteel € 8 miljoen in de jaren 2026 t/m 2030 en structureel € 3,6 miljoen), het onderzoeksdeel van de bekostiging van het wo
(incidenteel € 26,2 miljoen in de jaren 2027 t/m 2030 en structureel
€ 2,7 miljoen), de bekostiging NWO (incidenteel € 5,7 miljoen in de jaren 2026 t/m 2030 en structureel € 0,5 miljoen) en het restant van de regeling Doorstroom beroepskolom (VABOK, € 4,1 miljoen).
Voor de implementatie van de nieuwe Archiefwet wordt het bedrag in 2026 incidenteel gedekt uit de loon- en prijsbijstelling van artikel 14.
Daarnaast wordt er geëxtensiveerd op het budget voor de (digitale) stelseltaken op basis van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (WSOB) van de Koninklijke Bibliotheek (€ 4,2 miljoen in 2027 en 2028 en € 3,2 miljoen vanaf 2029) en op de Woonhuisregeling, onderdeel van de monumentenzorg (€ 4,2 miljoen vanaf 2027).
Er wordt in totaal € 19,1 miljoen geëxtensiveerd op de regeling brugfunctionaris in het funderend onderwijs ten behoeve van de intensivering op schoolmaaltijden.
Vanaf begrotingsjaar 2027 wordt een deel van het budget voor de praktijkgerichte havo geëxtensiveerd als gevolg van de beleidskeuze om het praktijkgerichte vak op de havo niet verplicht te stellen voor alle havoleerlingen in de bovenbouw, maar facultatief aan te bieden. De extensivering bedraagt € 7,7 miljoen in 2027 en loopt op tot € 13,0 miljoen structureel.
Daarnaast vinden er verschillende overige extensiveringen plaats om de problematiek op de OCW-begroting te dekken.
Nieuw beleid
In de Eerste suppletoire begroting 2026 zit een aantal posten met nieuw beleid. Voor de posten in tabel 6 geldt dat de uitvoering van dit beleid start in 2026 en is het van belang dat op korte termijn begonnen kan worden met de uitvoering. Ook in de latere jaren zijn er enkele posten met nieuw beleid. Deze zijn niet opgenomen in de veronderstelling dat de beide Kamers de Eerste suppletoire begroting voor aanvang 2027 geaccordeerd hebben.
|
|||
|---|---|---|---|
|
|||
|
Beleidsmaatregel | 2026 Uiterste datum Gevolgen bij vertraging | |
|
CUB Schadevergoedingen | 10.081 |
|
|
Implementatie van de gemoderniseerde Archiefwet |
|
|
|
Implementatie Richtlijn (EU) Geweld tegen Vrouwen |
|
1-6-2026 De overgang van regeringscommissaris incl. Nationale actieprogramma aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld naar de nog aan te stellen
|
|
Versterkte Aanpak lhbtiq+-Veiligheid |
|
1-6-2026 Projecten komen later in uitvoering. Risico op onderuitputting. |
3. Overheveling aanvullende post
Op de Aanvullende Post bij het Ministerie van Financiën stonden nog middelen gereserveerd voor de herijking van het OV-contract voor het studentenreisproduct (totaal € 4,3 miljoen incidenteel) en de invoering van de studiebeurs (incidenteel € 6,8 miljoen). Deze middelen zijn niet langer nodig voor de beoogde doelen. In plaats daarvan worden de middelen overgeheveld en ingezet als dekking voor een deel van de tegenvaller op de herzieningsopgave controle uitwonendenbeurs.
4. Eindejaarsmarge
De totale onderuitputting (inclusief openstaande verplichtingen) in 2025 bedroeg € 358,9 miljoen. Dit bedrag wordt in 2026 weer toegevoegd aan de OCW-begroting. Hiervan wordt € 78,0 miljoen ingezet voor openstaande verplichtingen, waarvan een deel eerder is gemeld bij Tweede Suppletoire Begroting 2025 (Kamerstuk 36850-VIII, nr. 1) en in de brief ‘Beleidsmatige mutaties na Tweede Suppletoire Begroting 2025'. Dit budget is niet volledig tot besteding gekomen in 2025 en is nodig voor uitbetalingen in 2026 en verder. Daarnaast wordt de eindejaarsmarge ingezet voor enkele specifieke tegenvallers en intensiveringen:
€ 21,1 miljoen wordt ingezet voor de regeling praktijkleren in 2026, dit vanwege de toename van het gebruik van praktijkleerplekken. De toename wordt grotendeels verklaard door een stijging van aantal het bbl-studenten. Met deze middelen kan de vergoeding per praktijkleerplek voor bedrijven op peil worden gehouden;
een bijdrage van het Ministerie van OCW aan het besparingsverlies op de Banenafspraak van het Ministerie van SZW (€ 9,4 miljoen);
€ 9,1 miljoen voor de Einstein Telescope;
voor de tijdelijke voorziening voor de activiteiten in het kader van Oorlog voor de Rechter wordt € 4,1 miljoen beschikbaar gesteld om de afspraken
die zijn gemaakt over de openstelling van de oorlogsarchieven na te kunnen komen;
€ 3,2 miljoen voor de gestegen vaste uitvoeringskosten die het Ministerie van OCW betaalt aan DUS-I.
Het resterende bedrag van € 234,0 miljoen is volledig ingezet om de tegenvallers op de OCW-begroting te dekken in de jaren 2026-2030.
5. Saldo loon- en prijsbijstelling tranche 2026 toebedeeld
Het kabinet keert loon- en prijsbijstelling (lpo) uit over de departementale begrotingen, ter compensatie van stijgende lonen en prijzen. In de Miljoenennota 2026 is besloten dat er bij Voorjaarsnota 2026 rijksbreed vanaf 2028 een korting op de prijsbijstelling tranche 2026 plaatsvindt ter dekking van rijksbrede problematiek. Van de prijsbijstelling van OCW wordt vanaf 2028 € 90 miljoen en vanaf 2031 structureel € 109 miljoen niet uitgekeerd aan OCW. De uitgekeerde lpo tranche 2026 bedraagt totaal structureel € 1,8 miljard. Dit bedrag bestaat uit loonbijstelling van € 1,6 miljard en prijsbijstelling van € 0,2 miljard vanaf 2031. In onderstaande tabel 7 is de verdeling van de loonbijstelling over de artikelen op de OCW-begroting te zien.
|
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
|
|
|
|
|
2031 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
207.192 |
|
|
|
|
|
|
|
29.538 |
|
|
|
|
|
|
|
590 |
|
|
|
|
|
|
|
39.194 |
|
|
|
|
|
|
|
602 |
|
|
|
|
|
|
4.076 | |
|
1.664.012 | 1.669.901 | 1.652.450 | 1.648.314 | 1.638.681 | 1.632.893 | |
In onderstaande tabellen is te zien wat de hoogte van de prijsbijstelling is vóór de korting op de rijksbrede prijsbijstelling (= 100% prijsbijstelling, tabel 8) en de toebedeelde prijsbijstelling over de artikelen op de OCW-begroting na korting prijsbijstelling (tabel 9). Tabel 10 laat zien wat het effect is van de korting op de prijsbijstelling over de verschillende artikelen (= verschil vóór en na korting prijsbijstelling).
De korting van de prijsbijstelling betekent dat de OCW-begroting niet volledig wordt gecompenseerd voor gestegen prijzen. De facto betekent dit een bezuiniging voor de betreffende sectoren, omdat zij de prijsstijgingen zelf op moeten vangen met bestaand budget. De korting van de prijsbijstelling leidt tot aanpassing van de begroting die per artikel verschilt, omdat er bij de doorverdeling hiervan rekening is gehouden met een aantal specifieke omstandigheden. Allereerst is OCW wettelijk verplicht tot het uitkeren van prijsbijstelling op de bekostiging van het primair onderwijs, de studiefinanciering en de rijksbijdrage media. Na uitkering van het wettelijk verplichte deel van de prijsbijstelling resteert voor de rest van de begroting € 90,0 miljoen structureel vanaf 2031. Het resterende bedrag van € 90,0 miljoen wordt conform tabel 9 verdeeld op de OCW-begroting.
|
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Art. Omschrijving |
|
|
|
|
|
2031 | |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
378 | |
|
|
|
|
|
|
1.416 | |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2.261 | |
|
|
|
|
|
|
168 | |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
148 | |
|
0 | 0 |
|
|
|
60 | |
|
|
|
|
|
|
1.230 | |
|
295.263 |
|
305.685 | 304.227 | 302.798 | 302.311 | |
|
|||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Art. Omschrijving |
|
|
|
|
|
2031 | |||
|
|
|
|
|
|
43.429 | |||
|
|
|
|
|
|
21.680 | |||
|
|
|
|
|
|
14.785 | |||
|
|
|
|
|
|
9.413 | |||
|
|
|
|
|
|
20.428 | |||
|
|
|
|
|
194 | 162 | |||
|
|
|
37 | 37 | 37 | 37 | |||
|
|
|
|
|
|
36.963 | |||
|
|
|
|
|
|
2.261 | |||
|
|
|
|
|
169 | 168 | |||
|
|
|
|
|
|
9.651 | |||
|
|
|
|
|
|
23.374 | |||
|
|
|
|
|
|
9.426 | |||
|
|
|
79 | 75 |
|
59 | |||
|
0 | 0 | 0 |
|
|
0 | |||
|
|
|
|
|
|
1.230 | |||
|
295.263 | 350.282 |
|
|
|
|
|||
|
|||||||||
| Art. Omschrijving |
|
|
|
|
|
2031 | |||
|
|
|
|
|
|
‒ 3.541 | |||
|
|
|
‒ 19.331 | ‒ 20.196 | ‒ 20.277 |
|
|||
|
|
|
|
‒ 18.531 |
|
|
|||
|
|
|
|
|
|
|
|||
|
|
|
‒ 25.351 | ‒ 26.061 | ‒ 26.207 |
|
|||
|
0 | 0 |
|
|
|
‒ 216 | |||
|
|
|
|
|
|
‒ 1.379 | |||
|
0 | 0 | 0 |
|
|
0 | |||
|
0 | 0 | 0 |
|
|
0 | |||
|
0 | 0 | 0 |
|
|
0 | |||
|
0 | 0 |
|
|
|
‒ 7.835 | |||
|
0 | 0 |
|
|
|
‒ 90 | |||
|
|
|
|
|
|
‒ 5.721 | |||
|
0 | 0 |
|
|
|
‒ 89 | |||
|
0 | 0 |
|
|
|
‒ 60 | |||
|
0 | 0 | 0 |
|
|
0 | |||
|
0 | 0 | ‒ 90.308 | ‒ 93.608 | ‒ 93.420 | ‒ 109.245 | |||
Naast de rijksbrede korting op de prijsbijstelling wordt er op verschillende artikelen loon- en prijsbijstelling van de tranche 2026 ingezet voor het dekken van tegenvallers en intensiveringen binnen de OCW-begroting. In onderstaande tabel 11 is per artikel uitgesplitst welk deel van de loon- en prijsbijstelling hiervoor wordt ingezet. Er wordt niet geëxtensiveerd op de loonbijstelling op de bekostiging.
|
||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Art. Omschrijving |
|
|
|
|
|
2031 |
|
|
|
|
|
‒ 20.262 |
|
|
|
|
|
|
‒ 20.262 |
|
|
|
|
|
|
|
0 |
|
|
|
|
|
|
0 |
|
|
|
|
|
|
0 |
|
|
|
|
|
|
0 |
|
|
|
|
|
|
0 |
|
‒ 19.001 |
|
|
|
|
0 |
|
|
|
|
|
|
0 |
|
|
|
|
|
|
0 |
|
|
|
|
|
|
0 |
|
|
|
|
|
|
0 |
|
|
|
|
|
|
0 |
|
|
|
|
|
|
0 |
|
|
|
|
|
|
0 |
|
|
|
|
|
|
0 |
|
|
‒ 29.238 | ‒ 40.433 | ‒ 36.934 | ‒ 40.524 | ‒ 38.084 |
6. Nationaal Groeifonds
Voor diverse NGF-projecten geldt dat een deel van het beschikbare bedrag in 2025 niet in 2025 tot betaling is gekomen. Deze betalingen zijn doorgeschoven naar 2026, al dan niet met een openstaande verplichting. Er wordt in 2026 in totaal
€ 88,5 miljoen toegevoegd aan de OCW-begroting voor NGF, waaronder € 44,7 miljoen voor het project LLOkatalysator en € 22,2 miljoen voor het project Npuls.Voor het NGF-project Open Leermateriaal is de onvoorwaardelijke toekenning
(€ 38,0 miljoen) die is aangekondigd in de Kamerbrief (Kamerstuk 36800-L-8) toegevoegd aan de OCW begroting.Er zijn meerdere kasschuiven verwerkt waarbij middelen voornamelijk naar latere jaren worden geschoven op NGF-projecten, van totaal € 5,3 miljoen uit 2025 en
€ 7,0 miljoen uit 2026 naar latere jaren.
7. Kasschuiven
Op de OCW-begroting worden diverse meerjarige kasschuiven doorgevoerd om de budgetten in overeenstemming te brengen met het verwachte bestedingsritme. De grootste kasschuif betreft een schuif van € 1,0 miljard op het budget van de reisvoorziening van de vervoersbedrijven. Hiermee wordt de betaling aan de vervoersbedrijven (gedeeltelijk) al aan het eind van het voorafgaande jaar in plaats van aan het begin van het betreffende jaar gedaan (in dit geval in 2026 in plaats van in 2027), zonder af te wijken van de afspraken met de vervoersbedrijven. Dit jaar is het verzoek voor de kasschuif door de vervoersbedrijven zelf ingediend.
8. Niet-kaderrelevante mutaties
De niet-kaderrelevante (NR) mutaties hebben betrekking op de studiefinanciering. Het betreft hier de tranche 2026 van de niet-kaderrelevante prijsbijstelling van € 117,4 miljoen in 2026 en € 113,2 miljoen structureel. Daarnaast is er een meevaller op de niet-kaderrelevante sf-raming van € 344,7 miljoen in 2026, aflopend naar € 307,0 miljoen structureel. Deze wordt voornamelijk veroorzaakt doordat voor alle niveaus het percentage van de studenten dat gebruik maakt van leningen is gedaald. Ook zijn er meer studenten thuiswonend dan geraamd. Thuiswonende studenten krijgen een lagere basisbeurs dan uitwonende studenten.
9. Extrapolatie
Dit betreft de verlenging van de begrotingshorizon naar het jaar 2031, hiermee wordt
€ 56,4 miljard toegevoegd in 2031.
10. Desalderingen
Dit betreft desalderingen van uitgaven en ontvangsten. Er wordt een aantal kleinere desalderingen gedaan, waaronder een desaldering van € 0,7 miljoen voor een projectsubsidie van het Fonds Podiumkunsten en een dotatie aan de Algemene Mediareserve van € 0,7 miljoen om aan te sluiten op de geactualiseerde Ster-raming.
11. Overboekingen met andere departementen
Dit saldo bestaat uit overboekingen met andere departementen en interne technische overboekingen.
|
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Artikelnr. | Ontvangsten 2026 |
|
Ontvangsten 2028 |
|
|
Ontvangsten 2031 | |
|
2.481.021 |
|
2.689.440 |
|
|
||
|
|||||||
| 1 Saldo mee- en tegenvallers |
|
|
|
|
|
|
65.365 |
| 2 Niet kaderrelevante mutaties |
|
|
|
|
|
1.432 | 7.855 |
| 3 Desalderingen |
|
|
|
|
|
1.500 | 1.500 |
| 4 Extrapolatie |
|
|
|
|
|
|
2.850.479 |
|
Totaal | 2.515.800 | 3.344.542 |
|
2.799.989 |
|
|
1. Saldo mee- en tegenvallers
Bij de ontvangsten vindt een meevaller plaats van € 34,9 miljoen in 2026. Dit wordt voor € 24,1 miljoen veroorzaakt door de sf-raming. De relevante renteontvangsten in 2026 zijn naar boven bijgesteld met € 31,9 miljoen, doordat de structurele rente hoger is en er een snellere ingroei is naar het structurele inkomstenniveau. Ook vindt er op de sf-raming een tegenvaller plaats van € 8,9 miljoen in 2026 op de lesgeldontvangsten. Dit wordt veroorzaakt door minder bol-studenten, een lagere prijsontwikkeling en een lager inningspercentage. Daarnaast is er een meevaller van € 10,8 miljoen op de ontvangsten van artikel 14 Cultuur. Door een technische fout is er in 2025 een ontvangst op de Subsidieregeling instandhouding monumenten ter hoogte van € 10,8 miljoen niet gerealiseerd. In 2025 leverde dit een tegenvaller op. Dit bedrag wordt nu alsnog ontvangen in 2026, waardoor er in 2026 een meevaller ontstaat.
2. Niet-kaderrelevante mutaties
De ontvangsten op de leningen worden in 2026 neerwaarts bijgesteld op basis van de realisatie 2025. In de latere jaren is er sprake van een meevaller, omdat oud-studenten meer aflossen dan noodzakelijk. In 2027 ontstaat een extra grote meevaller door de verrekening van de tegemoetkomingen met de uitstaande studieschulden.
3. Desalderingen
Dit betreft desalderingen van uitgaven en ontvangsten. Er wordt een aantal kleinere desalderingen gedaan, waaronder een desaldering van € 0,7 miljoen voor een projectsubsidie van het Fonds Podiumkunsten en een dotatie aan de Algemene Mediareserve van € 0,7 miljoen om aan te sluiten op de geactualiseerde Ster-raming.
4. Extrapolatie
Dit betreft de verlenging van de begrotingshorizon naar het jaar 2031, hiermee wordt € 2,9 miljard toegevoegd in 2031.
3 De beleidsartikelen
3.1 Beleidsartikel 1. Primair onderwijs
Budgettaire gevolgen van beleid
|
||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) |
|
|
Mutatie
|
|
Mutatie 2031 |
|
| Verplichtingen |
|
|
16.621.046 | 1.513.175 | 18.134.221 |
|
|
|
|
17.248.835 |
| Uitgaven |
|
|
16.665.832 | 634.937 | 17.300.769 |
|
|
|
|
17.248.835 |
| Bekostiging |
|
|
15.353.231 | 605.583 | 15.958.814 |
|
|
|
|
16.011.702 |
| Bekostiging po-instellingen |
|
|
15.318.907 | 606.404 | 15.925.311 |
|
|
|
|
15.658.471 |
| Bekostiging Caribisch Nederland |
|
|
34.324 | -821 | 33.503 |
|
|
|
|
38.462 |
| Aanvullende bekostiging |
|
|
0 | 0 | 0 |
|
|
|
|
0 |
| Basisvaardigheden |
|
|
0 | 0 | 0 |
|
|
|
|
314.769 |
| Subsidies (regelingen) |
|
|
626.750 | 5.268 | 632.018 |
|
|
|
|
506.384 |
| Onderwijsvoorziening Jonggehandicapten |
|
|
35.627 | 1.242 | 36.869 |
|
|
|
|
37.176 |
| Nederlands onderwijs buitenland |
|
|
14.328 | -450 | 13.878 |
|
|
|
|
12.628 |
| Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs |
|
|
18.049 | 0 | 18.049 |
|
|
|
|
17.549 |
| School en omgeving |
|
|
166.690 | 396 | 167.086 |
|
|
|
|
209.984 |
| Basisvaardigheden |
|
|
164.292 | 0 | 164.292 |
|
|
|
|
21.350 |
| NGF Open Leermateriaal |
|
|
1.875 | 3.763 | 5.638 |
|
|
|
|
0 |
| NGF Digitaal Onderwijs |
|
|
3.750 | 101 | 3.851 |
|
|
|
|
2.907 |
| Schoolmaaltijden |
|
|
81.617 | -267 | 81.350 |
|
|
|
|
82.117 |
| Brugfunctionaris PO |
|
|
41.909 | 0 | 41.909 |
|
|
|
|
42.467 |
| Overige subsidies |
|
|
98.613 | 483 | 99.096 |
|
|
|
|
80.206 |
| Opdrachten |
|
|
17.027 | 226 | 17.253 |
|
|
|
|
19.886 |
| Opdrachten |
|
|
17.027 | 226 | 17.253 |
|
|
|
|
19.886 |
| Bijdrage aan agentschappen |
|
|
53.321 | 468 | 53.789 |
|
|
|
|
53.960 |
| Dienst Uitvoering Onderwijs |
|
|
53.321 | 468 | 53.789 |
|
|
|
|
53.960 |
| Bijdrage aan ZBO's/RWT's |
|
|
10.649 | 291 | 10.940 |
|
|
|
|
11.388 |
| Stichting Vervangingsfonds en Participatiefonds |
|
|
7.619 | 291 | 7.910 |
|
|
|
|
8.358 |
| UWV |
|
|
3.030 | 0 | 3.030 |
|
|
|
|
3.030 |
| Bijdrage aan medeoverheden |
|
|
604.854 | 23.101 | 627.955 |
|
|
|
|
630.022 |
| Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid |
|
|
579.600 | 23.272 | 602.872 |
|
|
|
|
623.343 |
| Caribisch Nederland |
|
|
20.769 | 1.314 | 22.083 |
|
|
|
|
2.194 |
| Scholenprogramma Groningen |
|
|
3.000 | 0 | 3.000 |
|
|
|
|
3.000 |
| Overig |
|
|
1.485 | -1.485 | 0 |
|
|
|
|
1.485 |
| Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken |
|
|
0 | 0 | 0 |
|
|
|
|
15.493 |
| Brede scholen |
|
|
0 | 0 | 0 |
|
|
|
|
15.493 |
| Ontvangsten |
|
|
|
|
|
0 | 0 | 0 | 0 |
|
In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.
|
|
|---|---|
| 2026 | |
|
|
|
0,15% |
|
0,16% |
|
|
* Voor de budgetflexibiliteit is als peildatum 8 juli 2026 gehanteerd (start zomerreces van de Eerste Kamer). Hierbij is rekening gehouden met het uitkeren van loon- en prijsbijstelling voor de werkvelden conform gebruikelijk werkwijze.
Van het totale budget voor artikel 1 is voor 2026 99,7 procent juridisch verplicht.
Toelichting Verplichtingen
De verplichtingen worden met € 1,5 miljard verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de loon- en prijsbijstelling tranche 2026 ten behoeve van het bekostigingsjaar 2027 al wordt verplicht in het najaar van 2026. Zie het algemene deel voor een verdere toelichting op de loon- en prijsbijstelling. Daarnaast wordt voor schoolmaaltijden het verplichtingenbudget verhoogd met € 236,4 miljoen, omdat verplichtingen voor meerdere jaren worden aangegaan.
Uitgaven
De uitgaven worden met € 634,9 miljoen verhoogd. De toegekende loon- en prijsbijstelling wordt doorverdeeld naar de bekostiging in het primair onderwijs, enkele instellingssubsidies en de bijdrage aan agentschappen. De ZBO’s, RWT’s en medeoverheden ontvangen gedeeltelijk loon- en prijsbijstelling. Op het Gemeentelijk Onderwijsachterstanden budget wordt de loon- en prijsbijstelling volledig uitgekeerd. Er is geen loon- en prijsbijstelling doorverdeeld naar andere instrumenten op artikel 1.
Toelichting per instrument:
Bekostiging
Het budget voor het instrument bekostiging wordt in 2026 per saldo met € 605,6 miljoen verhoogd. De verhoging wordt grotendeels veroorzaakt door:
de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2026 van € 601,8 miljoen. De loon- en prijsbijstelling tranche 2026 wordt structureel toegevoegd aan het instrument bekostiging;
een verhoging van het aantal verwachte leerlingen in het primair onderwijs. Op het budget van 2026 resulteert deze aanpassing in een opwaartse bijstelling van € 4,6 miljoen voor Europees Nederland en een opwaartse bijstelling van € 0,4 miljoen voor Caribisch Nederland (CN). Vanaf 2028 daalt het aantal leerlingen.
Voor begrotingsjaar 2027 geldt dat er sprake is van:
een overboeking naar artikel 14 (Cultuur) conform de brief 'Kamerbrief over duurzame verankering van de Bibliotheek op School' ten behoeve van de bibliotheken (€ 19,0 miljoen in 2027 en vanaf 2028
structureel € 25,0 miljoen per jaar);
een toevoeging van middelen om de bedragen voor nieuwkomers en asielzoekers deels gelijk te trekken (€ 1,8 miljoen in 2027 en vanaf 2028 structureel € 14,6 miljoen per jaar);
een structurele toevoeging aan het bekostigingsbudget voor CN van € 3,2 miljoen per jaar n.a.v. het onderzoek naar de toereikendheid van de bekostiging van het primair- en voortgezet onderwijs op CN.
Subsidies
Invulling subsidietaakstelling coalitieakkoord
In het coalitieakkoord is een Rijksbrede taakstelling op subsidies aangekondigd. Zie het algemene deel voor een verdere toelichting op de invulling van de subsidietaakstelling. Voor artikel 1 van de OCW-begroting leidt dit tot:
een incidentele verlaging van € 2,4 miljoen in 2027 en € 1,9 miljoen in 2028 op het beschikbare budget voor de subsidieregeling meerurenmaatwerk. Deze middelen resteren, omdat niet voor het volledig beschikbare bedrag aanvragen zijn ingediend;
een structurele verlaging van € 1,7 miljoen in 2027 en verder op het beschikbare budget voor Nederlands Onderwijs in het Buitenland. Deze middelen zijn niet nodig om de aangevraagde instellingssubsidie toe te kennen;
een verlaging van € 4,0 miljoen in 2027, oplopend tot structureel € 5,5 miljoen op het beschikbare budget voor overige subsidies. Door de inzet van deze middelen voor de invulling van de subsidietaakstelling is er minder budgettaire ruimte voor de ontwikkeling van beleidsinitiatieven.
Amendement Stoffer en Rooderkerk
In het kader van het amendement van het lid Stoffer en Rooderkerk (Kamerstukken II 2025/26, 2026Z02694&did=2026D06052">36800 VIII, nr. 77) wordt het subsidiebudget met € 0,35 miljoen verhoogd ten behoeve van een subsidie voor het Nationaal Onderwijsmuseum.
Bijdrage aan medeoverheden
Het budget wordt per saldo met € 23,1 miljoen verhoogd. De verhoging wordt grotendeels veroorzaakt door:
de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2026 van € 23,3 miljoen voor het Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid;
een kasschuif van € 12,0 miljoen op het budget van onderwijshuisvesting in Caribisch Nederland, waarbij de middelen vanuit 2026 worden doorgeschoven naar 2027, 2028, 2029 en 2030 om aan te sluiten bij het aangepaste betaalritme wegens vertraagde uitvoering;
een ophoging van het budget voor onderwijshuisvesting in Caribisch Nederland met € 14,6 miljoen. Hiervan wordt € 8,0 miljoen verklaard doordat twee juridisch verplichte betalingen, die in 2025 plaats hadden moeten vinden, in 2026 alsnog worden gedaan. Daarnaast is € 6,6 miljoen het gevolg van vertraging in de uitvoering van de convenanten onderwijshuisvesting voor scholen in CN, zoals staat vermeld in de Kamerbrief over beleidsmatige mutaties na 2e Suppletoire Begroting 2025;
daarnaast wordt het budget voor onderwijshuisvesting op Caribisch Nederland in de jaren 2027 tot en met 2030 verhoogd met € 1,3 miljoen per jaar in verband met de stijgende bouwkosten. De dekking hiervoor komt van artikel 4.
Toelichting bijdrage OCW aan scholenprogramma Groningen
In 2016 is tussen het Ministerie van OCW, Nationaal Coördinator Groningen (NCG) en de betrokken schoolbesturen en gemeenten afgesproken dat in het Groningse aardbevingsgebied 101 scholen aardbevingsbestendig en toekomstbestendig worden gemaakt. Aan het scholenprogramma dragen de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) (€ 172,5 miljoen), de gemeenten en schoolbesturen (€ 44,5 miljoen), het Ministerie van EZ (€ 23,5 miljoen) en het Ministerie van OCW (€ 50,0 miljoen; waarvan € 3,0 miljoen per jaar tot en met 2034) bij.
Hieronder is een overzicht opgenomen waarin, conform artikel 17, tweede lid van de Financiële-verhoudingswet, de maximaal te ontvangen bedragen per gemeente zijn opgenomen. Voor de bijdrage aan de gemeenten voor het kalenderjaar 2026 zal dit (net als voor kalenderjaar 2025) als wettelijke grondslag gelden (artikel 4.23, derde lid, aanhef en onderdeel c, van de Algemene Wet Bestuursrecht).
|
|
|---|---|
|
Bedrag per jaar |
|
417.520 |
|
134.834 |
|
896.924 |
|
1.550.722 |
|
3.000.000 |
3.2 Beleidsartikel 3. Voortgezet onderwijs
Budgettaire gevolgen van beleid
|
||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) |
|
|
Mutatie
|
|
Mutatie 2031 |
|
| Verplichtingen |
|
|
12.074.165 | 905.560 | 12.979.725 |
|
|
|
|
12.199.412 |
| Uitgaven |
|
|
12.145.669 | 543.524 | 12.689.193 |
|
|
|
|
12.197.435 |
| Bekostiging |
|
|
11.277.139 | 524.187 | 11.801.326 |
|
|
|
|
11.572.665 |
| Bekostiging vo-instellingen |
|
|
11.237.251 | 525.176 | 11.762.427 |
|
|
|
|
11.343.662 |
| Bekostiging Caribisch Nederland |
|
|
28.114 | -989 | 27.125 |
|
|
|
|
28.331 |
| Aanvullende regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding starters en thuiszitters |
|
|
11.774 | 0 | 11.774 |
|
|
|
|
0 |
| Basisvaardigheden |
|
|
0 | 0 | 0 |
|
|
|
|
200.672 |
| Subsidies (regelingen) |
|
|
683.959 | -5.911 | 678.048 |
|
|
|
|
427.107 |
| Stichting Kennisnet (basissubsidie) po, vo, mbo |
|
|
27.851 | 2.870 | 30.721 |
|
|
|
|
13.479 |
| Praktijkgerichte programma's |
|
|
11.070 | 0 | 11.070 |
|
|
|
|
0 |
| Basisvaardigheden |
|
|
87.314 | 0 | 87.314 |
|
|
|
|
13.650 |
| Maatschappelijke diensttijd |
|
|
145.003 | 20.273 | 165.276 |
|
|
|
|
124.200 |
| School en omgeving |
|
|
111.771 | 0 | 111.771 |
|
|
|
|
132.880 |
| NGF Ontwikkelkracht |
|
|
25.028 | 6.600 | 31.628 |
|
|
|
|
0 |
| Schoolmaaltijden |
|
|
52.650 | 0 | 52.650 |
|
|
|
|
52.650 |
| Brugfunctionaris VO |
|
|
11.520 | 0 | 11.520 |
|
|
|
|
12.163 |
| NGF Techkwadraat |
|
|
46.873 | 2.098 | 48.971 |
|
|
|
|
0 |
| NGF Innovatieve onderwijs huisvesting |
|
|
39.140 | -14.499 | 24.641 |
|
|
|
|
0 |
| Overige subsidies |
|
|
125.739 | -23.253 | 102.486 |
|
|
|
|
78.085 |
| Opdrachten |
|
|
37.310 | 2.399 | 39.709 |
|
|
|
|
48.173 |
| Opdrachten |
|
|
33.681 | 2.779 | 36.460 |
|
|
|
|
48.173 |
| MDT opdrachten |
|
|
3.629 | -380 | 3.249 |
|
|
|
|
0 |
| Bijdrage aan agentschappen |
|
|
86.453 | 4.208 | 90.661 |
|
|
|
|
87.947 |
| Dienst Uitvoering Onderwijs |
|
|
86.453 | 4.208 | 90.661 |
|
|
|
|
87.947 |
| Bijdrage aan ZBO's/RWT's |
|
|
60.450 | 18.641 | 79.091 |
|
|
|
|
61.185 |
| College voor Toetsen en Examens |
|
|
5.021 | 16.539 | 21.560 |
|
|
|
|
5.104 |
| SLOA: Onderwijs ondersteunende instellingen |
|
|
55.429 | 2.102 | 57.531 |
|
|
|
|
56.081 |
| Bijdrage aan (inter)nationale organisaties |
|
|
358 | 0 | 358 |
|
|
|
|
358 |
| GRAZ (ECML) en PISA |
|
|
358 | 0 | 358 |
|
|
|
|
358 |
| Ontvangsten |
|
|
7.391 | 0 | 7.391 |
|
|
|
|
7.391 |
In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.
|
|
|---|---|
| 2026 | |
|
99,30% |
|
0,20% |
|
0,50% |
|
0,00% |
* Voor de budgetflexibiliteit is als peildatum 8 juli 2026 gehanteerd (start zomerreces van de Eerste Kamer). Hierbij is rekening gehouden met het uitkeren van loon- en prijsbijstelling voor de werkvelden conform gebruikelijk werkwijze.
Van het totale budget voor artikel 3 (Voortgezet onderwijs) is voor 2026 99,3 procent juridisch verplicht.
Toelichting
Verplichtingen
De verplichtingen worden met € 905,6 miljoen verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de loon- en prijsbijstelling tranche 2026 ten behoeve van het bekostigingsjaar 2027 al wordt verplicht in het najaar van 2026. Zie het algemene deel voor een verdere toelichting op de loon- en prijsbijstelling.
Uitgaven
De uitgaven worden met € 543,5 miljoen verhoogd. De toegekende loon- en prijsbijstelling wordt doorverdeeld naar de bekostiging in het voortgezet onderwijs, enkele instellingssubsidies en de bijdrage aan ZBO's/RWT's en agentschappen. Er is geen loon- en prijsbijstelling doorverdeeld naar andere instrumenten op artikel 3.
Toelichting per instrument:
Bekostiging
Het budget voor het instrument bekostiging wordt in 2026 per saldo met € 524,2 miljoen verhoogd. De verhoging wordt grotendeels veroorzaakt door:
de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2026 van € 493,2 miljoen. De ontvangen loon- en prijsbijstelling tranche 2026 wordt structureel toegevoegd aan het instrument bekostiging;
een tegenvaller op de nieuwkomersbekostiging van € 28,1 miljoen. De tegenvaller is ontstaan door een fout in de raming van de nieuwkomersbekostiging in 2023. De meerjarige tegenvaller om de hogere uitgaven voor nieuwkomers te dekken is destijds te laag ingeschat. Bij de Tweede suppletoire begroting 2025 van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Kamerstuk 36850-VIII) is de foutieve raming voor 2025 hersteld. Met de verhoging van het budget wordt de foutieve raming van de nieuwkomersbekostiging structureel gecorrigeerd;
een verhoging van het aantal verwachte leerlingen in het voortgezet onderwijs. Op het budget van 2026 resulteert dit in een opwaartse bijstelling van € 11,9 miljoen voor Europees Nederland en een opwaartse bijstelling van € 0,1 miljoen voor Caribisch Nederland. Vanaf 2028 daalt het aantal leerlingen.
Vanaf begrotingsjaar 2027 wordt een deel van het budget voor de praktijkgerichte havo geëxtensiveerd als gevolg van de beleidskeuze om het praktijkgerichte vak op de havo niet verplicht te stellen voor alle havoleerlingen in de bovenbouw, maar facultatief aan te bieden. De extensivering bedraagt € 7,7 miljoen in 2027 en loopt op tot € 13,0 miljoen structureel. Deze extensivering wordt benut om intensiveringen mogelijk te maken voor onder meer de gebruikersvergoeding van de Europese school Alkmaar (€ 4,3 miljoen vanaf 2029 en € 5,1 miljoen structureel vanaf 2031) en de toereikendheid van de bekostiging van scholen op Caribisch Nederland (€ 0,6 miljoen). Daarnaast wordt vanaf begrotingsjaar 2028 € 11,6 miljoen overgeheveld vanaf artikel 91 (nog onverdeeld) naar artikel 3 ten behoeve van de structurele bekostiging van praktijkgerichte programma’s in vmbo-tl.
Subsidies
Het budget voor het instrument subsidies wordt per saldo met € 5,9 miljoen verlaagd. Dit wordt grotendeels verklaard door:
een ophoging van het budget met € 20,7 miljoen voor openstaande verplichtingen op de hoofdsubsidieregeling van Maatschappelijke Diensttijd. Een deel van de betalingen was gepland in 2025, maar vindt plaats in 2026;
een kasschuif op de middelen voor het NGF-project Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting van € 17,3 miljoen in 2026 en € 8,8 miljoen in 2027. Deze middelen (totaal € 26,1 miljoen) worden doorgeschoven naar 2028 ter voorbereiding op de tweede tranche van het innovatieprogramma;
een kasschuif op het budget voor overige subsidies in verband met de implementatie van het vernieuwde curriculum van € 16,3 miljoen. Door de opdracht aan SLO om het aantal kerndoelen te verminderen zijn andere activiteiten van SLO uitgesteld. Middels deze kasschuif worden de middelen in het juiste ritme gezet, passend bij de aangepaste planning van deze activiteiten. In de aangepaste planning worden de middelen uit 2026 ingezet in de jaren 2027 tot en met 2030.
Invulling subsidietaakstelling coalitieakkoord
In het coalitieakkoord is een Rijksbrede taakstelling op subsidies aangekondigd. Zie het algemene deel voor een verdere toelichting over de subsidietaakstelling uit het coalitieakkoord. Voor artikel 3 van de OCW-begroting leidt dit tot een verlaging van € 0,032 miljoen in 2027, oplopend tot structureel € 1,5 miljoen op het beschikbare budget voor overige subsidies. Door de inzet van deze middelen voor de invulling van de subsidietaakstelling is er minder budgettaire ruimte voor de ontwikkeling van beleidsinitiatieven.
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
Het budget voor het instrument bijdrage aan ZBO’s/RWT’s wordt per saldo met € 18,6 miljoen verhoogd. Dit komt grotendeels door overboekingen van € 11,9 miljoen vanuit artikel 4 (Beroepsonderwijs en volwasseneducatie), € 4,1 miljoen vanuit artikel 3 (Voortgezet Onderwijs) en € 0,3 miljoen vanuit artikel 1 (Primair Onderwijs) ten behoeve van het werkprogramma van het College van Toetsen en Examens (CvTE).
3.3 Beleidsartikel 4. Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie
Budgettaire gevolgen van beleid
|
||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) |
|
|
Mutatie
|
|
Mutatie 2031 |
|
| Verplichtingen |
|
|
6.271.216 | 522.910 | 6.794.126 |
|
|
|
|
6.226.110 |
| Uitgaven |
|
|
6.136.933 | 235.499 | 6.372.432 |
|
|
|
|
6.227.415 |
| Bekostiging |
|
|
5.690.318 | 237.574 | 5.927.892 |
|
|
|
|
5.835.663 |
| Bekostiging mbo-instellingen |
|
|
4.660.610 | 201.782 | 4.862.392 |
|
|
|
|
4.862.445 |
| Bekostiging Caribisch Nederland |
|
|
13.438 | 98 | 13.536 |
|
|
|
|
15.625 |
| Bekostiging vavo |
|
|
95.370 | 3.583 | 98.953 |
|
|
|
|
98.953 |
| Loopbaanoriëntatie |
|
|
32.000 | 0 | 32.000 |
|
|
|
|
32.000 |
| Kwaliteitsafspraken investeringsbudget |
|
|
538.984 | 0 | 538.984 |
|
|
|
|
540.033 |
| Opgavegericht aanvullende middelen |
|
|
0 | 0 | 0 |
|
|
|
|
18.948 |
| Regionaal Investeringsfonds |
|
|
13.972 | 1.175 | 15.147 |
|
|
|
|
1.755 |
| Regionaal Programma |
|
|
43.763 | 0 | 43.763 |
|
|
|
|
45.279 |
| Aanvullende bekostiging krimpregio's |
|
|
30.000 | 0 | 30.000 |
|
|
|
|
0 |
| Praktijkleren |
|
|
262.181 | 30.936 | 293.117 |
|
|
|
|
220.625 |
| Subsidies (regelingen) |
|
|
90.797 | 3.183 | 93.980 |
|
|
|
|
34.543 |
| LLO Collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterden (NGF) |
|
|
18.000 | 6.174 | 24.174 |
|
|
|
|
0 |
| Basisvaardigheden voor Volwassenen/Tel mee met Taal |
|
|
8.189 | ‒ 20 | 8.169 |
|
|
|
|
13.235 |
| Loopbaanoriëntatie |
|
|
1.407 | 0 | 1.407 |
|
|
|
|
0 |
| Doorstroom beroepskolom |
|
|
36.960 | ‒ 2.520 | 34.440 |
|
|
|
|
0 |
| Vakwedstrijden MBO |
|
|
5.397 | 202 | 5.599 |
|
|
|
|
5.599 |
| Overige subsidies |
|
|
20.844 | ‒ 653 | 20.191 |
|
|
|
|
15.709 |
| Opdrachten |
|
|
13.296 | ‒ 740 | 12.556 |
|
|
|
|
8.268 |
| Opdrachten |
|
|
13.296 | ‒ 740 | 12.556 |
|
|
|
|
8.268 |
| Bijdrage aan agentschappen |
|
|
29.493 | 2.493 | 31.986 |
|
|
|
|
31.554 |
| Dienst Uitvoering Onderwijs |
|
|
26.127 | 1.132 | 27.259 |
|
|
|
|
27.341 |
| Rijksdienst voor Ondernemend Nederland |
|
|
3.366 | 1.361 | 4.727 |
|
|
|
|
4.213 |
| Bijdrage aan ZBO's/RWT's |
|
|
102.329 | ‒ 9.542 | 92.787 |
|
|
|
|
100.435 |
| College voor Toetsen en Examens |
|
|
11.805 | ‒ 10.367 | 1.438 |
|
|
|
|
13.278 |
| Wet SLOA |
|
|
1.750 | ‒ 1.750 | 0 |
|
|
|
|
274 |
| SBB |
|
|
82.181 | 2.328 | 84.509 |
|
|
|
|
80.043 |
| NWO: NWO: NRO-Programma’s MBO |
|
|
5.584 | 209 | 5.793 |
|
|
|
|
5.793 |
| NCP NLQF |
|
|
1.009 | 38 | 1.047 |
|
|
|
|
1.047 |
| Bijdrage aan medeoverheden |
|
|
210.700 | 2.531 | 213.231 |
|
|
|
|
216.952 |
| RMC's |
|
|
67.640 | 4.414 | 72.054 |
|
|
|
|
69.946 |
| Educatie |
|
|
85.082 | 3.187 | 88.269 |
|
|
|
|
87.597 |
| Regionaal Programma |
|
|
50.173 | 0 | 50.173 |
|
|
|
|
49.409 |
| Masterplan Campus Groningen |
|
|
|
|
|
‒ 4.000 | ‒ 930 | 0 | 0 |
|
| Ontvangsten |
|
|
|
|
|
1.500 | 1.500 | 1.500 | 1.500 |
|
In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.
|
|
|---|---|
| 2026 | |
|
99,90% |
|
0,05% |
|
0,05% |
|
|
* Voor de budgetflexibiliteit is als peildatum 8 juli 2026 gehanteerd (start zomerreces van de Eerste Kamer). Hierbij is rekening gehouden met het uitkeren van loon- en prijsbijstelling voor de werkvelden conform gebruikelijk werkwijze.
Van het totale budget voor artikel 4 is in 2026 99,9 procent juridisch verplicht.
Toelichting Verplichtingen
De verplichtingen worden in 2026 met € 522,9 miljoen verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties (€ 287,4 miljoen) wordt grotendeels veroorzaakt door de loon- en prijsbijstelling tranche 2026 op het instrument bekostiging, subsidies, bijdrage aan ZBO’s/RWT’s en bijdrage aan medeoverheden van circa € 218,1 miljoen. Deze loon- en prijsbijstelling tranche 2026 voor het jaar 2027 wordt in het najaar van 2026 verplicht.
Uitgaven
De uitgaven worden met € 235,5 miljoen verhoogd. De loonbijstelling tranche 2026 wordt volledig beschikbaar gesteld, maar de prijsbijstelling tranche 2026 wordt niet volledig uitgekeerd door een taakstelling (zie het algemene deel). Voor alle intensiveringen en extensiveringen zie voor nadere toelichting het algemene deel.
Toelichting per instrument:
Bekostiging
Het budget voor de bekostiging wordt in 2026 per saldo met € 237,6 miljoen verhoogd. Daarnaast zijn er ook meerjarig aanpassingen doorgevoerd op de bekostiging. De belangrijkste (meerjarige) wijzigingen op de bekostiging zijn de volgende:
de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2026, waardoor de bekostiging in 2026 met € 216,5 miljoen en structureel met
€ 194,3 miljoen wordt opgehoogd;
de bekostiging voor mbo-instellingen wordt in 2027 met € 5,0 miljoen verlaagd oplopend naar een structurele verlaging van € 14,1 miljoen op basis van de meest actuele referentieraming. In Caribisch Nederland wordt de bekostiging verhoogd op basis van deze nieuwe studentenraming;
naast het herstelplan basisvaardigheden en de € 47,2 miljoen voor de studiejaren 2025/2026 en 2026/2027 wordt er in totaal € 100,0 miljoen toegevoegd aan de bekostiging van mbo-instellingen voor de verlenging van de aanpak basisvaardigheden in het middelbaar beroepsonderwijs in de studiejaren 2027/2028 tot en met 2030/2031;
de bekostiging voor mbo-instellingen wordt incidenteel neerwaarts bijgesteld met in totaal € 33,8 miljoen in de jaren 2027 tot en met 2030
voor OCW-brede problematiek;
er wordt circa € 19,0 miljoen structureel vanaf 2031 toegevoegd aan het nieuwe instrument opgavegerichte aanvullende middelen. De invulling hiervan wordt betrokken bij de herziening van de mbo-bekostiging. In juni 2026 wordt uw Kamer via een Kamerbrief hierover verder geïnformeerd;
de Regeling aanvullende middelen studentendaling in het mbo voor de periode 2025-2027 wordt verlengd voor het jaar 2028 met een intensivering van € 34,0 miljoen vanwege de transitiefase naar de herziening van de mbo-bekostiging vanaf 2029;
de Regeling praktijkleren wordt in 2026 met € 21,1 miljoen opgehoogd op basis van de meest actuele referentieraming, zodat de vergoeding per leerwerkplek op peil kan worden gehouden. Daarnaast wordt er loon- en prijsbijstelling toegevoegd, waardoor de vergoeding kan worden geïndexeerd naar circa € 2.800,0.
Subsidies
Het budget voor subsidies wordt in 2026 per saldo met circa € 3,2 miljoen verhoogd. Deze verhoging wordt grotendeels veroorzaakt door de volgende (meerjarige) wijzigingen:
de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2026, waardoor subsidies vanaf 2026 structureel met circa € 0,2 miljoen
worden opgehoogd;
De regeling doorstroom beroepskolom (VABOK) wordt per 2027 stopgezet. Na verschillende taakstellingen en tijdelijke extensiveringen voor politieke prioriteiten blijven er onvoldoende middelen over om nog via dit instrument een significante maatschappelijke impact te kunnen maken. De vrijgekomen middelen worden gebruikt om te intensiveren op een tweetal politieke prioriteiten in het mbo. Zo wordt de Regeling aanvullende middelen studentendaling in het mbo verlengd in 2028 (€ 34,0 miljoen) en wordt er geïntensiveerd in basisvaardigheden in het beroepsonderwijs 2027-2030 (€ 100,0 miljoen). Tenslotte wordt dit ingezet voor OCW-brede problematiek met € 0,6 miljoen in 2026 en structureel € 4,1 miljoen. De resterende structurele middelen worden ingezet voor de opgavegerichte aanvullende middelen mbo (€ 19,0 miljoen) en overgeboekt naar de hbo-bekostiging op artikel 6 Hoger onderwijs (€ 15,3 miljoen).
Invulling subsidietaakstelling coalitieakkoord
In het coalitieakkoord is een Rijksbrede taakstelling op subsidies aangekondigd. Zie het algemene deel voor een verdere toelichting op de invulling van de subsidietaakstelling. Voor artikel 4 (beroepsonderwijs en volwasseneducatie) van de OCW-begroting leidt dit tot:
een verlaging van de regeling doorstroom beroepskolom (VABOK) van
€ 5,1 miljoen in 2027 en structureel € 3,8 miljoen;
een incidentele verlaging van € 0,7 miljoen in 2027 op het expertisecentrum Loopbaanoriëntatie;
een incidentele verlaging op overige subsidies van € 1,6 miljoen in de periode 2027 tot en met 2029. Door de inzet van deze middelen voor de invulling van de subsidietaakstelling is er minder budgettaire ruimte voor de ontwikkeling van beleidsinitiatieven.
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
Het budget voor bijdrage aan ZBO’s/RWT’s wordt in 2026 per saldo met circa € 9,5 miljoen verlaagd. Deze verlaging wordt grotendeels veroorzaakt door de volgende (meerjarige) wijzigingen:
de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2026, waardoor bijdrage aan ZBO’s/RWT’s in 2026 met € 3,4 miljoen en structureel met
€ 3,0 miljoen worden opgehoogd;
een overboeking naar artikel 3 (Voortgezet onderwijs) van € 11,9 miljoen in 2026 voor het werkprogramma van het College voor Toetsen en Examens.
Bijdrage aan medeoverheden
Het budget voor bijdrage aan medeoverheden wordt in 2026 per saldo met circa € 2,5 miljoen verhoogd. Deze verhoging wordt grotendeels veroorzaakt door de volgende (meerjarige) wijzigingen:
de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2026, waardoor de bijdrage aan medeoverheden in 2026 met € 7,6 miljoen en structureel met € 6,9 miljoen wordt opgehoogd;
een kasschuif vanwege aanpassing kasritme op het instrument Masterplan campus Groningen. Hierdoor wordt het budget verlaagd in de jaren 2026 tot en met 2028 en met € 10,0 miljoen verhoogd in 2030.
Ontvangsten
De ontvangsten worden structureel met € 1,5 miljoen opgehoogd. Dit betreft een desaldering waarmee de ontvangsten- en uitgavenramingen op de subsidies realistischer worden gemaakt.
3.4 Beleidsartikel 6. Hoger onderwijs
Budgettaire gevolgen van beleid
|
||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) |
|
|
Mutatie
|
|
Mutatie 2031 |
|
| Verplichtingen |
|
|
4.385.669 | 566.027 | 4.951.696 |
|
|
|
|
4.379.394 |
| Uitgaven |
|
|
4.593.812 | 244.159 | 4.837.971 |
|
|
|
|
4.381.767 |
| Bekostiging |
|
|
4.397.857 | 162.278 | 4.560.135 |
|
|
|
|
4.302.414 |
| Bekostiging onderwijsdeel |
|
|
4.191.603 | 154.499 | 4.346.102 |
|
|
|
|
4.089.357 |
| Bekostiging ontwerp en ontwikkeling |
|
|
165.680 | 6.248 | 171.928 |
|
|
|
|
171.081 |
| Fonds onderzoek en wetenschap |
|
|
40.574 | 1.531 | 42.105 |
|
|
|
|
41.976 |
| Subsidies (regelingen) |
|
|
108.993 | 78.446 | 187.439 |
|
|
|
|
685 |
| Tegemoetkoming 2e lerarenopleiding |
|
|
365 | 0 | 365 |
|
|
|
|
0 |
| NGF Aanpak professionalisering leraren |
|
|
29.904 | ‒ 2.872 | 27.032 |
|
|
|
|
0 |
| NGF Katalysator |
|
|
23.964 | 40.663 | 64.627 |
|
|
|
|
0 |
| NGF Digitale impuls |
|
|
52.924 | 40.655 | 93.579 |
|
|
|
|
0 |
| Overige subsidies |
|
|
1.836 | 0 | 1.836 |
|
|
|
|
685 |
| Bijdrage aan agentschappen |
|
|
24.113 | 143 | 24.256 |
|
|
|
|
25.144 |
| Dienst Uitvoering Onderwijs |
|
|
24.113 | 143 | 24.256 |
|
|
|
|
25.144 |
| Bijdrage aan ZBO's/RWT's |
|
|
62.849 | 3.292 | 66.141 |
|
|
|
|
53.524 |
| NWO: Promotiebeurs voor leraren |
|
|
12.443 | 468 | 12.911 |
|
|
|
|
0 |
| NWO: NRO-programma HO |
|
|
28.692 | 2.071 | 30.763 |
|
|
|
|
31.849 |
| Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) |
|
|
6.590 | 201 | 6.791 |
|
|
|
|
6.093 |
| Bijdrage RWT Nuffic |
|
|
10.496 | 379 | 10.875 |
|
|
|
|
10.795 |
| Bijdrage RWT Landelijk Centrum Studiekeuze |
|
|
4.628 | 173 | 4.801 |
|
|
|
|
4.787 |
| Ontvangsten |
|
|
16 | 0 | 16 |
|
|
|
|
16 |
In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.
|
|
|---|---|
| 2026 | |
| Juridisch verplicht | 98,20% |
| Bestuurlijk gebonden | 1,70% |
| Beleidsmatig gereserveerd | 0,10% |
| Nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0,00% |
* Voor de budgetflexibiliteit is als peildatum 8 juli 2026 gehanteerd (start zomerreces van de Eerste Kamer). Hierbij is rekening gehouden met het uitkeren van loon- en prijsbijstelling voor de werkvelden conform gebruikelijk werkwijze.
Van het totale budget voor artikel 6 is in 2026 98,2 procent juridisch verplicht.
Toelichting
Verplichtingen
De verplichtingen 2026 worden met € 566,0 miljoen verhoogd. Dit wordt veroorzaakt door:
de loon- en prijsbijstelling 2026 (€ 329,4 miljoen) voor zowel de uitgaven bekostiging 2026 als de uitgaven bekostiging 2027, welke beide in 2026 worden verplicht;
de bijstelling van de verplichtingenraming omdat de aanpassing van de studentenaantallen uit de referentieraming 2026 voor 2027 in het jaar
2026 wordt verplicht (€ 19,1 miljoen);
het overlopende deel van de Nationaal Groeifonds (NGF)-projecten uit 2025 (€ 52,4 miljoen) dat conform de begrotingsregels wordt
meegenomen naar 2026;
een kasschuif op de NGF-projecten van 2027/2028 naar 2026
(€ 162,4 miljoen);
diverse kleinere en technische mutaties van in totaal per saldo € 2,7 miljoen.
Uitgaven
De uitgaven 2026 worden met € 244,2 miljoen verhoogd.
Toelichting per instrument:
Bekostiging
De uitgaven voor de bekostiging 2026 worden met € 162,3 miljoen verhoogd. Dit wordt veroorzaakt door de loon- en prijsbijstelling 2026 (€ 165,8 miljoen) en diverse kleinere en technische mutaties (- € 3,5 miljoen).
Referentieraming 2026
In het hoger beroepsonderwijs (hbo) is er sprake van een tegenvaller omdat de verwachte studentenaantallen in het hbo hoger zijn dan in de vorige raming, oplopend van € 19,1 miljoen in 2027 tot € 56,3 miljoen structureel. In deze bijstelling is ook de daling van het aantal internationale (EER-)studenten verwerkt. In de Referentieraming 2026 is het aantal nietNederlandse EER-studenten lager dan in de Referentieraming 2025. De daling van het aantal niet-Nederlandse EER-studenten is verrekend met de reeds ingeboekte bezuiniging uit kabinet Schoof ter vermindering van het aantal internationale studenten. In de structurele situatie resulteert de daling van het aantal internationale (EER-)studenten in een grotere budgettaire verlaging dan de bezuiniging uit kabinet Schoof en is sprake van een reguliere meevaller van € 8,7 miljoen. Incidenteel resteert een bezuinigingsopgave van € 38,8 miljoen tussen 2027-2029.
Regeling doorstroomberoepskolom (VABOK)
Vanuit de regeling doorstroomberoepskolom (VABOK) op artikel 4 is structureel € 15,3 miljoen (€ 16,9 miljoen bruto minus € 1,6 miljoen invulling subsidietaakstelling) overgeboekt naar artikel 6. In de periode tot en met 2030 gaat het in totaal om € 9,9 miljoen (€ 16,2 miljoen minus € 6,3 miljoen invulling subsidietaakstelling). Inzet van deze middelen vindt plaats in de geest van de regeling en komt ten goede aan de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt.
Subsidies
De uitgaven voor subsidies 2026 worden met € 78,4 miljoen verhoogd. Dit wordt veroorzaakt door het overlopende deel van de NGF-projecten uit 2025 (€ 70,1 miljoen) dat conform de begrotingsregels wordt meegenomen naar 2026. Daarnaast heeft een kasschuif op de NGF-projecten (€ 8,7 miljoen) van 2027-2029 naar 2026 plaatsgevonden en is er sprake van per saldo - € 0,4 miljoen aan diverse kleinere en technische mutaties.
3.5 Beleidsartikel 7. Wetenschappelijk onderwijs
Budgettaire gevolgen van beleid
|
||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) |
|
|
Mutatie
|
|
Mutatie 2031 |
|
| Verplichtingen |
|
|
7.266.797 | 509.738 | 7.776.535 |
|
|
|
|
7.283.894 |
| Uitgaven |
|
|
7.369.217 | 264.838 | 7.634.055 |
|
|
|
|
7.277.406 |
| Bekostiging |
|
|
7.354.973 | 261.159 | 7.616.132 |
|
|
|
|
7.264.210 |
| Bekostiging onderwijsdeel |
|
|
3.426.423 | 122.040 | 3.548.463 |
|
|
|
|
3.272.624 |
| Bekostiging onderzoeksdeel |
|
|
2.943.743 | 104.248 | 3.047.991 |
|
|
|
|
2.993.291 |
| Bekostiging ondersteuning geneeskunde onderwijs en onderzoek |
|
|
878.068 | 30.970 | 909.038 |
|
|
|
|
914.869 |
| Fonds onderzoek en wetenschap |
|
|
106.739 | 3.901 | 110.640 |
|
|
|
|
83.426 |
| Subsidies (regelingen) |
|
|
7.632 | 3.765 | 11.397 |
|
|
|
|
7.134 |
| Vluchteling Studenten UAF |
|
|
2.665 | 97 | 2.762 |
|
|
|
|
2.751 |
| Expertisecentrum inclusief onderwijs (ECIO) |
|
|
944 | 35 | 979 |
|
|
|
|
1.080 |
| Interstedelijk Studentenoverleg (ISO) |
|
|
434 | 16 | 450 |
|
|
|
|
372 |
| Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) |
|
|
351 | 13 | 364 |
|
|
|
|
362 |
| Overige subsidies |
|
|
3.238 | 3.604 | 6.842 |
|
|
|
|
2.569 |
| Opdrachten |
|
|
3.282 | ‒ 121 | 3.161 |
|
|
|
|
2.732 |
| Opdrachten |
|
|
3.282 | ‒ 121 | 3.161 |
|
|
|
|
2.732 |
| Bijdrage aan (inter)nationale organisaties |
|
|
3.330 | 35 | 3.365 |
|
|
|
|
3.330 |
| Europees Universitair Instituut Florence (EUI) |
|
|
2.141 | 0 | 2.141 |
|
|
|
|
2.141 |
| United Nations University (UNU) |
|
|
1.189 | 35 | 1.224 |
|
|
|
|
1.189 |
| Ontvangsten |
|
|
16 | 0 | 16 |
|
|
|
|
16 |
In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.
|
|
|---|---|
| 2026 | |
| Juridisch verplicht | 99,80% |
| Bestuurlijk gebonden | 0,10% |
| Beleidsmatig gereserveerd | 0,10% |
| Nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0,00% |
* Voor de budgetflexibiliteit is als peildatum 8 juli 2026 gehanteerd (start zomerreces van de Eerste Kamer). Hierbij is rekening gehouden met het uitkeren van loon- en prijsbijstelling voor de werkvelden conform gebruikelijk werkwijze.
Van het totale budget voor artikel 7 is in 2026 99,8 procent juridisch verplicht.
Toelichting
Verplichtingen
De verplichtingen 2026 worden met € 509,7 miljoen verhoogd. Dit wordt veroorzaakt door:
de loon- en prijsbijstelling tranche 2026 (€ 528,8 miljoen) voor zowel de uitgaven bekostiging 2026 als de uitgaven bekostiging 2027, welke beide in 2026 worden verplicht;
de bijstelling van de verplichtingenraming omdat de aanpassing van de studentenaantallen uit de referentieraming 2026 voor 2027 in het jaar
2026 wordt verplicht (-€ 4,2 miljoen);
de overheveling van de nog niet toegekende zwaartekrachtmiddelen naar de tweede geldstroom (-€ 17,5 miljoen), voor nadere toelichting zie artikel 16;
diverse kleinere en technische mutaties voor in totaal per saldo € 2,6 miljoen.
Uitgaven
De uitgaven 2026 worden met € 264,8 miljoen verhoogd.
Subsidietaakstelling
De subsidietaakstelling is verwerkt op het subsidiebudget (-€ 1,0 miljoen jaarlijks vanaf 2027), het opdrachtenbudget (-€ 0,5 miljoen jaarlijks vanaf 2027) en op het onderzoeksdeel van de bekostiging (-€ 3,2 miljoen totaal in de periode 2027-2030).
Toelichting per instrument:
Bekostiging
De uitgaven voor de bekostiging 2026 worden met € 261,2 miljoen verhoogd. Dit wordt veroorzaakt door de loon- en prijsbijstelling 2026 (€ 266,2 miljoen) en er is sprake van per saldo - € 5,0 miljoen aan diverse kleinere en technische mutaties.
Referentieraming 2026
In het wetenschappelijk onderwijs (wo) is er sprake van een meevaller, omdat de verwachte studentenaantallen in het wo lager zijn dan in de vorige raming, oplopend van € 4,2 miljoen in 2027 tot € 20,5 miljoen structureel. Deze bijstelling is het gevolg van een daling van zowel het aantal Nederlandse als ook het aantal internationale(EER-)studenten. In de referentieraming 2026 is het aantal niet-Nederlandse EER-studenten lager dan in de referentieraming 2025. De daling van het aantal niet-Nederlandse EER-studenten is verrekend met de reeds ingeboekte bezuiniging uit kabinet Schoof ter vermindering van het aantal internationale studenten. In de structurele situatie resulteert de daling van het aantal internationale (EER-)studenten in een grotere budgettaire verlaging dan de bezuiniging uit kabinet Schoof en is sprake van een reguliere meevaller van € 19,9 miljoen. Incidenteel resteert een bezuinigingsopgave van € 73,2 miljoen tussen 2027-2029.
3.6 Beleidsartikel 8. Internationaal beleid
Budgettaire gevolgen van beleid
|
||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) |
|
|
Mutatie
|
|
Mutatie 2031 |
|
| Verplichtingen |
|
|
27.248 | 449 | 27.697 |
|
|
|
|
26.522 |
| Uitgaven |
|
|
27.248 | 449 | 27.697 |
|
|
|
|
26.522 |
| Subsidies (regelingen) |
|
|
8.410 | ‒ 686 | 7.724 |
|
|
|
|
8.017 |
| Stichting Ons Erfdeel |
|
|
185 | 6 | 191 |
|
|
|
|
0 |
| Nationaal Agentschap Erasmus+ Onderwijs & Training |
|
|
4.918 | 22 | 4.940 |
|
|
|
|
4.619 |
| Internationalisering onderwijs |
|
|
827 | ‒ 806 | 21 |
|
|
|
|
919 |
| Duitsland Instituut Amsterdam (DIA) |
|
|
972 | 9 | 981 |
|
|
|
|
976 |
| Netherlands house for Education and Research (Neth-ER) |
|
|
686 | 7 | 693 |
|
|
|
|
689 |
| Overige incidentele subsidies |
|
|
822 | 76 | 898 |
|
|
|
|
814 |
| Opdrachten |
|
|
5.840 | 1.001 | 6.841 |
|
|
|
|
5.364 |
| Opdrachten |
|
|
5.840 | 1.001 | 6.841 |
|
|
|
|
5.364 |
| Bijdrage aan ZBO's/RWT's |
|
|
1.197 | 10 | 1.207 |
|
|
|
|
1.161 |
| Bijdrage Nuffic |
|
|
1.197 | 10 | 1.207 |
|
|
|
|
1.161 |
| Bijdrage aan medeoverheden |
|
|
1.545 | ‒ 176 | 1.369 |
|
|
|
|
1.732 |
| Bijdragen aan medeoverheden |
|
|
1.545 | ‒ 176 | 1.369 |
|
|
|
|
1.732 |
| Bijdrage aan (inter)nationale organisaties |
|
|
9.704 | 285 | 9.989 |
|
|
|
|
9.806 |
| Nederlandse Taalunie |
|
|
9.064 | 267 | 9.331 |
|
|
|
|
9.130 |
| Europa College Brugge |
|
|
35 | 1 | 36 |
|
|
|
|
35 |
| Unesco |
|
|
59 | 2 | 61 |
|
|
|
|
60 |
| OESO CERI |
|
|
101 | 3 | 104 |
|
|
|
|
102 |
| Fulbright Center |
|
|
422 | 11 | 433 |
|
|
|
|
427 |
| EU-programma's en activiteiten |
|
|
23 | 1 | 24 |
|
|
|
|
23 |
| Overige bijdragen |
|
|
0 | 0 | 0 |
|
|
|
|
29 |
| Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken |
|
|
552 | 15 | 567 |
|
|
|
|
442 |
Vlaams- Nederlandshuis DeBuren (Hoofdstuk 5 BuZa) |
|
|
552 | 15 | 567 |
|
|
|
|
442 |
| Ontvangsten |
|
|
99 | 0 | 99 |
|
|
|
|
99 |
In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.
|
|
|---|---|
| 2026 | |
| Juridisch verplicht |
|
| Bestuurlijk gebonden | 0,00% |
| Beleidsmatig gereserveerd |
|
| Nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0,82% |
* Voor de budgetflexibiliteit is als peildatum 8 juli 2026 gehanteerd (start zomerreces van de Eerste Kamer). Hierbij is rekening gehouden met het uitkeren van loon- en prijsbijstelling voor de werkvelden conform gebruikelijk werkwijze.
Van het totale budget voor artikel 8 is in 2026 99,2 procent juridisch verplicht.
Toelichting
Verplichtingen
De verplichtingen op artikel 8 stijgen met € 0,4 miljoen.
Uitgaven
De uitgaven op artikel 8 stijgen met € 0,4 miljoen. Tussen de instrumenten vinden er een aantal verschuivingen plaats.
Toelichting per instrument:
Opdrachten
Het budget voor opdrachten wordt per saldo met € 1,0 miljoen verhoogd.
Het betreft onder andere:
Een verhoging van het budget voor Nuffic met € 0,7 miljoen in verband met een openstaande verplichting uit 2025;
Een verhoging van het budget voor de Rijksdienst voor Caribisch Nederland met structureel € 0,3 miljoen. De kosten van de Rijksdienst voor Caribisch Nederland zijn sinds de oprichting in 2026 gestegen. Het gaat bijvoorbeeld om ondersteunende zaken als ICT, inkoop en huisvesting. Deze middelen zijn nodig om de continuïteit van de dienstverlening te garanderen;
Verder wordt er incidenteel in de jaren 2026-2030 in totaal € 1,5 miljoen vrijgemaakt voor het EU-voorzitterschap in 2029. Dekking vindt plaats door een verlaging van het budget voor internationalisering funderend onderwijs.
Amendement Stoffer en Rooderkerk
De dekking van het amendement van het lid Stoffer en Rooderkerk (Kamerstukken II 2025/26, 2026Z02694&did=2026D06052">36800 VIII, nr. 77) van € 0,35 miljoen voor het Nationaal Onderwijsmuseum wordt voorlopig gedekt uit het niet-juridisch verplichte deel van het opdrachtenbudget van artikel 8. Mogelijk volgt er in de loop van 2026 een alternatieve invulling van de dekking.
Bijdrage aan (inter)nationale organisaties
De subsidietaakstelling voor artikel 8 is ingevuld op het budget van de
Nederlandse Taalunie. Het betreft een korting van € 0,01 miljoen vanaf 2027.
3.7 Beleidsartikel 9. Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid
Budgettaire gevolgen van beleid
|
||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) |
|
|
Mutatie
|
|
Mutatie 2031 |
|
| Verplichtingen |
|
|
1.288.651 | ‒ 1.005 | 1.287.646 |
|
|
|
|
443.468 |
| Uitgaven |
|
|
437.097 | ‒ 1.005 | 436.092 |
|
|
|
|
443.468 |
| Bekostiging |
|
|
272.408 | ‒ 241 | 272.167 |
|
|
|
|
291.440 |
| Tekorten regio’s |
|
|
272.408 | ‒ 241 | 272.167 |
|
|
|
|
291.440 |
| Subsidies (regelingen) |
|
|
154.470 | ‒ 62 | 154.408 |
|
|
|
|
142.718 |
| Lerarenbeurs |
|
|
64.427 | 0 | 64.427 |
|
|
|
|
60.928 |
| Zij-instroom |
|
|
81.547 | ‒ 57 | 81.490 |
|
|
|
|
72.995 |
| Overige subsidies |
|
|
8.496 | ‒ 5 | 8.491 |
|
|
|
|
8.795 |
| Opdrachten |
|
|
5.390 | ‒ 802 | 4.588 |
|
|
|
|
4.547 |
| Opdrachten |
|
|
5.390 | ‒ 802 | 4.588 |
|
|
|
|
4.547 |
| Bijdrage aan agentschappen |
|
|
4.829 | 100 | 4.929 |
|
|
|
|
4.763 |
| Dienst Uitvoering Onderwijs |
|
|
4.829 | 100 | 4.929 |
|
|
|
|
4.763 |
| Ontvangsten |
|
|
7.000 | 0 | 7.000 |
|
|
|
|
7.000 |
In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.
|
|
|---|---|
| 2026 | |
|
|
|
1,50% |
|
4,50% |
|
|
* Voor de budgetflexibiliteit is als peildatum 8 juli 2026 gehanteerd (start zomerreces van de Eerste Kamer). Hierbij is rekening gehouden met het uitkeren van loon- en prijsbijstelling voor de werkvelden conform gebruikelijk werkwijze.
Van het totale budget voor artikel 9 is in 2026 94,0 procent juridisch verplicht.
Toelichting
Er is geen loon- en prijsbijstelling uitgekeerd op artikel 9.
Invulling subsidietaakstelling coalitieakkoord
In het coalitieakkoord is een Rijksbrede taakstelling op subsidies aangekondigd. Zie het algemene deel voor een verdere toelichting op de invulling subsidietaakstelling. Voor artikel 9 van de OCW-begroting leidt dit tot een verlaging van het subsidiebudget voor de lerarenbeurs met € 2 miljoen vanaf 2028. Op basis van de voorgaande jaren wordt verwacht dat alle aanvragen nog steeds kunnen worden toegekend.
3.8 Beleidsartikel 11. Studiefinanciering
Budgettaire gevolgen van beleid
|
||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) |
|
|
Mutatie
|
|
Mutatie 2031 |
|
| Verplichtingen |
|
|
4.612.395 | 895.343 | 5.507.738 |
|
|
|
|
5.297.754 |
| Uitgaven |
|
|
4.612.395 | 895.343 | 5.507.738 |
|
|
|
|
5.297.754 |
| Inkomensoverdracht |
|
|
1.872.389 | 1.110.004 | 2.982.393 |
|
|
|
|
3.641.486 |
| Basisbeurs gift (R) |
|
|
640.706 | 49.780 | 690.486 |
|
|
|
|
1.287.320 |
| Aanvullende beurs gift (R) |
|
|
895.536 | 3.386 | 898.922 |
|
|
|
|
1.063.509 |
| Reisvoorziening gift (R) |
|
|
34.182 | 1.035.293 | 1.069.475 |
|
|
|
|
1.041.113 |
| Studievoorschotvouchers (R) |
|
|
26.969 | -1.214 | 25.755 |
|
|
|
|
0 |
| Caribisch Nederland gift (R) |
|
|
2.332 | -782 | 1.550 |
|
|
|
|
2.747 |
| Tegemoetkoming (R) |
|
|
81.915 | 5.471 | 87.386 |
|
|
|
|
1.856 |
| Overige uitgaven (R) |
|
|
190.749 | 18.070 | 208.819 |
|
|
|
|
244.941 |
| Leningen |
|
|
2.481.068 | -227.241 | 2.253.827 |
|
|
|
|
1.414.954 |
| Basisbeurs Prestatiebeurs (NR) |
|
|
774.936 | -40.645 | 734.291 |
|
|
|
|
83.476 |
| Aanvullende beurs Prestatiebeurs (NR) |
|
|
239.349 | -67.661 | 171.688 |
|
|
|
|
8.833 |
| Reisvoorziening (NR) |
|
|
21.496 | -63.403 | -41.907 |
|
|
|
|
50.223 |
| Caribisch Nederland prestatiebeurs (NR) |
|
|
262 | -26 | 236 |
|
|
|
|
236 |
| Rentedragende lening (NR) |
|
|
1.242.163 | -43.314 | 1.198.849 |
|
|
|
|
1.094.875 |
| Collegegeldkrediet (NR) |
|
|
154.197 | -7.762 | 146.435 |
|
|
|
|
137.627 |
| Levenlanglerenkrediet (NR) |
|
|
18.609 | -1.275 | 17.334 |
|
|
|
|
17.333 |
| Caribisch Nederland leningen (NR) |
|
|
408 | 162 | 570 |
|
|
|
|
570 |
| Overige uitgaven (NR) |
|
|
29.648 | -3.317 | 26.331 |
|
|
|
|
21.781 |
| Bijdrage aan agentschappen |
|
|
258.938 | 12.580 | 271.518 |
|
|
|
|
241.314 |
| Dienst Uitvoering Onderwijs |
|
|
258.938 | 12.580 | 271.518 |
|
|
|
|
241.314 |
| Ontvangsten |
|
|
2.005.885 | 29.721 | 2.035.606 |
|
|
|
|
2.387.738 |
| Ontvangen rente (R) |
|
|
231.888 | 31.931 | 263.819 |
|
|
|
|
524.910 |
| Ontvangsten Caribisch Nederland (R) |
|
|
847 | 42 | 889 |
|
|
|
|
889 |
| Overige ontvangsten (R) |
|
|
21.965 | 870 | 22.835 |
|
|
|
|
22.596 |
| Terugontvangen lening (NR) |
|
|
1.751.096 | -3.075 | 1.748.021 |
|
|
|
|
1.839.301 |
| Ontvangsten Caribisch Nederland (NR) |
|
|
89 | -47 | 42 |
|
|
|
|
42 |
Toelichting: R = relevant, NR = niet-relevant
In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.
|
|
|---|---|
| 2026 | |
| Juridisch verplicht |
|
| Bestuurlijk gebonden |
|
| Beleidsmatig gereserveerd |
|
| Nog niet ingevuld/vrij te besteden |
|
* Voor de budgetflexibiliteit is als peildatum 8 juli 2026 gehanteerd (start zomerreces van de Eerste Kamer). Hierbij is rekening gehouden met het uitkeren van loon- en prijsbijstelling voor de werkvelden conform gebruikelijk werkwijze.
Van het totale budget voor artikel 11 is in 2026 100,0 procent juridisch verplicht.
Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.
Toelichting
Algemene toelichting:
Zowel voor de uitgaven als de ontvangsten wordt een onderscheid gemaakt tussen relevant en niet-relevant. Relevant betekent: relevant voor het uitgavenplafond. Uitgangspunt in de begrotingsregels is dat uitgaven die relevant zijn voor het EMU-saldo ook relevant zijn voor het uitgavenplafond. Zoals opgenomen in ontwerpbegroting 2023 is de behandeling van prestatiebeurzen voor het EMU-saldo veranderd door gewijzigde inzichten van Eurostat en daarmee het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De relevante uitgaven in deze begroting worden hoofdzakelijk gevormd door studiefinanciering die meteen als gift wordt toegekend en uitgekeerde prestatiebeurs die wordt omgezet in een gift. In deze begroting van het Ministerie van OCW worden de prestatiebeursuitgaven als niet-relevant behandeld (zolang die nog niet zijn omgezet in een gift); in de weergave van het EMU-saldo worden zij wel als relevant weergegeven, middels een correctie op het EMU-saldo. Overige niet-relevante uitgaven zijn de rentedragende leningen. Deze uitgaven zijn niet-relevant voor het uitgavenplafond, maar worden wel meegerekend in de EMU-schuld.
De relevante ontvangsten worden vooral gevormd door de ontvangen rente op leningen. De niet-relevante ontvangsten betreffen hoofdzakelijk aflossingen op de hoofdsom van de rentedragende leningen.
Uitgaven
In deze paragraaf wordt de ontwikkeling op de studiefinancieringsraming beschreven. De totale uitgaven op artikel 11 worden met € 895,3 miljoen naar boven bijgesteld. Het betreft een bijstelling van de inkomensoverdrachten naar boven van € 1.110,0 miljoen, een bijstelling omlaag van de leningen met
€ 227,2 miljoen en een bijstelling omhoog van het budget voor de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) met € 12,6 miljoen. De loon- en prijsbijstelling voor dit artikel is structureel toegekend. Hieronder wordt per instrument toegelicht hoe de bijstellingen tot stand zijn gekomen.
Toelichting per instrument:
Inkomensoverdrachten
De inkomensoverdrachten worden met € 1110,0 miljoen verhoogd. Dit bestaat uit de volgende elementen:
De uitgaven aan de basisbeurs worden per saldo met € 49,8 miljoen verhoogd:
dit betreft een bijstelling omhoog van € 53,7 miljoen op de omzettingen. Het grootste deel van de omzettingen vindt in januari plaats. Voor 2026 zijn deze uitgaven dus al grotendeels bekend. Voornamelijk in het hoger beroepsonderwijs (hbo) zijn de omzettingen van de nieuwe basisbeurs hoger dan geraamd. Dit komt omdat er meer gediplomeerde uitstroom is en omdat studenten uit recente cohorten sneller studeren. Daarnaast studeren er nu ook meer studenten af, omdat de studenten die tijdens de coronaperiode zijn begonnen met hun studie — en daardoor vaker vertraging hebben opgelopen — nu aan het afstuderen zijn;
daarnaast zijn de uitgaven aan basisbeurs die direct als gift uitgekeerd worden € 3,9 miljoen lager. Dit komt door lagere aantallen studenten in de beroepsopleidende leerweg in 2026.
De relevante uitgaven aan de aanvullende beurs worden per saldo met € 3,4 miljoen verhoogd:
de omzettingen zijn met € 24,7 miljoen omhoog bijgesteld. Vooral in het hbo zijn de omzettingen hoger dan geraamd, vanwege de redenen die genoemd zijn bij de mutatie van de basisbeurs;
de uitgaven aan de aanvullende beurs die direct als gift worden uitgekeerd zijn omlaag bijgesteld met € 21,3 miljoen. Dit komt door een kleine neerwaartse bijstelling vanwege lagere aantallen studenten. Daarnaast is de verwachting dat het niet-gebruik van de aanvullende beurs niet verder afneemt in 2026. Dit is iets wat vorig jaar wel werd verwacht, waardoor dit een meevaller oplevert.
De reisvoorziening wordt per saldo met € 1.035,3 miljoen verhoogd. Hier liggen de volgende verklaringen aan ten grondslag:
het budget kosten ov-contract is met € 975,5 miljoen verhoogd. Dit komt voornamelijk door een kasschuif van € 1,0 miljard op het budget van de reisvoorziening voor de openbaarvervoersbedrijven van 2027 naar 2026. Deze kasschuif komt tot stand op verzoek van de vervoerders en is gehonoreerd omdat deze inpasbaar is in het rijksbrede beeld. Daarnaast is het budget verlaagd vanwege lagere aantallen studenten vanaf 2026;
de reisvoorziening direct gift is met € 1,0 miljoen omlaag bijgesteld. Dit is het gevolg van realisatiegegevens;
de omzettingen van prestatiebeurs in gift zijn per saldo met € 36,4 miljoen omhoog bijgesteld. Dit komt door dezelfde redenen als beschreven onder de mutatie van de basisbeurs;
de bijdrage studerenden aan ov is met € 24,3 miljoen naar boven bijgesteld. Dit betreft een tegenboeking waarmee voorkomen wordt dat de waarde van de ov-kaart dubbel geboekt wordt (enerzijds door toekenning aan de student, anderzijds door de betaling aan de ov-bedrijven). Doordat het een tegenboeking betreft, betekent deze positieve mutatie dus eigenlijk een lager bedrag aan toekenningen.
Dit wordt veroorzaakt door de lagere aantallen studenten.
De bijstelling op de studievoorschotvouchers en de tegemoetkoming is als volgt:
op basis van realisatiegegevens over 2025 worden de uitgaven op de studievoorschotvouchers met € 1,2 miljoen naar beneden bijgesteld;
de uitgaven op de tegemoetkoming worden met € 5,5 miljoen naar boven bijgesteld. Wanneer een student een wo-bachelor diploma behaalt, wordt er direct een tegemoetkoming uitgekeerd. Op basis van realisatiegegevens over 2025 blijkt dat studenten die recht hebben op een tegemoetkoming langer over hun studie doen dan eerder geraamd. Hierdoor schuiven uitgaven op van 2025 naar 2026.
De relevante uitgaven Caribisch Nederland worden met € 0,8 miljoen verlaagd, als gevolg van een lagere realisatie.
De relevante overige uitgaven worden per saldo met € 18,1 miljoen verhoogd:
het budget wordt met € 11,3 miljoen verhoogd voor middelen ten behoeve van de kwijtschelding van studieschulden van toeslagengedupeerden. In 2025 is hierop minder uitgegeven dan verwacht maar naar verwachting zullen deze middelen in 2026 nodig zijn;
het budget wordt met € 7,0 miljoen verhoogd ten behoeve van het terugdraaien van alle besluiten naar aanleiding van de controles op de uitwonendenbeurs, in het kader van de herstelopgave. Tevens zijn middelen gereserveerd voor de afhandeling van schade als gevolg van indirecte discriminatie bij de controles op de uitwonendenbeurs. De Tweede Kamer zal op korte termijn via een brief worden geïnformeerd over de vormgeving deze schadeafhandeling;
als laatste worden de overige uitgaven per saldo met € 0,2 miljoen naar beneden bijgesteld, als gevolg van realisatiegegevens.
Leningen
De niet-relevante uitgaven worden per saldo met € 227,2 miljoen verlaagd. Dit bestaat uit de volgende onderdelen:
De niet-relevante uitgaven aan de basisbeurs worden met € 40,6 miljoen omlaag bijgesteld;
dit betreft allereerst de toekenningen prestatiebeurs. Deze worden opwaarts bijgesteld met € 22,1 miljoen. Dit komt enerzijds door een neerwaartse bijstelling van € 22,1 miljoen vanwege minder uitwonende beurzen. Anderzijds is er voor € 44,2 miljoen aan prijsbijstelling verwerkt;
de tegenboeking van de omzettingen van prestatiebeurs in gift zorgt voor een neerwaartse bijstelling van € 53,7 miljoen;
de tegenboeking voor de omzetting naar lening zorgt voor neerwaartse bijstelling van € 9,0 miljoen.
De niet-relevante uitgaven aan de aanvullende beurs zijn met € 67,7 miljoen naar beneden bijgesteld:
dit betreft een neerwaartse bijstelling van € 27,8 miljoen op de toekenningen prestatiebeurs. Dit komt enerzijds door een neerwaartse bijstelling van € 55,6 miljoen voornamelijk als gevolg van een lagere fractie gebruikers, lagere prijzen en lagere aantallen studenten.
Anderzijds is er voor € 27,8 miljoen aan prijsbijstelling verwerkt;
daarnaast zijn de omzettingen van prestatiebeurs naar gift, die hier tegen geboekt worden, met € 24,7 miljoen omlaag bijgesteld;
de tegenboeking voor de omzettingen naar lening zorgt voor een neerwaartse bijstelling van € 15,2 miljoen.
De niet-relevante uitgaven ov worden met € 63,4 miljoen naar beneden bijgesteld:
dit betreft voornamelijk lagere toekenningen prestatiebeurs van
€ 22,0 miljoen als gevolg van de lagere prijs van het ov;
de omzettingen naar gift, die hier tegen geboekt worden, zijn met
€ 36,4 miljoen neerwaarts bijgesteld;
als laatste is de tegenboeking voor de omzettingen naar lening € 5,0 miljoen lager dan geraamd.
De uitgaven op de post rentedragende lening (niet-relevant) zijn per saldo neerwaarts bijgesteld met € 43,3 miljoen:
steeds minder studenten lenen. Naast de herinvoering van de basisbeurs in het hbo en wo houdt ook de rente, die niet langer 0,0% is, hier waarschijnlijk mee verband. Dit zorgt voor een bijstelling naar beneden van € 120,8 miljoen. Daarnaast is er een bijstelling als gevolg van lagere aantallen studenten (neerwaartse bijstelling van € 4,0 miljoen). Tot slot is er voor € 40,8 miljoen aan prijsbijstelling voor 2026 toegekend;
op deze de post vindt daarnaast de tegenboeking op de prestatiebeurs omzettingen naar lening plaats. Dit is een bijstelling naar boven van € 29,2 miljoen;
op deze post vindt een tegenboeking plaats van de kwijtschelding op rentedragende lening. Deze tegenboeking is € 11,5 miljoen opwaarts bijgesteld.
De uitgaven aan het collegegeldkrediet zijn verlaagd met € 7,8 miljoen. Dit komt, evenals bij de rentedragende lening, grotendeels door de daling in het percentage studenten dat naar verwachting gebruik gaat maken van het krediet (neerwaartse bijstelling van € 11,3 miljoen). Tevens is voor € 3,5 miljoen aan prijscompensatie voor 2026 toegekend.
Het budget voor het levenlanglerenkrediet wordt met € 1,3 miljoen naar beneden bijgesteld op basis van realisatiegegevens. Er wordt minder gebruik gemaakt van het krediet dan verwacht (neerwaartse bijstelling van € 1,7 miljoen). Daarnaast is er voor € 0,4 miljoen aan prijscompensatie voor 2026 toegekend.
De niet-relevante overige uitgaven zijn met € 3,3 miljoen omlaag bijgesteld op basis van realisatiegegevens.
Bijdrage aan agentschappen
Het budget voor de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) wordt per saldo met € 12,6 miljoen verhoogd. De bijstelling wordt voor € 2,0 miljoen veroorzaakt door de doorverdeling van de prijsbijstelling tranche 2026. Daarnaast wordt het budget in 2026 met € 9,7 miljoen verhoogd voor de uitvoeringskosten voor de opvolging van de Controle Uitwonenden Beurs. Door meer- en minderwerk op verschillende onderdelen binnen de uitvoering van studiefinanciering is er nog een bijstelling van € 0,9 miljoen.
Ontvangsten
De ontvangsten worden met € 29,7 miljoen opwaarts bijgesteld. Dit wordt veroorzaakt door een stijging van de relevante ontvangsten van € 32,8 miljoen en een daling van de niet-relevante ontvangsten met € 3,1 miljoen:
De relevante ontvangsten worden omhoog bijgesteld met € 32,8 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door:
Renteontvangsten: deze post is met € 31,9 miljoen verhoogd in 2026. Op basis van realisatiecijfers blijkt dat de renteontvangsten sneller groeien dan gedacht;
Overige ontvangsten: deze post is met € 0,9 miljoen verhoogd op basis van realisatiegegevens;
De niet-relevante ontvangsten worden grotendeels gevormd door de terugontvangen leningen en worden omhoog bijgesteld met € 3,1 miljoen. Deze bijstelling wordt grotendeels door de volgende ontwikkelingen veroorzaakt.
er zijn steeds meer debiteuren die onder SF 35 vallen. Deze debiteuren hebben lagere termijnbedragen in vergelijking met debiteuren onder SF 15, omdat zij langer over hun aflossing mogen doen. Hierdoor zijn de termijnontvangsten met € 62,8 miljoen neerwaarts bijgesteld;
in 2025 hebben debiteuren meer versneld afgelost dan geraamd. Om die reden zijn de extra ontvangsten ook in 2026 met € 75,7 miljoen opwaarts bijgesteld;
voor leenstelselstudenten met een studieschuld wordt de tegemoetkoming in mindering gebracht op de openstaande studieschulden. Deze verlaging van de studieschulden wordt op dit begrotingsartikel zichtbaar als een niet-relevante ontvangst. Op basis van realisatiegegevens is de tegenboeking van de tegemoetkoming neerwaarts bijgesteld met € 17,7 miljoen;
op basis van realisatie gegevens zijn de niet-relevante overige ontvangsten met € 1,7 miljoen opwaarts bijgesteld.
3.9 Beleidsartikel 12. Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
Budgettaire gevolgen van beleid
|
||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) |
|
|
Mutatie
|
|
Mutatie 2031 |
|
| Verplichtingen |
|
|
74.660 | 1.535 | 76.195 |
|
|
|
|
71.896 |
| Uitgaven |
|
|
74.660 | 1.535 | 76.195 |
|
|
|
|
71.896 |
| Inkomensoverdracht |
|
|
70.849 | 1.512 | 72.361 |
|
|
|
|
68.026 |
| Tegemoetkoming lerarenopleiding (tlo) (R) |
|
|
3.252 | 516 | 3.768 |
|
|
|
|
3.768 |
| Tegemoetkoming deeltijd (R) |
|
|
2.848 | 159 | 3.007 |
|
|
|
|
3.007 |
| Tegemoetkoming vavo voltijd (R) |
|
|
5.123 | 116 | 5.239 |
|
|
|
|
4.959 |
| Tegemoetkoming vo voltijd (R) |
|
|
56.376 | 728 | 57.104 |
|
|
|
|
53.006 |
| Tegemoetkoming vso voltijd (R) |
|
|
3.250 | ‒ 7 | 3.243 |
|
|
|
|
3.286 |
| Leningen |
|
|
21 | ‒ 11 | 10 |
|
|
|
|
10 |
| Omboeking van kort- naar langlopende vorderingen (NR) |
|
|
21 | ‒ 11 | 10 |
|
|
|
|
10 |
| Bijdrage aan agentschappen |
|
|
3.790 | 34 | 3.824 |
|
|
|
|
3.860 |
| Dienst Uitvoering Onderwijs |
|
|
3.790 | 34 | 3.824 |
|
|
|
|
3.860 |
| Ontvangsten |
|
|
1.905 | 91 | 1.996 |
|
|
|
|
1.875 |
| Tegemoetkoming lerarenopleiding en deeltijd vo (R) |
|
|
291 | ‒ 54 | 237 |
|
|
|
|
237 |
| Meerderjarige scholieren v(s)o en vavo (R) |
|
|
1.614 | 145 | 1.759 |
|
|
|
|
1.638 |
Toelichting: R = relevant, NR = niet-relevant
In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.
|
|
|---|---|
| 2026 | |
|
|
|
|
|
|
|
|
* Voor de budgetflexibiliteit is als peildatum 8 juli 2026 gehanteerd (start zomerreces van de Eerste Kamer). Hierbij is rekening gehouden met het uitkeren van loon- en prijsbijstelling voor de werkvelden conform gebruikelijk werkwijze.
Van het totale budget voor artikel 12 is in 2026 100,0 procent juridisch verplicht.
Toelichting
Uitgaven
De uitgaven aan de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS) worden per saldo met circa € 1,5 miljoen verhoogd. Dit betreft voornamelijk een opwaartse bijstelling van € 1,5 miljoen op de inkomensoverdrachten. De loon- en prijsbijstelling is volledig toegekend. Hieronder zal per instrument worden toegelicht wat de oorzaken van de bijstellingen zijn.
Toelichting per instrument:
Inkomensoverdrachten
De raming wordt per saldo met € 1,5 miljoen verhoogd. De loon- en prijsbijstelling zorgt voor een opwaartse bijstelling van € 2,3 miljoen. Daarnaast is er een neerwaartse bijstelling van € 0,8 miljoen, voornamelijk door een lagere realisatie en een lager aantal gebruikers van de regelingen.
3.10 Beleidsartikel 13. Lesgeld
Budgettaire gevolgen van beleid
|
||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) |
|
|
Mutatie
|
|
Mutatie 2031 |
|
| Verplichtingen |
|
|
21.454 | 190 | 21.644 |
|
|
|
|
21.675 |
| Uitgaven |
|
|
21.454 | 190 | 21.644 |
|
|
|
|
21.675 |
| Bijdrage aan agentschappen |
|
|
21.454 | 190 | 21.644 |
|
|
|
|
21.675 |
| Dienst Uitvoering Onderwijs |
|
|
21.454 | 190 | 21.644 |
|
|
|
|
21.675 |
| Ontvangsten |
|
|
267.416 | -8.858 | 258.558 |
|
|
|
|
328.339 |
In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.
|
|
|---|---|
| 2026 | |
|
|
|
|
|
|
|
|
* Voor de budgetflexibiliteit is als peildatum 8 juli 2026 gehanteerd (start zomerreces van de Eerste Kamer). Hierbij is rekening gehouden met het uitkeren van loon- en prijsbijstelling voor de werkvelden conform gebruikelijk werkwijze.
Van het totale budget voor artikel 13 is in 2026 100,0 procent juridisch verplicht.
Toelichting
Uitgaven
De loon- en prijsbijstelling is volledig toegekend.
Ontvangsten
Het ontvangstenbudget wordt met € 8,9 miljoen verlaagd. De tegenvaller komt vooral door een dalend aantal studenten en doordat studenten het lesgeld minder vaak volgens de regels betalen.
3.11 Beleidsartikel 14. Cultuur
Budgettaire gevolgen van beleid
|
||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) |
|
|
Mutatie
|
|
Mutatie 2031 |
|
| Verplichtingen |
|
|
719.045 | 38.592 | 757.637 |
|
|
|
|
1.472.154 |
| Uitgaven |
|
|
1.418.028 | 36.843 | 1.454.871 |
|
|
|
|
1.472.154 |
| Bekostiging |
|
|
1.198.077 | 37.558 | 1.235.635 |
|
|
|
|
1.306.341 |
| Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse instellingen |
|
|
279.895 | 9.895 | 289.790 |
|
|
|
|
288.149 |
| Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse fondsen |
|
|
338.938 | 13.103 | 352.041 |
|
|
|
|
346.334 |
| Museale instellingen met een wettelijke taak |
|
|
284.982 | 8.138 | 293.120 |
|
|
|
|
289.223 |
| Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen |
|
|
36.493 | 638 | 37.131 |
|
|
|
|
98.055 |
| Digitale openbare bibliotheek |
|
|
19.816 | 618 | 20.434 |
|
|
|
|
17.083 |
| Bibliotheekvoorziening leesgehandicapten |
|
|
14.728 | 460 | 15.188 |
|
|
|
|
15.047 |
| Monumentenzorg |
|
|
177.328 | 1.736 | 179.064 |
|
|
|
|
176.351 |
| Archieven incl. Regionale Historische Centra |
|
|
45.897 | 2.970 | 48.867 |
|
|
|
|
47.118 |
| Cultuureducatie (via primair onderwijs) |
|
|
0 | 0 | 0 |
|
|
|
|
28.981 |
| Subsidies (regelingen) |
|
|
115.139 | -2.716 | 112.423 |
|
|
|
|
71.727 |
| Verbreden inzet cultuur |
|
|
11.202 | -1.043 | 10.159 |
|
|
|
|
13.315 |
| Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS) |
|
|
10.058 | 78 | 10.136 |
|
|
|
|
6.036 |
| Programma leesbevordering |
|
|
34.958 | -3.717 | 31.241 |
|
|
|
|
32.144 |
| Creatieve Industrie |
|
|
3.168 | -496 | 2.672 |
|
|
|
|
2.011 |
| Specifiek cultuurbeleid |
|
|
20.100 | 742 | 20.842 |
|
|
|
|
16.254 |
| Subsidies Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed |
|
|
3.402 | 1.375 | 4.777 |
|
|
|
|
1.792 |
| NGF CIIIC |
|
|
32.251 | 345 | 32.596 |
|
|
|
|
175 |
| Opdrachten |
|
|
40.057 | -1.915 | 38.142 |
|
|
|
|
28.766 |
| Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis |
|
|
2.054 | 54 | 2.108 |
|
|
|
|
2.121 |
| Opdrachten Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed |
|
|
20.050 | -1.210 | 18.840 |
|
|
|
|
16.130 |
| NGF Opdrachten |
|
|
4.324 | 78 | 4.402 |
|
|
|
|
0 |
| Overige opdrachten |
|
|
13.629 | -837 | 12.792 |
|
|
|
|
10.515 |
| Bijdrage aan agentschappen |
|
|
61.086 | 3.680 | 64.766 |
|
|
|
|
60.053 |
| Nationaal Archief |
|
|
61.086 | 3.680 | 64.766 |
|
|
|
|
60.053 |
| Bijdragen aan medeoverheden |
|
|
1.642 | 161 | 1.803 |
|
|
|
|
3.174 |
| Bijdrage aan (inter)nationale organisaties |
|
|
2.027 | 75 | 2.102 |
|
|
|
|
2.093 |
| Ontvangsten |
|
|
11.274 | 11.625 | 22.899 |
|
|
|
|
11.274 |
In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hierna worden de belangrijkste mutaties toegelicht.
|
|
|---|---|
| 2026 | |
|
|
|
0,01% |
|
0,40% |
|
|
* Voor de budgetflexibiliteit is als peildatum 8 juli 2026 gehanteerd (start zomerreces van de Eerste Kamer). Hierbij is rekening gehouden met het uitkeren van loon- en prijsbijstelling voor de werkvelden conform gebruikelijk werkwijze.
Van het totale budget voor artikel 14 is in 2026 99,6 procent juridisch verplicht.
Toelichting
Verplichtingen
De verplichtingen worden met € 38,6 miljoen verhoogd.
Uitgaven
De uitgaven worden met € 36,8 miljoen verhoogd.
Aan het begrotingsartikel Cultuur wordt de loonbijstelling volledig, maar de prijsbijstelling slechts voor een beperkt deel structureel toegevoegd. Uitzondering hierop zijn de budgetten van het Nationaal Archief (NA), de RCE en de erfgoedwet instellingen met een wettelijke taak, waarvoor de loon- en prijsbijstelling volledig wordt toegevoegd.
Toelichting per instrument:
Bekostiging
Het budget voor de bekostiging wordt per saldo met € 37,6 miljoen verhoogd. Dit saldo bestaat grotendeels uit de loon- en prijsbijstelling.
Voor de implementatie van de nieuwe Archiefwet bij het Nationaal Archief
(NA) is het budget verhoogd (in 2026 € 3,8 miljoen, in 2027 en 2028 € 8,3 miljoen en daarna structureel jaarlijks € 7,3 miljoen). Dit is nodig door aanvullende eisen die zijn voortgekomen uit de wetsbehandeling in de Tweede Kamer en door de nadere invulling van de onderliggende regelgeving. Uit een uitvoerige gezamelijke taakanalyse van het NA en OCW, is gebleken dat het NA als archiefhouder extra middelen nodig heeft, onder andere door de verkorting van de overbrengingstermijn. Daarnaast zijn extra middelen nodig voor diploma-onderwijs Archivistiek. In 2026 wordt dit incidenteel gedekt uit de loon- en prijsbijstelling. Daarnaast worden, binnen het financiële instrument Bekostiging, budgetten verlaagd voor de (digitale) stelseltaken op basis van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (WSOB) van de Koninklijke Bibliotheek (€ 4,2 miljoen in 2027 en 2028 en € 3,2 miljoen vanaf 2029) en voor de Woonhuisregeling, onderdeel van de monumentenzorg (€ 4,2 miljoen vanaf 2027).
Amendement Ceder c.s.
In het kader van het amendement van het lid Ceder c.s. (Kamerstukken II 2025/26, 2026D01794">36 800 VIII, nr. 38) wordt het budget museale instellingen met een wettelijke taak met € 1,0 miljoen verhoogd en het budget Specifiek cultuurbeleid met € 1,0 miljoen verlaagd om het Joods Cultureel Kwartier aanvullend te ondersteunen met een eenmalige financiële impuls.
Subsidies
De subsidietaakstelling is verwerkt op het budget voor Specifiek cultuurbeleid, dat bestemd is voor diverse tijdelijke projectsubsidies. Omdat deze nog niet allemaal concreet waren ingevuld, hoeft niet gekort te worden op reeds verleende subsidies. Door de subsidietaakstelling blijft weinig ruimte over voor beleidsinitiatieven. Daarnaast zijn er conform de 'Kamerbrief over duurzame verankering van de Bibliotheek op School' ten behoeve van bibliotheken middelen toegevoegd aan het budget voor leesbevordering (€ 19,0 miljoen in 2027 en vanaf 2028 structureel € 25,0 miljoen per jaar).
Bijdrage aan agentschappen
Zie de toelichting bij het instrument Bekostiging over de ophoging van het budget voor het NA.
Ontvangsten
Door een technische fout werd een in 2025 geraamde ontvangst op de Subsidieregeling instandhouding monumenten in dat jaar niet gerealiseerd. Dit wordt in 2026 rechtgezet, waardoor er een meevaller op de ontvangsten van € 10,8 miljoen in 2026 ontstaat.
3.12 Beleidsartikel 15. Media
Budgettaire gevolgen van beleid
|
||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) |
|
|
Mutatie
|
|
Mutatie 2031 |
|
| Verplichtingen |
|
|
1.147.673 | 28.916 | 1.176.589 |
|
|
|
|
1.237.080 |
| Uitgaven |
|
|
1.306.616 | 28.916 | 1.335.532 |
|
|
|
|
1.237.080 |
| Bekostiging |
|
|
1.259.719 | 24.954 | 1.284.673 |
|
|
|
|
1.210.522 |
| Landelijke publieke omroep |
|
|
982.816 | 18.839 | 1.001.655 |
|
|
|
|
886.035 |
| Regionale omroep |
|
|
197.304 | 6.098 | 203.402 |
|
|
|
|
211.950 |
| Stichting Omroep Muziek |
|
|
21.537 | 489 | 22.026 |
|
|
|
|
22.026 |
| Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (NIBG) |
|
|
31.756 | 1.036 | 32.792 |
|
|
|
|
31.038 |
| Stimuleringsfonds voor de Journalistiek |
|
|
3.251 | 81 | 3.332 |
|
|
|
|
2.931 |
| Co-productiefonds Binnenlandse Omroep (CoBO) |
|
|
5.866 | 133 | 5.999 |
|
|
|
|
5.999 |
| Mediawijsheid Expertisecentrum (Bewust mediagebruik) |
|
|
1.944 | 855 | 2.799 |
|
|
|
|
2.599 |
| Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO) |
|
|
2.007 | 46 | 2.053 |
|
|
|
|
2.053 |
| Dotatie/onttrekking Algemene Mediareserve |
|
|
12.869 | ‒ 2.631 | 10.238 |
|
|
|
|
26.543 |
| Lokale journalistiek |
|
|
0 | 0 | 0 |
|
|
|
|
18.971 |
| Overige bekostiging media |
|
|
369 | 8 | 377 |
|
|
|
|
377 |
| Subsidies (regelingen) |
|
|
35.297 | 1.295 | 36.592 |
|
|
|
|
13.271 |
| Onderzoeksjournalistiek |
|
|
15.246 | 559 | 15.805 |
|
|
|
|
12.851 |
| Lokale journalistiek |
|
|
19.340 | 710 | 20.050 |
|
|
|
|
0 |
| Overige Subsidies |
|
|
711 | 26 | 737 |
|
|
|
|
420 |
| Opdrachten |
|
|
548 | 126 | 674 |
|
|
|
|
566 |
| Opdrachten |
|
|
548 | 126 | 674 |
|
|
|
|
566 |
| Bijdrage aan ZBO's/RWT's |
|
|
10.966 | 2.538 | 13.504 |
|
|
|
|
12.633 |
| Commissariaat voor de Media |
|
|
10.966 | 2.538 | 13.504 |
|
|
|
|
12.633 |
| Bijdrage aan (inter)nationale organisaties |
|
|
86 | 3 | 89 |
|
|
|
|
88 |
| European Audiovisual Observatory |
|
|
86 | 3 | 89 |
|
|
|
|
88 |
| Ontvangsten |
|
|
165.500 | 700 | 166.200 |
|
|
|
|
165.500 |
| Reclame ontvangsten |
|
|
165.500 | 700 | 166.200 |
|
|
|
|
165.500 |
In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.
|
|
|---|---|
| 2026 | |
| Juridisch verplicht |
|
| Bestuurlijk gebonden |
|
| Beleidsmatig gereserveerd | 1,23% |
| Nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0,05% |
* Voor de budgetflexibiliteit is als peildatum 8 juli 2026 gehanteerd (start zomerreces van de Eerste Kamer). Hierbij is rekening gehouden met het uitkeren van loon- en prijsbijstelling voor de werkvelden conform gebruikelijk werkwijze.
Van het totale budget voor artikel 15 is in 2026 98,7 procent juridisch verplicht.
Toelichting
Verplichtingen
De verplichtingen worden met € 28,9 miljoen verhoogd. Deze verhoging wordt veroorzaakt door de hieronder toegelichte uitgavenmutaties (€ 28,9 miljoen). Daarnaast wordt de verplichtingenstand aangesloten op de voorgenomen uitgaven uit de mediabegrotingsbrief.
Uitgaven
De uitgaven worden met € 28,9 miljoen verhoogd.
Toelichting per instrument:
Bekostiging
Het budget voor bekostiging wordt per saldo met € 25,0 miljoen verhoogd.
De verhoging wordt onder andere veroorzaakt door:
toevoeging van de loon- en prijsbijstelling tranche 2026 (€ 25,0 miljoen);
een verhoging van de dotatie aan de Algemene Mediareserve (AMr) als gevolg van de geactualiseerde raming van de reclameopbrengsten voor
2026 in de mediabegrotingsbrief 2026 (€ 0,7 miljoen);
een overboeking van het instrument bekostiging van de post dotatie/ onttrekking AMr naar het Commissariaat voor de Media (CvdM) in verband met de financiering van de uitbreiding van de (wettelijke) taken van het CvdM (- € 1,0 miljoen).
Subsidies
Het budget voor subsidies wordt per saldo met € 1,3 miljoen verhoogd als gevolg van de loon- en prijsbijstelling tranche 2026. De subsidietaakstelling is deels structureel in mindering gebracht op het budget voor overige subsidies (- € 0,2 miljoen) dat bestemd is voor diverse tijdelijke projectsubsidies. Hierdoor blijft door de subsidietaakstelling weinig ruimte over voor beleidsinitiatieven. Het overige deel is in mindering gebracht op het beschikbare budget voor onderzoeksjournalistiek (- € 0,2 miljoen). Deze verlaging wordt door de loon- en prijsbijstelling opgevangen.
Bijdragen aan ZBO's/RWT's
Het budget voor bijdragen aan ZBO's/RWT's wordt per saldo met € 2,5 miljoen verhoogd. De verhoging wordt onder andere veroorzaakt door: – toevoeging van de loon- en prijsbijstelling tranche 2026 (€ 0,3 miljoen);
Kasschuif WaU-middelen van het CvdM naar latere jaren (- € 0,3 miljoen) als onderdeel van de OCW-brede herijking van de kasritmes voor de WaU-middelen tot en met 2031.
een overboeking van het instrument bekostiging van de post dotatie/ onttrekking AMr naar het CvdM in verband met de financiering van de uitbreiding van de (wettelijke) taken van het CvdM (€ 1,0 miljoen);
de uitvoering van de taken die volgen uit de Europese verordening inzake transparantie en gerichte politieke reclame wordt belegd bij het CvdM. De middelen (structureel € 1,6 miljoen per jaar) hiervoor zijn overgeboekt van de begroting van het Ministerie van BZK naar de OCW-begroting, zodat het Ministerie van OCW kan zorgdragen voor de bekostiging aan het CvdM.
Ontvangsten
Het ontvangstenbudget wordt met € 0,7 miljoen verlaagd. Hiermee wordt de raming aangepast aan de raming van de reclameopbrengsten in de mediabegrotingsbrief 2026.
Dotatie Algemene Mediareserve (AMr)
Aan de AMr wordt op basis van de huidige ramingen eind 2026 € 10,2 miljoen toegevoegd.
|
|
|---|---|
|
247.264 |
|
- |
|
|
|
257.502 |
3.13 Beleidsartikel 16. Onderzoek en wetenschapsbeleid
Budgettaire gevolgen van beleid
|
||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) |
|
|
Mutatie
|
|
Mutatie 2031 |
|
| Verplichtingen |
|
|
1.778.176 | 70.881 | 1.849.057 |
|
|
|
|
1.681.867 |
| Uitgaven |
|
|
1.779.385 | 70.881 | 1.850.266 |
|
|
|
|
1.682.692 |
| Bekostiging |
|
|
1.460.382 | 62.777 | 1.523.159 |
|
|
|
|
1.452.162 |
| NWO |
|
|
659.820 | 33.946 | 693.766 |
|
|
|
|
647.972 |
| KNAW |
|
|
115.152 | 5.135 | 120.287 |
|
|
|
|
118.062 |
| KB |
|
|
70.454 | 2.530 | 72.984 |
|
|
|
|
71.971 |
| NWO Talentontwikkeling |
|
|
165.885 | 4.624 | 170.509 |
|
|
|
|
170.509 |
| NWO TTW |
|
|
8.000 | 223 | 8.223 |
|
|
|
|
8.223 |
| NWO Grootschalige Researchinfrastructuur |
|
|
55.380 | 1.544 | 56.924 |
|
|
|
|
56.924 |
| NWO Praktijkgericht Onderzoek |
|
|
62.990 | 2.662 | 65.652 |
|
|
|
|
65.238 |
| Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) |
|
|
31.611 | 2.514 | 34.125 |
|
|
|
|
16.998 |
| Poolonderzoek |
|
|
3.147 | 89 | 3.236 |
|
|
|
|
1.542 |
| Caribisch Nederland |
|
|
2.500 | 70 | 2.570 |
|
|
|
|
2.570 |
| NWO NWA |
|
|
131.970 | 3.679 | 135.649 |
|
|
|
|
133.624 |
| NWO Fonds onderzoek en wetenschap |
|
|
137.047 | 5.171 | 142.218 |
|
|
|
|
141.589 |
| NWO Praktijk onderzoek en wetenschap |
|
|
16.426 | 590 | 17.016 |
|
|
|
|
16.940 |
| Subsidies (regelingen) |
|
|
173.645 | 7.322 | 180.967 |
|
|
|
|
73.208 |
| VSC |
|
|
321 | 11 | 332 |
|
|
|
|
9 |
| Naturalis Biodiversity Center |
|
|
13.796 | 484 | 14.280 |
|
|
|
|
10.737 |
| BPRC |
|
|
13.056 | 457 | 13.513 |
|
|
|
|
13.223 |
| NEMO | ||||||||||
| Science Museum |
|
|
4.231 | 148 | 4.379 |
|
|
|
|
4.285 |
| STT |
|
|
277 | 9 | 286 |
|
|
|
|
7 |
| Stichting AAP |
|
|
1.299 | 45 | 1.344 |
|
|
|
|
1.316 |
| Nationale Coördinatie |
|
|
7.027 | 1.598 | 8.625 |
|
|
|
|
3.574 |
| Subsidie Fonds onderzoek en wetenschap |
|
|
84.429 | 2.955 | 87.384 |
|
|
|
|
1.173 |
| Delta Climate Center |
|
|
|
|
|
403 | 313 | 276 | 343 |
|
| Netherlands Academy of Engineering |
|
|
|
|
|
9 | 6 | 6 | 6 |
|
| Biotech Booster |
|
|
|
|
|
0 | 0 | 384 | 0 |
|
| Big Chemistry |
|
|
|
|
|
0 | 0 | 0 | 0 |
|
| Opdrachten |
|
|
|
|
|
‒ 4.436 | ‒ 3.487 | ‒ 1.350 | ‒ 1.322 |
|
| Opdrachten |
|
|
|
|
|
‒ 4.234 | ‒ 3.234 | ‒ 1.100 | ‒ 1.080 |
|
| Opdrachten Fonds onderzoek en wetenschap |
|
|
|
|
|
‒ 202 | ‒ 253 | ‒ 250 | ‒ 242 |
|
| Bijdrage aan agentschappen |
|
|
|
|
|
‒ 3.106 | 8.863 | 6.604 | 1.174 |
|
| Rijksdienst voor Ondernemend Nederland |
|
|
|
|
|
‒ 3.181 | 8.800 | 6.541 | 1.113 |
|
| RVO Fonds onderzoek en wetenschap |
|
|
|
|
|
75 | 63 | 63 | 61 |
|
| Bijdrage aan (inter)nationale organisaties |
|
|
|
|
|
5.848 | 4.343 | 3.690 | 3.704 |
|
| EMBC |
|
|
|
|
|
71 | 55 | 56 | 56 |
|
| EMBL |
|
|
|
|
|
453 | 340 | 336 | 337 |
|
| ESA |
|
|
|
|
|
‒ 219 | ‒ 666 | ‒ 1.307 | ‒ 1.303 |
|
| CERN |
|
|
|
|
|
4.366 | 3.614 | 3.612 | 3.619 |
|
| ESO |
|
|
|
|
|
1.044 | 900 | 894 | 896 |
|
| SKAO |
|
|
|
|
|
133 | 100 | 99 | 99 |
|
| Ontvangsten |
|
|
|
|
|
0 | 0 | 0 | 0 |
|
In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.
|
|
|---|---|
| 2026 | |
|
|
|
0,99% |
|
0,05% |
|
|
* Voor de budgetflexibiliteit is als peildatum 8 juli 2026 gehanteerd (start zomerreces van de Eerste Kamer). Hierbij is rekening gehouden met het uitkeren van loon- en prijsbijstelling voor de werkvelden conform gebruikelijk werkwijze.
Van het totale budget voor artikel 16 is in 2026 99,0 procent juridisch verplicht.
Toelichting
Verplichtingen
Het verplichtingenbudget wordt met € 70,9 miljoen verhoogd. De verhoging van het verplichtingenbudget is gelijk aan de verhoging van het uitgavenbudget.
Uitgaven
Het uitgavenbudget wordt met € 70,9 miljoen verhoogd. Op artikel 16 wordt in 2026 € 63,5 miljoen aan loon- en prijsbijstelling uitgekeerd. Dit is nader toegelicht in het algemene deel. De loonbijstelling wordt volledig beschikbaar gesteld.
Bekostiging
Het budget voor bekostiging wordt per saldo met € 62,8 miljoen in 2026 verhoogd. Deze verhoging is een gevolg van onder meer de volgende mutaties:
er wordt in 2026 € 54,2 miljoen toegevoegd aan loon- en prijsbijstelling;
de bekostiging van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) wordt vanaf 2027 structureel verlaagd met € 1,7 miljoen ter dekking van tegenvallers op CERN en ESO;
de bekostiging van NWO wordt verlaagd ter dekking van OCW-brede problematiek (zie het Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties). Het gaat om € 0,1 miljoen in 2026, € 1,5 miljoen in 2027, aflopend tot € 0,5 miljoen in 2030;
de bekostiging voor NWO wordt verhoogd door een overboeking van artikel 7 (Wetenschappelijk onderwijs) voor Zwaartekracht. Per ingang van 2027 zal NWO namelijk de subsidies voor Zwaartekracht verstrekken, in plaats van de minister van OCW. Op dit moment organiseert NWO voor OCW het aanvraag- en selectieproces van Zwaartekracht en adviseert zij over de toekenningen. Op basis hiervan verstrekt OCW de subsidies. Bestaande toekenningen blijven tot het einde van de looptijd begroot op de OCW-begroting. Met Zwaartekracht stimuleert de overheid excellent onderzoek in Nederland. Het is bedoeld voor grootschalig onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek in consortia die de potentie hebben om tot de wereldtop op hun gebied te gaan behoren. In 2027 en 2028 wordt het budget verhoogd met € 17,5 miljoen, in 2029 tot en met 2031 gaat het om € 35,0 miljoen per jaar. In 2032 en 2033 is het € 52,5 miljoen en vanaf 2034 € 70,0 miljoen structureel;
in de OCW-begroting 2025 waren een aantal taakstellingen geboekt op de algemene bekostiging van NWO. NWO heeft over de invulling van deze taakstellingen een besluit genomen in haar begroting voor 2026. Het Ministerie van OCW heeft deze begroting goedgekeurd op grond van Artikel 29 uit de Kaderwet zbo’s. In de 1e suppletoire begroting wordt deze invulling budgettair verwerkt. De OCW-begroting wordt in lijn gebracht met de begroting van NWO. Het gaat om:
NWO NWA, € 2,1 miljoen in 2027, oplopend tot
€ 9,5 miljoen structureel;
NWO Talentenontwikkeling, € 8,1 miljoen vanaf 2030;
NWO Grootschalige researchinfrastructuur, € 0,3 miljoen vanaf 2030;
NWO-subsidies voor ruimteonderzoek, € 2,6 miljoen. Dit budget staat nu onder het ESA-hoofdbudget. NWO bouwt deze subsidies af vanaf 2026.
Subsidies
Het budget voor subsidies wordt per saldo met € 7,3 miljoen verhoogd. Deze verandering is voornamelijk het resultaat van de volgende aanpassingen:
– er wordt in 2026 € 4,7 miljoen toegevoegd aan loon- en prijsbijstelling;
het budget van Subsidie Fonds Onderzoek en Wetenschap wordt in 2030 opgehoogd met € 6,5 miljoen ter herstel van een eerdere technische fout, waardoor het budget per abuis op nul was gezet. Deze ophoging is betaald uit de eindejaarsmarge.
Subsidietaakstelling
In het coalitieakkoord is een rijksbrede taakstelling opgenomen voor subsidies. Hieronder wordt toegelicht hoe deze taakstelling wordt ingevuld voor het Onderzoek- en wetenschapsbeleid:
op alle instellingssubsidies onder het instrument subsidies op artikel 16 wordt per ingang van 2027 een structurele efficiencykorting doorgevoerd ter hoogte van 2,1% per subsidie.
er is gekozen om gericht een drietal subsidies stop te zetten. Hiermee wordt voorkomen dat de subsidietaakstelling grote impact heeft op alle subsidies. Het gaat om de volgende instellingssubsidies:
De instellingssubsidie van VSC (€ 321,0 duizend per jaar) wordt stopgezet per 2029;
Motivatie: musea en centra zijn zelf primair verantwoordelijk om zich te organiseren in een vereniging en om hun eigen belangenbehartiging te verzorgen. De musea en centra kunnen hiervoor hun reguliere financiering gebruiken. Stopzetten per 2029 biedt de organisatie voldoende tijd om zich voor te bereiden;
De instellingssubsidie van Stichting Toekomstbeeld der Techniek (STT) (€ 227,0 duizend per jaar) wordt stopgezet per 2029;
Motivatie: de adviezen van STT hebben vanwege de aard een beperkte invloed op de beleidsvorming. Daarnaast verzorgt het Ministerie van OCW een derde van de financiering, waardoor het wegvallen van de subsidie van het Ministerie van OCW mogelijk kan worden opgevangen. Stopzetten per 2029 biedt de organisatie voldoende tijd om zich hierop voor te bereiden;
De instellingssubsidie van Netherlands Academy of Engineering (NAE) (€ 545,0 duizend per jaar) wordt stopgezet per 2031;
Motivatie: NAE heeft bij de start in 2022 al rekening gehouden met een afloop van het geld van de overheid en een oploop van de inleg van bedrijven. Daarom is het stopzetten van de subsidie per 2031 uitlegbaar.
Opdrachten
Het budget voor opdrachten wordt per saldo met € 3,2 miljoen verlaagd.
Deze verandering is voornamelijk het resultaat van de volgende wijzigingen:
– er wordt in 2026 € 0,1 miljoen toegevoegd aan loon- en prijsbijstelling;
er wordt in 2026 € 6,0 miljoen toegevoegd voor de Einstein Telescope voor het projectbureau en geologische onderzoeken. In 2027 en 2028 gaat het om € 1,5 miljoen. Dit geld is afkomstig uit de eindejaarsmarge;
van 2026 tot en met 2031 wordt het budget voor opdrachten verlaagd, omdat budget dat eerst begroot stond onder opdrachten, nu op bijdrage van agentschappen wordt geplaatst. Dit komt omdat inmiddels zeker is dat dit geld zal worden besteed aan het agentschap Justis. Het gaat om € 2,0 miljoen in 2026, € 3,0 miljoen in 2027, aflopend tot € 1,0 miljoen structureel.
Bijdrage aan agentschappen
Het budget voor bijdrage aan agentschappen wordt per saldo met € 2,9 miljoen verlaagd. Deze verandering is voornamelijk het resultaat van de volgende wijzigingen:
er wordt in 2026 € 0,1 miljoen toegevoegd aan loon- en prijsbijstelling;
in 2026 en 2027 wordt het budget voor de screeningswet verlaagd. Dit geld wordt met een kasschuif verplaatst naar 2028 en 2029. In 2026 gaat het om € 4,8 miljoen.
Bijdrage aan (inter)nationale organisaties
Het budget voor bijdrage aan (inter)nationale organisaties wordt per saldo met € 6,8 miljoen verhoogd. Deze verandering is voornamelijk het resultaat van de volgende wijzigingen:
er wordt in 2026 € 4,5 miljoen toegevoegd aan loon- en prijsbijstelling;
het budget voor CERN wordt structureel verhoogd met € 1,3 miljoen, ter dekking van een tegenvaller op de contributie. Deze tegenvaller is het gevolg van een stijgend Nederlands bbp-aandeel en een ongunstige wisselkoers. Dit wordt gedekt met een bezuiniging op de bekostiging van NWO;
het budget voor ESO wordt structureel verhoogd met € 0,5 miljoen, ter dekking van een tegenvaller op de contributie. Deze tegenvaller is het gevolg van een stijgend Nederlands bbp-aandeel. Dit wordt gedekt met een bezuiniging op de bekostiging van NWO.
Ontvangsten
Het ontvangstenbudget blijft ongewijzigd ten opzichte van de begroting.
3.14 Beleidsartikel 25. Emancipatie
Budgettaire gevolgen van beleid
|
||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) |
|
|
Mutatie
|
|
Mutatie 2031 |
|
| Verplichtingen |
|
|
7.639 | 2.232 | 9.871 |
|
|
|
|
33.800 |
| Uitgaven |
|
|
22.180 | 2.232 | 24.412 |
|
|
|
|
33.800 |
| Bekostiging |
|
|
14.385 | 532 | 14.917 |
|
|
|
|
12.454 |
| Kennisinfrastructuur: | ||||||||||
| Gender- en lhbti- gelijkheid |
|
|
14.385 | 532 | 14.917 |
|
|
|
|
12.454 |
| Subsidies (regelingen) |
|
|
4.852 | 286 | 5.138 |
|
|
|
|
5.898 |
| Gender- en lhbti- gelijkheid 2022-2027 |
|
|
4.852 | 286 | 5.138 |
|
|
|
|
5.898 |
| Opdrachten |
|
|
2.937 | 1.414 | 4.351 |
|
|
|
|
4.407 |
| Bijdrage aan medeoverheden |
|
|
6 | 0 | 6 |
|
|
|
|
11.041 |
| Gemeentefonds gender- en lhbti- gelijkheid |
|
|
6 | 0 | 6 |
|
|
|
|
11.041 |
| Ontvangsten |
|
|
0 | 0 | 0 |
|
|
|
|
0 |
In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.
|
|
|---|---|
| 2026 | |
|
|
|
|
|
|
|
3,07% |
* Voor de budgetflexibiliteit is als peildatum 8 juli 2026 gehanteerd (start zomerreces van de Eerste Kamer). Hierbij is rekening gehouden met het uitkeren van loon- en prijsbijstelling voor de werkvelden conform gebruikelijk werkwijze.
Van het totale budget voor artikel 25 is in 2026 78,2 procent juridisch verplicht.
Toelichting
Verplichtingen
De verplichtingen zijn voor 2026 met € 2,2 miljoen verhoogd.
Uitgaven
De uitgaven voor 2026 zijn verhoogd met € 2,2 miljoen. Op artikel 25 is vanwege de rijksbrede subsidietaakstelling minder prijsbijstelling uitgekeerd. De loonbijstelling wordt wel volledig beschikbaar gesteld.
De mutaties voor de jaren 2027 en verder hebben betrekking op de intensivering van de versterkte aanpak lhbtiq+-veiligheid en de implementatie van de EU-richtlijn als onderdeel van de aanpak geweld tegen vrouwen zoals opgenomen in het coalitieakkoord. Beide trajecten worden hieronder nader toegelicht.
Aanpak geweld tegen vrouwen
Op 14 mei 2024 is de Richtlijn (EU) 2024/1385 ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld in werking getreden. De richtlijn verplicht lidstaten om passende maatregelen te nemen om geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld te voorkomen door middel van een alomvattende gelaagde aanpak. Nederland moet uiterlijk op 14 juni 2027 aan de richtlijn voldoen.
Zowel de EU-richtlijn als het Verdrag van Istanbul benadrukken dat lidstaten verplicht zijn om gerichte bewustwordingscampagnes en onderwijsprogramma’s te ontwikkelen die bijdragen aan de preventie van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Dit betreft zowel primaire (doorbreken schadelijke genderstereotyperingen en bevorderen van gelijkwaardigheid) als secundaire (bewustwording, herkennen en ingrijpen) preventieve maatregelen.
Een versterkte preventieve aanpak van geweld tegen vrouwen is daarom een cruciaal onderdeel van de implementatie van de richtlijn. Via maatregelen in onder andere het emancipatiebeleid, het onderwijs, binnen gemeenten en met publiek-private samenwerking dragen we bij aan deze versterking. Hetgeen bewerkstelligd wordt door een combinatie van centrale en lokale maatregelen.
De lokale maatregelen worden uitgevoerd door de 35 centrumgemeenten. Zij worden ondersteund door een expertisebureau/kenniscentrum dat een interventiepakket samenstelt waaruit gemeenten interventies kunnen kiezen die aansluiten bij de lokale context. Het expertisebureau/kenniscentrum draagt tevens zorg voor de deskundigheid van relevante lokale professionals, bijvoorbeeld door middel van trainingen en kennisverspreiding.
Versterkte aanpak lhbtiq+-veiligheid
Op 10 december 2025 is de versterkte aanpak lhbtiq+-veiligheid 2026-2029 aan de Kamer aangeboden. Deze versterkte aanpak is een interdepartementaal traject van het Ministerie van J&V en het Ministerie van OCW. In het rapport en de bijbehorende analyse wordt ingegaan op de problematiek en onveiligheid waar lhbtiq+ personen mee te maken krijgen, alsook op onderliggende oorzaken. Met deze meerjarige incidentele intensivering wordt invulling gegeven aan de bredere interventiestrategie zoals beschreven in het rapport. Het betreft hier onder andere een versterking op gemeentelijke/regionaal niveau en van het maatschappelijk middenveld, publiekscampagnes, extra impuls voor kansrijke projecten en onderzoek.
Toelichting per instrument:
Subsidies
Aanpak geweld tegen vrouwen
De uitgaven voor 2026 worden verhoogd met € 0,5 miljoen in het kader van de aanpak geweld tegen vrouwen. Vanaf 2027 nemen de uitgaven (deels structureel) toe. In 2026 start de mannenalliantie welke loopt tot en met 2030. De subsidieregeling die hiervoor wordt opgezet start in 2026.
Hiermee is een bedrag gemoeid van € 4,0 miljoen. Daarnaast houden de kosten verband met onder andere begeleiding van de gemeentelijke/lokale aanpak, interventieontwikkeling en trainingen.
Opdrachten
De uitgaven voor 2026 worden verhoogd met een bedrag van € 1,4 miljoen.
Aanpak geweld tegen vrouwen
Voor 2026 betreft het een bedrag van € 1,0 miljoen dat betrekking heeft op de kosten voor het nationaal actieprogramma seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. Vanaf 2027 is er, voortvloeiend uit de richtlijn, structureel een budget van € 2,0 miljoen voorzien voor een nationaal actieplan geweld tegen vrouwen. Een bedrag van € 0,4 miljoen dient als structurele bijdrage voor de nationaal coördinator.
Versterkte aanpak lhbtiq+-veiligheid
Van 2026 tot 2030 wordt het budget voor de versterkte aanpak lhbtiq+-veiligheid opgehoogd. Het gaat in deze om respectievelijk € 0,3 miljoen in 2026 en € 4,9 miljoen in de jaren 2027 ‒ 2029.
Bijdrage aan medeoverheden
Vanaf 2027 worden hier de uitgaven zichtbaar in het kader van de versterkte aanpak lhbtiq+-veiligheid en de aanpak geweld tegen vrouwen.
In beide trajecten is sprake van een gemeentelijke/regionale aanpak.
Voor de versterkte aanpak gaat het om een incidentele intensivering van € 2,4 miljoen voor de jaren 2027-2029. De verankering van de richtlijn geweld tegen vrouwen in de lokale/regionale aanpak kent een structureel karakter. De omvang bedraagt hiervan € 9,0 miljoen structureel per jaar.
4 De niet-beleidsartikelen
4.1 Niet beleidsartikel 91. Nog onverdeeld
Budgettaire gevolgen van beleid
|
||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) |
|
|
Mutatie
|
|
Mutatie 2031 |
|
| Verplichtingen |
|
|
0 | 0 | 0 |
|
|
|
|
0 |
| Uitgaven |
|
|
0 | 0 | 0 |
|
|
|
|
0 |
| Loonbijstelling |
|
|
0 | 0 | 0 |
|
|
|
|
0 |
| waarvan programma |
|
|
0 | 0 | 0 |
|
|
|
|
|
| waarvan apparaat |
|
|
0 | 0 | 0 |
|
|
|
|
0 |
| Prijsbijstelling |
|
|
0 | 0 | 0 |
|
|
|
|
0 |
| waarvan programma |
|
|
0 | 0 | 0 |
|
|
|
|
0 |
| waarvan apparaat |
|
|
0 | 0 | 0 |
|
|
|
|
0 |
| Onvoorzien |
|
|
0 | 0 | 0 |
|
|
|
|
0 |
| Ontvangsten |
|
|
0 | 0 | 0 |
|
|
|
|
0 |
In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.
Toelichting
Verplichtingen en uitgaven
De verplichtingen en uitgaven worden vanaf 2028 structureel met € 11,6 miljoen verlaagd.
Toelichting per instrument:
Onvoorzien
Vanaf begrotingsjaar 2028 wordt structureel € 11,6 miljoen overgeheveld vanaf artikel 91 naar artikel 3 (Voortgezet onderwijs) ten behoeve van de structurele bekostiging van praktijkgerichte programma’s in vmbo-tl.
4.2 Niet-beleidsartikel 95. Apparaat Kerndepartement
Budgettaire gevolgen van beleid
|
||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) |
|
|
Mutatie
|
|
Mutatie 2031 |
|
| Verplichtingen |
|
|
422.538 | 23.632 | 446.170 |
|
|
|
|
312.038 |
| Uitgaven |
|
|
422.538 | 23.632 | 446.170 |
|
|
|
|
312.038 |
| Personele uitgaven |
|
|
352.999 | 20.260 | 373.259 |
|
|
|
|
234.676 |
| Eigen | ||||||||||
| Personeel |
|
|
338.508 | 15.334 | 353.842 |
|
|
|
|
223.095 |
| Externe inhuur |
|
|
9.886 | 4.926 | 14.812 |
|
|
|
|
7.412 |
| Overige personele uitgaven |
|
|
4.605 | 0 | 4.605 |
|
|
|
|
4.169 |
| Materiële uitgaven |
|
|
69.539 | 3.372 | 72.911 |
|
|
|
|
77.362 |
| ICT |
|
|
10.595 | ‒ 966 | 9.629 |
|
|
|
|
8.433 |
| Bijdrage aan SSO's |
|
|
23.701 | ‒ 131 | 23.570 |
|
|
|
|
21.175 |
| Overig Materieel |
|
|
35.243 | 4.469 | 39.712 |
|
|
|
|
47.754 |
| Begrotingsreserve schatkistbankieren |
|
|
0 | 0 | 0 |
|
|
|
|
0 |
| Ontvangsten |
|
|
510 | 0 | 510 |
|
|
|
|
442 |
In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2026" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2026» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.
Toelichting
Verplichtingen
De verplichtingen worden met € 23,6 miljoen verhoogd.
Uitgaven
De uitgaven worden met € 23,6 miljoen verhoogd.
Toelichting per instrument:
Personele uitgaven
Het budget wordt per saldo met € 20,3 miljoen verhoogd. De verhoging wordt veroorzaakt door:
diverse interne overboekingen (per saldo € 10,7 miljoen). Het betreft hier voornamelijk uitvoeringskosten waarvoor het budget nog niet aan het apparaatsbudget was toegevoegd, zoals voor de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (€ 4,0 miljoen), het College voor Toetsen en Examens (€ 1,5 miljoen), de Inspectie van het Onderwijs (€ 1,4 miljoen) en de Realisatie-Eenheid Leraren (€ 1,4 miljoen);
loon- en prijsbijstelling (€ 4,2 miljoen), zie toelichting algemeen deel;
diverse interdepartementale overboekingen (per saldo € 2,4 miljoen). Hiervan komt het grootste deel van het Ministerie van BZK: € 2,4 miljoen voor het Rijksprogramma voor Duurzaam Digitale Informatiehuishouding (RDDI);
overige mutaties (per saldo € 2,9 miljoen), waaronder toevoeging van middelen uit het Nationaal Groeifonds.
Daarnaast zijn vanaf 2027 de apparaatstaakstellingen uit het coalitieakkoord verwerkt en voorlopig op dit begrotingsartikel geboekt. Deze taakstellingen hebben betrekking op het kerndepartement en op de uitvoeringsorganisaties van OCW en zullen op een later moment waar nodig worden doorverdeeld naar andere begrotingsartikelen. De efficiencytaakstelling bedraagt € 5,7 miljoen in 2027 oplopend naar € 25,4 miljoen vanaf 2030.
De taakstelling vernieuwing rijksdienst/slagvaardige overheid bedraagt € 27,2 miljoen in 2029 oplopend naar € 67,7 miljoen vanaf 2030.
Materiële uitgaven
Het budget wordt per saldo met € 3,4 miljoen verhoogd.
5 Agentschappen
5.1 Agentschap Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)
De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van de Rijksoverheid voor het onderwijs. DUO levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten, het organiseren van examens, informatievoorziening, alsmede diensten gericht op de verbetering van de verbinding tussen beleid en uitvoering, waarbij de burger en instellingen centraal worden gesteld. Daarnaast verricht DUO werkzaamheden voor overige departementen en derden. Onderdeel van DUO is de Shared Service Organisatie Noord (SSO-Noord), waarbinnen het Inkoop Uitvoeringscentrum en het Overheidsdatacenter zijn ondergebracht, die dienstverlening verricht voor het concern OCW, haar dienstonderdelen en andere overheidsorganen.
|
|||
|---|---|---|---|
|
(2) Mutaties 1e suppletoire begroting | (3) = (1) + (2) Totaal geraamd |
|
|
|||
|
|
207 | 86.499 |
|
5.649 | 0 | 5.649 |
|
|
195 | 73.347 |
|
4.602 | 12 | 4.614 |
|
2.889 | 0 | 2.889 |
|
542.679 | 18.239 | 560.918 |
|
|
606 | 80.548 |
|
204.073 | 14.718 | 218.791 |
|
|
1.968 | 92.401 |
|
|
700 | 70.653 |
|
|
161 | 21.398 |
|
|
0 | 44.862 |
|
|
86 | 17.585 |
|
9.724 | 0 | 9.724 |
|
4.956 | 0 | 4.956 |
|
1.400 | 0 | 1.400 |
|
0 | 0 | 0 |
|
0 | 0 | 0 |
|
630.371 | 18.446 | 648.817 |
|
|||
|
528.459 | 17.376 | 545.835 |
|
|
13.490 | 425.370 |
|
283.546 | 10.031 | 293.577 |
|
|
2.636 | 116.136 |
|
|
823 | 15.657 |
|
|
3.886 | 120.465 |
|
|
1.188 | 58.013 |
|
|
2.050 | 30.801 |
|
|
648 | 31.651 |
|
|
1.070 | 33.134 |
Rentelasten 3.695 0 3.695
|
64.203 | 0 |
|
|
|---|---|---|---|---|
|
21.620 | 0 |
|
|
|
21.220 | 0 |
|
|
|
400 | 0 | 400 | |
|
42.583 | 0 |
|
|
|
1.850 | 0 | 1.850 | |
|
1850 | 0 | 1.850 | |
|
0 | 0 | 0 | |
|
630.271 | 18.446 | 648.717 | |
|
100 |
|
100 | |
|
100 |
|
100 | |
|
0 |
|
0 | |
Toelichting
De baten in de 1e suppletoire begroting stijgen met € 18,4 miljoen ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting 2026 (€ 630,4 miljoen). De lasten stijgen eveneens met € 18,4 miljoen ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting 2026 (€ 630,4 miljoen).
Baten
De totale baten in de 1e suppletoire begroting zijn € 18,4 miljoen hoger ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting 2026. De stijging heeft betrekking op additionele middelen voor het hoofdproduct Studiefinanciering (€ 13,2 miljoen), het hoofdproduct Examens (€ 1,3 miljoen) en het hoofdproduct Onderwijsregister (€ 0,2 miljoen). Daarnaast heeft de stijging betrekking op de toegekende prijsbijstelling 2026 voor materiële kosten (€ 3,3 miljoen) en additionele middelen voor diverse werkzaamheden (€ 0,5 miljoen). Tevens is een additionele taakstelling aan DUO opgelegd als gevolg van het aangenomen amendement Kent (- € 1,4 miljoen). Voor de prijsbijstelling, middelen voor diverse werkzaamheden en de opgelegde taakstelling geldt dat deze naar rato zijn verdeeld over de van toepassing zijnde batencategorieën. Voorts geldt dat de prijsbijstelling voor externe inhuur niet wordt uitgekeerd.
Lasten
De totale apparaatskosten in de 1e suppletoire begroting zijn € 17,4 miljoen hoger dan in de oorspronkelijk vastgestelde begroting 2026. De personele kosten stijgen met € 13,5 miljoen en de materiële kosten stijgen met € 3,9 miljoen. Daarnaast stijgen de kosten voor uitbesteed werk en andere externe kosten met € 1,0 miljoen. De kostenstijging is het gevolg van de additionele werkzaamheden zoals hierboven beschreven.
Kasstroomoverzicht
|
|||
|---|---|---|---|
|
|
(3) = (1) + (2) Totaal geraamd | |
|
|
|
98.973 |
|
|
|
|
|
‒ 566.068 | ‒ 18.446 | ‒ 584.514 |
|
|
|
64.303 |
|
|
|
|
|
|
|
0 |
|
|
|
|
| Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-) |
|
|
0 |
|
|
|
0 |
|
|
|
|
|
|
2.249 | 111.800 |
|
|
|
60.533 |
|
|
|
|
Toelichting
Het kasstroomoverzicht is aangepast ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting 2026 met de eerder genoemde loon- en prijsbijstelling en overige bijstellingen. Daarnaast is de aangevraagde leenfaciliteit verwerkt, evenals de daarbij behorende investeringen en zijn de verwachte aflossingen op reeds afgesloten leningen verwerkt.