[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over de geannoteerde Agenda Raad Algemene Zaken van 17 maart 2026 (Kamerstuk 21501-02-3356)

Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Inbreng verslag schriftelijk overleg

Nummer: 2026D10670, datum: 2026-03-09, bijgewerkt: 2026-03-13 11:45, versie: 3 (versie 1, versie 2)

Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (nds-tk-2026D10670).

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z04316:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


2026D10670 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Binnen de vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 5 maart 2026 inzake de Geannoteerde Agenda Raad Algemene Zaken d.d. 17 maart 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3356), Verslag Raad Algemene Zaken d.d. 24 februari 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3357), EU en Zwitserland (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3344) en Associatieakkoord EU en San Marina en Andorra (Kamerstuk 21 501-02, nr. 4282).

De fungerend voorzitter van de commissie,

Van der Werf

De griffier van de commissie,

Blom

Inhoudsopgave

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
II Reactie van de Minister van Buitenlandse Zaken

I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3356) en het verslag van de vorige Raad Algemene Zaken (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3357). In het verslag lezen deze leden dat Nederland het belang heeft benadrukt van een op merites gebaseerd toetredingsproces voor Oekraïne. Op welke manier is opvolging gegeven aan het standpunt dat ook geopolitieke overwegingen een rol spelen en Nederland voorstander is van een Europese Unie (EU) van verschillende snelheden? Welke concrete opvolging heeft het kabinet tot dusver gegeven aan de motie-Klos c.s. over de (gefaseerde) toetreding van Oekraïne tot de EU als onderdeel van een vredesakkoord (Kamerstuk 36 800 V, nr. 49)? Ook vragen deze leden welke opvolging er is gegeven aan de motie-Klos c.s. over draagvlak zoeken voor een Europese veiligheidsraad (Kamerstuk 36 800 V, nr. 48).

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de agenda voor de Raad Algemene Zaken van 17 maart 2026. Deze leden constateren dat deze Raad vooral in het teken zal staan van het Meerjarig Financieel Kader (MFK), de European Electoral act en het Europees Semester. Naar aanleiding hiervan en naar aanleiding van een aantal overige relevante onderwerpen uit de geannoteerde agenda hebben deze leden nog een aantal vragen.

MFK

De leden van de VVD-fractie constateren dat de discussie rond het MFK tijdens deze Raad zich vooral zal toespitsen op governance. Hierbij onderschrijven deze leden het uitgangspunt van het nieuwe MFK-voorstel dat lidstaten meer vrijheid moeten krijgen in het besteden van de Europese Middelen. Tegelijkertijd merken deze leden op dat deze vrijheid er ook toe kan leiden dat er meer fraude met Europese middelen kan worden gepleegd. In hoeverre meent de Minister dat het huidige MFK-voorstel genoeg zekerheden heeft ingebouwd om fraude met Europese middelen tegen te gaan? Bestaat er volgens de Minister een risico dat lidstaten Nationale en Regionale Partnerschapsplannen (NRPP’s) te vrij in gaan vullen waardoor Europese middelen gebruikt zullen worden voor doelen die niet aansluiten bij gezamenlijke EU-prioriteiten? Hoe kijkt de Minister naar de recente brief waarin twintig lidstaten oproepen om een groot deel van de NRPP-middelen te oormerken voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid? Deelt de Minister de opvatting dat hierdoor de financiering van andere onderdelen van de NRPP verordening, zoals Frontex en Europol, in gevaar dreigt te komen?

De leden van de VVD-fractie constateren voorts dat de Europese Commissie (EC) via een nieuw sturingsmechanisme het democratisch toezicht op de jaarlijkse begrotingsprocedure wil vergroten. Deze leden onderschrijven het doel van dit mechanisme, maar maken zich wel zorgen over de eventuele complexiteit van dit mechanisme. Hoe kijkt de Minister aan tegen deze zorg en hoe gaat de Minister voorkomen dat de voorgestelde triloog ertoe leidt dat de besluitvorming rond de jaarlijkse begrotingsprocedure onnodige vertraging oploopt?

European Electoral Act

De leden van de VVD-fractie onderschrijven het belang van een regeling voor zwanger- of moederschapsverlof voor de leden van het Europees Parlement en erkennen dat het stemmen per volmacht zo’n regeling zou kunnen zijn. Deze leden merken hierbij wel op dat een voorstel uit 2022 om de European Electoral Ect dusdanig te wijzigen dat Europarlementariërs voor een (hernieuwbare) periode van 16 weken kunnen worden vervangen beter aan zou sluiten bij het voor Nederland belangrijke beginsel dat een volksvertegenwoordiger alleen kan stemmen indien er sprake is van fysieke aanwezigheid. In hoeverre verwacht de Minister dat dit voorstel uit 2022 op termijn door de Raad kan worden behandeld en daardoor het plan om te stemmen per volmacht kan vervangen? Is de Minister bereid om zich samen met gelijkgestemde lidstaten voor dit voorstel uit 2022 hard te blijven maken?

Europees Semester

De leden van de VVD-fractie ondersteunen de lijn van het kabinet dat schuldhoudbaarheid in de lidstaten van fundamenteel belang is voor een economisch sterke Eurozone. Ook is het gezien de geopolitieke situatie buiten Europa van belang dat de Europese én Nederlandse defensie-industrie dusdanig functioneren dat Europa in staat is om zichzelf te verdedigen. Hoe kijkt de Minister aan tegen de aanbeveling om knelpunten in de defensie-industrie weg te werken? Geldt deze aanbeveling ook voor Nederland, of zijn het vooral andere Europese lidstaten die te maken hebben met deze knelpunten?

EU-toetredingsproces Oekraïne en Moldavië

De leden van de VVD-fractie constateren dat Hongarije helaas nog steeds het formeel laten beginnen van het toetredingsproces van Oekraïne blokkeert. Deze leden ondersteunen de lijn van de EC om in de tussentijd de onderhandelingen al wel op technisch niveau te laten plaatsvinden. Verwacht de Minister dat Hongarije op korte termijn bereid is om de blokkade voor het formeel laten beginnen van onderhandelingen op te heffen? Welke additionele stappen is de Minister bereid te zetten om de druk op Hongarije maximaal op te voeren?

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Raad Algemene Zaken van 17 maart 2026, het verslag van de Raad Algemene Zaken van 24 februari 2026 en de aanvullende stukken over de associatieakkoorden met Zwitserland, Andorra en San Marino. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen.

Meerjarig Financieel Kader 2028–2034

De leden van de CDA-fractie steunen de lijn van het kabinet dat Europese middelen scherper moeten worden ingezet op de grote geopolitieke opgaven van deze tijd. Tegelijkertijd vraagt een grotere rol voor lidstaten wel om duidelijke waarborgen voor democratische controle, rechtsstatelijkheid en doelmatige besteding van middelen. Hierbij wordt onder meer gewezen op nationale plannen en op het risico dat bundeling van fondsen ten koste kan gaan van gemeenschappelijk beleid.

De leden van de CDA-fractie vragen of het kabinet concreet kan maken wat bedoeld wordt met een grotere rol voor de Raad en de lidstaten in het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK). Waar wil Nederland precies meer politieke sturing organiseren en op welke punten juist niet? Met welke lidstaten trekt Nederland hierin op en waar zitten de belangrijkste meningsverschillen?

De leden van de CDA-fractie vragen daarnaast hoe het kabinet voorkomt dat meer nationale zeggenschap leidt tot meer versnippering, minder transparantie of een zwakkere koppeling met gezamenlijke Europese doelen. Kan het kabinet aangeven hoe geborgd zou kunnen worden dat een gemoderniseerd MFK niet alleen eenvoudiger wordt, maar dat het ook strenger wordt op rechtsstaat, doelmatigheid en uitvoerbaarheid?

Voorbereiding agenda Europese Raad van 19 en 20 maart 2026

De leden van de CDA-fractie lezen dat de Europese Raad onder meer zal spreken over Oekraïne, het Midden-Oosten, concurrentievermogen en interne markt, het MFK, Europese veiligheid en defensie en migratie.

De leden van de CDA-fractie vinden het van belang dat Nederland in Brussel koersvast optreedt: principieel waar het gaat om rechtsstaat en internationale rechtsorde en tegelijk realistisch waar het gaat om veiligheid, weerbaarheid en economisch belang. Deze leden vinden dat Europa sterker, slagvaardiger en minder afhankelijk moet worden, juist op het terrein van veiligheid, defensie en strategische autonomie.

De leden van de CDA-fractie vragen daarom ten eerste op welke onderdelen het kabinet tijdens de Raad Algemene Zaken al actief wil sturen op de conceptconclusies van de Europese Raad. Hoe zet Nederland in op versterking van het Europees concurrentievermogen en de interne markt, juist ook in het licht van de noodzaak om afhankelijkheden af te bouwen en de Europese defensie-industrie op te schalen? Welke concrete Nederlandse voorstellen liggen er om interne marktbelemmeringen en regeldruk verder terug te dringen?

European Electoral Act

De leden van de CDA-fractie lezen dat de Raad een wijziging van de Europese Kiesakte bespreekt waarmee stemoverdracht tijdens zwangerschap en na geboorte mogelijk wordt voor Europarlementariërs. Het kabinet ziet dit als een aanvaardbaar alternatief, maar wil daarbij een nationale verklaring afleggen dat dit voor Nederland een opmaat moet zijn naar een tijdelijke vervangingsregeling en/of uitbreiding naar vaderschaps- en ziekteverlof. Ook moet het beginsel van stemmen zonder last worden gewaarborgd.

De leden van de CDA-fractie vragen of het kabinet voornemens is met dit besluit in te stemmen. Is de tekst waarover de Raad nu een akkoord wil bereiken inhoudelijk gewijzigd ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel waarover de Kamer eerder is geïnformeerd? Zo ja, op welke punten? Hoe groot acht het kabinet de kans dat deze wijziging daadwerkelijk een opstap kan zijn naar een structurelere vervangingsregeling?

Europees Semester 2026

De leden van de CDA-fractie lezen dat in de Euro Area Recommendation voor 2026 en 2027 veel nadruk ligt op schuldhoudbaarheid, investeringen in defensie, concurrentievermogen, innovatie, interne markt, regeldruk, kapitaalmarktunie en vaardigheden. Deze leden herkennen veel van deze prioriteiten.

De leden van de CDA-fractie vragen welke kansen het kabinet ziet om het Europees Semester meer te gebruiken als instrument voor economische weerbaarheid, vermindering van strategische afhankelijkheden en versterking van de interne markt.

De leden van de CDA-fractie constateren dat het Europees Parlement pleit voor nieuwe eigen middelen en sterkere EU-investeringsinstrumenten. Deze leden vragen hoe het kabinet deze wens beoordeelt, mede in relatie tot de komende MFK-discussie.

Montenegro

De leden van de CDA-fractie lezen dat Nederland het onder voorbehoud sluiten van hoofdstuk 21 met Montenegro kan steunen, mits aan de benchmarks is voldaan en blijvend wordt geïnvesteerd in administratieve en personele capaciteit. Ook vraagt Nederland om blijvende monitoring van hervormingen.

De leden van de CDA-fractie vragen of het kabinet nader kan toelichten hoe het de bredere rechtsstaatsituatie in Montenegro nu weegt. Welke concrete hervormingen moeten volgens Nederland nog aantoonbaar worden bestendigd voordat verdere stappen verantwoord zijn? Hoe wordt voorkomen dat het onder voorbehoud sluiten van een hoofdstuk politiek wordt uitgelegd als een automatisme richting afronding van onderhandelingen?

Oekraïne en Moldavië

De leden van de CDA-fractie lezen dat voorbereidend technisch werk doorgaat voor het openen van onderhandelingsclusters met Oekraïne en Moldavië, ondanks de Hongaarse blokkade. Ook lezen deze leden dat de Europese Commissie (EC) nu van oordeel is dat Oekraïne en Moldavië voldoen aan de vereisten om ook de overige clusters te openen. Tegelijkertijd benadrukte Nederland tijdens de Raad van 24 februari 2026 dat toetreding op merites moet gebeuren. Deze leden delen de lijn dat landen die lid willen worden van de EU moeten voldoen aan voorwaarden van democratie, rechtsstaat en burgerschap.

De leden van de CDA-fractie vragen of het kabinet per cluster kan aangeven welke Nederlandse aandachtspunten nog expliciet moeten worden verankerd voordat Nederland kan instemmen met verdere stappen voor Oekraïne en Moldavië. Hoe beoordeelt het kabinet de voortgang op de kernpunten rechtsstaat, corruptiebestrijding, onafhankelijke rechtspraak en bestuurlijke uitvoeringskracht?

De leden van de CDA-fractie vragen welke gevolgen de aanhoudende Hongaarse blokkade heeft voor de planning en welke diplomatieke inzet Nederland pleegt om voortgang mogelijk te maken zonder afbreuk te doen aan het merites-beginsel.

Er zou daarnaast ook discussie zijn over een zogenoemd omgekeerd uitbreidingsvoorstel voor Oekraïne. Deze leden vragen hoe het kabinet dit idee beoordeelt.

Associatieakkoord EU–Zwitserland

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de kabinetsbrief over het brede pakket akkoorden met Zwitserland. Het kabinet steunt modernisering van de relatie, mits de integriteit van de interne markt en een gelijk speelveld worden geborgd. Ook heeft Nederland zich ingezet voor Zwitserse associatie bij Unieprogramma’s zoals Horizon Europe.

De leden van de CDA-fractie vragen wat de actuele stand van zaken is van de besluitvorming over het Zwitserland-pakket, nu in de brief nog werd uitgegaan van besluitvorming eind februari 2026. Welke concrete waarborgen zijn er uiteindelijk afgesproken op het punt van dynamische overname van EU-acquis, staatssteun, handhaving en geschillenbeslechting?

Associatieakkoord EU–Andorra en EU–San Marino

De leden van de CDA-fractie lezen dat de Raad op 17 maart 2026 naar verwachting besluit over ondertekening en voorlopige toepassing van het associatieakkoord met Andorra en San Marino. Het kabinet is positief, onder meer omdat dit akkoord de relatie met de microstaten verdiept, de homogeniteit van de interne markt versterkt en waarborgen bevat voor integriteit en een gelijk speelveld.

De leden van de CDA-fractie vragen of het kabinet nader kan toelichten welke onderdelen van het akkoord voorlopig zullen worden toegepast en waarom. Hoe wordt bij de voorlopige toepassing het gelijke speelveld op de interne markt bewaakt, in het bijzonder bij financiële diensten, waar een lange overgangstermijn geldt? Hoe beoordeelt het kabinet de gekozen uitzonderingen en kwantitatieve limieten rond vrij verkeer van personen in het licht van de integriteit van de interne markt?

II. Reactie van de Minister van Buitenlandse Zaken