[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Verslag van een schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda voor de informele RBZ-Defensie van 11-12 maart 2026 (Kamerstuk 21501-28-298)

Defensieraad

Verslag van een schriftelijk overleg

Nummer: 2026D10745, datum: 2026-03-09, bijgewerkt: 2026-03-10 10:49, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 21501 28-300 Defensieraad.

Onderdeel van zaak 2026Z04711:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


> Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag

de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Bezuidenhoutseweg 67

2594 AC Den Haag

Datum 9 maart 2026
Betreft Beantwoording schriftelijke overleg over de Raad Buitenlandse Zaken Defensie van 11 en 12 maart 2026

Ministerie van Defensie

Plein 4

MPC 58 B

Postbus 20701

2500 ES Den Haag

www.defensie.nl

Onze referentie

MINDEF20260016495

Bij beantwoording, datum, onze referentie en onderwerp vermelden.

Geachte voorzitter,

Hierbij ontvangt u de antwoorden op de schriftelijke vragen zoals gesteld namens de vaste commissie voor Defensie over de Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) Defensie, oorspronkelijk voorzien op 11 en 12 maart 2026, en inmiddels uitgesteld naar 7 en 8 juni 2026 op Cyprus.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN DEFENSIE

Dilan Yeşilgöz-Zegerius
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie

De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Informele Raad Buitenlandse Zaken Defensie van 11 en 12 maart 2026

Vraag 1

Voorts vragen deze leden of de minister tijdens deze bijeenkomst ook de voortgang zal bespreken van het internationale onderzoek naar het opblazen van de Nord Stream-pijpleidingen. Kan de minister aangeven wat op dit moment de stand van zaken is van dit onderzoek? Is de minister bereid in Europees verband te pleiten voor volledige transparantie over de uitkomsten en voor het delen van relevante informatie met de Kamer? Tot slot vragen deze leden of de minister bereid is de Kamer na afloop van de Informele Raad Buitenlandse Zaken Defensie expliciet te informeren over de inzet van Nederland op bovengenoemde punten en over de reacties van andere lidstaten daarop.

Antwoord

De Duitse autoriteiten verrichten onderzoek naar de toedracht van de explosies bij Nord Stream 1 en 2. Het kabinet volgt de ontwikkelingen nauwlettend en wacht de resultaten van het Duitse onderzoek naar de toedracht van de explosies af. Wanneer dit wordt afgerond is mij niet bekend. In het algemeen geldt dat de Kamer hierover via de geëigende kanalen wordt geïnformeerd. De Kamer zal via het verslag van de RBZ geïnformeerd worden over de inzet van Nederland.

Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower

De leden van de Groep Markuszower hebben kennisgenomen van de stukken voor de Informele Raad Buitenlandse Zaken Defensie van 11 en 12 maart 2026 en hebben naar aanleiding hiervan enkele vragen.

Vraag 2

De leden van de Groep Markuszower vragen op welke wijze de minister zal zorgdragen voor meer orders voor de Nederlandse defensie-industrie.

Antwoord

Defensie maakt tussen 2025 en 2030 €1,15 miljard beschikbaar om de Nederlandse defensie-industrie te verstevigen voor een sterkere krijgsmacht. Met het beschikbare budget ondersteunen we diverse innovatie trajecten onder andere op het gebied van space, als ook projecten die relateren aan directe industriële opschaling. Zo profiteert het Nederlandse Van Halteren Technologies van de behoefte aan extra CV90’s doordat zij onderdelen daarvooor produceren. Ook moeten de prototypes die voortkomen uit de drones en counter-drones challenges leiden tot launching customership bij positieve resultaten. Het bouwen van een robuuste Nederlandse defensiesector leidt tot versterking van de industrie en kennisinstellingen, en draagt bij aan het voortzettingsvermogen van de Nederlandse krijgsmacht. Voor Defensie is publiek-private samenwerking essentieel. We bereiken dit onder meer via Defport, de inzet en toepassing van het industrieel participatie (IP-)beleid, en het Orchestrating Defence Innovation Network met Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen. Defensie werkt dus actief samen met de industrie aan opschaling.

U wordt voor zomer via de reguliere update van de Strategische Actieagenda Industrie en Innovatie – Defensie (STRAIIK-D) geïnformeerd over de verdere voortgang.

Vraag 3

De leden van de Groep Markuszower kijkt met grote zorg naar de toename van de Russische schaduwvloot. Niet alleen omdat dit de Russische oorlogskas spekt, maar ook omdat het een bedreiging vormt voor onze (onderwater)infrastructuur. Is de minister van plan om schepen van de schaduwvloot in beslag te nemen, zoals de Verenigde Staten en België dat hebben gedaan?

Antwoord

Het kabinet deelt uw zorgen over de activiteiten van de Russische schaduwvloot. U bent eerder geïnformeerd over ‘de stand van zaken aanpak schaduwvloot ‘ (Kamerstuk 36 124, nr. 57). Het kabinet kijkt naar manieren om zo snel mogelijk actie te kunnen ondernemen tegen de schaduwvloot en zal uw Kamer hierover in de nabije toekomst nader informeren.

Vraag 4

De leden van de Groep Markuszower lezen in de beantwoording van eerdere vragen dat de secretaris-generaal van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), de heer Rutte, heeft aangegeven dat sinds afgelopen zomer 75 procent van alle gebruikte raketten voor Patriotsystemen en 90 procent van de gebruikte munitie voor overige luchtverdedigingssystemen via het Prioritised Ukraine Requirements List (PURL) - mechanisme is geleverd. Kan de 60 miljard euro militaire steun ook worden besteed aan PURL-pakketten? Bestaat er voor landen als Frankrijk de mogelijkheid om aankopen te blokkeren of vertragen?

Antwoord

De EU Ukraine Support Loan (USL) is nog niet formeel goedgekeurd, aangezien Hongarije de formele goedkeuring momenteel blokkeert. Nederland roept EU-lidstaten op tot snelle goedkeuring van de wetsvoorstellen die onderdeel uitmaken van deze steunlening, zodat de EU zo snel mogelijk kan overgaan tot uitbetaling aan Oekraïne. Voor het kabinet staan bij de besteding van de steunlening de urgente militaire en niet-militaire noden van Oekraïne voorop. Hierbij dient Oekraïne volgens het kabinet ook de mogelijkheid te hebben om materieel in te kopen buiten de EU indien de EU defensie-industrie hiervoor geen alternatieven kan produceren of deze alternatieven niet op korte termijn kan leveren. Het kabinet kan in afwachting van een formeel akkoord nog niet vooruitlopen op de implementatie van de USL, waaronder de uiteindelijke besteding door Oekraïne. In het Commissievoorstel is opgenomen dat lidstaten inspraak hebben in het gebruik van een uitzondering voor aanschaf van materieel uit derde landen. De lidstaten kunnen het voorstel voor goedkeuring van de uitzondering om materieel uit derde landen aan te schaffen met de lening slechts afwijzen met gekwalificeerde meerderheid.

Vraag 5

De leden van de Groep Markuszower lezen hoe de Ukraine Support Loan (USL) Oekraïne in 2026 en 2027 financieel zal ondersteunen. Welke concrete financieringsinstrumenten overweegt de Europese Unie (EU) in het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK) (2028–2034) voor steun aan Oekraïne?

Antwoord

De Europese Commissie heeft als onderdeel van haar voorstel voor het volgend MFK een continuering van het thematisch instrument genaamd de Oekraïne Reserve voorgesteld. Dit instrument bestaat sinds de tussentijdse MFK-herziening van 2024. In het huidig MFK is de Oekraïne Faciliteit opgericht (voor de periode 2024 t/m 2027) als geïntegreerd instrument om regelmatige en voorspelbare financiële steun te verlenen aan Oekraïne. Als opvolging van deze faciliteit stelt de Europese Commissie voor om de Oekraïne Reserve op te zetten als thematisch speciaal instrument ter financiering van niet-terugbetaalbare steun en budgettaire garanties. Daarnaast stelt de Europese Commissie de mogelijkheid voor om leningen te blijven verstrekken aan Oekraïne boven de MFK-plafonds. In het voorstel van de Commissie heeft de totale EU-steun een maximale omvang van 100 miljard euro voor de looptijd van het volgend MFK. Voor de niet-terugbetaalbare steun en budgettaire garanties uit de Oekraïne Reserve stelt de Commissie een maximum van 14 miljard euro per jaar voor.

De Europese Commissie onderstreept het belang van flexibiliteit in de steun aan Oekraïne, met oog op het onvoorspelbare verloop van de oorlog en de daaraan gerelateerde omvang van de noden. Daarom heeft de Europese Commissie geen voorstel opgenomen voor de verdelingen tussen niet-terugbetaalbare steun, leningen en budgettaire garanties. Het kabinet verwelkomt dit voorstel, dat de huidige EU-steun aan Oekraïne continueert.

Vraag 6

De leden van de Groep Markuszower vragen of de minister verwacht dat de leningen zullen leiden tot grote bestellingen bij Nederlandse defensieproducenten. Zo ja, in welke sectoren of bij welke typen defensieproducten verwacht de minister deze bestellingen? Verwacht de minister dat de 30 miljard euro begrotingssteun (deels) zal worden gebruikt om voormalige leningen af te lossen, mede gelet op de eerdere schuldenproblematiek van Oekraïne?

Antwoord

De EUR 30 mld. betreft liquiditeitssteun om Oekraïne te helpen met het urgente financieringstekort. Vanwege de grootschalige oorlog zijn de Oekraïense overheidsuitgaven – vooral op het gebied van defensie – fors gestegen. Vanwege de oorlog is het land de toegang tot de internationale kapitaalmarkten kwijtgeraakt. Hoewel Oekraïne zelf maatregelen neemt om de belastinginkomsten te verhogen, is het afhankelijk van internationale partners om het resterende financieringstekort zoveel mogelijk te dichten, de economie draaiende te houden en te voorkomen dat essentiële (defensie)uitgaven niet meer gedaan kunnen worden. De liquiditeitssteun is niet geoormerkt. Het kabinet kan in afwachting van een formeel akkoord nog niet vooruitlopen op de uiteindelijke militaire besteding door Oekraïne en of dit zich zal door vertalen naar een impuls bij Nederlandse defensieproducenten.

Vraag 7

De leden van de Groep Markuszower lezen dat deze maand de PCA ‘Missile and ammunition’ van start gaat. Deze leden vinden dit een positieve ontwikkeling, aangezien zij van mening zijn dat Nederland achterloopt met de ontwikkeling en aanschaf van deep strike-capaciteiten. Deelt de minister deze mening? Deze leden vragen wat de minister als een concreet en meetbaar eindresultaat van deze PCA ‘Missile and ammunition’ beschouwt en binnen welke termijn de minister verwacht dat dit gerealiseerd wordt.

Antwoord:

Het kabinet onderschrijft het belang van het van start gaan van de PCA ‘Missiles & Ammunitions. De invulling van de PCA zal bijdragen aan Europese defensie gereedheid in 2030 en het concreet versneld invullen van de geïdentificeerde capability-tekortkomingen en NAVO capability-doelstellingen, inclusief deep strike-capaciteiten. Het is nog niet bekend welke tijdslijnen hiervoor zullen gelden. In het algemeen geldt dat de Kamer hierover via de geëigende kanalen wordt geïnformeerd.

Vraag 8

De leden van Groep Markuszower lezen dat de Europese Commissie (EC) van plan is om in het nieuwe MFK 17,65 miljard euro uit te geven aan de Connecting Europe Facility, primair gericht op de door de lidstaten geïdentificeerde ‘500 hotspotprojecten’, waarvoor ook met de NAVO wordt geconsulteerd. Welke projecten ziet de minister graag gefinancierd worden binnen Nederland? Hoeveel procent van de 17,65 miljard euro verwacht de minister dat er in Nederland zal worden uitgegeven?

Antwoord

Het kabinet heeft een vertrouwelijke indicatieve lijst met opgaven en projecten ingediend voor het hotspot-proces. Het is nog niet duidelijk welke Nederlandse opgaven en projecten geselecteerd worden binnen het Europese proces, en daarmee hoe deze selectie zich verhoudt tot het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (MIRT). Waar mogelijk zullen militaire vereisten gekoppeld worden aan civiele infrastructuuropgaven.

Het is niet mogelijk om in te schatten welk percentage van de 17,65 miljard euro in Nederland zal worden uitgegeven. De Europese Commissie voert, met de hulp van het Europees Uitvoerend Agentschap voor Klimaat, Infrastructuur en Milieu (CINEA), de evaluatie en selectie van de ingediende projectvoorstellen uit. Voor de evaluatie van de voorstellen worden de Europese Commissie en het CINEA door onafhankelijke externe deskundigen van advies voorzien. De deskundigen hebben een adviserende rol en leveren een technische analyse van de ingediende voorstellen, terwijl de uiteindelijke selectiebeslissing bij de Europese Commissie blijft. Projectvoorstellen die voldoen aan de subsidiecriteria en formele vereisten van een oproep worden geëvalueerd op basis van de criteria die zijn vastgelegd in het relevante werkprogramma en de oproepteksten. Vervolgens stelt de Europese Commissie een lijst op met voorstellen die voor financiering in aanmerking komen.

Vraag 9

De leden van de Groep Markuszower lezen dat de Europese financiering onder het nieuwe MFK waarschijnlijk niet toereikend zal zijn om alle transportinfrastructuur te laten voldoen aan de militaire vereisten. In die gevallen zal de financiering uit de rijksbegroting moeten komen. Biedt de MFK-financiering (via Connecting Europe Facility (CEF) militaire mobiliteit) voor alle projecten een vaste procentuele dekking, of verschilt dit per project? Zo ja, hoeveel procent denkt de minister dat de gemiddelde EU-dekking zal zijn voor de 500 hotspotprojecten en wat zijn de belangrijkste factoren die de dekking per project beïnvloeden?

Antwoord

Specifiek voor de procentuele dekking geldt dat de Europese Commissie hiertoe een voorstel heeft opgenomen binnen het MFK in haar voorstel voor de Connecting Europe Facility (gepubliceerd op 17 juli 2025). Het voorstel voor dual use-projecten is een maximum percentage financiering vanuit de EU van 50%. Dit percentage is onderdeel van de onderhandelingen over het MFK, en daarmee nu nog niet definitief vastgesteld. Een eventuele opgave die hieruit vloeit zal later worden bezien.

Tevens is het van belang dat lidstaten voldoende ruimte behouden om te bepalen in welke gevallen transportinfrastructuur daadwerkelijk geheel aangepast moet worden aan de technische militaire vereisten, of wanneer andere noodzakelijke infrastructuur-opgaven prioriteit moeten krijgen, die wellicht ook benut kunnen worden voor militaire transporten. Daarnaast geldt dat niet alle afwijkingen van de militaire technische vereisten in de praktijk leiden tot grote knelpunten en soms zijn er andere geschikte oplossingen mogelijk die minder kostbaar zijn. Het kabinet acht het wenselijk om hier op nationaal niveau verstandige keuzes in te kunnen blijven maken.

Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie

De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda en hebben enkele vragen.

Vraag 10

De leden van de BBB-fractie vragen hoe het kabinet het aangaan van een garantstelling van circa 6 miljard euro voor de EU-lening aan Oekraïne rechtvaardigt, wetende dat de terugbetaling afhankelijk is van onzekere Russische herstelbetalingen. Welke concrete gevolgen heeft het als Oekraïne uiteindelijk niet aan de terugbetalingsverplichting kan voldoen?

Antwoord

In het Coalitieakkoord is vastgelegd dat Nederland Oekraïne onverminderd blijft steunen. Het verstrekken van urgente financiële en militaire steun vanuit de steunlening voor Oekraïne moet in dit licht worden gezien. Deze steun is voor Oekraïne van essentieel belang om de strijd vol te houden en om het land maatschappelijk en economisch overeind te houden.

Het aanspreken van de garantie van de Unie via de headroom kan gebeuren in het scenario dat Rusland de oorlog beëindigt en herstelbetalingen doet aan Oekraïne voor de geleden schade. Op dat moment ontstaat een terugbetalingsverplichting van Oekraïne aan de EU, waarbij het mogelijk is dat Oekraïne niet (volledig) aan deze terugbetalingsverplichting kan voldoen. In dat geval zal (gedeeltelijk) een beroep worden gedaan op de garanties die de deelnemende lidstaten afgeven.

Vraag 11

Hoe definieert het kabinet het strategische einddoel van de militaire steun aan Oekraïne? Is dat herstel van de territoriale integriteit binnen de internationaal erkende grenzen, een onderhandelingspositie, of langdurige afschrikking van Rusland? Welke concrete criteria hanteert het kabinet om het succes of falen van het huidige steunbeleid te beoordelen?

Antwoord

De uitkomst van de oorlog in Oekraïne is bepalend voor de Europese veiligheid en daarmee de veiligheid van Nederland. Rusland vormt de grootste dreiging voor onze veiligheid. Om de Europese veiligheid te bevorderen en Oekraïne te steunen in zijn existentiële strijd draagt Nederland bij aan de internationale inzet om Oekraïne in staat te stellen zich te verdedigen tegen de Russische agressie. Ook draagt onze steun er aan bij om Oekraïne zo sterk mogelijk te positioneren in diplomatieke vredesbesprekingen. Het is aan Oekraïne, als soeverein Europees land, om zélf zijn toekomst te kiezen en een duurzame vrede vorm te geven. Blijvende militaire steun is nodig om duurzame vrede te realiseren en om hernieuwde Russische agressie en dreiging af te schrikken - jegens zowel Oekraïne als de rest van Europa. De veiligheid en stabiliteit in Europa zouden immers nog verder ondermijnd worden, als Rusland zou worden beloond voor zijn agressie.

Daarbij steunt Nederland Oekraïne om bij te dragen aan de binnenlandse stabiliteit in Oekraïne. Dit betreft tevens substantiële steun aan wederopbouw, versterking van de economische samenwerking en ondersteuning bij hervormingen op het pad naar EU-lidmaatschap. Deze steun bevordert bovendien dat Oekraïense ontheemden in Europa met vertrouwen kunnen terugkeren om hun bijdrage te leveren aan de wederopbouw.

Het succes van het huidige steunbeleid is zichtbaar in het onvermogen van Rusland om serieuze winst te boeken op het slagveld. Zo heeft Rusland slechts traag en zeer beperkt terrein veroverd in de afgelopen jaren, tegen zware verliezen. Succes op de korte termijn wordt primair gemeten in het doorlopende Oekraïense vermogen om Rusland met de juiste middelen het hoofd te bieden. Oekraïne en de Russische agressie moeten in die zin niet in isolatie worden gezien, maar in de bredere context van de Europese veiligheid. Op de lange termijn wordt succes gemeten in een levensvatbaar, stabiel en sterk Oekraïne en een veilig Europa.

Vraag 12

In 2026 is er in het coalitieakkoord geen extra geld gereserveerd voor militaire steun aan Oekraïne, terwijl het kabinet de steun ‘onverminderd’ wil voortzetten. Wordt hierdoor niet opnieuw een ongedekt beroep gedaan op toekomstige begrotingen of het Defensiematerieelbegrotingsfonds?

Antwoord

Het Coalitieakkoord heeft voor meer jaren militaire en niet-militaire steun voorzien: voor 2027, 2028, en 2029 heeft het kabinet besloten EUR 3 mld. per jaar beschikbaar te stellen, deels gedekt vanuit bestaande middelen. Het merendeel van het gebudgetteerde bedrag aan militaire steun in 2026 is reeds omgezet in concrete steunmaatregelen en bevindt zich in de uitvoering. Het kabinet zal bezien of het mogelijk is om toekomstige middelen naar voren te halen, zodat de steun onverminderd kan worden doorgezet.

Vraag 13

De leden van de BBB- fractie vragen ten aanzien van het European Military Mobility Enhanced Response System (EMERS) (noodmechanisme) waarom Nederland zou instemmen met een systeem waarbij de EU-Raad, op initiatief van de EC, buitengewone maatregelen kan opleggen voor onze infrastructuur. In hoeverre tast dit onze nationale zeggenschap over vitale transportroutes aan?

Antwoord

In crisissituaties is het van belang om grensoverschrijdend militair materieel en personeel snel te kunnen verplaatsen. Momenteel bestaat er echter nog geen EU-breed noodraamwerk voor militair transport. Het kabinet ziet daarom de meerwaarde van EU-regelgeving om militair transport in geval van noodsituaties te faciliteren en kijkt het met interesse naar het EMERS.

Het doel van het EMERS is om in uitzonderlijke situaties versneld militair transport te bewerkstelligen, bijvoorbeeld door verkorte termijnen voor notificaties van militair transport en door uitzonderingen op cabotageregels op militair transport. Nationale zeggenschap over vitale transportroutes wordt hierbij niet aangetast.

Vraag 14

Deze leden vragen ook hoe het voorgestelde EMERS zich tot bestaande nationale crisisbevoegdheden verhoudt? Kan Nederland een besluit blokkeren indien het nationale veiligheidsbelangen schaadt?

Antwoord

Ook de nationale crisisbesluitvorming en eventuele noodbevoegdheden op grond van staatsnoodrecht blijven separaat van EMERS bestaan en vallen onder nationale zeggenschap. Het voorstel voorziet niet in gelijktijdige activatie van beide structuren. Wel kunnen eventuele door EMERS geactiveerde regels voorgaan op nationale regels en dienen nationaal voorbereidende maatregelen getroffen te worden op eventuele activatie.

Een eventueel voorstel voor de activatie van het EMERS wordt door de Commissie aan de Raad voorgelegd in de vorm van een uitvoeringshandeling, vast te stellen door de Raad. De Commissie kan deze activatie van het EMERS voorstellen op basis van een gemotiveerd verzoek door tenminste één lidstaat of indien het van oordeel is dat aan de voorwaarden van artikel 19(1) van de militaire mobiliteit-verordening is voldaan. De Raad besluit over deze uitvoeringshandeling op basis van gekwalificeerde meerderheid. Nederland kan een besluit tot activatie van het EMERS dus niet eigenstandig blokkeren.

Vraag 15

Hoewel het kabinet streeft naar 50 procent inkoop bij de Europese/Nederlandse industrie, blijkt dat Oekraïne met de EU-lening ook in derde landen mag inkopen als de EU niet snel genoeg levert. Hoe voorkomt de minister dat Nederlands belastinggeld de Amerikaanse of Britse defensie-industrie spekt, terwijl onze eigen EU midden- en kleinbedrijf (mkb)-toeleveranciers in de kou staan?

Antwoord

Het tijdig beschikken over de juiste wapens en voldoende munitie is voor Oekraïne een zaak van leven en dood. De strijd in Oekraïne gaat over de veiligheid van heel Europa. Daarom zetten we onze steun meerjarig en onverminderd voort. Dit kabinet blijft voorop lopen in het toewerken naar een Europese pijler binnen de NAVO. Dit betekent dat er meer dan voorheen keuzes gemaakt gaan worden om de Europese defensie-industrie te versterken. Defensie zet in op vraagbundeling en materieel- en industriesamenwerking met Europese partners, waarbij innovatieve bedrijven beter worden opgenomen in de (Europese) defensieleveringsketens. Hiervoor zijn in het coalitieakkoord streefpercentages opgenomen (40%/50%). Het afbouwen van afhankelijkheden gaat echter niet van de ene op de andere dag. Daarom moet Oekraïne ook toegang houden tot materieel van buiten de EU.