[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Internationaal klimaatbeleid

Internationale klimaatafspraken

Brief regering

Nummer: 2026D10854, datum: 2026-03-10, bijgewerkt: 2026-03-10 15:40, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 31793 -297 Internationale klimaatafspraken .

Onderdeel van zaak 2026Z04761:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte voorzitter,

In aanloop naar het commissiedebat Internationale Klimaatstrategie op 12 maart a.s., informeren wij uw Kamer met deze brief over de hoofdlijnen van de inzet op internationaal klimaatbeleid, primair vanuit de portefeuille Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, waar ook de coördinatie van het internationale milieu- en klimaatbeleid onder valt.

Door alle spanningen en conflicten in de wereld lijkt het soms alsof de aandacht voor klimaatverandering verslapt. Dat is niet terecht. Driekwart van de Nederlanders maakt zich zorgen over het klimaat1. De aanpak van klimaatverandering verdient daarom de centrale plek die het heeft gekregen in het regeerakkoord, ook in relatie tot het buitenland.

Het inperken van klimaatverandering dwingt ons om internationaal samen te werken. De overeenkomst van Parijs heeft laten zien dat het kan. Sinds deze afspraken uit 2015 zijn we van een scenario van vier tot vijf graden temperatuurstijging naar een verwachting van ca. tweeëneenhalf graden gegaan. Dat is niet genoeg, maar het toont wat mogelijk is. Een verhoogde mondiale ambitie en versnelde implementatie blijft noodzakelijk om de anderhalve graden doelstelling binnen bereik te houden. En de adaptatie aan een veranderend klimaat kan niet langer wachten.

Het kabinet zal zich de komende vier jaar inzetten om de positie van Nederland als internationale partner voor een ambitieuze klimaatagenda te herstellen en verder te versterken. Daarbij zullen vanuit het beleidsterrein Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking drie accenten worden gezet.

Coalities en partnerschappen om multilateraal voortgang te blijven maken

In een context van geopolitieke spanningen staat de multilaterale orde en internationale samenwerking onder druk. Om multilateraal voortgang te blijven boeken is het noodzakelijk op zoek te gaan naar coalities en partnerschappen buiten het formele onderhandelingsproces. Via samenwerking vanuit gedeelde belangen kunnen scheidslijnen tussen het mondiale noorden en zuiden worden overbrugd. Daarmee kan buiten de onderhandelingen tastbare voortgang worden gemaakt, wat ook kan bijdragen aan het doorbreken van impasses binnen de onderhandelingen.

Het kabinet wil allianties bouwen die zichtbaar zijn en het belang van samenwerking illustreren. Hiertoe zal niet alleen nauw worden samengewerkt met Europese en andere gelijkgezinde partners, maar ook met andere landen die nodig zijn voor effectief internationaal klimaatbeleid en met maatschappelijke partners. Nederland is koploper bij samenwerking op adaptatie en dit speelt een belangrijke rol in de partnerschappen met sleutelspelers vanuit het mondiale zuiden, waaronder Ethiopië, het gastland van de UNFCCC klimaattop in 2027 (COP32). Ook heeft Nederland een duidelijk profiel op het gebied van water met partners als Senegal, Indonesië en Egypte. Deze samenwerkingen kunnen de multilaterale dynamiek stutten.

De Nederlandse klimaatdiplomatie is er van oorsprong primair op gericht om landen met een grote uitstoot van broeikasgassen aan te zetten tot ambitieuze reductiedoelen. Dit blijft belangrijk. We gaan die diplomatie ook meer inzetten om andere landen aan boord te krijgen van relevante initiatieven gericht op de implementatie van bestaande afspraken op terreinen als water, voedsel en energie. Een voorbeeld hiervan is de noodzaak voor snellere wereldwijde uitfasering van fossiele brandstoffen, in het kader waarvan Nederland in april samen met Colombia de First Conference on Transitioning Away from Fossil Fuels zal organiseren. De minister van Klimaat en Groene Groei zal uw Kamer binnenkort in meer detail over de conferentie informeren.

Klimaatweerbaarheid ten behoeve van veiligheid

De gevolgen van klimaatverandering vragen om een versterkte inzet op adaptatie om zo de weerbaarheid van landen en kwetsbare groepen te verhogen. Droogte, overstromingen, zeespiegelstijging en natuurrampen nemen toe. Waar land, water of voedsel minder beschikbaar zijn, kunnen conflicten ontstaan of escaleren. Zo wordt voorspeld dat klimaatverandering in de Sahel richting 2050 meer dan 200 miljoen mensen in beweging kan brengen als gevolg van het verlies van landbouwgronden. Extra aandacht voor adaptatie is urgent om klimaatschade te beperken en moet daarom ook in de context worden gezien van het bijdragen aan economische en sociale weerbaarheid, stabiliteit en veiligheid. En in lijn met de aanbevelingen uit de IOB evaluatie “Een goed klimaat voor ontwikkeling”2, zal het kabinet meer aandacht besteden aan kwetsbare groepen en de risico’s die zij lopen door klimaatverandering.

Het kabinet zet zich er verder voor in om Nederlandse kennis en expertise op het gebied van water verder in te zetten om kwetsbare landen beter voor te bereiden, onder meer via bescherming van delta’s en droogte- en overstromingspreventie. Verder draagt het kabinet met diplomatie en kennis op het gebied van water bij aan het beslechten en/of voorkomen van conflicten tussen landen, zo zullen conflictbemiddelingspartnerschappen ook expliciet aandacht gaan geven aan waterproblematiek.

Ook werkt het kabinet samen met kennispartners op het terrein van voedselzekerheid zoals via CGIAR, een wereldwijd netwerk van landbouwonderzoeksinstituten. In deze samenwerking zal meer nadruk worden gelegd op oplossingen voor de klimaatuitdagingen voor het wereldvoedselsysteem. Met partners als het Rode Kruis, de VN Wereld Meteorologische Organisatie, en het VN-kantoor voor de beperking van het risico op rampen (UNDRR) zullen we ons ervoor inzetten rampenparaatheid en weerbaarheid van kwetsbare landen te vergroten.

Slimmer financieren

De internationale ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat er de komende jaren wereldwijd minder middelen beschikbaar zijn voor internationale samenwerking. Het voorgaande kabinet besloot om ook op de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking te bezuinigen. In lijn met het coalitieakkoord zal dit kabinet extra middelen inzetten voor klimaat. Daarnaast zetten we ons in voor het verbreden van de donorbasis voor klimaatfinanciering. Hierbij moet de huidige economische realiteit het uitgangspunt zijn, niet een verdeling uit 1992 aan de hand van het toenmalige OESO-lidmaatschap.

Publieke klimaatfinanciering zal echter nooit kunnen voldoen aan de totale financieringsbehoefte in ontwikkelingslanden. Daarom is het belangrijk om ook andere, private, financieringsstromen aan te jagen.

De multilaterale ontwikkelingsbanken spelen hierbij een belangrijke rol. Zij hebben zich gecommitteerd aan een substantiële inzet op klimaat en kunnen met beperkte publieke middelen een veelvoud aan financiering ophalen op de private kapitaalmarkt. Nederland heeft een relatief groot aandeel in het kapitaal van de ontwikkelingsbanken. Het kabinet zal deze positie benutten om de inzet van de banken bij klimaatbeleid te versterken (in lijn met het AIV-advies Klimaatrechtvaardigheid). Hierbij is inachtneming van schuldhoudbaarheid van ontwikkelingslanden van belang.

Nederland is een koploper in de ontwikkeling van innovaties die private financiering voor klimaat mobiliseren. Het kabinet biedt, onder meer via programma’s bij FMO, ondersteuning om deze financieringen mogelijk te maken. Daarbij spelen de kansen voor samenwerking met institutionele beleggers een steeds grotere rol. De komende jaren zal het kabinet deze inzet versterken.

Uitwerking in het BHOS-beleid

Het kabinet hecht grote waarde aan samenwerking op en coördinatie van de Nederlandse internationale inzet op klimaat. Onder leiding van de minister van Klimaat en Groene Groei, zijn we één onderhandelingsdelegatie bij de VN-klimaatonderhandelingen. Het is van belang dat Nederland ook buiten de onderhandelingen sterk en gecoördineerd naar buiten treedt, als betrouwbare partner en bruggenbouwer. Hierbij zal het kabinet nauw samenwerken met het Nederlandse bedrijfsleven, kennisinstellingen en maatschappelijke partners, om Nederlandse kennis en innovatie wereldwijd te delen.

Klimaat blijft een integraal onderdeel van de inzet op buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking. Deze inzet zal worden bezien in nauwe samenhang met vraagstukken omtrent energieleveringszekerheid, strategische afhankelijkheden, concurrentievermogen en een internationaal gelijk speelveld voor ons bedrijfsleven.

Nederland zal zijn aandeel aan internationale klimaatfinanciering blijven leveren. De Nederlandse publieke klimaatfinanciering blijft substantieel en naar verwachting bedraagt de publieke klimaatfinanciering vanuit de BHO-begroting in 2026 EUR 800 miljoen3. Daarbij wordt onderzocht hoe vanuit deze begroting nog dit jaar een gerichte, aanvullende financiële bijdrage kan worden geleverd aan de beschreven agenda.

Bij de programmering van klimaatfinanciering zal de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking bij de publieke uitgaven een balans zoeken tussen de belangrijkste deelterreinen. Deze zijn: de inzet op adaptatie via met name water en voedselzekerheid, samenwerking met maatschappelijke partners, de klimaatfondsen, de inzet op de energietransitie en het behoud van bossen, kennis en innovatie, en het bevorderen van private investeringen.

Bij de inzet van het handelsinstrumentarium is vergroening een belangrijk thema en is duurzaamheid van belang met het oog op het toekomstig verdienvermogen van Nederland. Ook hierin speelt klimaat een rol.

Tot slot

Meer ambitie bij het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen blijft mondiaal nodig. Er ligt daarnaast een grote uitdaging op het terrein van adaptatie en het realiseren van de gemaakte klimaatafspraken. Via versterkte partnerschappen, diplomatie en klimaatfinanciering zal het kabinet partnerlanden hierbij ondersteunen. Zo kunnen we de komende vier jaar meters maken op het ontwikkelen van een groene economie en het vergroten van de weerbaarheid voor mensen wereldwijd.

De minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,





S.W. Sjoerdsma

De minister van Klimaat en Groene Groei,

S. van Veldhoven-van der Meer


  1. Bron: rapport Klimaat en Samenleving – Burgerperspectieven, SCP, 17 april 2025↩︎

  2. IOB periodieke rapportage internationaal klimaatbeleid (2016 – 2022) – een goed klimaat voor ontwikkeling, 30-04-2024↩︎

  3. Zie de klimaatbijlage in de meest recente HGIS nota (Kamerstuk 36 801 nr. 1, 16 september 2025).↩︎