[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 16 maart 2026 en verslag Raad Buitenlandse Zaken van 1 maart 2026 (Kamerstuk 21501-02-3355)

Inbreng verslag schriftelijk overleg

Nummer: 2026D10904, datum: 2026-03-10, bijgewerkt: 2026-03-10 13:43, versie: 1

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z04075:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (šŸ”— origineel)


21501		VERSLAG  VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld, … 2026

Nr. xxx

Binnen de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken hebben de onderstaande
fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de
minister van Buitenlandse Zaken over de Geannoteerde agenda voor de
Raad Buitenlandse Zaken van 16 maart 2026 en verslag Raad Buitenlandse
Zaken van 1 maart 2026 (Kamerstuk 21501-02, Nr. 3355), het Verslag Raad
Buitenlandse Zaken van 23 februari 2026 (Kamerstuk 21501-02, Nr. 3354)
en het Verslag van de 24e zitting van de Vergadering van
verdragspartijen bij het Statuut van Rome inzake het Internationaal
Strafhof (Kamerstuk 28498, Nr. 59).

De op 10 maart 2026 aan de minister toegezonden vragen en opmerkingen
zijn met de door de minister bij brief van … toegezonden antwoorden
hieronder afgedrukt. 

De voorzitter van de commissie,

Klaver

De griffier van de commissie,

AB Coco Martin

Inhoudsopgave

											

I	Vragen en opmerkingen vanuit de fracties	

	Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie				

	Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie

II	Antwoord / Reactie van de minister

III	Volledige agenda

I	Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie	

Russische agressie tegen OekraĆÆne

Financiƫle Steun 

De leden van de D66-fractie verwelkomen het besluit van de EU (Europese
Unie) om 90 miljard euro aan financiƫle steun vrij te maken voor
OekraĆÆne. Deze middelen zijn essentieel om de OekraĆÆense overheid
draaiende te houden, burgers van basisvoorzieningen te voorzien en de
strijdkrachten in staat te stellen zich te blijven verdedigen tegen de
Russische agressie. Tegelijkertijd constateren deze leden met zorg dat
Hongarije de besluitvorming hierover blijft blokkeren. Hongarije
torpedeert hiermee op onacceptabele wijze doelbewust de Europese eenheid
en geloofwaardigheid en ondermijnt daarmee de steun aan de moedige
strijd van OekraĆÆne tegen Rusland, evenals de veiligheid op het
Europese continent. Deze leden vragen de minister hoe hij deze impasse
wil doorbreken. Welke inzet pleegt de minister, zowel bilateraal
richting Hongarije als binnen de EU, om deze blokkade zo snel mogelijk
te beƫindigen?

Daarnaast vragen deze leden of de minister bereid is te verkennen welke
alternatieve routes binnen de EU beschikbaar zijn om de beloofde
financiële steun aan Oekraïne doorgang te laten vinden indien de
Hongaarse blokkade aanhoudt.

Steun Luchtafweer

De leden van de D66-fractie constateren dat de escalatie in het
Midden-Oosten en de aanhoudende Iraanse aanvallen op buurlanden leiden
tot snel slinkende voorraden luchtverdedigingsmunitie. Dit zal naar
verwachting leiden tot een grotere vraag naar anti-raketverdediging en
daarmee tot verdere druk op de toch al beperkte leveringen van
luchtverdedigingssystemen en -munitie aan OekraĆÆne. Deelt de minister
deze analyse? De Europese defensiecommissaris (de heer Kubilius)
waarschuwde recent voor deze ontwikkeling en riep, in antwoord daarop,
op tot een snelle opschaling van de Europese productiecapaciteit voor
luchtverdedigingsraketten. Onderschrijft de minister deze oproep? Welke
mogelijkheden ziet de minister om op korte termijn op Europees niveau
een impuls te geven aan de productiecapaciteit voor
luchtverdedigingssystemen en bijbehorende munitie? Is de minister bereid
hier in de komende Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) expliciet toe op te
roepen en daarbij ook te verkennen hoe Nederland concreet kan bijdragen
aan het versneld versterken van de Europese productiecapaciteit?

Schaduwvloot en 20e sanctiepakket

Tot slot merken de leden van de D66-fractie op dat Belgiƫ, met steun
van Frankrijk, vorige week een tanker uit de Russische schaduwvloot
heeft aangehouden. De Nederlandse minister heeft aangegeven bezig te
zijn met het opstellen van aanvullende nationale maatregelen om ook over
te kunnen gaan tot het juridisch houdbaar aanhouden van gesanctioneerde
schaduwschepen, bijvoorbeeld wanneer zij onder valse vlag varen. Deze
leden vragen of Belgiƫ reeds over dergelijke aanvullende nationale
wetgeving beschikte op het moment van deze actie, of dat deze aanhouding
heeft plaatsgevonden op basis van het internationale zeerecht en het
eerdere statement van de Council of the European Union. Kan de minister
toelichten op welke juridische grondslag deze actie heeft
plaatsgevonden? En wat betekent dit voor de vraag of aanvullende
nationale wetgeving in Nederland daadwerkelijk noodzakelijk is om
vergelijkbare maatregelen te kunnen nemen? Deze leden spreken daarnaast
hun steun uit voor het aangekondigde nieuwe sanctiepakket van de EU,
waaronder de voorgenomen Ban on Maritime Services gericht op de
Russische schaduwvloot. Deze leden sporen de minister aan zich in
Brussel actief in te zetten om dit pakket zo spoedig mogelijk tot stand
te brengen en in werking te laten treden.

Situatie Midden-Oosten

Libanon

De leden van de D66-fractie maken zich grote zorgen over de snel
verslechterende humanitaire en veiligheidssituatie in Libanon.
Grootschalige bombardementen en evacuatiebevelen hebben geleid tot
massale ontheemding, waarbij mogelijk honderdduizenden mensen hun huizen
hebben moeten verlaten. Kan de minister een actuele inschatting geven
van de omvang van deze ontheemding en in hoeverre verwacht de minister
dat deze aantallen verder zullen toenemen?

Hoe beoordeelt de minister de Israƫlische evacuatiebevelen en
bombardementen in Libanon in het licht van het internationaal humanitair
recht? Welke humanitaire hulp is momenteel beschikbaar voor intern
ontheemden en hoe kunnen Nederland en de EU bijdragen aan ondersteuning?
Daarnaast vragen deze leden hoe de minister de militaire ontwikkelingen
in Zuid-Libanon beoordeelt, waaronder berichten over Israƫlische
troepenopbouw en aanwezigheid ten zuiden van de Litani River. Acht de
minister het risico op verdere escalatie, waaronder een mogelijk
grondoffensief, reƫel? Is de minister het met deze leden eens dat een
dergelijk offensief desastreuze gevolgen zou kunnen hebben, en ziet hij
mogelijkheden om in Europees verband diplomatieke druk uit te oefenen om
een dergelijke escalatie te voorkomen? Deze leden hebben voorts
kennisgenomen van de oproep van de Libanese president Joseph Aoun aan de
EU om directe gesprekken met Israƫl te ondersteunen, gericht op een
staakt-het-vuren en versterking van de rol van de Lebanese Armed Forces
bij het herstellen van staatsgezag en het ontwapenen van Hezbollah. Hoe
beoordeelt de minister deze oproep en is hij bereid dit tijdens de
komende Raad Buitenlandse Zaken aan de orde te stellen?

Palestijnse Gebieden

De leden van de D66-fractie maken zich ernstige zorgen over de situatie
in de Palestijnse gebieden. Deze leden wijzen in het bijzonder op
recente aankondigingen en beleidsontwikkelingen die wijzen op verdere
stappen richting annexatie van de Westelijke Jordaanoever. De minister
en zijn voorgangers hebben in de afgelopen jaren meermaals hun zorgen
uitgesproken over de voortgaande annexatie van land en de uitbreiding
van Israƫlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever.
Desondanks constateren deze leden dat Israƫlische wetgeving en
beleidsmaatregelen de uitbreiding en legalisering van nederzettingen
verder lijken te faciliteren en daarmee de facto annexatie mogelijk
onomkeerbaar maken.

De leden van de D66-fractie vragen de minister welke concrete resultaten
de Nederlandse en Europese inzet tot dusver heeft opgeleverd om deze
ontwikkelingen tegen te gaan. In hoeverre ziet de minister aanwijzingen
dat diplomatieke druk vanuit Nederland en de EU daadwerkelijk bijdraagt
aan het afremmen van verdere stappen richting annexatie? Voorts vragen
deze leden of de minister mogelijkheden ziet om de politieke druk in
internationaal verband te vergroten, bijvoorbeeld binnen de EU of via
andere multilaterale fora. Is de minister bereid recente wetgeving en
verdere stappen richting annexatie expliciet aan de orde te stellen
tijdens de komende Raad Buitenlandse Zaken?

De leden van de D66-fractie hebben met grote zorg kennisgenomen van de
actuele situatie rondom de grensovergangen naar Gaza, zoals Rafah Border
Crossing. Deze leden constateren dat de grensovergang Rafah momenteel
gesloten is, waardoor cruciale medische evacuaties via deze route
stilliggen. Deze leden vragen de minister zich, zowel bilateraal als in
EU-verband, te blijven inzetten voor de volledige opening van deze
cruciale grensovergang. Deze leden constateren bovendien dat de
voortgang van het humanitaire werk van cruciale ngo’s in Gaza nog
steeds in het geding is, ook nu het Israƫli Supreme Court de verbanning
van deze organisaties uit het gebied voorlopig heeft uitgesteld. Welke
stappen onderneemt de minister, zowel in bilateraal als in Europees
verband, om Israƫl ervan te weerhouden deze organisaties daadwerkelijk
– op basis van zeer arbitraire voorwaarden – de toegang tot Gaza te
ontzeggen? De leden van de D66-fractie vragen de minister tevens te
reflecteren op het succes van eerdere diplomatieke inspanningen om
humanitaire toegang te waarborgen en vragen welke ruimte de minister
ziet om de politieke druk op de Israƫlische regering verder te verhogen
indien hij ervoor kiest dit beleid voort te zetten. Tot slot vragen deze
leden de minister deze kwestie wederom expliciet aan de orde te stellen
tijdens de komende Raad Buitenlandse Zaken. Daarnaast maken deze leden
zich blijvende zorgen over Palestijnse representatie in het vredesproces
en het toekomstige bestuur van Gaza. Deze leden verzoeken om een nadere
toelichting op de specifieke acties die Nederland en de EU ondernemen om
de bestuurlijke capaciteit en politieke vertegenwoordiging van de
Palestijnen te ondersteunen en te versterken. 

Syriƫ

De leden van de D66-fractie maken zich daarnaast zorgen over recente
berichten over geweld door regeringstroepen in Koerdische gebieden in
Syriƫ. Tegelijkertijd constateren deze leden dat er recent een akkoord
is bereikt tussen Damascus en Koerdische vertegenwoordigers, dat
mogelijk kan bijdragen aan de-escalatie in het noordoosten van het land.
Hoe beoordeelt de minister de huidige stand van zaken? Welke
mogelijkheden ziet de minister voor Nederland en de EU om diplomatiek
bij te dragen aan het waarborgen van de rechten en veiligheid van
minderheden, waaronder Koerdische gemeenschappen, terwijl tegelijkertijd
de territoriale integriteit van Syriƫ wordt gerespecteerd? 

De leden van de D66-fractie constateren dat verschillende Europese
landen hun diplomatieke betrokkenheid bij Syriƫ de afgelopen periode
hebben geĆÆntensiveerd, onder meer door het heropenen van diplomatieke
vertegenwoordigingen of het vergroten van diplomatieke aanwezigheid in
Damascus. Deze leden vragen het kabinet een overzicht te geven van welke
EU-lidstaten momenteel diplomatieke vertegenwoordiging in Syriƫ hebben
en welke landen hun engagement voornamelijk via speciale gezanten of via
de EU vormgeven. Hoe beoordeelt de minister het belang van diplomatieke
aanwezigheid op de grond voor het bevorderen van stabilisatie,
wederopbouw en veilige terugkeer van Syriƫrs? In hoeverre ziet het
kabinet ruimte om de diplomatieke bewegingsruimte van de Nederlandse
Syriƫ-gezant verder te vergroten, zodat deze vaker in Syriƫ aanwezig
kan zijn, Nederland een betere vinger aan de pols kan houden en beter
contact kan onderhouden met de Syrische autoriteiten, ook over
ontwikkelingen die ons zorgen baren?

Daarnaast vragen de leden van de D66-fractie of de minister verwacht op
korte termijn een Nederlandse minister naar Syriƫ op werkbezoek te
zenden, mede in het licht van de toenemende diplomatieke activiteit van
andere Europese partners. Onder welke voorwaarden acht de minister een
dergelijk bezoek wenselijk? 

De leden van de D66-fractie merken op dat Nederland via verschillende
programma’s actief is in SyriĆ«, onder meer op het gebied van
ontmijning, humanitaire hulp, rechtsstaatontwikkeling, transitional
justice, vrouwenrechten en perspectief- en migratieprogramma’s. Deze
leden vragen de minister toe te lichten hoe deze inzet wordt gebruikt
als diplomatiek instrument in contacten met Syrische autoriteiten en
regionale partners. 

Voorts vragen de leden van de D66-fractie hoe de EU haar diplomatieke
contacten met regionale spelers, waaronder Turkije en de staten van de
Gulf Cooperation Council, inzet om stabilisatie en wederopbouw van
Syriƫ te ondersteunen. In hoeverre verkent de minister daarbij de
mogelijkheid om gebruik te maken van EU-instrumenten zoals Delegated
Cooperation, zodat Nederlandse organisaties een grotere rol kunnen
spelen bij de uitvoering van Europese programma’s in SyriĆ«? 

Tot slot vragen de leden naar de uitvoering van de motie -Van der Werf
over steun aan lokale overheden in Syriƫ (Kamerstuk 36800 V, Nr. 47).
Welke concrete stappen ziet de minister om lokale bestuursstructuren te
ondersteunen, en welke resultaten denkt de minister daarmee te kunnen
bereiken?

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde
agenda en het verslag van de ingelaste Raad Buitenlandse Zaken van 16
maart 2026. Zij hebben hiertoe nog de volgende vragen en opmerkingen.

De leden van de VVD-fractie benadrukken dat Poetin niet beloond mag
worden voor zijn agressieoorlog en steunen de onverminderde militaire,
financiële en humanitaire steun aan Oekraïne, zoals ook vastgelegd in
budgettaire tabel van het regeerakkoord. Hoe staat het in dit kader met
de toegezegde financiële steun vanuit de EU (EU) voor Oekraïne? Deze
leden constateren dat de effectiviteit van het sanctieregime tegen
Rusland ernstig onder druk staat door de activiteiten van de zogenoemde
schaduwvloot. Zij herinneren de minister aan de toezegging in de brief
van 28 januari 2026 om wetgeving aan te passen ter versterking van de
Nederlandse handelingsopties op zee en vragen op welke termijn de Kamer
deze voorstellen precies tegemoet kan zien (Kamerstuk 36124, Nr. 57).
Kan de minister daarbij specifiek ingaan op de huidige juridische
belemmeringen voor handhaving in de exclusieve economische zone tegen
schepen onder dubieuze vlaggen, en is de minister bereid om tijdens de
aanstaande Raad te pleiten voor een EU-brede zwarte lijst van schepen en
rederijen die sancties omzeilen, inclusief het definitief blokkeren van
toegang tot alle EU-havens voor deze entiteiten? En wat kan de EU doen
aan handhaving op zee wanneer vrachten met gesanctioneerde goederen
buiten de territoriale wateren worden overgeladen op een ander schip?

De leden van de VVD-fractie zijn zeer bezorgd over de escalatie in het
Midden-Oosten sinds de gebeurtenissen van 28 februari 2026 en de
destabiliserende rol van het Iraanse regime in de regio. Zij vragen de
minister hoe hij de effectiviteit beoordeelt van de huidige plaatsing
van de Iraanse Revolutionaire Garde (IRGC) op de EU-terreurlijst en
welke aanvullende stappen worden gezet om de financiƫle stromen van dit
regime binnen Europa volledig droog te leggen. In dat kader vragen deze
leden ook welke mogelijkheden de minister ziet om, in navolging van de
Amerikaanse koers, Europese secundaire sancties op te leggen aan
entiteiten die de as van het kwaad tussen Rusland, Iran en Noord-Korea
faciliteren, specifiek waar het gaat om de uitwisseling van raket- en
dronetechnologie. Wat verwacht de minister van de Europese oproep tot
naleving van het internationaal recht? En gaat de solidariteit met het
Iraanse volk, waarvan de Raad het belang onderstreept, zich
materialiseren in concrete steun en welke vorm krijgt die steun? Is dit
iets wat de minister van plan is tijdens de aankomende Raad aan de orde
te stellen? Ziet de minister kansen om via proactieve energiediplomatie
nieuwe strategische partnerschappen te sluiten die onze energiezekerheid
versterken en onze afhankelijkheid van onbetrouwbare routes en regimes
structureel verkleinen?

De leden van de VVD-fractie verwelkomen de bespreking over het Zuidelijk
Nabuurschap, maar wijzen op de acute risico's die de oorlog in Iran met
zich meebrengt voor migratiestromen vanuit de regio. Zij vragen de
minister in hoeverre hij bereid is om zich in te spannen voor een
nauwere koppeling tussen de inzet van EU-middelen en de concrete
resultaten die landen in deze regio boeken bij de terugname van
uitgeprocedeerde asielzoekers en het tegengaan van illegale migratie.
Hoe beoordeelt de minister de risico's van grootschalige nieuwe
vluchtelingenstromen uit Iran en omliggende landen als gevolg van de
huidige militaire escalatie, en is hij bereid om tijdens de Raad te
pleiten voor een preventieve strategie gericht op effectieve opvang in
de regio om een nieuwe migratiecrisis aan de Europese buitengrenzen te
voorkomen? Welke acties onderneemt de minister in EU-verband om de
veiligheid van vitale energie-infrastructuur in het Zuidelijk
Nabuurschap te borgen?

De leden van de VVD-fractie kijken tot slot uit naar de presentatie van
de Europese veiligheidsstrategie en vragen wanneer de minister de Kamer
zal informeren over de specifieke Nederlandse inzet hiervoor. Deze leden
vragen de minister om te borgen dat deze strategie in de eerste plaats
recht doet aan de ernst van de oorlog op het Europese continent en een
geloofwaardige afschrikking van de Russische agressie borgt, waarbij de
onmisbare trans-Atlantische relatie als hoeksteen van onze veiligheid
wordt gekoesterd. Voor deze leden is specifiek van belang dat de koers
van de EU gericht blijft op een integrale benadering waarbij
diplomatieke, economische en militaire instrumenten elkaar versterken om
de strategische autonomie van Europa te vergroten zonder de eenheid van
de NAVO uit te hollen. Kan de minister bevestigen dat de strategie ook
voorziet in het versterken van onze economische weerbaarheid en het
beschermen van onze kennispositie tegen ongewenste invloeden van
buitenaf? Tevens vragen deze leden hoe de minister borgt dat de focus
blijft liggen op concrete resultaten bij het doorbreken van industriƫle
knelpunten in de defensieproductie en dat de soevereine zeggenschap over
de inzet van de Nederlandse krijgsmacht het onvervreemdbare uitgangspunt
blijft bij elke vorm van versterkte Europese veiligheidssamenwerking.

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 16 maart 2026, het verslag
van de Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari 2026 en het verslag van
de 24e zitting van de Vergadering van verdragspartijen bij het Statuut
van Rome inzake het Internationaal Strafhof. Deze leden hebben hierover
nog enkele vragen.

Russische agressie tegen OekraĆÆne

De leden van de CDA-fractie lezen in de geannoteerde agenda dat tijdens
de Raad opnieuw zal worden gesproken over voortgezette steun aan
OekraĆÆne, sancties en de aanpak van de Russische schaduwvloot. Ook
blijkt uit het verslag van de vorige Raad dat Nederland heeft
aangedrongen op spoedige aanname van het twintigste sanctiepakket en op
intensivering van bilaterale steun aan OekraĆÆne.

De leden van de CDA-fractie vragen de minister hoe Nederland zich in
deze Raad concreet zal inzetten om de blokkade op het twintigste
sanctiepakket en de steunlening aan OekraĆÆne te helpen doorbreken.
Welke diplomatieke en politieke opties ziet de minister als lidstaten
Europese besluitvorming blijven frustreren?

De leden van de CDA-fractie vragen daarnaast welke aanvullende stappen
Nederland in Europees verband wil zetten tegen de Russische
schaduwvloot. Wanneer kan de Kamer de eerder aangekondigde aanpassing
van wetgeving verwachten die de Nederlandse handelingsopties moet
versterken? Kan de minister ook aangeven welke ā€˜goede voorbeelden’
van andere lidstaten Nederland bruikbaar acht voor betere handhaving op
zee?

De leden van de CDA-fractie vragen verder hoe de minister aankijkt tegen
de discussie over Europese veiligheidsgaranties voor OekraĆÆne en de
mogelijkheid van versnelde of gefaseerde EU-toetreding. Welke
Nederlandse inzet kiest de minister hier, mede gezien signalen dat
hierover in Brussel verdeeldheid bestaat? 

Tot slot vragen de leden van de CDA-fractie of de minister deelt dat
Europa, juist nu de internationale steun onder druk staat, meer
strategische verantwoordelijkheid moet nemen voor de veiligheid van het
continent. Hoe wordt die inzet meegenomen in zowel deze Raad als in de
voorbereiding van de Europese veiligheidsstrategie? Hierbij is het voor
deze leden van belang dat Europa in zijn veiligheid minder afhankelijk
wordt van wisselingen in de Amerikaanse koers.

Situatie in het Midden-Oosten

Uit de geannoteerde agenda blijkt dat in de Raad gesproken zal worden
over additionele maatregelen tegen Iran, de voortgang van het vredesplan
voor Gaza, de situatie op de Westelijke Jordaanoever en Syriƫ.

De leden van de CDA-fractie vragen ten aanzien van Iran welke
additionele maatregelen het kabinet in EU-verband wenselijk en haalbaar
acht. Hoe beoordeelt de minister de effectiviteit van eventuele nieuwe
sancties? En hoe wordt tegelijk voorkomen dat verdere escalatie de
veiligheid van burgers in de regio en van Europeanen ter plaatse extra
schaadt? In het verslag van de ingelaste Raad van 1 maart 2026 staat dat
Nederland specifiek aandacht vroeg voor de secundaire gevolgen van
escalatie. Kan de minister toelichten welke gevolgen het daarbij voor
ogen heeft en welke voorbereidingen daarop worden getroffen?

De leden van de CDA-fractie vragen wat volgens de minister de huidige
stand van zaken is rond de implementatie van het vredesplan voor Gaza en
de zogeheten Board of Peace. Welke concrete invloed heeft de EU op dit
proces? Hoe wordt geborgd dat de Palestijnse Autoriteit, bestaande
EU-missies en regionale partners een serieuze rol krijgen in governance,
veiligheid, humanitaire hulp en wederopbouw?

Daarnaast vragen de leden van de CDA-fractie hoe de minister aankijkt
tegen de aanhoudende belemmering van humanitaire hulp aan Gaza. Welke
extra druk wil Nederland in EU-verband organiseren om meer en veilige
humanitaire toegang af te dwingen, inclusief voldoende open
grensovergangen?

De leden van de CDA-fractie maken zich ook ernstige zorgen over de
situatie op de Westelijke Jordaanoever. Uit het verslag van de Raad van
23 februari 2026 blijkt dat Nederland samen met andere lidstaten zorgen
heeft uitgesproken over uitbreiding van Israƫlische controle, schending
van internationaal recht, de ondermijning van de tweestatenoplossing en
de ngo-registratiewetgeving. Ook blijkt dat sancties tegen gewelddadige
kolonisten nog steeds worden geblokkeerd.

De leden van de CDA-fractie vragen daarom welke inzet Nederland op dit
punt kiest in de komende Raad. Blijft de minister aandringen op gerichte
sancties tegen gewelddadige kolonisten en tegen organisaties of
bedrijven die betrokken zijn bij illegale nederzettingen? Welke andere
Europese maatregelen liggen op tafel als een formeel sanctiebesluit
opnieuw wordt geblokkeerd?

Ook vragen de leden van de CDA-fractie naar de stand van zaken rond de
evaluatie van artikel 2 van het EU-Israƫl Associatieakkoord. In het
verslag van 23 februari 2026 staat dat Nederland als een van de weinige
lidstaten heeft aangegeven dat de situatie in Gaza en op de Westelijke
Jordaanoever aanleiding kan geven om eerder voorgestelde EU-maatregelen
opnieuw te agenderen. Welke vervolgstappen zet Nederland hier nu
concreet op?

De leden van de CDA-fractie vragen ten aanzien van Syriƫ hoe Nederland
zich inzet voor bescherming van minderheden en onbelemmerde humanitaire
toegang. Kan de minister ook toelichten hoe de rechten en veiligheid van
Koerdische gemeenschappen in de Nederlandse inzet worden meegenomen?

EU-Zuidelijk Nabuurschap

De leden van de CDA-fractie lezen dat de minister het positief vindt dat
de Raad spreekt over een geĆÆntegreerde EU-aanpak voor het Zuidelijk
Nabuurschap, gezien het belang van de regio voor migratie, veiligheid,
stabiliteit, handel en investeringen.

De leden van de CDA-fractie vragen de minister wat de Nederlandse inzet
precies is bij dit agendapunt. Welke landen en thema’s krijgen voor
Nederland prioriteit? Hoe zorgt de minister ervoor dat een
geĆÆntegreerde aanpak niet te smal wordt opgevat als alleen
migratiesamenwerking, maar ook inzet op economische ontwikkeling,
rechtsstaat, conflictpreventie en weerbaarheid tegen Russische en
Chinese invloed?

De leden van de CDA-fractie vinden dat stabiliteit aan de zuidgrens van
Europa vraagt om een lange adem en om partnerschappen die wederkerig
zijn. Investeren in ontwikkelingssamenwerking, diplomatieke aanwezigheid
en lokale weerbaarheid is ook in het eigen belang van Nederland, juist
om instabiliteit, ongecontroleerde migratie en geopolitieke invloed van
rivalen tegen te gaan. Kan de minister aangeven hoe deze bredere
benadering terugkomt in de Nederlandse inzet voor het Zuidelijk
Nabuurschap?

Informeel werkontbijt over een Europese veiligheidsstrategie

De leden van de CDA-fractie lezen dat de Raad tijdens een informeel
werkontbijt zal spreken over een toekomstige Europese
veiligheidsstrategie en dat de Commissie deze voor de zomer wil
presenteren.

De leden van de CDA-fractie vragen de minister welke hoofdlijnen
Nederland voor deze strategie voor ogen heeft. Hoe wordt gezorgd dat dit
een realiseerbare exercitie wordt, met concrete verbeteringen voor
investeringen, defensie-industrie, militaire mobiliteit, weerbaarheid
tegen hybride dreigingen en strategische autonomie?

De leden van de CDA-fractie vinden dat de Europese veiligheidsstrategie
scherp moet aansluiten bij de nieuwe werkelijkheid: een agressief
Rusland, onzekerheid over de Amerikaanse veiligheidsgarantie,
instabiliteit in het Midden-Oosten en de Zuidelijke buurlanden en
toenemende hybride dreigingen. Wat is volgens de minister de plaats van
OekraĆÆne, NAVO-samenwerking en Europese defensie-industrie in deze
strategie?

Kan de minister ook uiteenzetten hoe hij de Kamer tijdig zal betrekken
bij de totstandkoming van de Nederlandse inzet? De geannoteerde agenda
stelt dat de Nederlandse inzet nog wordt uitgewerkt en de Kamer daarover
later zal worden geĆÆnformeerd. Deze leden horen graag wanneer dat
gebeurt.

Verslag van de 24e zitting van de Vergadering van verdragspartijen bij
het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het verslag van de
24e zitting van de Vergadering van verdragspartijen bij het Statuut van
Rome. Deze leden spreken hun grote waardering uit voor de inzet van
Nederland als gastland van het Internationaal Strafhof (ISH) en
onderstrepen het grote belang van een sterk, onafhankelijk en goed
functionerend Hof. Juist in een tijd van oorlog en geopolitieke
volatiliteit moet de internationale rechtsorde overeind blijven.

De brief maakt duidelijk dat de jaarlijkse vergadering in belangrijke
mate in het teken stond van externe bedreigingen voor het Hof, waaronder
aanhoudende cyberaanvallen, Russische arrestatiebevelen tegen
ambtsdragers van het ISH en sancties van de VS tegen ambtsdragers van
het Hof, een VN-Speciaal Rapporteur en betrokken ngo’s.

Kan de minister toelichten in hoeverre de sancties van de VS op dit
moment het effectief functioneren van het Hof raken? Ziet de minister
risico’s voor de uitvoerbaarheid van onderzoeken, de rechtsbijstand,
de financiering of de internationale samenwerking?

De leden van de CDA-fractie lezen dat de Assembly of States Parties
(ASP) unaniem heeft besloten verdragspartijen aan te moedigen om de
dialoog met niet-verdragspartijen aan te gaan, primair gericht op de VS,
met nadruk op eerbiediging van het internationaal recht, het Statuut van
Rome en de onafhankelijkheid van het Hof.

De leden van de CDA-fractie steunen dialoog binnen het uitgangspunt van
onafhankelijkheid van het Hof. Hoe kijkt de minister aan tegen de
reikwijdte van deze dialoog? 

De leden van de CDA-fractie vragen ook welke rol Nederland als gastland
voor zichzelf ziet in dit proces. Is Nederland voornemens hierin een
actieve rol te spelen binnen het Bureau van de ASP? Zo ja, op welke
manier?

Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie

De leden van de SP-fractie willen beginnen met het vestigen van de
aandacht op de oorlog in Iran. Deze leden zien onrechtmatige
bombardementen voor geopolitieke en economische redenen, zoals de
toegang van de VS tot olie. Deze aanvallen van de VS en Israƫl zijn een
schending van het internationaal recht. Is de minister daarom bereid
deze aanvallen te veroordelen? Kan de minister aangeven dat Nederland
geen steun zal verlenen, politiek noch militair, aan verdere aanvallen
op Iran? Hoe gaat de minister inzetten op een diplomatieke oplossing om
tot vrede te komen? Deze leden ontvangen berichten over de aanval op een
meisjesschool in Iran waarbij 175 doden zijn gevallen door een aanval
van de VS en Israƫl. Is de minister bekend met dit bericht? Hoe gaat de
minister zich inzetten voor waarheidsvinding en het verzamelen van
bewijzen, zodat er geen straffeloosheid op deze aanval kan zijn, en
welke rol speelt de Fact Finding Mission in het documenteren van
misdaden die niet alleen door het Iraanse regime worden gepleegd, maar
ook door aanvallen vanuit de VS en Israƫl op het Iraanse volk? 

De leden van de SP-fractie hebben aanhoudende zorgen over de situatie
van de Palestijnen. De Israƫlische regering blijft, in strijd met
humanitair oorlogsrecht, humanitaire hulp voor Gaza blokkeren. Sinds de
aanval op Iran heeft Israƫl alle grensposten met de Gazastrook weer
gesloten, waarna het een aantal dagen duurde voordat deze weer geopend
werden. Vrachtwagens met belangrijke humanitaire hulp komen daardoor
weer moeilijk op gang en medische evacuaties werden geblokkeerd. Deelt
de minister dat Israƫl hiermee het internationaal recht schendt en dat
Nederland de verplichting heeft dit te veroordelen? Gaat de minister
maatregelen nemen om de humanitaire grensovergang structureel te openen
en dat deze niet opnieuw gesloten kan worden, zoals is afgesproken
tijdens het staakt-het-vuren? 

Tegelijkertijd zien de leden van de SP-fractie dat Israƫl de
onrechtmatige oorlog in Iran ook gebruikt om andere landen binnen te
vallen, zoals Libanon. Israƫlische troepen trekken verder en verder het
Libanese gebied in. Veroordeelt de minister deze aanvallen en wat gaat
hij doen om druk uit te oefenen op het Israƫlische regime om de
aanvallen op Libanon te stoppen?

De leden van de SP-fractie stellen dat er ondertussen nog steeds
Palestijnse kinderen zijn die acuut zorg nodig hebben omdat ze ernstig
ziek of gewond zijn. Zij kunnen niet in de regio worden behandeld. De
minister gaat in een brief van 30 januari 2026 in op de maatregelen die
hij neemt om de capaciteit van de gezondheidszorg in de regio te
vergroten (Kamerstuk 23432, Nr. 629). Deze leden vinden dat positief en
noodzakelijk. Het biedt echter geen oplossing voor de kinderen die nu
acuut zorg nodig hebben, omdat opschaling van capaciteit voor hen te
lang duurt en te laat komt. Het vorige kabinet heeft de afweging over
medische evacuaties van Palestijnse kinderen aan het nieuwe kabinet
gelaten. Deze leden gaan ervan uit dat het nieuwe kabinet wel bereid is
tot het evacueren van deze kinderen, voor wie geen medische hulp in de
regio geboden kan worden. Kan de minister aangeven of dit inderdaad
klopt en wanneer de medische evacuaties weer opgestart zullen worden? 

De leden van de SP-fractie stellen dat Nederland militair bijdraagt aan
de NAVO-missie Artic Sentry. Ondanks dat de minister aangeeft dat er
geen verplichting is onder artikel 100 om het parlement te informeren
over deze missie vinden deze leden het belangrijk dat het parlement over
deze missie goed en volledig wordt geĆÆnformeerd. Bent u bereid om een
brief te sturen over de Nederlandse bijdrage aan de missie Artic Sentry
met daarin: een contextanalyse, gronden voor deelname, rechtsbasis,
mandaat en doelstellingen, voorziene Nederlandse bijdragen, operationele
haalbaarheid, risico; zowel veiligheidsrisico's als risico op
burgerslachtoffers, verdere informatievoorziening naar de Kamer,
financiƫn, monitoring, evaluatie en leren van inzet.

De leden van de SP-fractie stellen dat de situatie in Noordoost Syriƫ,
ondanks de verbetering van humanitaire toegang, nog steeds zorgelijk is.
Meer dan 150.000 inwoners zijn ontheemd, waarvan 91 procent vrouwen en
kinderen. De UNFPA (United Nations Population Fund) ziet een stijging
van geweldrisico’s gebaseerd op gender en de gezondheidszorg is
ernstig verstoord. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat de situatie
niet verergert? Hoe worden humanitaire organisaties, zoals UNICEF,
hierbij ondersteund door de minister?

Tot slot vragen de leden van de SP-fractie opnieuw aandacht voor Soedan.
In een artikel van Follow the Money blijkt dat Nederland
wapenvergunningen heeft verleend aan de VAE (Verenigde Arabische
Emiraten), ondanks de risico’s op grote mensenrechtenschendingen in
Jemen. Is de minister bereid te stoppen met wapenexportvergunningen uit
te geven aan de VAE, gezien niet uitgesloten kan worden dat deze worden
gebruikt in mensenrechtenschendingen in Soedan? Zo nee, hoe verhoudt
zich dat tot onze verplichtingen onder het internationaal recht, onze
wapenexportcriteria die dit risico niet toestaan en tot de aangenomen
moties van de Kamer? 

Graag verzoeken we de minister om alle vragen in deze inbreng per vraag
te beantwoorden.

II	Antwoord/ Reactie van de minister

III	Volledige agenda

- de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 3 maart 2026
over de Geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 16
maart 2026 en verslag Raad Buitenlandse Zaken van 1 maart 2026
(Kamerstuk 21501-02, Nr. 3355)

- de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 27 februari
2026 over het Verslag Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari 2026
(Kamerstuk 21501-02, Nr. 3354)

- de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 10 februari 2026
over het Verslag van de 24e zitting van de Vergadering van
verdragspartijen bij het Statuut van Rome inzake het Internationaal
Strafhof (Kamerstuk 28498, Nr. 59)