[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Reactie op verzoek commissie over veteranenstatus Koude Oorlog

Veteranenzorg

Brief regering

Nummer: 2026D10972, datum: 2026-03-10, bijgewerkt: 2026-03-11 10:20, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 30139 -293 Veteranenzorg.

Onderdeel van zaak 2026Z04820:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


> Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag

de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Bezuidenhoutseweg 67

2594 AC Den Haag

Datum 10 maart 2026
Betreft Kamerbrief verzoek veteranenstatus Koude Oorlog

Ministerie van Defensie

Plein 4

MPC 58 B

Postbus 20701

2500 ES Den Haag

www.defensie.nl

Onze referentie

D2026-001282/

MINDEF20260015180

Bij beantwoording, datum, onze referentie en onderwerp vermelden.

Geachte voorzitter,

Op 26 januari 2026 ontving Uw Kamer een brief van een derde over het heroverwegen van de veteranenstatus voor militairen ingezet tijdens de Koude Oorlog en andere uitzendingen. Bij brief van 17 februari 2026 verzocht Uw Kamer de Minister van Defensie uiterlijk 10 maart 2026 om een reactie op deze brief (kenmerk 2026Z01595/2026D07655). Hierbij doe ik u mijn reactie toekomen.

De briefschrijver verzoekt in zijn brief om aandacht te besteden aan de definitie en toepassing van de veteranenstatus in Nederland, in het bijzonder waar het militairen betreft die tijdens de Koude Oorlog langdurig en herhaaldelijk zijn ingezet langs de Oost-Duitse grens. Hij stelt daarbij vragen over de definitie van veteraan, het onderscheid tussen lang- en kortdurende inzet en onderzoek naar uitbreiding van de veteranenstatus.

Graag reageer ik via deze weg op zijn brief, waarbij ik het belangrijk vind om te benadrukken dat mijn erkenning en waardering uitgaat naar alle militairen die hebben gediend voor ons land. Zij verdienen in mijn ogen waardering; dit is niet alleen voorbehouden aan veteranen. Voor oud-dienstplichtigen en militairen die gediend hebben tijdens de Koude Oorlog biedt Defensie bijvoorbeeld reüniefaciliteiten. Dat is een vorm van waardering waarvan gelukkig veel gebruik wordt gemaakt. Daarbij benadruk ik ook graag de belangrijke rol die de Koude Oorlog Vereniging voor Militairen (KOVOM) hierbij speelt.

De definitie van veteraan is - zoals u weet - bij wet vastgelegd in de Veteranenwet. De Kamer was als initiatiefnemer van deze wet de directe penvoerder van de definitie. In de wet staat beschreven dat veteranen militairen zijn die hebben gediend onder oorlogsomstandigheden dan wel hebben deelgenomen aan een missie ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde voor zover deze missie bij Regeling van de minister is aangewezen. Inzet tijdens de Koude Oorlog, hoe belangrijk ook, valt gezien de aard van het conflict niet onder de definitie. De missies die kwalificerend zijn voor de veteranenstatus staan vermeld in de Regeling voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties (VVHO).

De briefschrijver stelt verder dat in vrijwel alle NAVO-landen militairen die dienden tijdens de Koude Oorlog als veteraan worden erkend. Echter, tussen NAVO-landen bestaan essentiële verschillen in de wijze waarop het begrip veteraan wordt gehanteerd. In sommige landen wordt elke militair veteraan, terwijl in andere landen de kenmerken van de inzet bepalen of de veteranenstatus wordt ontleend. Ook zijn er tussen landen grote verschillen voor wat betreft de voorzieningen die aan de veteranenstatus zijn gekoppeld. Ik vind het daarom belangrijk om te benoemen dat het vergelijken van definities tussen landen weinig zinvol is. Zoals hierboven omschreven heeft de wetgever in Nederland bewust gekozen voor een zogenaamde ‘exclusieve definitie’ waarbij de veteranenstatus voortvloeit uit de vorm van inzet. Dat respecteer ik en overigens doet dit niets af aan de toegang tot goede ondersteuning en zorg voor iedere militair.

Zoals mijn ambtsvoorganger uw Kamer ook per brief (Kamerstuk 30139-292 van 6 januari 2026) heeft laten weten, werkt Defensie momenteel aan een afwegingskader waarin de definitie uit de Veteranenwet nader wordt geduid. Dit geeft mij handvatten voor het aanwijzen van een missie bij Regeling en daarmee het door een militair kunnen ontlenen van de veteranenstatus. Op deze manier wordt binnen de kaders van de wet duidelijk hoe Defensie de wet uniform toepast binnen zowel de huidige als de toekomstige geopolitieke omstandigheden, waarbij expliciet aandacht uitgaat naar gereedstelling en de eerste hoofdtaak van Defensie (verdediging koninkrijk en bondgenootschap). Tevens wordt een proces vastgelegd voor een heldere en transparante afweging voorafgaand aan de inzet.

Deze werkwijze maakt beter inzichtelijk welke toekomstige inzet ik als minister wel en niet bij regeling aanwijs en waarom. Daarbij vind ik het van belang om te benadrukken dat de Veteranenwet ruimte biedt om inzetten binnen de kaders van de wet te bezien binnen de huidige tijdsgeest, waarbij we voortdurend oog hebben voor de specifieke omstandigheden ter plaatse.

Dit afwegingskader is van toepassing op huidige en toekomstige inzetten. Graag benadruk ik nogmaals dat mijn waardering uitgaat naar alle militairen die zich hebben ingezet voor de bescherming van onze veiligheid, dus ook alle militairen die ingezet zijn tijdens de Koude Oorlog.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN DEFENSIE

Dilan Yeşilgöz-Zegerius