Amendement van het lid Bromet over middelen voor een pilot voor een afgebakende groep biodynamische landbouwbedrijven
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2026
Amendement
Nummer: 2026D10995, datum: 2026-03-10, bijgewerkt: 2026-03-10 17:43, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: L. Bromet, Tweede Kamerlid (GroenLinks-PvdA)
Onderdeel van kamerstukdossier 36800 XIV-28 Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2026.
Onderdeel van zaak 2026Z04828:
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 800 XIV | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2026 | |
| Nr. 28 | AMENDEMENT VAN HET LID Bromet | |
| Ontvangen 10 maart 2026 | ||
| De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: | ||
In artikel 21 Land- en tuinbouw van de departementale begrotingsstaat worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 6.500 (x € 1.000).
Toelichting
In de huidige praktijk ervaren met name duurzame en niet-gangbare landbouwbedrijven – zoals de biodynamische sector - een relatief hoge administratieve en controlelast. Naarmate bedrijven verder afwijken van gangbare productiemodellen, neemt de verantwoordingsdruk vaak toe, wat gepaard gaat met hogere kosten en complexere administratieve verplichtingen.
Ter versnelling van de landbouwtransitie ligt het voor de hand deze systematiek te heroverwegen. Een meer risicogerichte benadering, waarbij de hoogste controle- en verantwoordingslasten worden gelegd bij bedrijven met de grootste milieudruk, kan bijdragen aan een effectievere inzet van toezicht en middelen.
Verschillende rapporten en recente berichtgeving wijzen erop dat duurzame en kleinschalige landbouwbedrijven in de huidige regelgeving relatief weinig ondersteuning ontvangen en juist extra belemmeringen ervaren. Oefenen met doelsturing? De landbouwsector en de overheid staan gezamenlijk voor de opgave om de transitie te maken van middelensturing naar doelsturing.
Doelsturing houdt in dat de overheid concrete, meetbare doelen formuleert (bijvoorbeeld ten aanzien van stikstofemissies, biodiversiteit, klimaat en dierenwelzijn), terwijl agrarische ondernemers binnen deze kaders de ruimte krijgen om zelf te bepalen op welke wijze zij deze doelen realiseren. Hiermee verschuift de nadruk van naleving van voorgeschreven middelen naar het behalen van resultaten, met een grotere rol voor vakmanschap, innovatie en bedrijfsspecifieke oplossingen.
Deze transitie vraagt niet alleen aanpassing van de bedrijfsvoering van agrariërs, maar ook van de wijze waarop overheden en toezichthoudende instanties sturen, controleren en handhaven. In dit kader wordt voorgesteld om in een gecontroleerde setting ervaring op te doen met doelsturing, deregulering en het versterken van wederzijds vertrouwen.
Tegelijkertijd wordt met deze pilot een slag gemaakt naar een overheidsbeleid dat duurzame boeren beter beloont voor hun ecosysteemdiensten.
De indiener stel een pilot voor met een afgebakende groep biodynamische landbouwbedrijven. Deze sector omvat circa 150 bedrijven, die gezamenlijk ongeveer 10.000 hectare landbouwgrond beheren. De bedrijven zijn gecertificeerd volgens het biologische en biodynamische keurmerk en staan onder toezicht van de erkende controle-instantie Skal en voor de Demeter-normen onder andere door Control Union.
De pilot beoogt onder meer:
• Vermindering van regeldruk en controledruk voor aantoonbaar duurzame landbouwbedrijven;
• Betere waardering en beloning van geleverde ecosysteemdiensten;
• Versterking van het vertrouwen tussen agrariërs en uitvoerende en toezichthoudende instanties;
• Vergroting van kennis bij overheden en toezichthouders over duurzame landbouwpraktijken;
• Ervaring opdoen met het loslaten van detailsturing en het leunen op bestaande keurmerken;
• Inzicht verkrijgen in effecten via een nulmeting en een herhaalde meting na afloop van de pilot;
• Kostenbesparing door vermindering van controle- en handhavingsinspanningen.
De pilot heeft een duur van 5 jaar en kost in totaal 32,5 miljoen euro, na aftrek van de ecoregeling uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Indiener beoogt derhalve meerjarige verwerking van de middelen. De dekking wordt gevonden in de voor 2029 gereserveerde middelen op artikel 51.
Bromet