[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Publicatie periodieke rapportages ondernemerschap en innovatiebeleid

Innovatiebeleid

Brief regering

Nummer: 2026D11228, datum: 2026-03-11, bijgewerkt: 2026-03-12 13:43, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 33009 -176 Innovatiebeleid.

Onderdeel van zaak 2026Z04929:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

Hierbij bied ik u de periodieke rapportages Ondernemerschap en Innovatiebeleid aan. De rapportages hebben betrekking op de periode 2020-2025. U bent eerder geïnformeerd over de opzet van deze periodieke rapportages (Kamerstuk 33 009, nr. 147).

In deze brief bespreek ik de scope en de uitvoering van de periodieke rapportages en geef ik de belangrijkste uitkomsten weer. De inhoudelijke kabinetsreactie op de periodiek rapportages zal in het voorjaar volgen.

Scope en uitvoering

De Periodieke rapportages zijn uitgevoerd in het kader van de Regeling periodiek evaluatieonderzoek 2022 (Staatscourant 2022, 19587). Ze richten zich op beleid dat onder de thema’s Ondernemerschap en Innovatiebeleid valt binnen de Strategische Evaluatie Agenda van het ministerie van Economische Zaken. Extracomptabel aan de begroting gerelateerde fiscale innovatie- en ondernemerschapsregelingen zijn ook meegenomen. Naast het beleid zijn ook de wijze van evalueren en de gehanteerde doelenboom in beschouwing genomen. Tevens zijn er besparings- en intensiveringsvarianten uitgewerkt.

De periodieke rapportages doen uitspraken over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid op het niveau van individuele instrumenten en op het niveau van tactische en strategische doelen die door het Ministerie van Economische Zaken zijn geformuleerd in een doelenboom voor het bedrijvenbeleid. Ze zijn in belangrijke mate een synthese van beleidsevaluaties die op het niveau van instrumenten hebben plaatsgevonden. Ook zijn monitors en andere onderzoeken betrokken en er zijn gesprekken gehouden met beleidsmakers, uitvoerders van beleid en stakeholders voor extra informatie, duiding en appreciaties ten aanzien van het beleid.

Het onderzoek is voor beide beleidsterreinen gecombineerd uitgevoerd volgens eenzelfde stramien. Daarbij is een gemeenschappelijk rapport tot stand gekomen voor beide periodieke rapportages tezamen, mede met oog op de complementariteit die er tussen de beide beleidsterreinen bestaat. Er is ook een aparte, kwalitatieve evaluatie van instrumenten op het terrein van menselijk kapitaal uitgevoerd. Die evaluatie is als bijlage bij de periodieke rapportages opgenomen.

Het traject is begeleid door een begeleidingscommissie. Een deskundige van het Centraal Planbureau, die tevens lid is geweest van de begeleidingscommissie, heeft een onafhankelijke schriftelijke beoordeling uitgevoerd van de validiteit en betrouwbaarheid van deze periodieke rapportages.

Belangrijkste uitkomsten

Het onderzoek concludeert dat het ondernemerschaps- en innovatiebeleid in het algemeen effectief en legitiem is. Het draagt bij aan een sterk verdienvermogen, een aantrekkelijk ondernemingsklimaat en een innovatieve, veerkrachtige economie. De evaluatiepraktijk op beide beleidsterreinen is breed ontwikkeld en kenmerkt zich door periodieke evaluaties inclusief opvolging van bevindingen.

Besparingen lijken slechts beperkt mogelijk en zouden leiden tot verschraling, terwijl intensiveringen zorgvuldig dienen te worden onderbouwd.

Het ondernemerschapsbeleid is over het algemeen goed onderbouwd, sluit aan bij erkende falens en functioneert in de praktijk veelal (deels) doeltreffend en doelmatig, bijvoorbeeld voor de aanpak van de financieringsmarkt. Beleid gericht op de kwaliteit van wet- en regelgeving en de daarmee gepaard gaande administratieve lasten is legitiem en deels effectief, al ervaren bedrijven toenemende regeldruk. Doeltreffendheid en doelmatigheid zijn beperkter voor het beleid gericht op de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd menselijk kapitaal. Ook is de beleidslegitimatie van de meeste fiscale ondernemerschapsregelingen beperkt.

De ambitie om het Nederlandse ondernemings- en vestigingsklimaat tot de wereldwijde top te laten behoren wordt behaald, maar staat de afgelopen jaren wel onder druk.

Er bestaat brede consensus dat innovatie kennisspillovers genereert en maatschappelijke uitdagingen helpt op te lossen en dat het innovatiebeleid hieraan veelal (deels) doeltreffend bijdraagt. Het beleid gericht op startups en scale-ups en de digitale transitie kampt met beperkte budgetten, overlap en uitdagingen over afbakening. Sectorspecifieke steun is economisch lastig te rechtvaardigen, maar kan vanuit strategische autonomie verdedigbaar zijn.

Het innovatiebeleid om Nederland een koploper op het terrein van innovatie te maken slaagt, maar de 3%-doelstelling voor R&D-investeringen wordt vooralsnog niet behaald.

Ik zal in het voorjaar nader ingaan op de kernconclusies, specifieke bevindingen en de aanbevelingen uit de periodieke rapportages.

Heleen Herbert

Minister van Economische Zaken en Klimaat