[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Actuele Onderwerpen Toezeggingen en Moties

Bijlage

Nummer: 2026D11485, datum: 2026-03-12, bijgewerkt: 2026-03-12 16:53, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van zaak 2025Z07052:

Bijlage bij: Stand-van-zaken Belastingdienst maart 2026 (2026D11484)

Preview document (🔗 origineel)


BIJLAGE 1 – Actuele onderwerpen, moties en toezeggingen

Met deze bijlage ontvangt u voorafgaand aan het commissiedebat Belastingdienst op 19 maart 2026 de laatste stand van zaken op onderwerpen waar uw Kamer eerder vragen over heeft gesteld, waarover ik toezeggingen heb gedaan of waarover in voorgaande brieven heb aangekondigd Uw Kamer nader te informeren.

Hieronder treft u de uitgelichte onderwerpen:

Onderwerp
  1. Opstart Keuze Digitaal

  1. EU btw e-commerce

  1. Coronabelastingschulden en -betalingsregeling

  1. Stand van zaken inning

  1. Fiscaal Saneringsbeleid

  1. Reactie AP op Plan van Aanpak toetsing (geautomatiseerde) selectie-instrumenten

  1. Inzage Fiscaal Dossier

  1. Invoeringstoetsen

  1. Compliance Map

  1. Fiscale Monitor

  1. OESO-rapport: Tax Administration Survey 2025

  1. Toekomstvisie “Belasting betalen, automatisch goed”

  1. Opstart Keuze Digitaal

In onze maatschappij gaan steeds meer zaken digitaal. Burgers en bedrijven verwachten dat de Belastingdienst hierin meegaat en hebben een toenemende behoefte om alleen digitaal te kunnen communiceren met de Belastingdienst. Met het programma KeuzeDigitaal geeft de Belastingdienst hier invulling aan. Sinds december 2025 kunnen burgers er voor kiezen om hun post van de Belastingdienst digitaal te ontvangen. Burgers die hun brieven liever via papier blijven ontvangen, behouden deze mogelijkheid.

Via MijnOverheid kunnen burgers kiezen om de post van de Belastingdienst voortaan digitaal te ontvangen. De Belastingdienst heeft deze mogelijkheid actief onder de aandacht gebracht via de blauwe enveloppen, sociale media, de website van de Belastingdienst en MijnOverheid.nl.

Voor inkomensheffing bestaat nu de mogelijkheid om alle post digitaal te ontvangen. In de komende jaren zal deze mogelijkheid stap voor stap – per belastingsoort – verder uitbreiden. Omdat dit traject aanpassingen in de ICT-systemen vereist is gekozen voor deze gefaseerde aanpak. In 2030 zal het voor alle belastingmiddelen mogelijk zijn om post digitaal te ontvangen.

De Belastingdienst heeft recent onderzocht hoe de mogelijkheid om digitale post te ontvangen wordt gewaardeerd. Ongeveer 60% van de ondervraagden geeft aan in eerste instantie voor digitale post te kiezen. Sinds de opstart hebben 2,5 miljoen burgers gekozen om voortaan hun post van de Belastingdienst alleen digitaal te ontvangen. Naast betere aansluiting op de verwachtingen van burgers en bedrijven, bespaart de keuzeregeling op papier- en portokosten.

  1. EU btw e-commerce

In de vorige stand-van-zakenbrief van 13 november 2025 heeft mijn ambtsvoorganger u voor het laatst geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot de regeling EU btw e-commerce.1 Daarbij is toegezegd Uw Kamer voor het einde van 2025 te informeren over de uitvoering van deze regeling. Dat doe ik nu alsnog via deze brief.

Per 1 juli 2021 is de Europese regelgeving op het gebied van EU btw e-commerce in werking getreden. Deze richtlijn is ontworpen om internationale verkopen op afstand binnen de Europese Unie (EU) te harmoniseren. Door tijdsdruk is er gekozen om deze regelgeving via een tijdelijke voorziening, het zogenoemde ‘Noodspoor’, uit te voeren. Het voornemen was destijds om in een later stadium over te gaan op een structurele voorziening, het zogenoemde ‘Hoofdspoor’ dat meer (geautomatiseerde) ondersteuning biedt.

Zoals aangegeven in de stand-van-zakenbrief van 7 februari 2024 is de eerdere livegang van het Noodspoor naar het Hoofdspoor uitgesteld vanwege bevindingen tijdens test- en migratiewerkzaamheden.2 De Belastingdienst heeft een analyse gedaan naar de opgetreden bevindingen en heeft een nieuwe planning voor de livegang van het Hoofdspoor van EU btw e-commerce opgesteld.3 Daaruit blijkt dat de plandatum waarop de livegang van het Hoofdspoor (alsnog) kon plaatsvinden in Q1 2028 zou liggen. Deze datum zit te dicht aan tegen de geplande oplevering van de e-commerce regeling in het nieuwe systeem voor de omzetbelasting in juli 2028. Dat zou betekenen dat het Hoofdspoor slechts kort in gebruik zou worden genomen en daarmee biedt het een te beperkte toegevoegde waarde. Vandaar dat het besluit is genomen om niet meer over te gaan op het Hoofdspoor.

De Belastingdienst blijft de regelgeving uitvoeren via het inmiddels versterkte en verbeterde Noodspoor, waarna per juli 2028 de regeling e-commerce wordt vormgegeven in het nieuwe systeem voor de omzetbelasting. Belangrijk om hierbij te vermelden is dat dit voor bedrijven geen gevolgen heeft. Het Noodspoor voldoet aan wet- en regelgeving uit Europa. Via het Noodspoor is het mogelijk om (vanaf juni 2025) toezicht te houden en kunnen - indien daartoe aanleiding is – tot vijf jaren terug naheffingsaanslagen worden opgelegd.

  1. Coronabelastingschulden en -betalingsregeling

Via de stand-van-zakenbrieven ontvangt uw Kamer regelmatig de laatste stand van zaken met betrekking tot de coronabelastingschulden en -betalingsregeling. Via deze brief ontvangt uw Kamer wederom een update.

In totaal hebben ongeveer 400.000 ondernemers vanwege de coronacrisis belastinguitstel gekregen voor een totaalbedrag van €48 mld. Voor het aflossen van de schuld is aan 268.000 ondernemers een coronabetalingsregeling van 60 maanden aangeboden. De betalingsregeling is op 1 oktober 2022 gestart. Op 28 januari 2026 resteerde nog € 3,7 mld. aan coronabelastingschulden voor ongeveer 95.000 ondernemers.

In 2026 wordt naar verwachting, net als in 2025, aan meer dan 2000 ondernemers alsnog een coronabetalingsregeling van 60 maanden aangeboden voor een bedrag van ongeveer € 44 mln. Deze aantallen zijn nog niet verwerkt in de onderstaande tabel. De betalingsregeling was, vanwege de afhandeling van een Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT) proces én het onderzoek naar benadeling in een Minnelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen (MSNP)-traject4, waarbij alle schulden zijn gepauzeerd, nog niet eerder aan deze groep ondernemers aangeboden. De betalingsregelingen zijn voor een aantal ondernemers al gestart vanaf juli 2025. De laatste regelingen gaan in zodra het UHT-proces of MSNP-onderzoek is afgerond.

Overzicht openstaande belastingschuld binnen corona belastingschuld regeling

Toelichting Peildatum Aantal onder-nemers Openstaande schuld
Totaal oorspronkelijk bedrag van aanslagen waarvoor uitstel is verleend 1 april 2022 400.000 € 48 miljard
Afbetaald vóór ingang regeling 1 oktober 2022 133.000 - € 28,4 miljard
Openstaande belastingschuld bij start betalingsregeling per 1 oktober 2022 1 oktober 2022 267.000 € 19,6 miljard
Volledig afgelost 28 januari 2026 79.000 - € 2,7 miljard
Vermindering op aanslagen n.v.t. - € 0,7 miljard
Uit de regeling 93.000 - € 5,1 miljard
Deels afgelost binnen de regeling 95.000 - € 7,4 miljard
Openstaande belastingschuld in de betalingsregeling 28 januari 2026 95.000 € 3,7 miljard

Toelichting bij de tabel

  • Bij 79.000 ondernemers die in de regeling zaten is de coronabelastingschuld inmiddels volledig en versneld afgelost voor een bedrag van € 2,7 mld.

  • 0,7 miljard is van de openstaande belastingschuld afgegaan via vermindering op aanslagen van ondernemers binnen de regeling. Deze verminderingen zijn een standaard onderdeel van het fiscale proces en kan verschillende oorzaken hebben, zoals verliesverrekening of vermindering na bezwaar tegen een ambtshalve aanslag.

  • In totaal zijn 93.000 ondernemers uit de regeling om verschillende redenen. Dat betekent niet dat de schuld is afgelost, maar dat de aflossing van de schuld plaatsvindt buiten de regeling. Deze ondernemers hadden een openstaande coronabelastingschuld van in totaal € 5,1 mld. Van dit bedrag is € 869 mln betaald buiten de regeling. Daarnaast is € 1,1 mrd oninbaar geleden, is € 100 miljoen verminderd en bevindt € 848 miljoen zich in insolventie (nog niet afgewikkelde saneringen en faillissementen). Er is daarnaast € 1,6 miljard invorderbare schuld en € 500 miljoen van de schuld zit in nieuwe, kortere betalingsregelingen.

  • 95.000 ondernemers hebben hun schuld al deels afgelost binnen de regeling, inmiddels voor een bedrag van €7,4 mld.

Verdere afhandeling

De afwikkeling van de coronabetalingsregeling brengt nog steeds een aanzienlijke uitvoeringslast voor de Belastingdienst met zich mee. Eind 2025 liep ongeveer een kwart van de ondernemers met een (corona)betalingsregeling achter met betalen, wat leidt tot een continue stroom aan extra (handmatig) werk. Dit draagt eraan bij dat binnen de invordering nog steeds meer werk is dan beschikbare capaciteit (zie onderdeel 4: Stand van zaken inning). De insteek is om zoveel mogelijk ondernemers in de regeling te houden. Dat is gunstig voor zowel ondernemers als voor de Belastingdienst, omdat coronabelastingschulden zoveel mogelijk worden afgelost en geen capaciteit nodig is voor dwanginvordering. De Belastingdienst geeft daarom de hoogste prioriteit aan werkzaamheden die zien op verzoeken voor versoepelingen, uitstel van betaling, sanering en bezwaar- en beroepschriften van ondernemers uit de (corona)betalingsregeling.

  1. Stand van zaken inning

Uw Kamer is door mijn ambtsvoorgangers meermaals geïnformeerd over werkvoorraden bij de inning en de afhandeling van bezwaren. In de stand-van-zakenbrief van november 2025 is toegezegd uw Kamer in deze stand-van-zakenbrief te informeren over de vorderingen op dit onderwerp.5 De Belastingdienst heeft te maken met meer werkaanbod dan capaciteit. Dit leidt tot oplopende werkvoorraden en het niet volledig kunnen uitvoeren van alle werkzaamheden. Dit speelt met name bij dwanginvordering (na herinnering, aanmaning en dwangbevel) en bij het leveren van maatwerk bij bijvoorbeeld betalingsregelingen en saneringsverzoeken. Bij de inzet van capaciteit moet de Belastingdienst rekening houden met rechtsgelijkheid, de menselijke maat en uitvoerbaarheid. Burgers en bedrijven die hun schulden niet kunnen betalen, moeten zo goed mogelijk worden geholpen. Burgers en bedrijven die hun financiële verplichtingen wel nakomen, moeten erop moeten kunnen vertrouwen dat zij niet benadeeld worden. Daarnaast moet worden voorkomen dat de Belastingdienst schaarse capaciteit inzet op ineffectieve incassotrajecten. Belastingschulden worden echter nooit generiek kwijtgescholden.

In oktober 2024 is uw Kamer geïnformeerd over de maatregelen die toen zijn genomen om de gevolgen van het capaciteitsprobleem zo veel mogelijk buiten burgers en bedrijven te houden.6 Deze maatregelen hebben geleid tot een daling van de voorraad (oude) klantverzoeken, maar nog niet tot een structurele oplossing. Daarom worden in 2026 in aanvulling de volgende maatregelen genomen.

  1. Focus op tijdigheid klantverzoeken

Zolang niet al het werkaanbod kan worden uitgevoerd richt de Belastingdienst de schaarse capaciteit vooral op tijdige behandeling van klantverzoeken, zoals een verzoek om uitstel van betaling. Dit is een bewuste keuze die zowel passend is vanuit goede dienstverlening aan burgers en bedrijven als vanuit het oogpunt van doelmatigheid. De Belastingdienst komt in contact met burgers en bedrijven op het moment dat kans op betalen nog reëel aanwezig is.

  1. Maatregelen die zien op verdere prestatieverbeteringen

De Belastingdienst neemt maatregelen op het gebied van sturing, procesverbetering, inrichting en digitale ondersteuning. Met het Overzicht Betalen & Ontvangen krijgen burgers bijvoorbeeld eenvoudig inzicht in hun schuldpositie. Zij hoeven dan de BelastingTelefoon niet te bellen voor een schuldoverzicht. Door beter inzicht in de eigen schuldpositie zullen burgers minder snel met invorderingsmaatregelen geconfronteerd worden. Ook wordt ingezet op de digitalisering van een standaard betalingsregeling voor particulieren. Daarnaast wordt geïnvesteerd in informatievoorzieningen zoals verbeterde uitleg over kosten en rente, een online rekentool en verbeteringen met betrekking tot de informatievoorziening op de website.

  1. Aanbodbeperkende maatregelen

Een van de maatregelen is een administratieve maatregel waarbij geen schaarse capaciteit wordt ingezet op vorderingen die al lang openstaan en waar de kans groot is dat ze niet meer (geheel) kunnen worden geïnd. Dit is nadrukkelijk géén kwijtschelding of verjaring: de vorderingen blijven invorderbaar en er kunnen nog steeds verrekeningen of andere (geautomatiseerde) vormen van inning plaatsvinden. De maatregel maakt capaciteit vrij die ingezet kan worden op vorderingen waarbij de kans op betaling hoger is. Deze maatregel wordt ook toegepast op ambtshalve aanslagen. Een andere aanbodbeperkende maatregel betreft het implementeren van relevante doelmatigheidsgrenzen. Doelmatigheidsgrenzen worden ingezet om het inningsproces efficiënter en kosteneffectiever te maken. Een doelmatigheidsgrens is een grens in een proces waarbij een afwijkende (versnelde of vereenvoudigde) behandeling plaatsvindt. Een voorbeeld van een doelmatigheidsgrens in de heffingssfeer is de grens voor het betalen van inkomstenbelasting: een bedrag lager dan de aanslaggrens (€ 57 in 2025) hoeft een belastingplichtige niet te betalen.

De Belastingdienst monitort of de maatregelen voldoende zijn of dat aanvullende interventies noodzakelijk zijn.

  1. Fiscaal Saneringsbeleid

De Belastingdienst kan onder omstandigheden kwijtschelding van het betalen van belastingen verlenen. Ook aan ondernemers. Dit kan alleen in het kader van een saneringsakkoord, waarbij alle andere schuldeisers van de onderneming hun schulden (gedeeltelijk) kwijtschelden. Bij de beantwoording van de schriftelijke vragen van de leden Van Eijk en Kisteman (VVD)7 over de knelpunten in de uitvoering van het huidige kwijtscheldingsbeleid voor ondernemers is uw Kamer geïnformeerd over een werkgroep die onderzoekt of aanpassingen in het fiscale saneringsbeleid noodzakelijk en wenselijk zijn.

Per 1 juli 2025 zijn al enkele beleidswijzigingen doorgevoerd.8 Verder is toegezegd dat uw Kamer over dit onderwerp opnieuw wordt geïnformeerd, wat ik hierbij doe.9

De werkgroep heeft uitvoerbare oplossingen onderzocht voor ondernemers bij saneringstrajecten. Ook is bekeken of de voorwaarde dat de fiscale verplichtingen die tijdens de behandeling van een saneringsverzoek ontstaan tijdig en volledig moeten worden voldaan, moet worden verduidelijkt. Dit heeft geresulteerd in een aantal voorgenomen wijzigingen van regelgeving die hieronder worden uitgelegd. De beoogde datum van inwerkingtreding van de voorstellen is 1 januari 2027.

Rol van (speciale) schuldeisers

Ten eerste wordt voorgesteld om in de regelgeving in plaats van het beleid, de Leidraad Invordering 2008,10 vast te leggen dat de ontvanger kan toestaan dat speciale schuldeisers niet hoeven toe te treden tot het saneringsakkoord. Speciale schuldeisers zijn crediteuren die door hun bijzondere (juridische) positie niet noodzakelijkerwijs aan het saneringsakkoord mee hoeven te doen om (een deel van) hun voordering alsnog te kunnen innen.11

De uitzondering op de regel dat alle schuldeisers mee moeten doen aan een saneringsakkoord, wordt hiermee duidelijker vastgelegd. Ook wordt nadrukkelijker kenbaar gemaakt dat in beleid nadere invulling hieraan kan worden gegeven. Momenteel wordt onderzocht of er mogelijkheden zijn om anders om te gaan met de situatie waarin een belastingschuldige veel crediteuren heeft met een (relatief) kleine vordering. Dit is in aanvulling op de al bestaande mogelijkheid om bepaalde crediteuren buiten een akkoord te laten.12

Verduidelijking belastingschulden en fiscale verplichtingen

Verder wordt voorgesteld om in de regelgeving te verduidelijken welke belastingschulden in het saneringsakkoord kunnen worden betrokken en welke fiscale verplichtingen tijdig en volledig moeten worden voldaan. Ook wordt voorgesteld te verduidelijken dat een belastingschuldige die om sanering verzoekt, vorderingen met een factuurdatum van ná de datum van indiening van het verzoek om kwijtschelding mag voldoen zonder dat dit gevolgen heeft voor de totstandkoming van een akkoord.

Flexibele peildatum

Tot slot krijgt de belastingschuldige de mogelijkheid om bij zijn verzoek om kwijtschelding zelf een peildatum te kiezen, mits die peildatum ligt vóór de dag waarop het verzoek om kwijtschelding is ingediend. Dit biedt de belastingschuldige meer flexibiliteit, waardoor de kans op een succesvol akkoord groter wordt en de continuïteit van de onderneming meer kan worden geborgd. De Kamer zal indien nodig verder worden ingelicht over ontwikkelingen rond het fiscaal saneringsbeleid.

  1. Reactie AP op Plan van Aanpak toetsing (geautomatiseerde) selectie-instrumenten

Op 10 september 2025 heeft mijn ambtsvoorganger de beleidsreactie op het verzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) om selectie-instrumenten van de Belastingdienst te toetsen op compliantie aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) met uw Kamer gedeeld.13 Zoals toegezegd in de brief heeft de Belastingdienst op 1 december het verzochte Plan van Aanpak (PvA) met de AP gedeeld (zie bijlage 2). Met deze stand-van-zakenbrief deel ik het PvA, de bevindingen van de AP op het PvA en mijn reactie hierop met uw Kamer.

Inhoud PvA
De Belastingdienst gebruikt (geautomatiseerde) selectie-instrumenten om haar taken van heffen, innen, handhaven en dienstverlening binnen de beschikbare capaciteit zo efficiënt mogelijk te kunnen doen. Om de selectie-instrumenten van de Belastingdienst aantoonbaar in lijn te brengen met juridische en ethische kaders heeft de Belastingdienst een PvA opgesteld. Het PvA geeft aan hoe selectie-instrumenten worden getoetst en daaropvolgende acties. De planning is om de uitvoering van het PvA op 31 december 2027 afgerond te hebben. De gewenste uitkomsten van het PvA zijn:

  1. Een vastgesteld toetsingskader;

  2. De selectie-instrumenten binnen de Belastingdienst zijn getoetst aan wet- en regelgeving en ethische principes;

  3. Waar nodig zijn aanpassingen in de werkprocessen van de Belastingdienst doorgevoerd om te waarborgen dat de selectie-instrumenten aan de gestelde kaders blijven voldoen;

  4. Indien noodzakelijk wordt een nieuw wettelijk kader opgesteld.

Binnen de doelstellingen uit het PvA is ook het ethisch perspectief van belang. Ethiek gaat over kritisch nadenken hoe we goed en niet slecht handelen. Zo biedt het aanvullend perspectief op wat dwingend voortvloeit uit wet- en regelgeving, en helpt bij het maken van keuzes wanneer wetten ruimte laten voor interpretatie. Hoewel de algemene risico’s van selectie-instrumenten bekend zijn, worden ze nog onvoldoende expliciet geadresseerd in bestaande wetgeving en beleid. Om deze risico’s zichtbaar te maken, hanteert de Belastingdienst zeven ethische principes.14

Reactie AP op het PvA
De AP stelt in haar reactie (bijlage 3) dat de Belastingdienst een serieuze start maakt met het toetsen van (geautomatiseerde) selectie-instrumenten en binnen die toetsing prioriteit geeft aan de selectie-instrumenten met de potentieel grootste risico's voor burgers en bedrijven. De AP oordeelt dat het PvA een solide basis biedt om de noodzakelijke structurele verbetering van de geautomatiseerde risicoselectie te kunnen realiseren, en daarmee discriminerende verwerkingen te voorkomen. De AP ziet dat de Belastingdienst sinds de start van het geïntensiveerd toezicht goede stappen heeft gezet en ziet dat er sprake is van meer centrale regie. Zo is er een eenvormig beoordelingskader en uniforme terminologie. Het verbeterproces krijgt daarnaast volgens de AP stevige sturing en de nodige bestuurlijke draagkracht.15

De AP concludeert dat het PvA een aanpak en strategie bevat om alle geautomatiseerde selectie-instrumenten van de Belastingdienst te toetsen aan de wettelijke kaders en eisen, zoals eisen uit non-discriminatiewetgeving, de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), de Uitvoeringswet AVG en relevante onderdelen van het bestuursrecht. De AP onderschrijft de keuze van de Belastingdienst dat deze toetsing wordt uitgevoerd door multidisciplinaire teams met juridische, technische én ethische kennis. Daarbij noemt de AP in haar reactiebrief als positief punt dat in het PvA aandacht is voor structurele borging van de veranderingen in de organisatie én uitvoeringspraktijk van de Belastingdienst. Naast deze specifieke punten constateert de AP dat het plan laat zien dat er bij de Belastingdienst de wil is om te verbeteren.

Omdat het behalen van de gewenste uitkomsten afhankelijk is van de opvolging van het plan zal de AP de uitvoering van het PvA —en waar nodig de aanpassing van selectie-instrumenten— als ook specifiek de aandachtspunten uit haar reactie monitoren. Deze aandachtspunten zijn onder andere de ambitieuze planning en de uitwerking van de inventarisatie. De AP heeft aangegeven graag te horen of de inventarisatie leidt tot aanpassingen in de prioritering van de selectie-instrumenten. In de bijlage (bijlage 4) van de door de AP gestuurde reactiebrief vindt u alle actiepunten voor de Belastingdienst die de AP heeft gekoppeld aan deze aandachtspunten.

Reactie staatssecretaris
Tot mijn genoegen kan ik uw Kamer melden dat de AP het PvA dat de Belastingdienst heeft opgesteld voornamelijk positief heeft beoordeeld. (Geautomatiseerde) selectie-instrumenten zijn onmisbaar in het werk van de Belastingdienst. Ik hecht de grootste waarde aan dat selectie-instrumenten op de juiste manier worden ingezet. De bevindingen uit de reactie van de AP geven mij het vertrouwen dat de Belastingdienst selectie-instrumenten volledig en correct kan toetsen.

Ik vind het hierbij belangrijk om, net als de AP, te blijven denken over de juiste prioritering zodat instrumenten met het hoogste risico voor burgers en bedrijven als eerste getoetst worden. Het is belangrijk om zo snel mogelijk vast te stellen dat voldaan wordt aan de AVG. Als dit toch niet het geval blijkt te zijn, moeten de specifieke instrumenten aangepast of buiten gebruik worden gesteld.

Naast de positieve beoordeling van het PvA worden er door de AP ook aandachtspunten genoemd. Eén van deze punten is de planning. De AP geeft aan dat de planning ambitieus lijkt. De Belastingdienst wil de toetsing van de selectie-instrumenten met de potentieel grootste risico's voor burgers en bedrijven op 31 december 2026 afronden. Aanpassing van geconstateerde gebreken in selectie-instrumenten of -processen volgt daarna. Het toetsen van (geautomatiseerde) selectie-instrumenten is een bestuurlijke prioriteit. Door deze maatregelen zet de Belastingdienst in op het behalen van de ambitieuze planning.

Daarbij wil ik meegeven dat het mij positief stemt dat de AP de uitvoering van het plan zal monitoren. Het toezichtarrangement van de AP is een belangrijke waarborg voor de Belastingdienst om meer in control te komen op het gebied van de AVG. De advisering, begeleiding en monitoring van de AP biedt de Belastingdienst, en daarmee de samenleving meer zekerheid dat de AVG op de juiste wijze wordt toegepast. Ik zal uw Kamer op de hoogte houden van verdere ontwikkelingen binnen de uitvoering van het PvA.

  1. Inzage Fiscaal Dossier

Tijdens de behandeling van het Pakket Belastingplan 2026 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Wet stroomlijning fiscaal inzagerecht aangenomen.16 Met deze wet wordt een aanpassing gedaan aan het amendement Omtzigt (BP 2024), zodat inzage verleend kan worden in het fiscale dossier van een belastingplichtige op een manier die uitvoerbaar is voor de Belastingdienst. Tijdens de behandeling van het Belastingplan 2026 is de motie Van Eijk/Grinwis17 aangenomen, die het kabinet verzoekt de Kamer jaarlijks te informeren over de stappen die worden gezet naar, een voor de Belastingdienst uitvoerbaar inzagerecht en een transparant inzagerecht voor burgers en bedrijven.

Om de behoeftes van burgers en bedrijven in beeld te houden, heeft de Belastingdienst een Gateway review laten uitvoeren. Dit onderzoek biedt een nuttige externe blik voor de plannen van de Belastingdienst plannen tot 2032. De resultaten van de Gateway worden meegenomen in de uitwerking van de aanpak, de koers en de planning voor de verdere invoering van het inzagerecht. Hiervoor wordt een programmaplan opgesteld, dat naar verwachting gereed is voor de zomer.

Uw Kamer wordt later dit jaar geïnformeerd over het vervolg van het inzagerecht in het eigen fiscaal dossier.

  1. Invoeringstoetsen

De Belastingdienst voert invoeringstoetsen uit op een selectie van nieuwe- of gewijzigde wet-en regelgeving met als focus de werking in de praktijk voor de uitvoering en de doelgroep.18 Via de stand-van-zakenbrieven wordt uw Kamer hierover periodiek geïnformeerd. Met deze brief informeer ik uw Kamer over de lopende en te starten invoeringstoetsen.

Invoeringstoetsen die op dit moment worden uitgevoerd:

  • Uitvoering van de belastingrente;

  • Actualisatie Leegwaarderatio;

  • DAC7: Gegevensuitwisseling digitale platformen;

  • Aanpassen heffingsvrijvermogen box 3;

  • Verlagen van de belastingdruk arbeid via de arbeidskorting;

  • Zelfstandigenaftrek, en;

  • Verruiming vrijstelling OV-abonnementen en voordeelurenkaart.

De invoeringstoetsen “Actualisatie Leegwaarderatio” en “DAC7: Gegevensuitwisseling digitale platformen” bevinden zich momenteel in afrondende fase. De planning is dat deze twee invoeringstoetsen voor het zomerreces 2026 zijn afgerond. De overige vijf invoeringstoetsen worden naar verwachting in de tweede helft van 2026 afgerond. De afgeronde invoeringstoetsen ontvangt u als bijlage bij een volgende stand-van-zakenbrief.

In 2026 zal de Belastingdienst vijf invoeringstoetsen opstarten, namelijk:

  • CO2 Glastuinbouw;

  • Introductie twee schijven box 2;

  • Verdeling maximumbedrag excessief lenen;

  • Expatregeling beperken tot Balkenendenorm, en;

  • Afschaffen middelingsregeling.

In het eerste kwartaal van 2026 wordt “CO2 Glastuinbouw” opgestart. De resterende onderwerpen worden gespreid over 2026 ingepland, zodat voldoende capaciteit beschikbaar blijft voor het afronden van de opgestarte invoeringstoetsen van 2025.

Daarnaast heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid toegezegd om binnen een jaar een invoeringstoets op te starten voor “Wet Aanpassing regeling dienstverlening aan huis”. In overleg met het ministerie van Sociale Zaken wordt bekeken hoe deze toezegging wordt ingevuld en welke rol de Belastingdienst daarin heeft.

Mijn ambtsvoorganger heeft toegezegd een invoeringstoets te laten doen voor het “Wetsvoorstel voor stroomlijning van het fiscale inzagerecht” zodat wordt gemonitord of de bestaande rechtsingangen afdoende zijn of dat de wetgeving toch aanpassing behoeft. Mijn ambtsvoorganger heeft uw Kamer gemeld hier in de fiscale beleids- en uitvoeringsagenda op terug te komen.

Tot slot stuur ik uw Kamer een herziend afwegingskader toe dat wordt gebruikt om te bepalen voor welke nieuwe- of gewijzigde wet-en regelgeving de Belastingdienst een invoeringstoets zal uitvoeren. U vindt het herziene afwegingskader in bijlage 5. Er zijn vier indicatoren toegevoegd, zoals financiële zekerheid, die de impact op de doelgroep meer centraal stellen in de afweging. Daarnaast is op basis van de opgedane ervaringen de weging van verschillende indicatoren bijgesteld, zodat het selectieproces evenwichtiger is. Een eerdere versie van het afwegingskader is in maart 2023 naar de Kamer gezonden.19

  1. Compliance map

De Belastingdienst streeft ernaar dat burgers en bedrijven zoveel mogelijk uit zichzelf structureel (fiscale) regels naleven, zonder dwingende en kostbare acties van de zijde van de Belastingdienst (compliance). Daarvoor is het belangrijk dat de Belastingdienst inzicht heeft in de naleving door burgers en bedrijven. De compliance map is een informatieproduct dat hieraan bijdraagt. Dit zal ik hieronder toelichten. In 2023 is besloten om de compliance map ieder jaar ook met de Kamer te delen.20 U vindt het document als bijlage 6.

De compliance map volgt de belastingopbrengsten van de belastingmiddelen die meer dan 1 miljard aan opbrengsten genereren en geeft daarmee op concernniveau een overall inzicht in de samenhang tussen uitvoering, handhaving en wetgeving en de daarmee samenhangende risico’s voor de belastingopbrengsten per belastingmiddel. Het inzicht dat de compliance map biedt, is bedoeld als hulpmiddel, naast andere bronnen van inzicht zoals steekproeven, om keuzes van activiteiten binnen de uitvoering en handhaving te maken. Daarnaast identificeert de compliance map mogelijke oplossingsrichtingen voor gesignaleerde risico’s. De compliance map zal verder worden ontwikkeld, zodat deze meer bijdraagt aan het maken van bestuurlijke keuzes in de handhaving op tactisch en strategisch niveau.

  1. Fiscale Monitor

De Belastingdienst voert ieder jaar, kort na de aangifteperiode voor de inkomstenbelasting, de Fiscale Monitor uit. De resultaten worden jaarlijks met uw Kamer gedeeld. De Fiscale Monitor is een vragenlijstonderzoek. Hiermee wordt inzicht verkregen in de opvattingen en houding van belastingplichtige burgers en bedrijven over het afhandelen van hun belastingzaken en het handelen van de Belastingdienst. Hiervoor worden niet alleen burgers en bedrijven, maar ook hun vertegenwoordigers, zoals fiscaal dienstverleners en maatschappelijk dienstverleners bevraagd. In de Fiscale Monitor komen onderwerpen aan bod zoals het algemeen functioneren van de Belastingdienst, de waardering van de dienstverlening, vertrouwen in de organisatie, belastingmoraal en de naleving van fiscale regels. U vindt de rapportage van de Fiscale Monitor 2025 als bijlage 7.

De Fiscale Monitor wordt ieder jaar op een vergelijkbare wijze uitgevoerd. Daardoor is het onderzoek zeer geschikt om trends in beeld te brengen. Het beeld door de jaren heen, bijvoorbeeld over het algemeen functioneren van de Belastingdienst of de belastingmoraal, is stabiel met kleine schommelingen. De resultaten van de Fiscale Monitor 2025 laten geen grote verschillen zien ten opzichte van 2024. Het oordeel over het algemeen functioneren van de Belastingdienst, gemeten als een rapportcijfer (1-10), ligt bij alle doelgroepen tussen de 6 en 7. Tussen 2023 en 2025 steeg het rapportcijfer over het algemeen functioneren van de Belastingdienst van 6,5 naar 6,8. De belastingmoraal vertoont een stabiel beeld in de tijd bij alle doelgroepen. Over de afgelopen vijf jaar is de score op het kengetal belastingmoraal niet veranderd.

De inzichten uit de monitor worden binnen de Belastingdienst gebruikt als aanleiding voor verbetertrajecten en vervolgonderzoek. In mei en juni 2026 vindt de volgende meting van de Fiscale Monitor plaats. De resultaten worden met uw Kamer gedeeld.

  1. OESO-rapport: Tax Administration Survey 2025

Uw Kamer ontvangt als bijlage 8 bij deze brief de in het najaar 2025 gepubliceerde editie van de Tax Administration Series (TAS). De TAS is een internationaal vergelijkend onderzoek van belastingdiensten dat jaarlijks door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) wordt gepubliceerd. Het rapport bevat trendanalyses van het OESO-secretariaat en internationale ‘good practices’ en is bedoeld ter ondersteuning van onderlinge kennisuitwisseling. Daarnaast biedt het inzicht in de ontwikkeling van de Belastingdienst in internationaal vergelijkend perspectief.

Een belangrijk aandachtspunt van de TAS 2025 is dat belastingdiensten wereldwijd in hoog tempo digitaliseren, waarbij met name de snelle opkomst van kunstmatige intelligentie (AI) grote impact heeft op de uitvoering. De internationale verschillen in tempo en volwassenheid van digitale transformatie nemen toe; voldoende capaciteit, vaardigheden en regie zijn daarbij cruciaal. Het onderzoek maakt inzichtelijk dat verdere, structurele versterking van de digitale transformatie voor de Belastingdienst nodig is. Deze punten worden betrokken bij de verdere uitwerking van de visie van de Belastingdienst op Tax Administration 3.0, waarover Uw Kamer is geïnformeerd op 6 maart 2025.21

De bevindingen uit de TAS 2025 worden binnen de Belastingdienst breed verspreid en dienen als impuls voor verdere innovatie en professionalisering. Ter ondersteuning van mogelijke vervolgacties is inmiddels een verdiepende verkenning gestart naar specifieke bevindingen en inzichten. Deze verkenning richt zich onder meer op de vooraf ingevulde aangiften bij de omzetbelasting, de digitale transformatie, en ethisch verantwoord gegevensgebruik. Uw Kamer zal geïnformeerd worden over relevante ontwikkelingen in deze en andere innovatietrajecten.

  1. Toekomstvisie “Belasting betalen, automatisch goed”

De Belastingdienst bereidt zich voor op de toekomst van de heffing en inning van belastingen. Op 6 maart 2025 is uw Kamer geïnformeerd over het traject om te komen tot een toekomstvisie, waarin de internationaal breed gedeelde OESO-visie Tax Administration 3.0 is vertaald naar de Nederlandse situatie.22 Met deze brief informeer ik u over de toekomstvisie “Belasting betalen, automatisch goed” (bijlage 9).

De toekomstvisie schetst hoe de belastingheffing en -inning in Nederland eruit kan zien in een steeds verder gedigitaliseerde samenleving. Centraal staan de uitgangspunten dat belasting betalen in de toekomst zoveel mogelijk automatisch en op het juiste moment verloopt. Dit gebeurt via systemen die burgers en bedrijven al gebruiken en iedereen die ondersteuning nodig heeft, kan daarop rekenen. Het streven is dat dit proces net zo eenvoudig en gebruiksvriendelijk is als vertrouwde digitale diensten, zoals online winkelen of het sturen van een betaalverzoek. Zo maakt de Belastingdienst het makkelijker om het goed te doen en moeilijker om fouten te maken.

Om dit te realiseren werkt de Belastingdienst intensief samen met burgers en bedrijven. De Belastingdienst zoekt ook contact en met partners waar burgers en bedrijven contact mee hebben als ze iets regelen in hun leven, waaronder banken, de Kamer van Koophandel en andere relevante partijen. Belastingplichtigen behouden hierbij regie over hun eigen gegevens en de uitwisseling daarvan tussen partijen.

De visie betekent een fundamentele verandering in beleid en wetgeving maken, belasting heffen en innen, organisatie inrichten, technologie toepassen en in wat wordt gevraagd van medewerkers. Nauwe samenwerking tussen uitvoering en beleid is hierbij cruciaal. De visie is een stip op de horizon, waar de Belastingdienst de komende tijd stapsgewijs en lerend naartoe zal werken, door middel van initiatieven die inspelen op actuele vraagstukken. Hierbij zal ik de behoeften van burgers en bedrijven blijven onderzoeken en centraal zetten.


  1. Kamerstukken II, 2025/26, 31 066, nr. 1518↩︎

  2. Kamerstukken II, 2023/24, 31 066, nr. 1338↩︎

  3. Kamerstukken II, 2024/25, 31 066, nr. 1463↩︎

  4. In een MSNP-traject maakt een burger vaak in samenwerking met andere schuldeisers en schuldhulpverlening een vrijwillige betalingsafspraak met de Belastingdienst over hoe openstaande belastingschulden worden afgelost.↩︎

  5. Kamerstukken II, 2025/26, 31 066, nr. 1518.↩︎

  6. Kamerstukken II, 2024/25, 31 066, nr. 1432.↩︎

  7. Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 2025D19782. Zie ook

    https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/detail?id=2025Z07052&did=2025D19782.↩︎

  8. Staatscourant 2025, 22266. De wijzigingen worden toegelicht in de beantwoording van de bovengenoemde Kamervragen.↩︎

  9. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025/26, 31 066, nr. 1518, bijlage 1224078, p 19.↩︎

  10. Artikel 26.3.8 LI 2008.↩︎

  11. Een voorbeeld van een speciale crediteur is een bank voor zover hun vordering is gedekt door een pand- of hypotheekrecht.↩︎

  12. Artikel 26.3.8 LI 2008.↩︎

  13. Kamerstukken, 2025/26, 32 761, nr. 332↩︎

  14. Menselijke toezicht en betrokkenheid, Robuustheid en veiligheid, Privacy en databeheer, Transparantie, Diversiteit, non-discriminatie en rechtvaardigheid, Maatschappelijk- en milieubewustzijn, Verantwoordelijkheid.↩︎

  15. Over het toezichtarrangement wordt uw Kamer periodiek geïnformeerd. Zie kamerstukken II, 2025/26, 32 761, nr. 335, Kamerstukken II, 2024/25, 31 066, nr. 1463 en Kamerstukken II, 2025/26, 31066, nr. 1518.↩︎

  16. Kamerstukken II, 2024/25, 36 816.↩︎

  17. Kamerstukken II 2025-2026, 36 812, nr. 78↩︎

  18. In bijlage 5 is het nieuwe afwegingskader voor de selectie van onderwerp opgenomen, de voornaamste wijziging hierin is dat de impact van een regeling op de doelgroep nu zwaarder meeweegt als selectiecriterium.↩︎

  19. Kamerstukken II, 2022/23, 31 066, nr. 1205. Bijlage nr. 3↩︎

  20. Nadere informatie over de compliance map staat in de Kamerbrieven: Kamerstukken II, 2023/24, 31 066, nr. 1266, Kamerstukken II, 2023/24, 31 066, nr. 1320 en Kamerstukken II, 2023/24, 31 066, nr. 1446↩︎

  21. Kamerstukken II, 2024/25, 31 066, nr. 1463↩︎

  22. Kamerstukken II, 2024/25, 31 066, nr. 1463↩︎