Voortgangsrapportage Tracéwetplichtige projecten tweede helft 2025
Programma hoogfrequent spoorvervoer
Brief regering
Nummer: 2026D11501, datum: 2026-03-12, bijgewerkt: 2026-03-13 11:43, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
- Mede ondertekenaar: A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
- Beslisnota bij Kamerbrief met Voortgangsrapportage Tracéwetplichtige projecten tweede helft 2025
- Voortgangsrapportage Tracéwetplichtige projecten tweede helft 2025
Onderdeel van kamerstukdossier 32404 -130 Programma hoogfrequent spoorvervoer.
Onderdeel van zaak 2026Z05046:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- 2026-03-25 10:15: Procedurevergadering Infrastructuur en Waterstaat (Procedurevergadering), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Hierbij ontvangt u de Voortgangsrapportage (VGR) van de Tracéwetplichtige projecten over de tweede helft van 2025.
Vervallen van de Voortgangsrapportage (VGR) Tracéwetplichtige projecten
De Tracéwet (artikel 24) stelde dat twee keer per jaar de voortgang van projecten wordt gemeld. Deze verplichting is met de invoering van de Omgevingswet komen te vervallen. Ook wordt de Tweede Kamer via andere middelen over de voortgang van MIRT-mijlpalen geïnformeerd, zoals het MIRT Overzicht1 (1x/jaar), MIRT-brieven (2x/jaar) en begrotingsstukken. Tot slot is de Voortgangsrapportage (VGR) Tracéwetplichtige projecten over de eerste helft van het jaar standaard opgenomen in het jaarlijkse MIRT Overzicht (als bijlage). De VGR over de eerste helft van het jaar heeft hiermee nauwelijks meerwaarde. Informatie over de mijlpalen is immers ook terug te vinden in de afzonderlijke projectbladen van het MIRT Overzicht. Om deze redenen – zo is het voorstel – zal IenW de periodieke VGR laten vervallen. De wijzigingen die in de tweede helft van het jaar plaatsvinden, zullen in het MIRT-overzicht worden geïntegreerd. Dit betreft de laatste (separaat verzonden) VGR.
Resultaten van de afgelopen periode
De invloed van het pauzeren van wegenprojecten in 20232 en 20253 is duidelijk zichtbaar (veel mijlpalen staan op ‘nader te bepalen’).
In de periode van 1 juli t/m 31 december 2025 zijn twee mijlpalen op het Wegendomein bereikt. Het gaat om de volgende mijlpalen:
N33 Noord (Appingedam-Eemshaven): Op basis van de uitkomsten van het MIRT onderzoek en aanvullende studie heeft het Rijk besloten een MIRT-verkenning te starten. Het project is nieuw toegevoegd aan de VGR Tracéwetplichtige projecten.
A27 Zeewolde-Eemnes: Vanwege de herprioritering van het Mobiliteitsfonds in 2023 was het project tot nader order gepauzeerd. Dit project voldoet nu aan de randvoorwaarden voor herstart (stikstof, financiën en capaciteit). Daarom zal het Rijk in 2026 starten met de MIRT-verkenning A27 Zeewolde-Eemnes.
Wijzigingen op de mijlpalen
Bij één spoorwegenproject is de planning aangepast. Het gaat om de volgende mijlpaal:
PHS Alkmaar-Amsterdam: Het Tracébesluit is gepubliceerd op 30 november 2023. De zittingsdatum bij de Raad van State was 30 juni 2025. Dit heeft geleid tot vertraging in de realisatie en het uitstellen van mijlpalen. Realisatie is gepland in de periode 2025-2032 (dit was in de vorige VGR: 2023-2028).
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,
Vincent Karremans
DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,
Annet Bertram
Kamerstuk 36200-A, nr. 78↩︎
Kamerstuk 36725-A, nr. 4↩︎