Beëindiging interbestuurlijk toezichtstraject door de (waarnemend) Rijksvertegenwoordiger over afvalverwerking Selibon Lagun
Brief regering
Nummer: 2026D11654, datum: 2026-03-13, bijgewerkt: 2026-03-13 15:02, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Ooit VVD kamerlid)
- Mede ondertekenaar: A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
- Afschfrit brief van de waarnemend Rijksvertegenwoordiger over Selibon en de brief van ILT aan de waarnemend Rijksvertegenwoordiger
- Beslisnota bij Kamerbrief Beëindiging interbestuurlijk toezichtstraject door de (waarnemend) Rijksvertegenwoordiger over afvalverwerking Selibon Lagun
Onderdeel van zaak 2026Z05136:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Koninkrijksrelaties
Preview document (🔗 origineel)
Hierbij informeren de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) uw Kamer over het besluit van de waarnemend Rijksvertegenwoordiger om de bestuurlijke interventie in het kader van het interbestuurlijk toezicht (IBT) ten aanzien van Selibon Lagun te beëindigen.
In het commissiedebat Selibon met uw Kamer van 12 februari 2026 (2026A01156) heeft de toenmalige staatssecretaris van BZK toegezegd dat uw Kamer het besluit van de waarnemend Rijksvertegenwoordiger over het interbestuurlijk toezichttraject ontvangt (TZ202602-062). Met deze brief doet de staatssecretaris van BZK deze toezegging gestand.
De waarnemend Rijksvertegenwoordiger heeft eind januari de nieuwe voortgangsrapportage ‘verbeterplan Selibon Lagun’ ontvangen van het bestuurscollege. Dit verbeterplan was onderdeel van het interbestuurlijk toezichttraject, dat bevond zich in fase 3 (actief toezicht) van de bestuurlijke interventieladder.
Op verzoek van de waarnemend Rijksvertegenwoordiger heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) deze voortgangsrapportage beoordeeld. Mede op basis van die beoordeling heeft de waarnemend Rijksvertegenwoordiger vastgesteld dat er volgens de wettelijke criteria voor interbestuurlijk toezicht geen sprake meer is van taakverwaarlozing. Met “taakverwaarlozing” wordt in dit verband bedoeld dat een bestuursorgaan een besluit dat het volgens de wet verplicht is te nemen, niet neemt.
Dat komt doordat het bestuurscollege de besluiten heeft genomen zoals verplicht door de Wet Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu BES (VromBES). Die besluiten zijn onder andere:
Het in behandeling nemen van de vergunningaanvraag;
Het opleggen van een last onder bestuursdwang; en
Het vaststellen (en verlengen) van een gedoogverklaring.
Dat het bestuurscollege deze besluiten heeft genomen is belangrijk omdat de mogelijkheid tot bestuurlijke interventie op grond van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (WolBES) beperkt is. Een interventie kan uitsluitend worden ingezet wanneer er sprake is van taakverwaarlozing in de zin dat een wettelijk verplicht besluit uitblijft. Nu deze besluiten wel zijn genomen, concludeert de waarnemend Rijksvertegenwoordiger dat er op grond van de wettelijke criteria voor interbestuurlijk toezicht geen sprake (meer) is van taakverwaarlozing.
Het toezichtinstrumentarium biedt geen mogelijkheid om in te grijpen op de resultaten van deze besluiten, bijvoorbeeld de inhoudelijke kwaliteit, effectiviteit of voortgang van de uitvoering. Om die reden bestaat er geen grond meer om de interventie voort te zetten en heeft de waarnemend Rijksvertegenwoordiger besloten het IBT-traject te beëindigen.
Nu het interbestuurlijk toezichttraject op grond van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt beëindigd wegens ontbreken van taakverwaarlozing volgens de wettelijke criteria, zal het vervolg binnen het bestaande wettelijke kader en de reguliere bestuurlijke verhoudingen moeten worden vormgegeven.
Alle betrokken partijen onderkennen de ernst en urgentie van het probleem en de noodzaak om te komen tot een oplossing. We hebben hier te maken met een forse bedreiging voor het milieu en de volksgezondheid. Momenteel werken de betrokken partijen, waaronder de staatssecretarissen van IenW en BZK, samen met het bestuurscollege aan een gezamenlijke, structurele en duurzame oplossing. Hiermee geven we uitvoering aan de moties Ceder (ChristenUnie)/Van der Burg (VVD)1, Ceder (ChristenUnie)2 en Bruyning (NSC)/White (GroenLinks/PvdA).3 Daar komt de motie Van den Brink (CDA)4 bij, deze motie heeft de staatssecretaris van BZK tijdens het meest recente tweeminutendebat over Selibon overgenomen. Over de motie Ceder c.s. (ChristenUnie) over een tijdelijk relocatieplan voor omwonenden gaat de staatssecretaris van BZK met het bestuurscollege in gesprek.5
In zijn brief doet de waarnemend Rijksvertegenwoordiger ook een aantal aanbevelingen. Deze zien grofweg op sterkere regie en het vrijmaken van middelen. In de brief wordt daarbij ook de mogelijkheid genoemd om een regeringscommissaris aan te stellen. De staatssecretarissen van IenW en BZK delen het doel dat sterke regie noodzakelijk is en voelen de urgentie om tot een oplossing te komen. Het kabinet kiest er niet voor om een regeringscommissaris aan te stellen. In plaats daarvan wordt aangesloten bij de programmatische aanpak zoals afgesproken met het bestuurscollege in de bestuursovereenkomst “aanpak Selibon Lagun”.
In dat kader worden momenteel namelijk verschillende concrete stappen gezet. Zo werkt de staatssecretaris van BZK met het bestuurscollege aan de uitvoering van de bestuursovereenkomst. De bestuursovereenkomst ziet op:
Het verbeteren van de bedrijfsvoering van het milieubeheer bij Selibon
Het nemen van kortetermijnmaatregelen op de stortplaats; en
Het versterken van vergunningverlening, toezicht en handhaving
Om de regie en uitvoering te bevorderen werken de staatssecretarissen van IenW en BZK aan de opzet van een gezamenlijke programmateam, gevormd door het openbaar lichaam, het Rijk en uitvoeringsorganisaties. Dit programma moet de centrale regie versterken voor zowel de kortetermijnmaatregelen als het uitwerken van een structurele langetermijnoplossing. Om dit proces te bevorderen worden belangrijke uitvoeringspartners zoals de Omgevingsdienst NL bij het programma betrokken. Ook zal door IenW onderzocht worden hoe RIVM-monitoring ingericht kan worden zodat er continu luchtkwaliteitsmetingen plaatsvinden, conform de motie Ceder c.s. (ChristenUnie).6 Daarnaast geven de staatssecretarissen van IenW en BZK uitvoering aan de reeds genoemde motie Ceder (ChristenUnie)/van der Burg (VVD) om voor 1 juli een gedragen (financieel) plan aan te leveren voor een structurele oplossing van Selibon Lagun.
De verdere uitwerking van deze programmatische aanpak, inclusief de kosten, organisatie en borging van uitvoerbaarheid, wordt de komende periode geconcretiseerd. Voor toekomstgerichte afvalverwerking wordt ook gekeken naar goede samenwerking met Aruba en Curaçao, conform motie Tseggai (GroenLinks/PvdA)/Ceder (ChristenUnie).7 Uw Kamer wordt over de aanpak uiterlijk in het derde kwartaal van 2026 nader geïnformeerd.
De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Eric van der Burg
De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
Annet Bertram
Kamerstuk II 2025/2026, 36800 IV, nr. 38.↩︎
Kamerstuk II 2024/2025, 22343, nr. 422.↩︎
Kamerstuk II, 2024/2025, 22343, nr. 424.↩︎
Kamerstuk II, 2025/2026, 22343 nr. 448.↩︎
Kamerstuk II, 2025/2026, 22343, nr. 443.↩︎
Kamerstuk II, 2025/2026, 22343 nr. 442.↩︎
Kamerstuk II, 2025/2026, 22343 nr. 446.↩︎